Zoekresultaat: 99 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Tenure security in de informele stad in Latijns Amerika

Wanneer recht en realiteit uit elkaar lopen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Jean-Louis van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2007, the world’s urban population had outnumbered the amount of people living in rural areas. Urbanization is expected to increase strongly in the developing world over the coming years, most of it through informal ways of accessing land and housing. In the initiatives of governments and donor organizations to deal with these developments, the concept of tenure security features increasingly prominently. It is inter alia expected to encourage investment in housing improvement, facilitate access to public services such as gas, water and electricity and also to make formal credit available. There is, however, no consensus as to what tenure security exactly means or how it is to be established. In the present paper, development policy based on establishing tenure security through land titling is critically examined and with the emphasis on urban informality in Latin America, an alternative concept of tenure security is proposed.


Jean-Louis van Gelder
Jean-Louis van Gelder studeerde Arbeids- & Organisatiepsychologie en Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Beide achtergronden werden vervolgens gecombineerd in een dissertatie getiteld “The Law and Psychology of Land Tenure Security: Evidence from Buenos Aires”. Sinds maart 2009 is hij als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Naast informaliteit liggen zijn onderzoeksinteresses op het gebied van Law & Development, rechtstheorie, risicoperceptie en –gedrag en de effectiviteit van voorwaardelijke straffen.
Artikel

Justitiepastoraat en ‘herstel’: een poging tot positiebepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden justitiepastoraat, herstelrecht, schuldverwerking
Auteurs Anne-Mie Jonckheere
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a natural alliance between the ambitions of prison chaplaincy and those of restorative justice in the sense that in both approaches (coping with) responsibility and guilt by offenders are important issues and mechanisms at the same time. Both share a relational concept of crime, consider the evil deed as occasion to start a dialogue to examine responsibility, stress the importance of process and bi-lateral partiality with both the victim and the offender. Coping with guilt and making it productive requires that communication with the offender reaches the deeper and more intimate levels of giving meaning to the criminal offence committed, self, others, past and future. For this communication the context should be open and fundamentally loving in a Christian sense, leading the way to a liberation from guilt once it is thoroughly known and accepted. At that point guilt can be transformed into a constructive moral impetus in human relations.


Anne-Mie Jonckheere
Anne-Mie Jonckheere is justitiepastor in de Koepelgevangenis van Breda.
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

E. Plomp

A. Wilken

J.M. van der Most
Artikel

Het is de vraag wanneer het bewind begint…

Aanvang van een Boek 4- en een Boek 7-bewind

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 31 2009
Trefwoorden schenking
Artikel

Op weg naar de 'nieuwe' Successiewet

WEV wordt soms WOZ

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 18 2009
Trefwoorden schenking
Artikel

Al lezende met de executeur de zomer in

Meer dan 'ruimschoots toereikende' tijd en bevoegdheden

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 28 2009
Trefwoorden Van de leestafel van 'SBS'

    In Dutch history five cases are known of animals that received the death penalty after ‘committing a crime’. Nowadays it sounds rather strange to present animals as offenders. Does that mean that no contemporary examples can be found of animals being presented as offenders? Before answering that question some outlooks on judicial and criminological ideas are presented on offending by human and other animals. Next the debate on invasive exotic species and the threats to biodiversity, health and other risks, and the discussion about the dangers regarding pit bulls is described in order to illustrate that in this day and age there still seems to be a risky anthropomorphic and anthropocentric tendency to present animals as offenders.


J. Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek bij het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld, dat is ondergebracht bij politie Haaglanden. Daarnaast is zij geïnteresseerd in de positie van dieren in de criminologie. In 2008 publiceerde zij ‘Hondenbaan’, over de geschiedenis en de werkzaamheden van de politiehond (Den Haag, politie Haaglanden).

    Using the concept of chronocentrism, the doctrine that what is current must somehow be superior to what went on before, that ideas, scholars and scholarship inevitably become stale and discredited over time, the author argues the rise and attraction of nodal governance and nodal security fits the definition of chronocentrism. The recent ‘discovery’ of a multitude of (semi-)public agencies and private sector actors performing police functions neglect the fact that many of these agencies and actors have a long standing history (sometimes more than a century) and have been subject of many academic studies. Moreover, these studies are richer in their theoretical foundations because of the explanations they give for different functions, goals, interests, cultures and operational styles of public policing, administrative policing and private policing than much of the current language. In many ways nodal governance and nodal security are new labels for ongoing processes of gradual interweaving of different forms of policing. For this reason the use of these concepts is useful in two ways. First, for policy makers and practitioners. For them the new concepts seem to have a function as a motivational strategy. For instance, what was called increasing cooperation in the justice system (ketensamenwerking) and public-private cooperation in the eighties and nineties are revitalized using new labels. Second, nodal governance and nodal security, in the academic community ‘forces’ us to rethink the very notion of policing. Policing increasingly takes place in hybrid organizations and processes in which boundaries between public administration, public policing, regulatory agencies and private security are blurring.


A.B. Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar Forensic Business Studies aan Nyenrode.
Artikel

Burgerparticipatie in lokale veiligheidsnetwerken

Over ‘nodale sturing’ en ‘verankerd pluralisme’

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2009
Auteurs R. van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    Safety and security are increasingly provided by public-private partnerships. In this respect, commentators claim that we are witnessing a shift from ‘government’ (a hierarchically organized state) to ‘governance’ (a hybrid network of organizations) in the fight against crime and disorder. Criminologist Clifford Shearing interprets interactions within hybrid - public and private - networks in terms of nodal governance, implying that state coordination of partnerships is not given a priori significance. The state is but one actor among many. Ian Loader and Neil Walker criticize his position, taking the diametrically opposed view that the state is indispensable for the democratic regulation of public-private networks (anchored pluralism). Despite this fundamental disagreement, the perspectives of Shearing and Loader and Walker share an appreciation of citizen participation in local safety networks. However, at least for the Netherlands, it is hardly imaginable how such participation could flourish without any state interference.


R. van Steden
Dr. Ronald van Steden is als onderzoeker verbonden aan de leerstoel Veiligheid & Burgerschap en als docent aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam

    There is a growing consensus among practitioners that independent peer review is the preferred approach to furthering trust in the legal professions. The article draws on experience abroad, as reported in the professional literature, and lessons from comparable arrangements at home, in academia and the medical professions. It formulates an institutional design in which an autonomous agency, independent of the Lawyers' Association and at arms' length from the Minister of Justice, develops methodology and organizes peer reviews by fellow-practitioners. Since professionals, everywhere, like to share experience, it is argued that making site-visits, sampling case-files, and discussing a self-evaluation of the practice under review promotes open innovation and creates scope for shaping rather than controlling professional excellence. It also allows for discretion in catering to the widely diverging needs of large international law firms and small local practices that a system of command and control could not deliver.


D.J. Wolfson
Prof. dr. Dirk Wolfson is verbonden aan de afdeling Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit en werkzaam als visitator, onder andere bij woningcorporaties.
Artikel

Voordeelstoerekening bij ontbinding van een duurovereenkomst

‘Een zelfde gebeurtenis’ en ‘abstracte’ schadeberekening: what’s in a name?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2009
Trefwoorden voordeelstoerekening, schadevergoeding bij ontbinding duurovereenkomst, art. 6:100 BW, abstracte schadevergoeding
Auteurs B.A.X. van Asten
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van HR 10 juli 2009, RvdW 2009, 847 (Vos/TSN) worden in deze bijdrage twee interessante aspecten van voordeelstoerekening besproken: wat onder ‘een zelfde gebeurtenis’ in de zin van artikel 6:100 BW moet worden verstaan en de verhouding tussen de methode van schadeberekening (concreet of abstract) en de toepassing van voordeelstoerekening.


B.A.X. van Asten
B.A.X. van Asten is student-assistent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Wie is de waterbeheerder en wat moet hij doen?

Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de waterbeheerder in de Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden waterbeheer, Waterwet, overheidszorg, functioneel decentraal beheer
Auteurs Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
SamenvattingAuteursinformatie

    In een themanummer over de Waterwet kan een beschrijving van de waterbeheerder en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet ontbreken. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van het watersysteem in al zijn aspecten.1x Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302. De nadruk ligt daarbij op het watersysteem: het samenhangende geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Deze definiëring geeft ook de ruime reikwijdte van de wet: het gaat om het gehele watersysteem, maar de Waterwet reguleert niet de waterketen.2x Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72. De drinkwatervoorziening en het verzamelen en transport van afvalwater vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Noten

  • * De leerstoel wordt financieel ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds. Tevens maakt Marleen van Rijswick deel uit van de door de Stichting Leven met Water ingestelde multidisciplinaire ‘leertafel’ Watergovernance, waar zij is benoemd op de leerstoel Ontwikkelingsgericht waterrecht.
  • 1 Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302.

  • 2 Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72.


Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Waterwet: innovatie van het waterrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Waterwet, waterbeheerwetgeving, integraal waterbeheer, waterstaatswerken
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse waterbeheerwetgeving is momenteel erg verbrokkeld. Bijna elk onderdeel van het waterbeheer kent zijn eigen wet. Dit komt de transparantie en praktische toepassing van deze wetten niet ten goede. Vandaar dat al langer wordt aangedrongen op integratie van deze aparte wetten. Eind dit jaar is het zover en treedt de Waterwet in werking. Deze bijdrage beschrijft op hoofdlijnen de achtergrond, strekking en inhoud van deze wet, waarbij de nadruk ligt op de nieuwe elementen daarvan. Uitgegaan is van de wettekst zoals deze door de Invoeringswet Waterwet komt te luiden.1x Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496. De Waterwet heeft voor de praktijk grote consequenties. Er verandert het nodige. Het kan dan ook bepaald geen kwaad als omgevingsjuristen, vergunningverleners, handhavers en beleidsmakers van Rijkswaterstaat, ministeries, provincies, waterschappen, gemeenten, waterleidingbedrijven en adviesbureaus zich daarin alvast verdiepen.

Noten

  • * De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
  • 1 Zie voor de tekst hiervan < www.waterwet.nl >, waar ook andere nuttige informatie over de Waterwet te vinden is. Zie voor dit laatste ook het recente artikel van S. Handgraaf over de Waterwet in M en R 2009/8, p. 489-496.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. Havekes is Projectleider Waterwet bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2009
Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Artikel

Grenzen aan toezicht

Minimumwaarborgen voor de uitvoering van bijzondere voorwaarden

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Bijzondere voorwaarden, Rechtspositie onder toezicht gestelden, Toezicht, Rechtspositie
Auteurs Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage is een lans gebroken voor de versterking van de rechtspositie van personen die zich onder toezicht van de reclassering moeten houden aan bijzondere voorwaarden. Daarvoor is aansluiting gezocht bij de wettelijke regeling van de voorwaardelijke modaliteiten, de internationale minimumstandaards voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbeperkende sancties en belangrijke penitentiaire beginselen als het beginsel van minimale beperkingen en het resocialisatiebeginsel. Er is gepleit voor een grotere kenbaarheid van de inhoud die aan bijzondere voorwaarden en de combinaties van voorwaarden kan worden gegeven, een rechtspositieregeling op hoofdlijnen waarin de belangrijkste beslissingen die tegen onder toezicht gestelden kunnen worden genomen met waarborgen zijn omkleed en een aantal materiële rechten zijn uitgewerkt. Ten slotte is ervoor gepleit de klachtenregeling beter toegankelijk te maken en met meer waarborgen te omkleden, waaronder het openstellen van een beroepsmogelijkheid.


Miranda Boone
Miranda Boone is universitair hoofddocent strafrecht en criminologie aan de Universiteit Utrecht en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Herstelrecht in de samenleving

Barmhartige gerechtigheid in de praktijk van de gevangenenzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden herstelrecht, gevangenenzorg, barmhartige gerechtigheid
Auteurs Hans Barendrecht, Martine Cammeraat en Esther Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    The contribution informs about some of the activities and the philosophy of Gevangenenzorg Nederland, a non-governmental organisation for the care for prisoners, member of the Prison Fellowship International. Holding a person responsible for his or her criminal conduct does not only mean punishment, but also individualizing the person as a person, with his or her own life, history and future. The stay in prison should help the person to return into society as a citizen with an equal status, rehabilitated by his punishment. But social reality is far removed from this ideal. The volunteers of Gevangenenzorg Nederland try to bring closer a form or charitable justice, focussing not so much on the risks that a person may be perceived to pose, but much more on the healthy and socially positive talents of the detainee, against the background of the ‘good lives model’ of Ward and Maruna (2007). The article describes the workshop offered to detainees ‘Speaking of guilt, remorse, victims and society’, wherein participants can investigate and discover in a systematic way their own degree and type of guilt and responsibilities and the avenues that might be available to express remorse and to make amends with victims and society. Family members or other significant others are called in in the stage of concluding the course with presenting ‘restorative gestures’ of any personal kind. Care after leaving the prison is offered and planned, hoping to facilitate a fully rehabilitated reintegration into society.


Hans Barendrecht
Hans Barendrecht is jurist en directeur van Gevangenenzorg Nederland.

Martine Cammeraat
Martine Cammeraat MSc is als criminologe werkzaam bij Gevangenenzorg Nederland.

Esther Klaassen
Esther Klaassen is werkzaam bij Gevangenenzorg Nederland als coördinator van de herstelrechtprogramma’s van die organisatie.
Artikel

Filteren op internet

De rol van de Nederlandse overheid in het blokkeren van kinderpornografische websites

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2009
Trefwoorden filteren, internet, kinderporno, politie
Auteurs Rutger Leukfeldt, Wouter Stol, Rik Kaspersen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The distribution of child pornography on the internet is observed as a major social problem. In the Netherlands a lively political-social discussion has emerged concerning the manner in which this can be prevented. The discussion moves between two polarities. On the one hand the dangers of internet censure are emphasised and on the other hand the need for a clamp down in which every measure seems to be justified. The present government wants to combat child pornography and by doing so answer the moral indignation of society. A means that the Dutch government, and on her behalf the police, uses, is blocking websites with child-pornographic content. The possibilities of the Dutch government to filter effectively, however, are restricted. The accuracy of existing filters is low and it is easy to get around filters. In addition, opportunities are restricted by constitutional rights. A filter that stops all websites with child pornography is bound to stop legal internet traffic too. That is at odds with the constitutional rights of freedom of expression and freedom of information gathering. The realisation of a filter that respects fundamental rights and still is able to block child pornography requires a lot of police manpower. This comes at the expense of the tracking down of criminals who produce and distribute child pornography. Furthermore, it is unknown whether the use of the child-pornography filter leads to the purposes for which they are deployed, such as hindering the sale of child pornography or reducing the abuse of children. The police, therefore, is assigned to a task that requires a considerable amount of time, but the benefits of which are unclear.


Rutger Leukfeldt
Rutger Leukfeldt is junior onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. E-mail: e.r.leukfeldt@ecma.nhl.nl.

Wouter Stol
Wouter Stol is lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool, bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit Nederland en onderzoeker aan de Politieacademie. E-mail: w.ph.stol@ecma.nhl.nl.

Rik Kaspersen
Rik Kaspersen is emeritus hoogleraar Informatica en Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: hwkkas@xs4all.nl.

Joyce Kerstens
Joyce Kerstens is docent-onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van de NHL Hogeschool. E-mail: j.kerstens@ecma.nhl.nl.

Arno Lodder
Arno Lodder is universitair hoofddocent van de Afdeling Informatica en Recht, Vrije Universiteit in Amsterdam. E-mail: a.r.lodder@rechten.vu.nl.
Toont 1 - 20 van 99 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.