Zoekresultaat: 27 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Case x
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Casus

Enkele gedachten over de arbeidsovereenkomst in het concern

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden arbeidsovereenkomst, concern, werknemer
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer in het concern heeft veelal niet alleen te maken met degene met wie hij de arbeidsovereenkomst ondertekende, maar ziet zich tevens geconfronteerd met allerhande ‘derden’ die direct of indirect hun invloed uitoefenen op de arbeidsovereenkomst. Denk aan de situatie dat de werkgever niet meer in staat is het loon te betalen omdat de moedervennootschap al haar leningen heeft opgeëist. Een ander concernonderdeel kan zelfs in het geheel niet als derde worden ervaren, bijvoorbeeld in de veelvoorkomende situatie dat de werknemer binnen een concern feitelijk permanent werkt binnen een andere vennootschap dan die waarmee hij de arbeidsovereenkomst sloot. De centrale vraag van de auteur is of het recht voldoende rekening houdt met de arbeidsovereenkomst binnen het concern.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Drie ontwikkelingen in de rechtspraak van de Hoge Raad in 2015 over personenvennootschappen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, personenvennootschap
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015 is de Hoge Raad in drie belangrijke uitspraken ingegaan op het personenvennootschapsrecht. De Hoge Raad besliste dat een vennoot die toetreedt tot een al bestaande vennootschap onder firma of als gewone vennoot toetreedt tot een al bestaande commanditaire vennootschap ook aansprakelijk is voor verbintenissen die al waren ontstaan vóór zijn toetreden. De Hoge Raad is tevens ingegaan op de vraag wanneer een commanditaire vennoot het zogenoemde bestuursverbod overtreedt. Ten slotte heeft de Hoge Raad beslist dat het faillissement van een vennootschap onder firma niet automatisch tot gevolg heeft dat ook de vennoten in staat van faillissement komen te verkeren.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Casus

Een praktijkstudie naar de pre-pack en de beoogd curator als vernieuwend instrument in de Nederlandse insolventiepraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2015
Trefwoorden pre-pack, beoogd curator, effectief instrument, insolventiepraktijk, praktijkstudie
Auteurs Mr. ir. drs. A.G. Beunk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit onderzoek is door middel van negentien interviews met betrokkenen uit de brede insolventiepraktijk een model ontwikkeld ter beoordeling en toetsing van de effectiviteit van een pre-pack en een beoogd curator. Aan de orde komen daarbij de doelstelling, de afweging van de voor- en nadelen en de voorwaarden voor een pre-pack.


Mr. ir. drs. A.G. Beunk
Mr. ir. drs. A.G. Beunk schreef dit artikel naar aanleiding van haar afstudeeronderzoek Master Accounting & Control aan de Vrije Universiteit.
Casus

Shoarma aan de rol!

Het effect van vernieuwend toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectstudie, gedragsbeïnvloeding, voedselveiligheid, shoarmaondernemers, NVWA
Auteurs Linda van Rooij-van den Bos, Wendy Verdonk-Kleinjan, Laurie Jansen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2011 blijkt dat 60% van de shoarmaondernemers de voedselveiligheidswetgeving naleeft. Dit naleefniveau is voor de NVWA onvoldoende en er wordt vastgesteld dat de reguliere werkwijze onvoldoende effect heeft op de doelgroep. Een gestructureerde aanpak van het probleem, via risico- en doelgroepanalyse, leidt tot een andere, meer overwogen en op de doelgroep afgestemde interventie, die nog effectief blijkt ook. Voor andere toezichthouders kan deze casus gebruikt worden als een ‘best practice’ om op een andere wijze het toezicht in te richten.


Linda van Rooij-van den Bos
Ir. L. van Rooij-van den Bos is senior inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Wendy Verdonk-Kleinjan
Dr. M.I. Verdonk-Kleinjan is coördinerend specialistisch adviseur, afdeling Staf bij de NVWA.

Laurie Jansen
Msc. L. Jansen is inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Herman Jansen
Ing. H.A.P.M. Jansen is inspecteur toezichtontwikkeling, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Ghislaine Mittendorff
Ing. G.J.M. Mittendorff is coördinerend specialistisch inspecteur, divisie Consument & Veiligheid bij de NVWA.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is redacteur van dit tijdschrift.

Stefaan Voet
Stefaan Voet is associate professor aan de KU Leuven en redacteur van dit tijdschrift.
Casus

Urgenda: een typisch gevalletje rechter, wetgever of politiek?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Urgenda, klimaatverandering, gevaarzetting, beleidsvrijheid, doorkruising machtenscheiding
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vonnis van de Haagse rechtbank in de zaak Urgenda tegen de Staat der Nederlanden heeft wereldwijd de aandacht getrokken. Het bevel van de rechter aan de Staat om meer te doen om de uitstoot van broeikasgassen met 25 procent ten opzichte van 1990 te verminderen heeft zowel lof als kritiek geoogst in de (internationale) media en literatuur. Milieuorganisaties loven de durf van de rechtbank om de Staat via het onrechtmatigedaadsrecht te houden aan internationaal overeengekomen CO2-reductiedoelstellingen. Staatsrechtgeleerden hekelen het vonnis daarentegen omdat de rechter te activistisch zou hebben geopereerd, te veel op de stoel van de wetgever en de politiek zou zijn gaan zitten en onvoldoende rekening houdt met de beleidsvrijheid van de Staat. De vraag is echter of deze kritiek niet uitgaat van een te eenzijdige lezing van het vonnis en van verouderde denkbeelden over de rol van de rechter binnen de trias politica.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat.
Casus

De reikwijdte van de zorgplicht binnen concernverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden zorgplicht, moedermaatschappij, concernverhouding, economische werkelijkheid, concernleidingsplicht
Auteurs Mr. F. van Liere
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij jegens crediteuren van haar dochter(s) vanwege schending van de zorgplicht om de crediteurenbelangen in acht te nemen. De term zorgplicht is in lagere rechtspraak en literatuur ontwikkeld, maar de Hoge Raad heeft deze term nog niet aanvaard, waardoor nog altijd onduidelijkheid bestaat over de exacte invulling van de zorgplicht. In dat kader worden drie vragen behandeld: naar de inhoud van de zorgplicht, naar de omstandigheden waaronder zij zich manifesteert en naar het moment van inwerkingtreding van de zorgplicht. Aan de hand van de kernarresten en de economische werkelijkheid worden deze vragen beantwoord en wordt geconcludeerd dat sprake is van een immer aanwezige zorgplicht om de belangen van de crediteuren in acht te nemen als uitwerking van de concernleidingsplicht van de moedermaatschappij binnen concernverhoudingen.


Mr. F. van Liere
Mr. F. van Liere is heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie.
Casus

Onrechtmatige verkoop van bv-aandelen door schending onderzoeksplicht: bestuurlijke tekortkoming of aandeelhoudersgedraging?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid, onderzoeksplicht, verkoop bv, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. V. van Vegchel
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkoper van een bv riskeert onder omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid jegens crediteuren van die bv indien hij de verkoop doorzet zonder onderzoek te doen naar de koper en deze koper achteraf malafide blijkt te zijn. Verscheidene rechtbanken zien in het schenden van deze onderzoeksplicht een grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid van een verkopend dga. In dit artikel wordt geconstateerd dat deze grondslag onjuist is. Een aandelenoverdracht behelst immers een aandeelhoudersgedraging. Bovendien had de dga ook via de weg van aandeelhoudersaansprakelijkheid kunnen worden aangesproken. Verder komt aan bod wat de kenmerken zijn van de onderzoeksplicht en wanneer dit aansprakelijkheidsrisico zich kan verwezenlijken.


Mr. V. van Vegchel
Mr. V. van Vegchel is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Casus

Contracteren met auteurs

Omgaan met exclusiviteit, disproportionaliteit en toekomstige en voldoende exploitatie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Auteurscontractenrecht, Vergoeding, Exploitatie, Disproportionaliteit, Niet-gebruik
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
Auteursinformatie

Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. Visser is hoogleraar in Leiden en advocaat in Amsterdam. De auteur is dank verschuldigd aan mw. mr. J.A. Schaap en mw. dr. mr. A. de Hingh voor commentaar op een eerdere versie van dit artikel. Voor de voorbeelden uit lagere Duitse rechtspraak is hij dank verschuldigd aan Roman van der Boom, die zijn scriptie schreef over de nieuwe iustum pretium in het auteursrecht met een rechtsvergelijking met Duitsland.

Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is Gewoon hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, chief editor van Restorative Justice: an International Journal en tevens redactielid van dit tijdschrift.

Janny Dierx
Janny Dierx is gevormd als jurist en geregistreerd MfN-mediator. Zij was betrokken bij de pilots herstelbemiddeling in strafzaken van het ministerie van Veiligheid & Justitie en is redactielid van dit tijdschrift.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Casus

Contractuele afspraken met goederenrechtelijke werking: het onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud en overwaardearrangement

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onoverdraagbaarheidsbeding, eigendomsvoorbehoud, overwaardearrangement, goederenrechtelijke werking
Auteurs Mr. dr. R. Mellenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    Sommige contractuele afspraken hebben vergaande goederenrechtelijke gevolgen. De precieze formulering van contractuele afspraken met goederenrechtelijke gevolgen is noodzakelijk, aangezien kleine aanpassingen in de tekst van het contractuele beding belangrijke goederenrechtelijke gevolgen kunnen hebben. In dit artikel wordt aan de hand van drie in de praktijk belangrijke situaties ingegaan op de goederenrechtelijke werking van contractuele afspraken: (1) het onoverdraagbaarheidsbeding, (2) het eigendomsvoorbehoud, en (3) het overwaardearrangement. Deze drie situaties zijn van belang binnen de commerciële contractspraktijk en voor de financiering van bedrijven.


Mr. dr. R. Mellenbergh
Mr. dr. Rik Mellenbergh is als universitair hoofddocent verbonden aan de Vrije Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, afdeling Privaatrecht, en is directeur van het International Business Law programma van de VU.
Casus

De verjaring van een 403-vordering

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden 403-vordering, verjaring, moedervennootschap, dochtervennootschap
Auteurs J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 403-vordering is een zelfstandige vordering, meestal op de moedervennootschap. Deze vordering onderscheidt zich van de hoofdvordering op de dochtervennootschap. Deze te onderscheiden vorderingen verjaren onafhankelijk van elkaar. Naast de vraag of deze vorderingen onafhankelijk van elkaar verjaren, rijst de vraag of deze vorderingen op verschillende tijdstippen kunnen verjaren. Op basis van verschillende gronden kan dit het geval zijn.
    Een hoofdvraag die beantwoord dient te worden om vast te stellen wanneer een 403-vordering verjaart, is wanneer een 403-vordering ontstaat. Er zijn gronden om aan te nemen dat een 403-vordering pas ontstaat nadat de schuldeiser de moedervennootschap tot nakoming heeft aangesproken.


J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is advocaat bij Loyens & Loeff en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Casus

Gerechtelijke toetsing bij herroeping van een ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Hoe de Hoge Raad zijn doel voorbijstreeft met onnodig complicerende voorwaarden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden herroeping ontbindingsbesluit rechtspersoon, gerechtelijke toetsing, Rifgat
Auteurs I. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Rifgat-beschikking van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3677) heeft de Hoge Raad niet alleen bevestigd dat herroeping van een ontbindingsbesluit mogelijk is, maar ook de daarvoor geldende voorwaarden bepaald. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat hij daarmee een leemte vult in de wetgeving en dat het eigenlijk aan de wetgever is om te voorzien in een afgewogen regeling. De door de Hoge Raad geformuleerde voorwaarden lijken echter niet aan te sluiten bij het beoogde doel. Daarnaast blijken deze bij toetsing aan het feitencomplex in de Rifgat-casus niet te leiden tot een redelijke uitkomst. Het verbinden van bijzondere voorwaarden aan herroeping van een ontbindingsbesluit is, gezien de ontwikkelingen in wetgeving, rechtspraak en literatuur, ook niet langer nodig. Een eenvoudige wettelijke regeling voor herroeping van besluiten is daarom, juist na deze Hoge Raad-beschikking, dringend gewenst.


I. Groenland
Mr. I. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.
Casus

De economische werkelijkheid en enquêtebevoegdheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden economische werkelijkheid, enquêtebevoegdheid, achterliggende werkelijkheid, enquêtegerechtigdheid, gelijkstelling
Auteurs S.F. van Dalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is bij het toekennen van enquêtebevoegdheid een aantal keren anders geoordeeld dan de tekst van de wet doet verwachten. Volgens de rechter speelt daarbij de economische werkelijkheid een belangrijke rol. Dit is een onduidelijk en voor meerdere interpretaties vatbaar begrip. Volgens de auteur vormt dit begrip een beoordelingskader waarbinnen de rechter feiten en omstandigheden afweegt. Dit beoordelingskader is nuttig, het biedt de ruimte om aan te sluiten bij de doeleinden van het enquêterecht. Spreken van de ‘achterliggende werkelijkheid’ in plaats van ‘economische werkelijkheid’ zou de onduidelijkheid kunnen wegnemen. De rechter kan dan via enerzijds de afgeleideleer en anderzijds de gelijkstellingsregel afwijken van een al te strikte toepassing van de wettelijke bepaling, indien de achterliggende werkelijkheid dit rechtvaardigt.


S.F. van Dalen
S.F. van Dalen, LLB, BSc is student aan het Utrecht Law College.
Casus

Verslag internationale conferentie: Mediation, Communicatie en Dialoog

Verbreding en verdieping van het gebruik van het transformatieve mediation model

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2015
Auteurs Lida M. van den Broek
Auteursinformatie

Lida M. van den Broek
Lida M. van den Broek is directeur-eigenaar van Kantharos, een advies- en trainingsbureau dat is gespecialiseerd in etnische diversiteit en verandermanagement.
Casus

The path from 'calculating the cost of conflicts' towards 'cooperation controlling'

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Conflict Management, Cooperation Controlling, Mediation Paradox, Cost of Conflict
Auteurs Elvira Hauska en Berndt Exenberger
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution the author(s) contend that controlling cooperation is a better appraoch to succesfully meet the mediation paradox (discussed a.o. by De Palo et al. in the European Parliament Rebooting study) and the conflict management paradox, than merely calculating the costs of conflicts. The author(s) discuss the phenomenon of denial gap, and summarize some of the results they achieved with their team spirit barometer in surveys among Austrian managers during the past few years.


Elvira Hauska
Elvira Hauska wrote several publications since 2006. Since 2004 she is self-employed as conflict management consultant with focus on evaluation, mediation and coaching. Before she was six years assistant professor at the University of Graz with a special emphasis on optimization methods and has six years praxis as project manager in leading Austrian companies.

Berndt Exenberger
Berndt Exenberger was born in 1961, he studied Business Administration and Laws in Vienna and has a 17 years experience in various executive positions in the Austrian non ferrous metal industry. He is now working as an independent consultant for more than ten years, his core areas are conflict management and controlling. He is also a lecturer at the FH Burgenland – University of applied Sciences (conflict management, teamwork, organisational development) and was one of the authors of the Austrian conflict cost study in 2006.
Toont 1 - 20 van 27 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.