Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2017 x Rubriek Case x
Casus

Contractonderhandelingen met een letter of intent: het opstellen van bedingen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Afgebroken onderhandelingen, culpa in contrahendo, Aansprakelijkheid, Voorovereenkomst, Intentieverklaring
Auteurs Dr. E. Pannebakker LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens contractonderhandelingen stellen partijen geregeld een ‘letter of intent’ op. De vraag in hoeverre de partijen aan dergelijke documenten zijn gebonden, staat zowel bij het opstellen van een letter of intent als bij de eventuele geschillen centraal. In deze bijdrage worden de meest voorkomende bedingen van een letter of intent onder de loep genomen en wordt een aantal aanbevelingen over het opstellen van de letter of intent geformuleerd.


Dr. E. Pannebakker LLM
Dr. E. Pannebakker LLM is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Privaatrecht.
Casus

Waarom zou de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad zijn uitgesloten?

HR 17 februari 2017: art. 2:11 BW en onrechtmatige daad – de Hoge Raad kiest (terecht?) voor eenheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden art. 2:11 BW, hoofdelijke aansprakelijkheid, onrechtmatige daad, tweedegraads bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 17 februari 2017 heeft de Hoge Raad een knoop doorgehakt: art. 2:11 BW leidt ook tot hoofdelijke aansprakelijkheid van de tweedegraads bestuurder, als de rechtspersoon-bestuurder tegenover een crediteur van de bestuurde rechtspersoon aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Bij de motivering van deze keuze door de Hoge Raad kunnen vraagtekens worden geplaatst; geheel in het stelsel van de bestuurdersaansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen past de keuze niet. Maar voordeel is dat nu aan een al jaren slepende discussie in de literatuur en aan de verwarring in de lagere rechtspraak een einde is gekomen.
    De via art. 2:11 BW aangesproken tweedegraads bestuurder heeft een disculpatiemogelijkheid: als hij stelt en, zo nodig, bewijst dat hem geen persoonlijk ernstig verwijt treft, ontkomt hij alsnog aan aansprakelijkheid. Hoever moet de aangesproken bestuurder daarbij gaan: moet hij ook stellen dat hij niet is tekortgeschoten in zijn collegiale verantwoordelijkheid? Een vonnis gewezen tegen de rechtspersoon-bestuurder en tegen een collega-tweedegraads bestuurder heeft jegens hem geen gezag van gewijsde.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. Vetter is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag en redactielid.

Thom de Jong
Mr. drs. T. de Jong is toezichthouder bij het expertisecentrum integriteitsstrategie van De Nederlandsche Bank N.V.

Margot Aelen
Mr. dr. Aelen is toezichthouder specialist bij het expertisecentrum integriteitsstrategie van De Nederlandsche Bank N.V. en tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel. Fragmenten van dit artikel zijn eerder verschenen in T. de Jong, ‘Witwasrisico’s in de voetballerij’, in: Jaarboek Compliance 2017, p. 181-199. Dit artikel is een ‘Uit het veld’ en is een weergave van het risico-identificerende onderzoek dat DNB deed naar de mate waarin financiële instellingen integriteitsrisico’s in de voetbalsector beheersen, aangevuld met een aantal observaties inzake ontwikkelingen en scenario’s in de voetbalsector die integriteitsrisico’s voor de financiële sector met zich meebrengen. De onderzoekers hebben nadrukkelijk zelf geen onderzoek gedaan naar deze scenario’s, maar hebben zich hierbij gebaseerd op bestaande literatuur en andere openbare bronnen.
Casus

Klagen over rechters: goed geregeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden klachtprocesrecht rechterlijke macht, artikel 6 EVRM, onafhankelijkheid tuchtrechtspraak, onpartijdigheid tuchtrechtspraak
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van twee concrete zaken de behandeling van klachten tegen staatsraden, raadsheren en advocaten-generaal besproken. De Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet op de Raad van State schrijven hiervoor verschillende procedures voor. Die procedures hebben echter gemeenschappelijk dat de instantie waarvan de rechter, staatsraad of advocaat-generaal deel uitmaakt ook de klacht tegen diegene behandelt. De auteur wil met deze bijdrage een discussie aanzwengelen over de vraag of dat wel zo gelukkig is. Tevens werpt hij in deze bijdrage de vraag op of het wenselijk is dat de procedures voor de behandeling van klachten bij de Hoge Raad en de Raad van State van elkaar verschillen, terwijl zij gaan over hetzelfde, namelijk de behandeling van klachten tegen rechterlijke functionarissen. De twee concrete voorbeelden roepen fundamentele vragen op over de huidige procedures. Dit zou aanleiding moeten geven om het externe klachtrecht grondig te evalueren, waarbij ook de mogelijkheid tot het instellen van een apart tuchtcollege voor de gehele rechterlijke macht moet worden bezien.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Casus

Ontwikkeling van een afwegingskader vertrouwen voor toezichthouders

Lessen uit de praktijk van de IGJ

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Vertrouwen, Toezicht, operationaliseren, afwegingskader, gezondheidszorg
Auteurs Sandra Spronk, Heleen Buijze, Paul Zwietering e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Diverse toezichthouders hebben vertrouwen in ondertoezichtstaanden gekozen als uitgangspunt. Inspecteurs van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vinden vertrouwen een lastig te hanteren begrip. Tegelijk geven zij aan dat vertrouwen wel een grote rol speelt bij hun oordeel en handhaving. Ze missen echter handvatten om de afweging van vertrouwen in de zorgaanbieder te kunnen expliciteren en te onderbouwen. Dit is voor de IGJ aanleiding om vanuit het perspectief van de IGJ praktijkonderzoek te doen naar het begrip vertrouwen. Dit leidt tot het afwegingskader.


Sandra Spronk
Dr. S. Spronk is adviseur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Heleen Buijze
Drs. P.H. Buijze is Inspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Paul Zwietering
Dr. P.J. Zwietering is Inspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Roland Friele
Dr. ir. R.D. Friele is adjunct-directeur en hoogleraar Nivel/Tranzo Tilburg University.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is hoogleraar iBMG, Erasmus Universiteit.
Casus

Lange termijn waardecreatie van de beursvennootschap en de daaraan verbonden onderneming, het bestendige succes van de (dochter)onderneming en het begrip ‘vennootschappelijk belang’: harmonie of disharmonie?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, vennootschappelijk belang, Concernbelang, het bestendige succes van de onderneming, lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof. mr. M.M. Mendel en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Cancun-beschikkingen uit 2014 heeft de Hoge Raad het begrip ‘het bestendige succes’ van de onderneming geïntroduceerd. De auteurs beantwoorden de vraag hoe dit begrip zich verhoudt tot (1) de rechtsregel uit de ABN AMRO- en ASMI-beschikkingen dat het bestuur van een nv of bv het eigen belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop behoort te stellen, en (2) (bij een concernvennootschap) het concernbelang. Vervolgens geven zij aan hoe ‘het bestendige succes’ van de onderneming zich verhoudt tot de ‘lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming’ uit de Nederlandse Corporate Governance Code 2016.


Prof. mr. M.M. Mendel
Prof. mr. M.M. Mendel is emeritus hoogleraar Handelsrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer Hof Amsterdam

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Patrick Van Leynseele
Patrick H. Van Leynseele is lid van de balies van Brussel en New York en partner in het Brussels advocatenkantoor DALDEWOLF, een referentie inzake ADR. Met als achtergrond het ondernemingsrecht werkt hij als litigator en arbiter in internationale zaken. Hij schreef verschillende artikels inzake mediation en Med-Arb in vooraanstaande juridische tijdschriften.
Casus

De klassieke wetgevingsjurist in de herinneringen van Cees Fasseur. Een lichtend voorbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, ambtelijke professionaliteit, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de memoires van Cees Fasseur. Fasseur beschrijft de twee sporen waaruit zijn loopbaan bestond, die van wetgevingsjurist aan het toenmalige ministerie van Justitie en die van historicus aan de Leidse universiteit. De tijd waarin Fasseur werkzaam was voor het ministerie van Justitie viel samen met wat wordt beschouwd als het ambtelijk-juridische hoogtepunt, een periode waarin juristen in hoog aanzien stonden en aldus de nodige invloed konden uitoefenen. Uit die tijd stamt ook het beeld van de klassieke wetgevingsjurist, de jurist die beschikt over uitgebreide kennis van het recht, maar die ook een betrekkelijk autonome en gezaghebbende positie inneemt. De auteur bespreekt in deze bijdrage of dit klassieke beeld tot voorbeeld kan strekken voor de huidige generatie wetgevingsjuristen. Hoewel de toen bestaande en huidige praktijk nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn, valt er wel wat te zeggen over verschillen tussen de taakopvatting van wetgevingsjuristen toen en nu en of de taakopvatting van toen als voorbeeld kan dienen voor de wetgevingsjurist van nu. De auteur concludeert dat dat niet altijd het geval is.


Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).

Eric Lancksweerdt
Eric Lancksweerdt is hoofddocent aan de Universiteit Hasselt en redactielid van TMD.
Casus

De buren zijn boos

Verslag buurtbemiddelingscongres 9 mei 2017 in Bussum

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2017
Auteurs Annemieke Wolthuis en Bas van Stokkom
Auteursinformatie

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is zelfstandig onderzoeker, trainer en mediator. Zij is tevens redacteur van het Tijdschrift voor Herstelrecht.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl.
Casus

De rechter als wetgevingswaakhond

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden beleidsneutraliteit, proportionaliteitstoets, evidence base, Daubert-doctrine
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    We zien in de Verenigde Staten momenteel hoe belangrijk rechterlijke controle op de kwaliteit van wetgeving kan zijn, bijvoorbeeld bij het omstreden inreisverbod voor migranten uit ‘islamitische landen’. Gevaar daarbij is echter dat de rechter te veel in politiek vaarwater terechtkomt. Misschien dat de Amerikaanse rechter op dit punt wat kan leren van het Hof van Justitie van de EU, dat een procedurele toets heeft ontwikkeld om de ‘evidence base’ van wetten te toetsen door bijvoorbeeld te kijken in hoeverre er impact assessments zijn uitgevoerd volgens de methoden die daartoe in het wetgevingsbeleid ontwikkeld zijn. Tegelijkertijd laat de Luxemburgse jurisprudentie zien dat men er daarbij misschien toch niet altijd aan ontkomt om ook naar de kwaliteit van het onderliggende bewijs te kijken. Hier kan Luxemburg wellicht wat leren van het U.S. Supreme Court, dat regels heeft ontwikkeld met betrekking tot de vraag hoe rechters dienen om te gaan met deskundigenbewijs en wetenschappelijke gegevens.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Casus

De Governancecode Zorg 2017

Wondermiddel, doekje voor het bloeden of een geschikt instrument?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Governancecode Zorg 2017, Corporate Governancecode 2016, Zorgbrede Governancecode, Corporate governance, Zorg
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. F.L. Leijdesdorff
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2016 is de Governancecode Zorg 2017 aangeboden aan de cliëntenorganisaties binnen de zorg. De auteurs van dit artikel houden deze Code tegen het licht en vergelijken deze met de Zorgbrede Governancecode 2010 en de Corporate Governancecode 2016. Voorts beantwoorden zij de volgende vragen: (a) draagt de Code op een adequate wijze bij aan de vier speerpunten van het beleid van de minister van VWS; (b) hoe vernieuwend is de Code; (c) wat moet er in de bestuurskamer en de kamer van de raad van toezicht veranderen; en (d) vergroot de Code het aansprakelijkheidsrisico voor bestuurders en leden van de raad van toezicht?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. F.L. Leijdesdorff
Mr. F.L. Leijdesdorff is advocaat partner bij het Zorgteam van Loyens & Loeff.
Casus

Van zorginstellingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen en het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden stichting, vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, aansprakelijkheid, raad van commissarissen
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2016 is het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze bijdrage gaat in op de vraag welke gevolgen dit wetsvoorstel heeft voor zorginstellingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen. De WBTR heeft vooral gevolgen voor zorginstellingen en in mindere mate voor patiëntenverenigingen en nog minder voor zorgverzekeraars. Aanpassing van het Uitvoeringsbesluit WTZi is gewenst. Een monistisch bestuursmodel voor zorginstellingen moet mogelijk zijn en het schriftelijk vastleggen van de overwegingen bij een tegenstrijdig belang moet van dwingend recht worden. Aanpassing van het wetsvoorstel is gewenst op het punt van de aansprakelijkheid van bestuurders van (patiënten)verenigingen in faillissement.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Mr. dr. A.G.H. Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht. Zij doceert het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam; zij is lid van raden van toezicht in de eerstelijnsgezondheidszorg en oud-bestuurder van een patiëntenvereniging.
Casus

Tegenstrijdige ontwikkelingen mededingingstoezicht in de zorg

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2017
Trefwoorden mededingingstoezicht, kartelverbod, huisartsenzorg, fusietoezicht, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de vraag of kartel- en fusietoezicht in de zorg overeenkomen met de Mededingingswet en onderling consistent zijn. Aanleiding zijn de invoering van de ‘Uitgangspunten toezicht ACM op zorgaanbieders in de eerste lijn’ en het eerste besluit waarin een ziekenhuisfusie is verboden. De conclusie is dat het toezicht niet in overeenstemming is met de wet en bovendien sprake is van tegenstrijdige ontwikkelingen. De Uitgangspunten markeren een overgang van objectieve handhaving van het kartelverbod naar gedogen. Het verbodsbesluit lijkt een overgang van lankmoedig naar strenger fusietoezicht te markeren, maar vooralsnog is onduidelijk of dit objectieve handhaving zal inhouden.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Casus

La Justice Restaurative

Verslag van het eerste internationale congres over herstelrecht in Frankrijk, Parijs, 17 & 18 januari 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2017
Auteurs Annemieke Wolthuis
Auteursinformatie

Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is zelfstandig onderzoeker, trainer en mediator. Zij is tevens redacteur van het Tijdschrift voor Herstelrecht.

Boyd van Loon
Boyd van Loon is werkzaam bij Conway & Partners.

Peter van Schelven
Peter van Schelven is secretaris van het bestuur van SGOA.

Herman Verbist
Advocaat bij de balie te Gent en te Brussel (Everest Advocaten); erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken bij de Federale Bemiddelingscommissie in België. De auteur volgt sinds verschillende jaren als waarnemer de vergaderingen van de werkgroep arbitrage en conciliatie van UNCITRAL.

Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast en redactielid van TMD.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.