Zoekresultaat: 98 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

De redelijke termijn in het mededingingsrecht

Nog altijd redelijk?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden redelijke termijn, rechten van verdediging, artikel 6 EVRM, schending
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. M.J. van Joolingen
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit artikel 6 lid 1 EVRM volgt de plicht een procedure binnen een redelijke termijn te berechten. Artikel 6 EVRM is onverkort van toepassing op mededingingsprocedures. Het leerstuk van de redelijke termijn in mededingingszaken is sinds enkele jaren een bekend fenomeen, zowel Europees als nationaal. Het leerstuk is echter nog altijd in ontwikkeling. In deze bijdrage staan wij stil bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van de redelijketermijnjurisprudentie in het (Europese) mededingingsrecht.


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Over moeders en dochters

Het weerlegbaar vermoeden in de praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden kartel, aansprakelijkheid moederonderneming, weerlegbaar vermoeden, beslissende invloed, motiveringsgebreken
Auteurs Mr. F. Muller en Dr. mr. S. Verschuur
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. F. Muller
Mr. Frans Muller is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.

Dr. mr. S. Verschuur
Dr. mr. S. Verschuur is advocaat bij Clifford Chance in Amsterdam.
Artikel

Pompen of verzuipen?

Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden insolventie, reorganisatie, bestuur, onbehoorlijke taakvervulling
Auteurs Mw. mr. A.P.G. Gielen en Mr. C. Bijl
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pompen of verzuipen? Bestuurder in de gevarenzone: ken uw getallen’ is een bewerking van een paper van de auteurs geschreven ten behoeve van de Insolad-cursus ‘Financiële economie voor curatoren’. Onderzocht is of bedrijfseconomische indicatoren handvatten kunnen bieden voor het te voeren beleid van noodlijdende ondernemingen. De auteurs concluderen dat bestuurders zich onvoldoende bewust zijn van het nut van het besturen van de onderneming aan de hand van actuele managementinformatie, die hen in staat kan stellen feitelijke insolventie te voorkomen en tijdig te reorganiseren. Bepleit wordt een wettelijk systeem waarbij de bestuurder door periodieke registraties wordt gedwongen elementaire managementinformatie beschikbaar te hebben, bij gebreke waarvan bij faillissement een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling ontstaat.


Mw. mr. A.P.G. Gielen
Mw. mr. A.P.G. Gielen is advocaat bij Vlaskamp Advocaten B.V. te Amersfoort.

Mr. C. Bijl
Mr. C. Bijl is advocaat bij Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten te Harderwijk.
Artikel

De automatisch vervallende 403-verklaring

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden art. 2:403 BW, 403-verklaring, concernvrijstelling, groepsmaatschappij, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt wel gepleit voor het opnemen van een groepsband als voorwaarde in een 403-verklaring. Ook in de praktijk blijkt dit te worden toegepast met het oog op een automatisch eindigende aansprakelijkheid bij het verbreken van de groepsband, meestal in het kader van een verkoop van de desbetreffende dochtervennootschap. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze voorwaarde, waarbij de volgende twee vragen centraal staan: (1) komt de aansprakelijkheid van de moeder automatisch te vervallen na verbreking van de groepsband, en (2) kan de dochter gebruik maken van de concernvrijstelling als ten behoeve van haar een 403-verklaring is gedeponeerd die afhankelijk is gesteld van de groepsband tussen de moeder en de dochter? Na beantwoording van deze vragen wordt een alternatief voor het groepsbegrip als voorwaarde voor aansprakelijkheid besproken. De bijdrage wordt afgesloten met een korte samenvatting en conclusie.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Als vluchtelingen (mogelijk) daders zijn

1F-uitsluiting van de asielprocedure en vervolging van internationale misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, asylum, exclusion, 1F, formal residence ban
Auteurs Dr. mr. Joris van Wijk
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands pursues an active policy of excluding and prosecuting potential perpetrators of international crimes. In recent years hundreds of people have been excluded from taking part in the asylum procedure. Bringing cases to court, however, has proven to be very difficult in practice. Most excluded persons reside illegally in the Netherlands or elsewhere in Europe. A good overview of the grounds upon which persons have been excluded and with what types of crimes they are associated is currently lacking. The Netherlands – actually the international community as a whole – still struggles with a number of legal and ethical issues. International law, for example, does not provide an adequate solution for some convicted excluded asylum seekers after their release.


Dr. mr. Joris van Wijk
Dr. J. van Wijk is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, j.van.wijk@vu.nl.
Artikel

Een victimologisch perspectief op het internationale strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2011
Trefwoorden international crimes, victimology, (international) criminal justice, victims’ rights
Auteurs Dr. Antony Pemberton, Prof. mr. dr. Rianne Letschert, Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article develops a victimological perspective on international criminal justice, based on a review of the main victimological characteristics of international crimes. These include the complicity or active involvement of government agencies, the large numbers of victims and the peculiar position of international crime victims who, at the time the crimes are committed, are usually not viewed as victims by the perpetrators, but placed outside the moral sphere or even depicted as perpetrators rather than victims.Key elements of this perspective concern the external coherence of the criminal justice reaction - the interlinking of criminal justice with other reparative efforts - as well as its internal coherence - the extent to which the procedures of international criminal justice are aligned with what it realistically can and should achieve. With internal coherence in mind, the article examines the victimological findings relating to the main rights of victims in the criminal procedure (recognition/acknowledgement, information/participation and compensation/reparation) and subsequently analyzes how the specifics of international crimes moderate them.


Dr. Antony Pemberton
Dr. A. Pemberton is associate professor of victimology aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, a.pemberton@uvt.nl.

Prof. mr. dr. Rianne Letschert
Prof. mr. dr. R.M. Letschert is professor of victimology and international law aan het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University, r.m.letschert@uvt.nl.

Dr. mr. Anne-Marie de Brouwer
Dr. mr. A.-M. de Brouwer is associate professor of international criminal law aan het Department of Criminal Law van Tilburg University, a.l.m.debrouwer@uvt.nl.

Mr. dr. Roelof Haveman
Mr. dr. R.H. Haveman is freelance Rule of Law Consultant, momenteel gestationeerd in Côte d’Ivoire, roelof.haveman@gmail.com.
Artikel

Slachtoffers van loverboys als daders bij de reclassering

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2011
Trefwoorden loverboys, probation service, human trafficking
Auteurs Damiaan van den Eijnden
SamenvattingAuteursinformatie

    One of the defining characteristics of so-called ‘loverboys’ is their exploitation of victims in any possible way, including forcing these exploited women to commit crimes. In this way, victims become criminal offenders. After a critical review of the use of the term ‘loverboy’, the first part of this article discusses the responsibility of the Dutch probation service in addressing the problem. The second part describes various ways in which probation officers come into contact with this particular group of offenders and how this contact could then be maintained.


Damiaan van den Eijnden
Damiaan van den Eijnden is beleidsmedewerker bij Reclassering Nederland, regio Limburg.
Artikel

Cumulatief beslag op aandelen op naam: tot welk moment?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Cumulatief, beslag, ‘aandelen op naam’, verkoop
Auteurs Mr. C.H.M. Fiévez
SamenvattingAuteursinformatie

    Roerende zaken waarop executoriaal beslag is gelegd kunnen op grond van artikel 457 lid 1 Rv tot aan de verkoop opnieuw worden beslagen. Ten aanzien van aandelen op naam in naamloze vennootschappen regelt de wet niet tot welk moment de aandelen opnieuw in beslag genomen kunnen worden. Kan hiervoor aansluiting worden gezocht bij artikel 457 lid 1 Rv? Of moet dit moment uit artikel 474g lid 2 Rv worden afgeleid? Aan de hand van de (Nederlandse) wetsgeschiedenis van de toepasselijke wetsartikelen op executoriaal beslag op aandelen op naam, wordt besproken tot welk moment beslag op aandelen nog voor mogelijk wordt gehouden.


Mr. C.H.M. Fiévez
Mr. C.H.M. Fiévez is advocaat bij HBN-Law, Curaçao.
Artikel

Aanpassing en uitleg van de overeenkomst bij onvoorziene omstandigheden

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, aanpassing overeenkomst, uitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op Van Dunné’s uiteenzetting hieraanvoorafgaand. De auteur richt zich in het bijzonder op één aspect van het door Van Dunné besprokene, namelijk de verbinding van wijziging en uitleg bij onvoorziene omstandigheden.


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar privaatrecht en hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en tevens advocaat bij Van Doorne.
Artikel

De onvermoede reikwijdte van de mededingingsrechtelijke nietigheid

HR 16 september 2011, LJN BQ2213, RvdW 2011, 1104 (Batavus/Vriend’s Tweewielercentrum)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, distributierelaties, opzegging, nietigheidssanctie, merkbare beperking van de mededinging
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mw centraal. Op grond daarvan zijn overeenkomsten die in strijd zijn met het kartelverbod nietig. De Hoge Raad heeft deze nietigheid op een afzonderlijke en eenzijdige rechtshandeling toegepast, in dit geval de opzegging door Batavus van een prijsvechtende distributeur. Die opzegging volgde op de druk die op Batavus werd uitgeoefend door haar andere distributeurs, nadat zij over hun prijsvechtende collega hadden geklaagd, en was daarmee volgens alle rechterlijke instanties in deze zaak het ‘sluitstuk’ van concurrentiebeperkend feitelijk onderling afgestemd gedrag van Batavus en haar distributeurs. Hoewel feitelijk gedrag niet voor nietigheid vatbaar lijkt, zag de Hoge Raad kennelijk geen probleem in toepassing van de nietigheidssanctie op een eenzijdige rechtshandeling die volgt uit feitelijk gedrag. De zaak illustreert nog eens het (mededingingsrechtelijk) lastige parket waarin leveranciers door hun distributeurs kunnen worden gebracht.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

De klachtplicht bij koop

HR 25 maart 2011, LJN BP8991, RvdW 2011, 419 (Ploum/Smeets II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden gezichtspuntencatalogus, klachtplicht, arrest Ploum/Smeets II, art. 6:89 BW, art. 7:23 lid 1 BW
Auteurs Mr. Y.A. Rampersad en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is door de Hoge Raad een ‘gezichtspuntencatalogus’ ontwikkeld aan de hand waarvan kan worden getoetst of in een concreet geval aan de klachtplicht van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW is voldaan. In deze bijdrage wordt het arrest Ploum/Smeets II van 25 maart 2011, LJN BP8991, RvdW 2011, 419, besproken waarin deze gezichtspuntencatalogus is uitgebreid en nader is uitgewerkt.


Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is onlangs afgestudeerd in de richtingen Civiel recht en Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Eén medisch adviseur, een utopie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden personenschaderegeling, Letselschaderaad, Nivre, Reïntegratie, Medicaliseren, GBL2.0
Auteurs R.J. Andriessen, re
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ideale personenschaderegeling is een illusie. Niettemin zijn de daarin betrokken partijen gemotiveerd om in een doorgaand proces te blijven werken aan verbetering van de positie van het slachtoffer. De Letselschaderaad is hierin de belangrijkste initiator. Het Nivre en het Nis organiseerden samen een congres over een onderwerp (het werken met één medisch adviseur in plaats van de gebruikelijke twee), waarmee een volgende verbeteringsslag gemaakt zou kunnen worden. Verzekeraars, advocaten, experts, medisch adviseurs, al dan niet optredend voor slachtoffers, gingen met elkaar in discussie over de voor- en nadelen van het inschakelen van één medisch adviseur in het schaderegelingtraject.


R.J. Andriessen, re
R.J. Andriessen, re, is directeur/eigenaar van de Andriessen Expertise Groep.

    This contribution examines how the Directive 2008/52/EC of the European Parliament and of the Council of 21 May 2008 on certain aspects of mediation in civil and commercial matters is transposed in various member states of the European Union, or how the discussion about the transposition is conducted or is still ongoing in some countries. The following seven countries are examined: Belgium, the Netherlands, Luxemburg, England, France, Germany and Austria.


Herman Verbist
Prof. dr. mr. Herman Verbist is gastprofessor aan de Universiteit Gent, advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, voormalig adviseur bij het Internationaal Hof van Arbitrage van de ICC, erkend bemiddelaar en voormalig plaatsvervangend lid van de Bijzondere Commissie voor Burgerlijke en Handelszaken van de Federale Bemiddelingscommissie in België.
Artikel

Access_open Islam en gedrag: naar een serieuze onderzoeksagenda voor een serieus vraagstuk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Islam, female circumcision, terrorism, academic research
Auteurs Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    If one listens to what the authorities say about matters such as female circumcision and terrorism, Islam has nothing to do with it. These authorities are supported in this opinion by the work of many scientists. A cross section of the Dutch scientific literature on female circumcision and terrorism is discussed here. The upshot is that, regarding female circumcision, the literature is plagued with factual inaccuracies while the question of Islamic terrorism is dealt with in a one-sided and over-simplified way. The article concludes with an alternative research agenda that would help fill the gaps in our knowledge about the role of Islam in the behaviour of Islamic terrorists.


Marnix Croes
Dr. M.T. Croes werkt als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Minsterie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

L’Oréal/eBay-arrest, genoeg voer voor nieuwe merk-jurisprudentie en aansprakelijkheid voor ISPs een stap dichterbij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden merk, gebruik merk in het economisch verkeer, wezenlijke werking merk, aansprakelijkheid tussenpersonen, e-commerce richtlijn, hosting
Auteurs Mr. M.J. Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich onlangs uitgelaten over bepaalde aspecten van het aanbieden van de online veilingsite eBay. De Engelse rechter heeft een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voorgelegd met betrekking tot het gebruik van merken van derden door adverteerders en aanbieders van online marktplaatsen in advertenties op hun sites en als key word voor Adwords-campagnes op sites van zoekmachines. Ook de vraag in hoeverre eBay aansprakelijk is voor merkinbreuk door adverteerders.


Mr. M.J. Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Artikel

Het poldermodel van de publiek-private samenwerking in mededingingsland

Een analyse van de zaak Pfleiderer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden decentrale toepassing, private handhaving, publieke handhaving, clementie, procedurele autonomie
Auteurs M.J. Frese LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een reeks van uitspraken waarmee het Hof van de Justitie de rechtstreekse werking van het EU-mededingingsrecht heeft ondersteund, keert het zich met Pfleiderer tegen een orthodoxe benadering van private handhaving: het primaat bij het verzekeren van de naleving van de artikelen 101 en 102 VWEU ligt niet bij het individu. Subjectieve rechten genieten weliswaar de bescherming van het Hof van Justitie, civic empowerment legt het af tegen public enforcement indien de vrije mededinging hiermee is gediend. Deze bijdrage bespreekt de implicaties van Pfleiderer voor de autonomie van de lidstaten ten aanzien van publiekrechtelijke clementieregelingen en privaatrechtelijke schadevergoedingsprocedures.


M.J. Frese LLM
M.J. Frese LLM is promovendus Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het Europees burgerinitiatief

Symboolwetgeving of daadwerkelijke democratische versterking van de Unie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden Europees burgerinitiatief, unieburgerschap, directe democratie, legitimiteit, verdrag van Lissabon
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees burgerinitiatief (EBI) is een noviteit in het EU-recht, ingevoerd door het Verdrag van Lissabon. In deze bijdrage wordt de potentiële bijdrage van het EBI aan de democratische fundamenten van de Unie besproken, in het licht van de nadere uitwerking en vormgeving daarvan in Verordening (EU) nr. 211/2011. Krachtens deze Verordening zullen burgerinitiatieven kunnen worden ingediend vanaf 1 april 2012.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Wet bestuur en toezicht: een nieuwe reparatie vereist

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht, Reparatiewet, limitering, benoemingsbesluit, nietigheid
Auteurs Mr. F.C. de Hosson
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal gevolgen van een benoeming van een bestuurder of commissaris in strijd met de door de Wet bestuur en toezicht geïntroduceerde limitering van het aantal functies van bestuurders en commissarissen.


Mr. F.C. de Hosson
Mr. F.C. de Hosson is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De bevoegdhedenovereenkomst en de formele rechtskracht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2011
Trefwoorden formele rechtskracht, bevoegdhedenovereenkomst, Etam, inspanningsverbintenis, schadevergoeding
Auteurs Mr. K.J.L. Verschoor
SamenvattingAuteursinformatie

    Wordt de civiele rechter bij de beoordeling van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een bevoegdhedenovereenkomst door het contracterende overheidsorgaan belemmerd door de formele rechtskracht van een besluit, waaruit de tekortkoming volgt? Hierover oordeelt de Hoge Raad bij arrest van 8 juli 2011, dat in deze bijdrage wordt besproken.


Mr. K.J.L. Verschoor
Mr. K.J.L. Verschoor is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Gunstbetoon en geneesmiddelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden financiële relaties artsen-industrie, geneesmiddelenreclame, gunstbetoon, zelfregulering
Auteurs Mr. M.E. de Bruin en prof. mr. M.D.B. Schutjens
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van Europese en nationale wetgeving over geneesmiddelenreclame worden regels gesteld aan financiële relaties (gunstbetoon) tussen farmaceutische bedrijven en beroepsbeoefenaren, waaronder artsen. Deze wettelijke regels zijn in Nederland verder uitgewerkt in het kader van zelfregulering. In de CGR Gedragscode Geneesmiddelenreclame is bepaald onder welke voorwaarden het geven van geschenken, het bieden van gastvrijheid bij bijeenkomsten en betaling voor dienstverlening en sponsoring is toegestaan. Deze regels zijn in de loop der jaren verder aangescherpt. Ook is er veel jurisprudentie over dit onderwerp, met name vanuit de Codecommissie van de CGR. Dit artikel geeft een overzicht van de achtergronden en de meest actuele stand van zaken rond gunstbetoon in Nederland.


Mr. M.E. de Bruin
Mirjam de Bruin is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin.

prof. mr. M.D.B. Schutjens
Marie-Hélène Schutjens is als juridisch adviseur op het gebied van de gezondheidszorg werkzaam bij Schutjens De Bruin en is tevens deeltijd hoogleraar farmaceutisch recht aan de UU.
Toont 1 - 20 van 98 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.