Zoekresultaat: 11 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Case x
Wetenschap

De lange arm van art. 54 Fw

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2021
Trefwoorden verrekening, verhaal, faillissement, te goeder trouw, omslagmoment
Auteurs L.F.A. Welling-Steffens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geeft de auteur een uiteenzetting van het toepassingsbereik van art. 54 Fw aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad. Hierbij bespreekt zij kritisch het laatste arrest in die reeks (Eurocommerce) over de toepassing van art. 54 Fw op de uitwinning van een pandrecht gevestigd op een vordering op de pandhouder zelf en geeft zij een analyse van de mogelijke gevolgen van deze uitspraak voor de praktijk.


L.F.A. Welling-Steffens
Dr. mr. L.F.A. (Lilian) Welling-Steffens is Of Council/advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam. Daarnaast is zij verbonden als gastdocent aan de afdeling Privaatrecht van de Rechtenfaculteit aan de Universiteit van Amsterdam.
Wetenschap

Het consultatievoorstel modernisering personenvennootschappen

Een overzicht met kanttekeningen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden personenvennootschapsrecht, maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. dr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Al meerdere decennia is de wetgever met vele temporaire onderbrekingen bezig het personenvennootschapsrecht, dat in essentie nog uit 1838 stamt, te moderniseren. Een aantal legislatieve aanzetten daartoe is in de loop der jaren om uiteenlopende redenen gesneefd. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft dit onderwerp nu weer opgepakt. Op 21 februari 2019 heeft het een ambtelijk voorontwerp voor een nieuwe wettelijke regeling van het personenvennootschapsrecht met een daarbij behorend voorontwerp-memorie van toelichting in consultatie gebracht. De consultatie is inmiddels gesloten. De hoofdlijnen van dit consultatievoorstel zullen in dit artikel worden beschreven, voorzien van een enkele kanttekening.


Mr. dr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. dr. A.J.S.M. (Arie) Tervoort is advocaat of counsel bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en fellow bij het aan de VU Amsterdam verbonden Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) te Amsterdam.
Wetenschap

Smallsteps: de uitspraak, de Nederlandse rechtspraak en voorgestelde regelgeving

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden behoud van werknemersrechten, overgang van onderneming, pre-packaged deal, Smallsteps-uitspraak, Wet overgang van onderneming in faillissement
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn uitspraak van 22 juni 2017 in de Smallsteps-zaak besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de Europese richtlijn betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen ook van toepassing is wanneer de overgang van de onderneming plaatsvindt door middel van een zogenoemde pre-packaged deal. De latere Nederlandse rechtspraak beperkt de reikwijdte van de Smallsteps-uitspraak zo veel mogelijk. Op 29 mei 2019 is het voorontwerp Wet overgang van onderneming in faillissement gepubliceerd. Dit voorontwerp is mede een reactie op de Smallsteps-uitspraak, maar lijkt strijdig te zijn met de richtlijn.


Mr. C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Access_open Bij bestuurdersaansprakelijkheid hoort geen klachtplicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, klachtplicht
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over de klachtplicht wordt betoogd dat art. 6:89 BW niet van toepassing is op claims uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Op juridisch-dogmatische gronden zou daar voor art. 2:9 BW wellicht nog wel iets te zeggen zijn, maar voor art. 2:138 (248) en 6:162 BW in veel mindere mate, nu de uit deze bepalingen voortvloeiende verplichtingen niet kwalificeren als verbintenissen. Belangrijker is evenwel dat voor alle drie de vormen van bestuurdersaansprakelijkheid toepasselijkheid van art. 6:89 BW – gelet op de ratio van de klachtplicht – niet aanvaardbaar en dus onwenselijk is.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. (Jan Bernd) Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Een praktijkstudie naar de pre-pack en de beoogd curator als vernieuwend instrument in de Nederlandse insolventiepraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden pre-pack, beoogd curator, effectief instrument, insolventiepraktijk, praktijkstudie
Auteurs Mr. ir. drs. A.G. Beunk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit onderzoek is door middel van negentien interviews met betrokkenen uit de brede insolventiepraktijk een model ontwikkeld ter beoordeling en toetsing van de effectiviteit van een pre-pack en een beoogd curator. Aan de orde komen daarbij de doelstelling, de afweging van de voor- en nadelen en de voorwaarden voor een pre-pack.


Mr. ir. drs. A.G. Beunk
Mr. ir. drs. A.G. Beunk schreef dit artikel naar aanleiding van haar afstudeeronderzoek Master Accounting & Control aan de Vrije Universiteit.
Casus

De reikwijdte van de zorgplicht binnen concernverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zorgplicht, moedermaatschappij, concernverhouding, economische werkelijkheid, concernleidingsplicht
Auteurs Mr. F. van Liere
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij jegens crediteuren van haar dochter(s) vanwege schending van de zorgplicht om de crediteurenbelangen in acht te nemen. De term zorgplicht is in lagere rechtspraak en literatuur ontwikkeld, maar de Hoge Raad heeft deze term nog niet aanvaard, waardoor nog altijd onduidelijkheid bestaat over de exacte invulling van de zorgplicht. In dat kader worden drie vragen behandeld: naar de inhoud van de zorgplicht, naar de omstandigheden waaronder zij zich manifesteert en naar het moment van inwerkingtreding van de zorgplicht. Aan de hand van de kernarresten en de economische werkelijkheid worden deze vragen beantwoord en wordt geconcludeerd dat sprake is van een immer aanwezige zorgplicht om de belangen van de crediteuren in acht te nemen als uitwerking van de concernleidingsplicht van de moedermaatschappij binnen concernverhoudingen.


Mr. F. van Liere
Mr. F. van Liere is heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie.
Casus

Continuïteit van ondernemingen en pre-pack – hoe een idee een Europese richtlijn mist

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden faillissement, doorstart, pre-pack, overgang van onderneming
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals bij elk nieuw fenomeen geldt ook voor de pre-pack dat juridische onduidelijkheden bestaan. Een voor de praktijk belangrijke vraag is of er redenen zijn aan te nemen dat een voortzetting van de onderneming door middel van een zogenoemde pre-pack een overgang van onderneming zou kunnen impliceren. De auteur stelt dat, ondanks de bewoordingen van art. 7:666 BW, een categorische uitsluiting van de regels met betrekking tot overgang van onderneming in faillissement wellicht in strijd is met Europese regels.


R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

De Ontwerpregeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon nader beschouwd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Derivaten, Intermediary risk, Afgescheiden vermogen, Matched Principal, Lastgeving
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument Wijzigingswet financiële markten 2016 omvat een regeling ter bescherming van derivatenbeleggers tegen faillissement van de tussenpersoon. Voorgesteld wordt de regeling op te nemen in de Wge. De regeling beoogt het Nederlandse recht in lijn te brengen met de regels die de MiFID en de EMIR stellen inzake de bescherming van derivatenbeleggers. De auteur beschouwt de voorgestelde regeling nader en signaleert enkele aandachtspunten. Uit de bijdrage blijkt dat het opstellen van een regeling die past binnen het vermogensrecht en aansluit bij de praktijk geen eenvoudige opgave is.


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Case

De kredietovereenkomst met de huisbank

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 02 2007
Trefwoorden bank, faillissement, borg, ondernemer, curator, pandgever, kredietovereenkomst, zakelijke zekerheid, bestuurder, executie
Auteurs J.W. Frieling

J.W. Frieling
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.