Zoekresultaat: 32 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Artikel x
Artikel

Crimmigratie en de morele economie van illegale vreemdelingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2012
Trefwoorden illegal immigrants, crimmigration, moral economy, exploitation
Auteurs Prof. dr. Richard Staring
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal stay in the Netherlands is increasingly criminalized through new measurements and adaptations of the Aliens Law. In order to understand the incorporation of illegal immigrants in this restrictive political context, the ‘moral economy’ is introduced as a concept referring to the norms and expectations regarding justice and reciprocity that serve as guidelines for daily illegal live. This process of crimmigration minimalizes the opportunities of illegal immigrants and as an unintended consequence will push the illegal immigrants further towards charity, informal labour or crime. Paradoxically, illegal immigrants will become more vulnerable for exploitation instead of returning home as was intended.


Prof. dr. Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is hoogleraar Mobiliteit, Toezicht en Criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Zijn veiligheidshuizen effectief?

Een onderzoek naar de stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Safety Houses, network effectiveness, governance, crime prevention, QCA
Auteurs Remco Mannak, Hans Moors en Jörg Raab
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands ‘Safety Houses’ have been established, in which partner organizations in the field of criminal justice, crime prevention, law enforcement, public administration and social services collaborate in order to reduce crime and recidivism, and to increase public safety. This article examines why some Safety Houses are better in achieving these goals than others. The effectiveness of 39 Safety Houses is analyzed by means of QCA (qualitative comparative analysis). Results show two different paths leading to effective outcomes. Effective Safety Houses have been in existence for at least three years, show a high degree of stability and a centrally integrated collaboration structure. In addition, they either have considerable resources at their disposal or have been set up with a network administrative organization, where a neutral coordinator governs the network.


Remco Mannak
Remco Mannak MA MSC is promovendus aan het departement organisatiewetenschappen van Tilburg University. E-mail: r.s.mannak@uvt.nl

Hans Moors
Drs. Hans Moors is hoofd van de afdeling Veiligheid & criminaliteit, welzijn & zorg van IVA Beleidsonderzoek en Advies (Tilburg University). E-mail: j.a.moors@uvt.nl

Jörg Raab
Dr. Jörg Raab is universitair docent aan het departement Organisatiewetenschappen van Tilburg University.
Artikel

Fysieke belasting van brandweerwerk in relatie tot gezondheid, fitheid en inzetbaarheid van brandweermensen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2012
Trefwoorden firefighting, physical demands, health and fitness, deployability, active recovery, physical safety
Auteurs Eric Mol, Ronald Heus, Ron van Raaij e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on state-of-the-art scientific knowledge, this article reviews the physical aspects of firefighting in relation to physical safety. Firefighting is known to be one of the most demanding occupations. Based on the ‘Occupational Demands Model’ the (physical) strain of firefighting is described. The physical demands of firefighting are determined by a combination of firefighting-specific efforts, the use of personal protective equipment and enviromental and climatological conditions. The effects on the firefighter depend on his/her health and fitness status as well as on his/her hydration and nutrition status and influences the repressive job performance. If the demands and the effects are not in balance, personal safety, health and effectivity of the firefighter’s deployment are in jeopardy and hence his/her physical safety. In the second part of the paper, the relationship between the physical demands of firefighting and health, fitness and deployability of firefighters are described. Finally, a method of maintaining deployability prior to, during and post firefighting activities or training through active recovery is described to improve the preparedness of the individual firefighter.


Eric Mol
Drs. Eric Mol is als docent/onderzoeker verbonden aan het Instituut Sport en Bewegingsstudies (ISBS) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). E-mail: eric.mol@han.nl

Ronald Heus
Drs. Ronald Heus is senior onderzoeker bij het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

Ron van Raaij
Drs. Ron van Raaij is als bedrijfsarts/duikerarts werkzaam bij Bedrijfsartsen5 Zuidwest.

Ricardo Weewer
Dr. ir. Ricardo Weewer is lector Brandweerkunde aan de Brandweeracademie van het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV).

George Havenith
Prof. dr. George Havenith is hoogleraar Environmental Physiology and Ergonomics en directeur van het Environmental Ergonomics Research Centre, Loughborough University (UK)
Artikel

Toezichthouders op de tram

Een studie naar de handhaving van het ov-verbod in Amsterdam en Rotterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden beveiligers, handhavers, boa’s, openbaar vervoer, ov-verbod
Auteurs Dr. R. van Steden, Mr. drs. M.B. Schuilenburg, L. Leemeijer MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Zogeheten ‘nieuwe toezichthouders’ in de vorm van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en particuliere beveiligers moeten in Amsterdamse en Rotterdamse trams service verlenen en huisregels handhaven. Bij overtreding van deze huisregels kunnen zij in het uiterste geval een openbaarvervoerverbod (ov-verbod) aan reizigers opleggen. Onderhavige studie laat zien welke haken en ogen daar in de praktijk aan zitten.


Dr. R. van Steden
Dr. R. van Steden is universitair docent aan de afdeling Bestuurswetenschappen (Faculteit der Sociale Wetenschappen) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. drs. M.B. Schuilenburg
Mr. drs. M.B. Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie (Faculteit Rechten) van de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Leemeijer MSc
L. Leemeijer MSc heeft Criminologie gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

L. Loots MSc
L. Loots MSc heeft Bestuurswetenschappen gestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Marktconforme regulering binnen het nieuwe instrumentarium van de Omgevingswet?

Een rechtseconomische beschouwing van het Europese handelssysteem in broeikasgasemissierechten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden rechtseconomie, broeikasemissierecht, ETS
Auteurs Dr. J. van Zeben
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage biedt een rechtseconomische beschouwing van het Europese emissiehandelssysteem voor broeikasgassen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de bevoegdhedenverdeling tussen Europa en de lidstaten, de wijze waarop de bevoegdhedenverdeling functioneert en worden aanbevelingen gedaan voor de toekomstige verdeling van bevoegdheden.


Dr. J. van Zeben
Mevr. dr. J. (Josephine) van Zeben is onderzoeker Europees (milieu)recht en rechtseconomie bij het Amsterdam Center for Environmental Law and Sustainability van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Deuren op slot

Naar een verklaring voor de internationale daling van criminaliteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Crime Victim Survey, Crime levels, Marxist criminology, Crime opportunity theory, Crime prevention
Auteurs J.J.M. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In the opening section the author refers to the classical book of Dutch criminologist Willem Bonger on the links between poverty/social injustice and levels of crime. He then introduces his own work on the International Crime Victim Survey (ICVS) since 1989. The ICVS trend data on crime in Western countries during 1989 up to 2010 show a curvilinear movement peaking around 2000. The upward trend seems to track economic growth and to have mainly been caused by increased opportunities of crime. His analytical results concerning car theft and household burglary suggest that the international falls in crime since 2000 are largely caused by improved security. A comparative analysis shows for example that burglary rates have fallen in countries with high levels of home security such as Great Britain and the Netherlands and have continued to rise in low security countries such as Denmark and Switzerland. The author concludes that criminology has evolved both methodologically and theoretically since the publication of Bonger’s book in 1905. Some fundamental principles of the discipline, however, appear to have remained unchanged. Van Dijk’s own work is, just like that of Bonger, policy- oriented. It is driven by the motivation to assist governments in finding better ways to reduce suffering of human beings from crime, either as victims or as offenders.


J.J.M. van Dijk
Prof. dr. mr. Jan van Dijk is als hoogleraar verbonden aan Intervict, het International Victimology Institute van de Universiteit van Tilburg. De oorspronkelijke Engelse titel van deze lezing luidt Closing the doors, een verwijzing naar een boek over suïcidepreventie van Ron Clarke, getiteld Suicide: Closing the exits. In dit boek en in een daarna verschenen artikel van Ron Clarke en Pat Mayhew werd empirisch bewijs gepresenteerd van het feit dat een verandering in de samenstelling van het aardgas in huishoudens in Groot-Brittannië en Nederland halverwege de jaren tachtig leidde tot een abrupte daling van het aantal mensen dat zelfmoord pleegde met behulp van gas, zonder dat er een duidelijke verschuiving naar andere manieren van zelfdoding optrad (Clarke & Mayhew 1989). Als een zeer gemotiveerde daad zoals zelfmoord kan worden teruggedrongen door eenvoudige situationele maatregelen, waarom, vroegen de auteurs zich af, zou dat dan niet kunnen met diverse vormen van opportunistische diefstal, zoals joyriding of inbraken in de wijk? Inderdaad, waarom niet?
Artikel

Het effect van intensief surveilleren vlak bij en vlak na een eerdere inbraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2012
Trefwoorden burglary, experiment, police surveillance, near-repeat, contagiousness
Auteurs Marlijn Peeters MSc, Jasper van der Kemp MSc, Guillaume Beijers MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Can a fruitful police surveillance scheme be based on supposedly increased risk immediately after and around a previous burglary (‘near repeat phenomenon’)? An experiment in Amstelveen has been set up and analysed for this purpose. Some neighbourhoods got a ‘near repeat surveillance’ scheme, and the occurrence of burglary in those areas has been compared with control neighbourhoods elsewhere in town. We observed a change in the near repeat pattern in the experimental area, but no net effect on burglary rates, presumably because of large between-neighbourhood variance in incidence.


Marlijn Peeters MSc
M.P. Peeters, MSc. is doctoraatsbursaal bij het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Universiteit Gent.

Jasper van der Kemp MSc
J.J. van der Kemp, MSc. is docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam.

Guillaume Beijers MSc
G.W. Beijers, MSc. is docent bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam

Henk Elffers PhD
H. Elffers, Ph.D. is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving NSCR, Amsterdam, en hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtpleging bij de afdeling Strafrecht en Criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam en het Phoolan Devi Instituut van deze universiteit.
Artikel

Wetsvoorstel voorwaarden voor winstuitkering aanbieders medisch-specialistische zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden medisch-specialistische zorg, Wet cliëntenrechten zorg, winstoogmerk, winstuitkering, zorgaanbieders
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Na jarenlange debatten over dit onderwerp heeft de Minister van VWS op 9 februari 2012 een wetsvoorstel ingediend dat winstuitkering door aanbieders van medisch-specialistische zorg onder voorwaarden mogelijk maakt. In dit artikel worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de gestelde voorwaarden en wordt uiteengezet welke aspecten nadere regulering behoeven. Geconcludeerd wordt dat met name de normatieve aspecten van winstuitkering en de publieke belangen die het wetsvoorstel beoogt te dienen verder zouden moeten worden uitgewerkt en dat een meer gedifferentieerde regeling de voorkeur zou verdienen.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is arts, farmaceut en jurist en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Winst in de zorg. Juridische aspecten van winstuitkering door zorginstellingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 2011 (hierna: Plomp 2011).
Artikel

Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtsketen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Risk and needs assessment, Juvenile justice system, Recidivism
Auteurs Drs. Han Spanjaard en Dr. Claudia van der Put
SamenvattingAuteursinformatie

    Risk and needs assessment of juvenile offenders is essential in order to determine which (intensity of) intervention is required. Both the application of the risk principle and the needs principle requires a reliable and valid assessment of the recidivism risk and of the criminogenic needs. Structured assessment instruments are necessary for this purpose. Therefore, a set of new instruments (Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtsketen, LIJ) is developed for the Dutch juvenile justice system. LIJ aims to improve the assessment of juvenile delinquents and the referral to appropriate evidence-based interventions.


Drs. Han Spanjaard
Drs. Han Spanjaard is psycholoog en hoofd innovatie bij PI Research.

Dr. Claudia van der Put
Dr. Claudia van der Put is orthopedagoog, onderzoeker en docent Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het internationaal recht en de gesloten jeugdzorg

Adviezen voor de praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden closed youth care, International Child Rights Convention, freedom of expression, standard of living, education
Auteurs S.J. Höfte, G.H.P. van der Helm en G.J.J.M. Stams
SamenvattingAuteursinformatie

    During childhood, a child is entitled to receive special care and assistance. The child’s best interest should be a primary objective. The Dutch government has an obligation to guarantee the children rights. But do the closed youth care accommodations meet the requirements as stated in the International Child Rights Convention, as far as deprivation of liberty and treatment under coercion are concerned? The study concluded that some closed youth care institutions do not meet the requirements as stated in the above mentioned Convention. There is often no possibility of free expression, physical complaints may not be taken seriously, an adequate standard of living is not always provided and the level of education is often too low. Most of the minors indicate that they are bored during their stay in the accommodations. On this basis, limiting the fundamental rights of these youngsters is currently surrounded with inadequate guarantees.


S.J. Höfte
Mr. Susanne Höfte is jurist. Zij studeerde recent af aan de Radboud Universiteit Nijmegen met een scriptie over de gesloten jeugdzorg.

G.H.P. van der Helm
Dr. Peer van der Helm is werkzaam bij het lectoraat Jeugdzorg en Jeugdbeleid van de Hogeschool Leiden.

G.J.J.M. Stams
Prof. dr. Geert Jan Stams is hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Geen angst, maar onbehagen

Resultaten van een Q-studie naar subjectieve sociale onveiligheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden anti-social behavior, public perception, risk aversion
Auteurs Remco Spithoven, Gjalt de de Graaf en Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    People vary in their perceptions and opinions, and that seems to be the case for the way they perceive anti-social behavior too. Scientific literature concerning the fear of crime hypothesizes diversity in the public’s perception of anti-social behavior and crime. But this fear of crime research tradition has been criticized repeatedly for its conceptual and methodological arrears. The focus has particularly been narrowed to ‘fear’ of ‘crime’, being measured by surveys. So, it is not very surprising that there has not been a thorough empirical focus on the assumed diversity in the perception of crime and anti-social behavior. To fill in this gap, the main research question in this article is: which differences in the perception of anti-social behavior exist within contemporary Dutch society? Using Q-methodology, five different factors were found in the perception of anti-social behavior. These factors have been labeled respectively: ‘disaffected residents’, ‘untroubled liberals’, ‘anxious communitarians’, ‘concerned spectators’ and ‘non-averse professionals’. These factors showed the empirical reality of the assumed diversity in the public perception of anti-social behavior. In all of these factors, people seem to address crime and anti-social behavior to a decrease of social standards and values in Dutch society, instead of worrying about chances and consequences of personal victimization. This was even the case for people who signalized crime and anti-social behavior in their own neighborhood. What really stands out is that people strongly agreed about the unacceptability of crime and anti-social behavior. People seem to have an aversion against these rude types of behavior. Altogether this image does not comply to the mainstream image of a ‘crime fearing society’. People do not seem to fear crime, but they seem to be worried and agitated about the moral conditions of the Dutch society in a wider framework. This might be a more reassuring illustration than a ‘crime fearing society’, but this proposition needs further and additional quantitative assessment.


Remco Spithoven
Remco Spithoven MSc is promovendus bij het lectoraat Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling aan de Hogeschool Utrecht, in samenwerking met de leerstoel Burgerschap en Veiligheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam en docent integrale veiligheidskunde bij het Instituut voor Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht. E-mail: remco.spithoven@hu.nl

Gjalt de de Graaf
Dr. Gjalt de Graaf is universitair hoofddocent bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam.

Hans Boutellier
Prof. dr. J.C.J. (Hans) Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar veiligheid & burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afdeling Bestuurswetenschappen, De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: j.c.j.boutellier@vu.nl

Prof. mr. C.J. Loonstra
Artikel

Access_open ‘Meneer De Leeuw, mag ik hier bidden?’

Een filosofische beschouwing over bidden op openbare scholen

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Pray, Tolerance, School, Policy, Law
Auteurs Niels de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    Student requests for praying space are posing schools for important questions about their policy. These questions cannot be answered within the scope of relevant principles of law in the Netherlands. On the basis of religious studies research the author suggests that schools should respond to those questions with positive tolerance. Such a policy is most effective in promoting order and other educational objectives. However this tolerance should be bound to a responsibility of praying students towards the position of secular and moderate religious students.


Niels de Leeuw
N.C.W.M. de Leeuw MA studeerde aan de opleiding Religie in Samenleving en Cultuur aan de Universiteit van Tilburg. Hij is eerstegraads docent levensbeschouwing. ncdeleeuw@gmail.com
Artikel

De bijrol voor professionals in evidence-based criminaliteitspreventie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden professionalization, evidence-based practice, crime prevention, What Works, treatment program
Auteurs Dr. B. Rovers
SamenvattingAuteursinformatie

    The role of professionals in evidence-based crime prevention is a topic of discussion. The dominant view in the criminal justice field is that professionals are to support and faithfully execute evidence-based treatment programs based on risk factors for future crime. In other disciplines we find alternative approaches to evidence-based practice (EBP) in which the professionals, and more specifically features of the working alliance between professional and client, are considered to be the treatment program. In general, these approaches focus on treatment motivation and behavioural change. ‘Common factors’ like faith in outcome, trust between professional and client, et cetera, are considered as specific treatment factors. Empirical evidence shows that this may be a more fruitful approach towards effective interventions. The article looks into the scientific background of both perspectives and explains the key differences. It is concluded that EBP in criminal justice can gain from a (research) perspective in which professionals play a more central role.


Dr. B. Rovers
Dr. Ben Rovers is directeur van het Bureau voor Toegepast Veiligheidsonderzoek (BTVO) te Den Bosch en tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Artikel

Veilig politiewerk: de basispolitie over geweld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden police personnel, police training, police violence, police safety, police standards
Auteurs M. Gieling en E.J. van der Torre
SamenvattingAuteursinformatie

    The ideologies of community policing are central to the work of the Dutch police. The aim is to combine a focus on relations with the community with law enforcement, including the use of physical force. The balance has shifted, however, in favour of social relations. This article reports on the findings of a recent study among executive police officers. It is shown that the physical demands of police work are neglected in the selection and education of policemen and -women. Furthermore, there is a need for improving the training of standard procedures and interventions with respect to the use of physical force. In addition, it is found that a majority of the respondents feel that the use of force – in a correct way and in appropriate situations – is underappreciated by those in higher positions, while at the same time the issue of avoidance behaviour is not addressed.


M. Gieling
Dr. Maike Gieling is als onderzoeker verbonden aan MGTO Onderzoek & Advies te Utrecht.

E.J. van der Torre
Dr. Edward van der Torre is lector Gemeenschappelijke Veiligheidskunde aan de Politieacademie te Apeldoorn.
Artikel

Delinquentie tijdens de jongvolwassenheid

De rol van ‘agency’ versus ‘structure’

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden etiology, young adulthood, transitions, structure, agency
Auteurs Sofie Troonbeeckx, Dr. Diederik Cops, Dr. Hanne Op de Beeck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is directed towards two important lines of research in contemporary criminology, more specifically the growing attention for the period of young adulthood and the focus on the concepts of ‘structure’ and ‘agency’. This study examines in a quantitative manner the extent to which both ‘structure’ (operationalized in terms of social-economic status and objective transitions) and ‘agency’ (measured as the perception of personal agency and subjective transitions) are related to delinquency in the period of young adulthood. A representative sample of 1,477 Flemish young adults between the age of 18 and 25 years is used. The results of the analyses offer some empirical proof to integrate the concept of ‘agency’ in future theoretical models for the explanation of individual differences in delinquency and also lead to additional suggestions to further examine the interaction between ‘structure’ and ‘agency’.


Sofie Troonbeeckx
S. Troonbeeckx is doctoraatstudent aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Dr. Diederik Cops
Dr. D. Cops is postdoctoraal onderzoeker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Dr. Hanne Op de Beeck
Dr. H. Op de Beeck is onderzoeker bij het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) en vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is docent jeugdcriminologie en kwantitatieve onderzoeksmethodologie en mede-coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven.

Prof. dr. Johan Put
Prof. dr. J. Put is gewoon hoogleraar jeugdrecht en mede-coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven en het Instituut voor Sociaal Recht, KU Leuven.
Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Jongvolwassen delinquenten en justitiële reacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden crime, criminal law, adolescents, young adults
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan, Dr. André van der Laan, Dr. Machteld Hoeve e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last 60 years, attention has been drawn periodically to offenders in different age categories, such as young children, adolescents and young adults, and tor services and programmes that should be available for these groups. In 2011, the State Secretary of Security and Justice proposed a penal law for adolescents and young adults aged 15 to 23. Such a proposal requires a (empirical) view of young adult offenders (aged 18 to 24) and the penal sanctions they receive in comparison with adolescent (aged 12 to 17) offenders and adults (aged 25 to 30). Crime statistics show that prevalence, type and seriousness of crime committed by young adults are different from that of adolescents and adults. Self-report studies show fewer and smaller differences, but this may be explained in part by the more serious nature of offences committed by young adults, which are usually not addressed in self-reports. Outcomes support the idea that a separate approach and specific interventions for young adults are needed. Similarities with adolescents with regard to neurobiological development justify a focus on a more pedagogical and behavioral approach, which is also a key feature of penal justice for juveniles.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der laan is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Machteld Hoeve
Dr. M. Hoeve is universitair docent bij de afdeling Forensische Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Martine Blom
Drs. M. Blom is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

MSc Willemijn Lamet
W. Lamet, MSc, is promovenda bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Het adolescentenrecht; nut en noodzaak?

Een verslag van het symposium van de Rechtbank Rotterdam van 15 maart 2012

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2012
Trefwoorden adolescent law, legislative proposal, symposium, juvenile law
Auteurs LL.B BSc Celesta Bonnet
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, a legislative proposal concerning adolescent criminal law is published. This proposal focuses on an offender-oriented approach towards youth risk and offers a coherent package of measures aiming at persons aged 15 to 23 and therefore aims to improve the flexibility in imposing sanctions around the age limit of 18 years. During the symposium of District Court Rotterdam of March 15, 2012, juvenile law experts commented on the proposal from different perspectives.


LL.B BSc Celesta Bonnet
Celesta Bonnet LL.B BSc is masterstudente Rechtsgeleerdheid en Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Agenten volgen via Twitter bevordert positieve beeldvorming, stimuleert de meldingsbereidheid en verandert de veiligheidsbeleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Twitter, community policing, transparency, perception, willingness to report
Auteurs Leon Veltman, Marianne Junger en Roy Johannink
SamenvattingAuteursinformatie

    Since November 2009, the regional police of Groningen facilitated their community officers with Twitter. According to the principles of community policing, they are enabled to shorten the distance between the police and citizens by giving them a direct connection. Such a connection should stimulate interaction, while at the same time it should make people feel more safe. In addition, Twitter also creates possibilities for the police to be transparent. Sharing of information should alter citizens’ perception towards the police.
    A comparison has been made, by using an online questionnaire, between followers and two kinds of non-followers. The effects of following twittering community officers have been demonstrated by using statistical analyses, taking into account relevant control variables. On the basis of these analyses it has been demonstrated that following a twittering community officer did not positively or negatively alter the perception of safety of their followers. However, an enhanced information position has made followers much more aware of local disorder and crime. Thanks to shared information about police actions to sustain and improve local safety and livability, followers’ perception of safety has not been altered negatively.
    Followers’ perception towards the police organization has been positively altered, thanks to the twittering community officers. Especially the sharing of information and involving citizens into local policing helps the police to alter the perception of citizens towards their organization. In addition, it has been shown that followers’ willingness to report has been improved. Thanks to the ease of use of Twitter and the shortened distance between the police and citizens, followers do frequently contact the police or a community officer to share some information, or to report some crime or disorder. However, it has been shown that Twitter should just be presented as complementary to existing ways to contact the police.


Leon Veltman
L. (Leon) Veltman MSc is adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus op veiligheid. E-mail: veltman@vdmmp.nl

Marianne Junger
Prof.dr. M. (Marianne) Junger is Professor Social Safety Studies aan de Universiteit Twente. E-mail: m.junger@utwente.nl

Roy Johannink
Drs. R. (Roy) Johannink MCDm is senior adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus.
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.