Zoekresultaat: 95 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Artikel x
Artikel

De ontbindingsprocedure: rechtsmiddelenverbod en bewijsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ontbindingsprocedure, artikel 6 EVRM, rechtsmiddelenverbod, bewijsrecht, onrechtmatige rechtspraak
Auteurs mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontbindingsprocedure kent twee procesrechtelijke bijzonderheden: het rechtsmiddelenverbod en het bewijsrecht. Deze bijzonderheden brengen niet mee dat de ontbindingsprocedure in strijd is met artikel 6 EVRM. Artikel 6 EVRM vereist immers niet een berechting van een zaak in twee feitelijke instanties. Bovendien is de ontbindingsrechter altijd gehouden, ook in een spoedeisende ontbindingsprocedure, het beginsel van ‘equality of arms’ in acht te nemen op straffe van doorbreking van het appèlverbod.Dit voorkomt echter niet dat de ontbindingsrechter, net als iedere andere rechter (in laatste en hoogste instantie), soms in strijd zal handelen met artikel 6 EVRM of anderszins een ‘fout’ zal maken in de beoordeling van het geschil. Voor dergelijke incidentele schendingen van artikel 6 EVRM door de kantonrechter is veelal een doorbreking van het appèlverbod mogelijk. Voor de inhoudelijk onjuiste ontbindingsbeschikking kan het leerstuk van onrechtmatige rechtspraak uitkomst bieden.


mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mw. mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent/onderzoeker sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Bewijs leveren van discriminatie is geen gemakkelijke opgave. Dat geldt zeker bij sollicitatie, waarbij het niet altijd duidelijk zal zijn wat de precieze redenen voor afwijzing waren. Het is daarom de vraag of de werkgever verplicht is informatie te verschaffen over de procedure en de kandidaten. De EU non-discriminatierichtlijnen schrijven een verlicht bewijslastregime voor. Of dit regime een informatierecht met zich meebrengt, kwam aan de orde in de Galina Meister-zaak. Het antwoord is ontkennend, maar de weigering van de werkgever om informatie te geven kan wel een rol spelen bij het vaststellen van een vermoeden van discriminatie.


Mr. A.G. Veldman
Mr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De titanenstrijd tussen Apple en Samsung

Uitleg van de FRAND-verplichtingen bij de rechter en in het onderzoek van de Europese Commissie naar Samsung

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden Apple, Samsung, FRAND, licenties, octrooi en standaardisering
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    De gemoederen in de elektronicasector worden de laatste tijd aardig bezig gehouden door het juridische gevecht tussen Samsung en Apple in een flink aantal landen. In dit artikel geven wij vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een beschouwing van de procedures die Apple en Samsung in Nederland voeren. Daarbij zoomen wij in op de FRAND1x De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd. - aspecten van die zaak waarbij met name interessant is te constateren dat deze zowel in civielrechtelijke octrooiprocedures aan de orde komen als in het onderzoek dat de Europese Commissie is gestart. Wij concluderen dat het voor de eenduidigheid van de rechtspraak goed zou zijn als de Europese Commissie snel duidelijkheid schept in de FRAND-discussie en aangeeft op welke wijze deze ingrijpt op het mededingingsrecht, in het bijzonder artikel 102 VWEU.

Noten

  • 1 De term FRAND staat voor ‘Fair Reasonable And Non-Discriminatory’ en slaat op de licentievoorwaarden die door een dominante octrooihouder of octrooipool alsmede door een octrooihouder die beschikt over octrooien die essentieel zijn voor toepassing van een technologische standaard zouden moeten worden gehanteerd.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

De opmars van de private veiligheidszorg

Een nationaal en internationaal perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden private security companies, private security figures, public-private partnership, police, crime prevention
Auteurs J. de Waard en R. van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    Private security is traditionally a highly fragmented industry with a national focus. However, with the arrival of multinational brands in the market such as Group 4 Securicor and Securitas, we are witnessing a rise of global private security. After providing the latest statistics on the growth of this industry in the Netherlands, the authors give examples of how private security is evolving throughout the world. Issues that are further addressed include the opportunities and challenges (multinational) private security companies present to the Netherlands.


J. de Waard
Drs. Jaap de Waard is werkzaam bij de directie Rechtshandhaving van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

R. van Steden
Dr. Ronald van Steden is als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Marktwerking in het forensisch onderzoek: toekomst of toekomstmuziek?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 8 2012
Trefwoorden forensic research in the Netherlands, competition in forensic research, pilot project commercial forensic research, quality of forensic research, closure of Forensic Science Service United Kingdom
Auteurs N. Struiksma en H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For a long time the Netherlands Forensic Institute (NFI) was the sole provider of forensic services in the Netherlands. Since the beginning of this century, several other private forensic institutes have been established. These institutes partly deliver the same products and services as the NFI, including for the police and judicial authorities. This article discusses the results from a pilot project in which police and judicial authorities were given additional opportunities for furnishing assignments to private investigation agencies instead of the NFI. A budget of EUR 3.5 million was provided. Many respondents viewed the speed of the investigations and reports by private forensic institutes as a very positive aspect of outsourcing to these institutes. On four out of five aspects (transparency, clarity, bureaucracy and readability), the private institutes scored better than the NFI. The NFI scored better on ‘safety’. Despite the positive experiences with outsourcing, the Minister of Security and Justice decided not to follow up the pilot. Although the police and prosecution are free to use the services of the private institutes, it is unlikely that they’ll do so very often because the investigation costs will be at the expense of their budget. The bill for the services provided by the NFI however is sent to the ministry. Therefore the NFI can continue operating as a monopolist.


N. Struiksma
Mr. Niko Struiksma is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek en advies.

H.B. Winter
Prof. dr. Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek en advies. Winter is daarnaast als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Toezicht verbonden aan de Juridische Faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheidsbeperking van (markt)toezichthouders: de weg naar beter toezicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, gatekeepers, preventie, rechtseconomie, toezichthouders
Auteurs Mr. drs. R.J. Dijkstra en Mr. dr. L.T. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel onderzoeken wij met behulp van inzichten uit de rechtseconomie of beperking van de aansprakelijkheid van toezichthouders wegens falend toezicht wenselijk is. Omdat er redenen zijn om te vrezen dat onbeperkte aansprakelijkheid tot excessief toezicht leidt, betogen wij dat de aansprakelijkheid inderdaad beperkt moet worden. Deze beperking moet niet bestaan in een maximumbedrag waarvoor de toezichthouder aansprakelijk kan zijn, maar in een soepeler gedragsstandaard, zoals ‘opzet of grove schuld’.


Mr. drs. R.J. Dijkstra
Mr. drs. R.J. Dijkstra is werkzaam als parttime promovendus bij de Universiteit van Tilburg.

Mr. dr. L.T. Visscher
Mr. dr. L.T. Visscher is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Rotterdam Institute of Law and Economics (RILE) van de Erasmus School of Law.
Artikel

Privacywetgeving en het kopietje paspoort

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden privacy, paspoort, BSN
Auteurs Mr. P.E. Lucassen en Mr. drs. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage zullen wij toelichten waarom bij het maken en opslaan van een kopietje paspoort een paar alarmbellen moeten gaan rinkelen. Daarbij zal met name aandacht worden besteed aan de pasfoto en het BSN.


Mr. P.E. Lucassen
Mr. P.E. Lucassen is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. drs. J.W.A. Dousi
Mr. drs. J.W.A. Dousi is advocaat bij Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

De nieuwe Wob: vergaande openbaarmaking van publieke en semipublieke informatie

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2012
Trefwoorden Wet openbaarheid van bestuur, openbaarmaking, toegang tot informatie, informatiecommissaris, bestuursorgaan
Auteurs Mr. S.M. Peek en Mr. W.H.S. Duinkerke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs het voorstel voor een nieuwe Wet openbaarheid van bestuur dat ingrijpende wijzigingen beoogt ten opzichte van de huidige openbaarmakingsregeling.


Mr. S.M. Peek
Mr. S.M. Peek is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.

Mr. W.H.S. Duinkerke
Mr. W.H.S. Duinkerke is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Marktconforme regulering binnen het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet?

Een rechtseconomische beschouwing van het Europese handelssysteem in broeikasgasemissierechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden rechtseconomie, broeikasemissierecht, ETS
Auteurs Dr. J. van Zeben
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt een rechtseconomische beschouwing van het Europese emissiehandelssysteem voor broeikasgassen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de bevoegdhedenverdeling tussen Europa en de lidstaten, de wijze waarop de bevoegdhedenverdeling functioneert en worden aanbevelingen gedaan voor de toekomstige verdeling van bevoegdheden.


Dr. J. van Zeben
Mevr. dr. J. (Josephine) van Zeben is onderzoeker Europees (milieu)recht en rechtseconomie bij het Amsterdam Center for Environmental Law and Sustainability van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Integraal en flexibel omgevingsrecht – droom of drogbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden positieve evenredigheid, integraal vergunningenstelsel, flexibiliteit, trias politica
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke drijfveer tot ontwikkeling van een Omgevingswet was het scheppen van een integraal en flexibel toetsingskader voor toestemmingsplichtige activiteiten. Het werken met één integraal criterium, bijvoorbeeld ‘een duurzame leefomgeving’, heeft inderdaad enige toegevoegde waarde, maar dit criterium moet dan wel door specifiekere normen geconcretiseerd worden. De regering wil daarentegen vooralsnog afzien van een dergelijk integraal criterium. Integraliteit en flexibiliteit moeten worden bereikt door de introductie van een niet-generieke afwijkingsmogelijkheid van in beginsel alle normen (‘positieve evenredigheid’). Een dergelijke afwijkingsmogelijkheid is echter in strijd is met de trias politica, de rechtszekerheid en het beginsel van materiële legaliteit. De regering zit dus op de verkeerde weg.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

De begunstigingsaanwijzing; eenzijdig karakter leidt tot een eenzijdige uitleg

HR 21 september 2012, LJN BW6728, RvdW 2012, 1133

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2012
Trefwoorden uitleg begunstigingsaanwijzing, kapitaalverzekering, niet-kenbare omstandigheden
Auteurs E.E. Krikke
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij uitleg van een begunstigingsaanwijzing in een kapitaalverzekering kunnen ook verklaringen en gedragingen een rol spelen die niet aan de verzekeraar kenbaar zijn. Een dergelijke uitleg van de overeenkomst wordt gebaseerd op diverse bepalingen van art. 7:967 BW en op het bijzondere karakter van de begunstigingsaanwijzing.


E.E. Krikke
E.E. Krikke is als student-assistent verbonden aan de Erasmus School of Law te Rotterdam.

E. Dewitte
E. Dewitte is assistent aan het Instituut voor Goederenrecht, Katholieke Universiteit Leuven, Kulak.

V. Sagaert
V. Sagaert is hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en Universiteit Antwerpen en directeur van het Instituut voor Goederenrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

Rol en aansprakelijkheid van de trustee

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Curaçaose trust, trustee, aansprakelijkheid, zorgplicht, breach of trust
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de regeling inzake de Curaçaose trust in werking getreden. Op de trustee rust een uit de wet voortvloeiende zorgplicht, omdat aan de trustee geldelijke en andere belangen zijn toevertrouwd. Het bestaan van een zorgplicht roept de vraag op naar de aansprakelijkheid van de trustee in geval van een ‘breach of trust’. Daarbij is het van belang te kijken naar de verplichtingen die een trustee heeft. Voorts wordt stilgestaan bij een mogelijk beroep op disculpatie en bij het onderwerp contractuele exoneratie.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.
Artikel

Bespiegelingen aangaande de juridisering en commercialisering van het Curaçaose carnaval

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Carnaval, commercie, retributie, Auteursrecht, portretrecht
Auteurs Dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Het carnaval van Curaçao is uitgegroeid tot een groot publiek feest van pracht en praal. Grote evenementen kosten veel geld. Waar geld te halen valt zijn commerciële belangen in het spel. En waar geld gemoeid is ontstaan discussies en ruzies. Ruzies lopen uit in juridische procedures omdat iedere partij het gelijk aan zijn kant tracht te krijgen. Tot een van de opvallende procedures tijdens het carnaval 2012 behoorde de poging een platinumsectie tijdens het Tumbafestival naast de bestaande in te stellen. Een ander opvallend geschil betrof schending van het portretrecht van de carnavalsgroepen door de uitzendingen van TeleCuraçao/TDS, indien daarvoor geen vergoeding zou worden betaald. Uiteindelijk kreeg TeleCuraçao/TDS het alleenrecht voor commerciële uitzendingen door betaling van een aanzienlijke geldsom. Dit artikel werkt het juridisch kader van het voornoemde nader uit.


Dr. J. Sybesma
Dit artikel is geheel op eigen initiatief geschreven. Mijn speciale dank gaat uit naar Gedeona, Mirto en Michael.
Artikel

De Awb en de omgevingsvergunning van rechtswege

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Wabo, omgevingsvergunning, positieve beschikking, van rechtswege
Auteurs Mr. dr. J. Robbe
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals zoveel relaties is ook die tussen de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en bijzondere bestuurswetten niet altijd zonder problemen. De bijzondere en de algemene regeling verhouden zich niet altijd even goed tot elkaar. Dat is ook het geval bij de relatie tussen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Awb, die in deze bijdrage centraal staat. Het onderwerp is de door de Wabo geïntroduceerde omgevingsvergunning van rechtswege. In hoeverre sluit de regeling die de Wabo op dit punt bevat aan op de algemene regeling van de positieve beschikking van rechtswege in de Awb? Welke overeenkomsten, maar vooral welke verschillen zijn er? En wat zou dit moeten betekenen voor de toekomst van de omgevingsvergunning van rechtswege?


Mr. dr. J. Robbe
Mr. dr. J. (Jan) Robbe is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht en in het bijzonder het omgevingsrecht aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Centrum voor Omgevingsrecht en Beleid (<www.centrumvooromgevingsrecht.nl>).
Artikel

Vogelvrij

Een beschouwing over vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Flora- en faunawet, ontheffing, jaarrond, positieve afwijzing, mitigerende maatregelen
Auteurs Mr. J. Gundelach
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een reeks recente jurisprudentie een eind gemaakt aan de praktijk van EL&I, die draaide om de zogenoemde positieve afwijzing, zoals deze praktijk tot nu toe door EL&I werd toegepast De minister en de staatssecretaris worden nu weer gedwongen om voor ruimtelijke projecten die tot een overtreding van de verboden uit de Flora- en faunawet leiden, een ontheffing te verlenen. Dit is in het bijzonder problematisch indien het vogels met jaarrond beschermde nesten betreft, omdat slechts ten behoeve van een aantal doelen ontheffing verleend kan worden en deze doelen zelden bij (kleinschalige) ruimtelijke projecten aan de orde zijn. De auteur bespreekt de mogelijkheden die de wet en jurisprudentie van de Afdeling laten voor het voorkomen van een overtreding van de verboden uit de Flora- en faunawet en het verlenen van ontheffing bij ruimtelijke ontwikkelingen.


Mr. J. Gundelach
Mr. J. (Jade) Gundelach is advocaat bestuursrecht bij Soppe Gundelach Witbreuk advocaten te Almelo.
Artikel

De AIFMD-bewaarder; praktische gevolgen voor Nederlandse beleggingsinstellingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden AIFM, bewaarder, custodian, beleggingsinstelling, afgescheiden vermogen
Auteurs Mr. R.K.Th.J. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Onder de AIFM-richtlijn zijn beleggingsinstellingen verplicht om een aparte bewaarder van het fondsvermogen aan te stellen. Huidige bewaarders zullen niet aan de kwaliteitseisen voldoen en met name custodians zullen hun intrede doen.


Mr. R.K.Th.J. Smits
Mr. R.K.Th.J. Smits is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Een dilemma uit de bankpraktijk: verrekenen of uitwinnen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2012
Trefwoorden verrekening, openbaar pandrecht, actio Pauliana, faillissement
Auteurs Mr. A.C.L. Zwalve
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bank een ruime verrekeningsbevoegdheid heeft en een pandrecht op de vorderingen van de rekeninghouder op haarzelf heeft zij een keuze. Buiten en ten tijde van faillissement heeft een beroep op verrekening praktische voordelen, maar in het zicht van faillissement biedt de uitwinning van het pandrecht meer verhaal.


Mr. A.C.L. Zwalve
Mr. A.C.L. Zwalve is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 95 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.