Zoekresultaat: 5 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Case x
Wetenschap

De lange arm van art. 54 Fw

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verrekening, verhaal, faillissement, te goeder trouw, omslagmoment
Auteurs L.F.A. Welling-Steffens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur een uiteenzetting van het toepassingsbereik van art. 54 Fw aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Hierbij bespreekt zij kritisch het laatste arrest in die reeks (Eurocommerce) over de toepassing van art. 54 Fw op de uitwinning van een pandrecht gevestigd op een vordering op de pandhouder zelf en geeft zij een analyse van de mogelijke gevolgen van deze uitspraak voor de praktijk.


L.F.A. Welling-Steffens
Dr. mr. L.F.A. (Lilian) Welling-Steffens is Of Council/advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam. Daarnaast is zij verbonden als gastdocent aan de afdeling Privaatrecht van de Rechtenfaculteit aan de Universiteit van Amsterdam.
Wetenschap

De Wet opheffing verpandingsverboden

Een kritische bespreking van de nieuwe regeling van art. 3:83 lid 3 en 4, 3:94 lid 5 en 3:239 lid 5 BW, alsmede van het overgangsrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cessie- en verpandingsverboden, Overdraagbaarheid, Nietigheid, Vormvoorschrift, goederenrecht
Auteurs Mr. dr. M.H.E. Rongen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht geschonken aan het wetsvoorstel ‘Wet opheffing verpandingsverboden’. Na inwerkingtreding van de wet kunnen de overdraagbaarheid en verpandbaarheid van een geldvordering op naam die voortkomt uit de uitoefening van een beroep of bedrijf niet meer door een beding tussen schuldenaar en schuldeiser worden uitgesloten of beperkt. De Wet opheffing verpandingsverboden beoogt de kredietmogelijkheden van het bedrijfsleven te vergroten door zeker te stellen dat bedrijfsmatig verkregen geldvorderingen als onderpand voor financieringen kunnen worden ingezet. De nieuwe regeling, de daarin opgenomen uitzonderingen en het overgangsrecht worden kritisch besproken.


Mr. dr. M.H.E. Rongen
Mr. dr. M.H.E. (Martijn) Rongen is senior legal counsel bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Objets trouvés

Proeve van een verbeterde Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Grondwet, Democratie, Rechtsstaat, Eerste Kamer, Bindend referendum
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn Proeve van een verbeterde Grondwet geeft Huub Linthorst oplossingen voor de risico’s die uit zijn ‘stresstest’ naar voren kwamen. Tot de voorstellen behoren de afschaffing van de Eerste Kamer, de invoering van het toetsingsrecht, versterking van (de formulering van) de grondrechten, een lichtere herzieningsprocedure en de invoering van een bindend referendum. Aan de doelstelling van haalbaarheid heeft Linthorst voldaan door op belangrijke punten tegemoet te komen aan voor- en tegenstanders. Naast verbetering en haalbaarheid, is het doel van deze Proeve het bereiken van meer democratie en van effectievere waarborgen tegen aantasting van onze rechtstaat. Of deze Proeve, na het bereiken van het Staatsblad meer democratie brengt en bovendien een dam kan opwerpen tegen schendingen van de rechtsstaat zoals die in Polen en Hongrijke, is allerminst gegarandeerd. Afgezien van het gebruikelijke cynisme over de normatieve kracht van de Grondwet, beslaat onze geschreven constitutie steeds minder de constitutionele werkelijkheid.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Casus

Eerste Kamer en wetgeving

Een boodschap aan de staatscommissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden wetgevingsprocedure, wetgevingskwaliteit, novelle, amendement
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van de Eerste Kamer heeft al vaak onder druk gestaan. Gelet daarop is het een wonder te noemen dat wij nog altijd een senaat hebben. Dit is te danken aan een voortdurende aanpassing van zijn functie, een strategie van terughoudendheid en een zware procedure van grondwetwijziging. In meer positieve zin is de huidige acceptatie ook te danken aan het meer en meer optreden als toetsende instantie van het wetgevingsproces en de wetgevingskwaliteit. Aan de hand van twee recente voorbeelden, het wetsvoorstel Elektriciteits- en gaswet en een wijziging van de Mediawet, beziet de auteur of deze positionering terecht is. Vanuit de Kamer zelf is kritiek geuit op het staatsrechtelijke gehalte van het optreden van de Kamer bij de behandeling van die voorstellen. De auteur is van mening dat het veel meer perspectief biedt als de aangekondigde staatscommissie aandacht besteedt aan de feitelijk bijdrage die de Senaat kan leveren aan de kwaliteit van onze wetgeving, zijnde dé functie van de Senaat, dan herhaalde aandacht voor zijn staatsrechtelijke positie, waarvoor de argumenten al vele malen gewisseld zijn.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.