Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2018 x Rubriek Case x
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Wetenschap

Access_open Actualiteiten ‘afgeleide schade’

What’s in a name?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden afgeleide schade, rechtstreekse schade, Poot/ABP-arrest, aandeelhouder, vrijwaring
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Al meer dan twintig jaar is het Poot/ABP-arrest het standaardarrest op het gebied van afgeleide schade. Op 29 september en 12 oktober 2018 wees de Hoge Raad twee arresten, het Potplantenkwekerij-arrest en het Licorne Holding-arrest, die op het eerste gezicht niet te rijmen zijn met het Poot/ABP-arrest. Dit artikel geeft antwoord op de volgende vraag. Is hier sprake van een trendbreuk of kunnen deze arresten bij hantering van het juiste afgeleide-schadebegrip gebracht worden onder de categorieën gevallen waarvan Kroeze al in zijn dissertatie uit 2004 aangaf dat daarbij schade die (aanvankelijk) op afgeleide wijze is geleden, rechtstreeks aan de aandeelhouder kan worden vergoed?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Objets trouvés

Proeve van een verbeterde Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Grondwet, Democratie, Rechtsstaat, Eerste Kamer, Bindend referendum
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn Proeve van een verbeterde Grondwet geeft Huub Linthorst oplossingen voor de risico’s die uit zijn ‘stresstest’ naar voren kwamen. Tot de voorstellen behoren de afschaffing van de Eerste Kamer, de invoering van het toetsingsrecht, versterking van (de formulering van) de grondrechten, een lichtere herzieningsprocedure en de invoering van een bindend referendum. Aan de doelstelling van haalbaarheid heeft Linthorst voldaan door op belangrijke punten tegemoet te komen aan voor- en tegenstanders. Naast verbetering en haalbaarheid, is het doel van deze Proeve het bereiken van meer democratie en van effectievere waarborgen tegen aantasting van onze rechtstaat. Of deze Proeve, na het bereiken van het Staatsblad meer democratie brengt en bovendien een dam kan opwerpen tegen schendingen van de rechtsstaat zoals die in Polen en Hongrijke, is allerminst gegarandeerd. Afgezien van het gebruikelijke cynisme over de normatieve kracht van de Grondwet, beslaat onze geschreven constitutie steeds minder de constitutionele werkelijkheid.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Wetenschap

Access_open Bij bestuurdersaansprakelijkheid hoort geen klachtplicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, klachtplicht
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over de klachtplicht wordt betoogd dat art. 6:89 BW niet van toepassing is op claims uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Op juridisch-dogmatische gronden zou daar voor art. 2:9 BW wellicht nog wel iets te zeggen zijn, maar voor art. 2:138 (248) en 6:162 BW in veel mindere mate, nu de uit deze bepalingen voortvloeiende verplichtingen niet kwalificeren als verbintenissen. Belangrijker is evenwel dat voor alle drie de vormen van bestuurdersaansprakelijkheid toepasselijkheid van art. 6:89 BW – gelet op de ratio van de klachtplicht – niet aanvaardbaar en dus onwenselijk is.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. (Jan Bernd) Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Wetenschap

Het trustkantoor als bestuurder en ‘omgaan’ in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, taakverdeling, stelplicht, collegialiteitsbeginsel, bewaarnemingsrol
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vervolgt de auteur zijn kritiek op de rechtspraak van de Hoge Raad over het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, nu naar aanleiding van een recent arrest waarin een trustbestuurder door derden werd aangesproken. De auteur constateert dat te veel gewicht is toegekend aan de taakverdeling binnen het bestuur en dat de stelplicht die bij externe bestuurdersaansprakelijkheid zou moeten gelden, is miskend. Daarnaast laat de auteur zien dat bij de beoordeling van externe aansprakelijkheid van bestuurders van buitenlandse rechtspersonen tevens dient te worden gekeken naar de wettelijke normen die volgens het recht van die buitenlandse rechtspersonen op bestuurders rusten.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. (Winand) Westenbroek is advocaat bij Westlegal te Amsterdam en tevens verbonden aan de Erasmus School of Law.
Uit het veld

Beoordeling van datamacht in het mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Auteurs Robert Stil, Douwe Meindertsma en Inge van der Linden
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van data levert belangrijke voordelen voor ondernemingen en consumenten. Het roept echter ook de maatschappelijke vraag op of verzameling en gebruik van data kunnen leiden tot marktmacht (‘datamacht’). Het risico daarop wordt bepaald door: (1) het belang van data als input, (2) de beschikbaarheid en repliceerbaarheid van data, (3) het belang van schaal- en netwerkeffecten en (4) de concurrentiesituatie op de markt waarvoor data een input vormen. Het mededingingstoezicht beschikt over de instrumenten om in specifieke situaties het ontstaan van datamacht als gevolg van concentraties te voorkomen en misbruik van datamacht te beëindigen of te bestraffen. Tot nu toe hebben die situaties zich in de praktijk nog weinig voorgedaan.


Robert Stil
Drs. R. Stil is senior econoom bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Douwe Meindertsma
Mr. D.S. Meindertsma is jurist bij de ACM.

Inge van der Linden
Mr. I. van der Linden is jurist bij de ACM.

Judith van Erp
Prof. dr. J.G. van Erp is hoogleraar Publieke Instituties aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.
Uit het veld

Opzet van een datavoorzieningsfunctie ter ondersteuning van datagedreven toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden granulaire data, kwadrantenmodel, datavoorziening, datamanagement
Auteurs Wouter van Aerle, Ronald Damhof en Frank Ouddeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders hebben te maken met een steeds grotere stroom aan data. Dit vraagt om toenemende discipline in de verwerking ervan. Uit de principes van goed toezicht volgen niet-functionele eisen – als traceerbaarheid, uitwisselbaarheid en betrouwbaarheid – waaraan de gegevensverwerking moet voldoen. Voor het realiseren hiervan is een datavoorzieningsfunctie nodig, vergelijkbaar met andere bedrijfsfuncties als Finance en HR. Binnen DNB is het datakwadrantenmodel gebruikt om deze realisatie vorm te geven. Het model is een begripsvormend kader, dat de gegevensverwerking vanuit twee perspectieven beschouwt: de aanbod- en vraagzijde van gegevens en een opportunistische versus een systematische manier van werken. Op basis van het model zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de technische voortbrenging van data, inrichting van de organisatie, besturing en benodigde kennis en competenties.


Wouter van Aerle
Ir. W.A. van Aerle is managing partner bij Deltiq, adviesbureau voor informatiemanagement.

Ronald Damhof
Drs. R.D. Damhof was tot 1 juli 2018 werkzaam als enterprise data architect bij De Nederlandsche Bank

Frank Ouddeken
Drs. F.E.M. Ouddeken is werkzaam voor De Nederlandsche Bank als manager Data Management Office, Divisie Statistiek.
Uit het veld

De algoritmische waakhond

Datagedreven mededingingstoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2-3 2018
Trefwoorden algoritme, detectie, mededinging, datagedreven, toezicht
Auteurs Jan Sviták en Erik Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op de vraag hoe een mededingingsautoriteit datagedreven technieken kan inzetten om effectiever te worden. Machine learning is in de laatste jaren enorm populair geworden, levert vaak snel goede resultaten op en vormt de basis voor succes van vele e-commerce-bedrijven die (bijna) dagelijks machine learning-algoritmes toepassen om de optimale prijzen te bepalen van al hun producten, gegeven historische transacties die concurrenten aanbieden en gelet op de omvang van de eigen voorraad. Machine learning is echter alleen geschikt voor specifieke vraagstukken. Het verschil tussen causaliteit en voorspelkracht speelt daarbij een belangrijke rol. Vaak past een ‘ouderwetse’ statistische analyse beter bij de onderzoeksvraag over oorzaak en gevolg. Voorbeelden van nuttige toepassingen van machine learning-technieken zijn voorspellingsmodellen en verkennende data-analyse, die op nieuwe inzichten kan wijzen of bepaalde gebeurtenissen kan signaleren. Wij bespreken een simpel algoritme toegepast op detectie van veranderingen in prijsdata en laten zien hoe dit tijdrovende handmatige analyses kan vervangen. Een mededingingsautoriteit kan soortgelijke algoritmes als een belangrijke en noodzakelijke aanvulling gebruiken op de ‘ouderwetse’ maar eveneens nuttige statistische analyses voor o.a. opsporing van kartels. De methode is flexibel qua inzet in verschillende markten en toepassingen van diverse aannames over het gedrag van ondernemingen.


Jan Sviták
Dhr. J. Sviták is econometrist bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt en extern PhD student aan Tilburg University.

Erik Brouwer
Prof. Dr. E. Brouwer is clusterhoofd big data bij SEO Economisch Onderzoek en bijzondere hoogleraar mededinging en innovatie aan Tilburg University.
Wetenschap

Access_open De rechtspersoon-bestuurder en art. 2:11 BW

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden rechtspersoon-bestuurder, tweedegraadsbestuurder, aansprakelijkheid uit de wet, buitenlandse rechtspersoon als bestuurder
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt kort de werking van art. 2:11 BW besproken. Daarbij wordt onder meer ingegaan op enkele – vermeende – knelpunten en geprobeerd een antwoord te geven op de vraag naar de effectiviteit van de regeling. Daar is aanleiding toe, nu de Hoge Raad ruim een jaar geleden een belangrijk arrest over de reikwijdte van de bepaling heeft gewezen. In HR 17 februari 2017 ECLI:NL:HR:2017:275, NJ 2017/215 m.nt. Van Schilfgaarde (Le Roux Fruitexporters) werd beslist dat bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad mede door art. 2:11 BW wordt bestreken.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. (Jan Bernd) Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Wetenschap

Access_open Third party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.
Wetenschap

Enkele bespiegelingen over (juridische) regulering en instrumenten om maatschappelijk verantwoord ondernemen na te streven

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden maatschappelijk verantwoord ondernemen, Corporate Social Responsibility, multistakeholderperspectief, MVO-gedragscode, IMVO-convenanten
Auteurs Mr. O.R.J.C. Freens en Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    De aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) is de laatste jaren sterk toegenomen. MVO ziet op thema’s als mensenrechten, milieu, arbeidsomstandigheden, consumentenaangelegenheden, gemeenschapsontwikkeling en eerlijk zakendoen. In deze bijdrage bespreken de auteurs hoe MVO thans wordt gereguleerd en welke (juridische) instrumenten onder andere (kunnen) worden gehanteerd om te voldoen aan maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van MVO. In verband daarmee kan voorts worden afgevraagd in hoeverre de toepassing van deze instrumenten (juridisch) kan worden afgedwongen en of aanpassing vereist is. In deze bijdrage beantwoorden de auteurs deze vragen.


Mr. O.R.J.C. Freens
Mr. O.R.J.C. (Oscar) Freens is verbonden aan Houthoff te Amsterdam.

Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is als universitair hoofddocent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Casus

De plannen van het kabinet-Rutte III met de (ondernemings)belastingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden belastingplannen Rutte III, renteaftrek vennootschapsbelasting, dividendbelasting, innovatiebox, aanmerkelijk-belangheffing
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De formatie van het kabinet-Rutte III heeft geleid tot een groot aantal fiscale plannen. Deze hebben ook gevolgen voor ondernemers. Zo krijgen ondernemingen te maken met wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting en een aantal andere belastingen. In het regeerakkoord is gezocht naar een balans tussen het tegengaan van belastingontwijking door grote ondernemingen, het in stand houden van een goed vestigingsklimaat, lastenverlichting voor iedereen en vergroening. Een en ander wordt in dit artikel besproken.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Casus

Na AkzoNobel: meer bescherming vereist voor beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden activistische aandeelhouder, overnamedreiging, beschermingsconstructies, enquêterecht, bescherming tegen overnames
Auteurs Dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2017 inzake Elliott International L.P. c.s./AkzoNobel NV bespreekt de auteur in dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van de organen van een beursvennootschap in het kader van het perspectief van een mogelijke overname en soortgelijke situaties. Daarbij wordt ook ingegaan op de recente discussie of Nederlandse beursvennootschappen meer bescherming behoeven.


Dr. H. Koster
Dr. H. (Harold) Koster is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.
Contracten maken

Het eenzijdig wijzigingsbeding in de franchiseovereenkomst

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Franchise, Formulewijziging, Wijzigingsbeding, Franchiseovereenkomst
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag of de franchiseformule door de franchisegever gewijzigd zou mogen worden, en in hoeverre, kan een bron van conflicten zijn. Bij de beoordeling gaat het om de formulering van het wijzigingsbeding, de wijziging zelf en overige omstandigheden. Tegen deze achtergrond wordt in deze bijdrage bezien welke factoren van belang kunnen zijn bij een toelaatbaar beroep van een franchisegever op een beding in een franchiseovereenkomst tot eenzijdige wijziging van de franchiseformule.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat te Rotterdam bij Ludwig & Van Dam advocaten.
Casus

Onpartijdige rechtswetenschap?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden onpartijdigheid, onafhankelijkheid, wetenschappelijke objectiviteit, belangenconflicten
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk is in de media veel aandacht geschonken aan gevallen van beïnvloeding door opdrachtgevers van (rechts)wetenschappelijk onderzoek. Veel nadruk ligt daarbij al snel op pogingen van bestuurders en beleidsmakers om de inhoud van dergelijk onderzoek – vaak op subtiele wijze – een wenselijk geachte richting op te sturen. Veel minder aandacht is er echter voor de andere kant van de zaak, namelijk: wat is de verantwoordelijkheid van die wetenschappers en hoe zijn hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid gewaarborgd? In deze bijdrage zal worden beweerd dat ook daar werk aan de winkel is.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.