Zoekresultaat: 8 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Markt & Mededinging x Jaar 2017 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Intel ontleed

HvJ EU 6 september 2017, zaak C-413/14 P, Intel/Europese Commissie, ECLI:EU:C:2017:632

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, kortingen, even efficiënte concurrent, efficiencies
Auteurs Pepijn van Ginneken en Gaëlle Béquet
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 september 2017 vernietigde het Hof van Justitie de Intel-uitspraak van het Gerecht uit 2014 over het toepassen van exclusiviteitskortingen. Het Hof van Justitie concludeerde dat het Gerecht ten onrechte niet had gekeken naar de beroepsgronden van Intel over de vraag of de betreffende kortingen mededingingsbeperkende effecten hadden onder de ‘even efficiënte concurrent’-toets (as efficient competitor, AEC-toets). Het Gerecht was op basis van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie tot de conclusie gekomen dat exclusiviteitskortingen per definitie misbruik van machtspositie vormen. Het Hof van Justitie breekt nu met deze sinds veertig jaar vaste jurisprudentie.


Pepijn van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

Gaëlle Béquet
Mr. G.D.G.M.G. Béquet is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

Austria Asphalt; uitbreiding van een eenbaansweg naar een tweebaansweg met de Concentratieverordening (of niet?)

HvJ EU 7 september 2017, zaak C-248/16, Austria Asphalt GmbH & Co OG/Bundeskartellanwalt, ECLI:EU:C:2017:643

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden Concentratieverordening, gezamenlijke zeggenschap, werkingssfeer concentratiecontroleregels, prejudiciële vraag, volwaardigheidscriterium
Auteurs Elske Raedts
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkrijging van gezamenlijke zeggenschap over een bestaande onderneming valt alleen binnen de werkingssfeer van de EU-concentratiecontroleregels wanneer deze onderneming ‘volwaardig’ is. De verkrijging van gezamenlijke zeggenschap door Austria Asphalt samen met de huidge eigenaar Teerdag over een niet-volwaardige fabriek diende daarom niet gemeld te worden bij de Europese Commissie. Dit artikel gaat in op de scheidslijn tussen de bevoegdheid van de Commissie op het gebied van concentratiecontrole en de handhavingsbevoegdheden onder Verordening (EG) nr. 1/2003 enerzijds en de concentratiecontrolebevoegdheid van de Commissie voor de interne markt en de concentratiecontrolebevoegdheid van nationale autoriteiten van de lidstaten anderzijds.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Digitale bewijsvergaring door de ACM: herleving van het ‘buiten de reikwijdte’-argument

Rechtbank Den Haag (kort geding) 12 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7968

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ACM, bewijsvergaring, digitale gegevens, inspectie, reikwijdte
Auteurs Floris ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de eerste rechterlijke toetsing van de toepassing van de in 2014 van kracht geworden werkwijze voor onderzoek in digitale gegevens door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De relevante uitspraak is het Nederlandse voorbeeld van een serie recente zaken in verschillende jurisdicties waar inspecties in het algemeen, en digitale bewijsvergaring in het bijzonder, onder de rechterlijke loep zijn komen te liggen.


Floris ten Have
Mr. F. ten Have is advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Infineon: een light-versie van de enkele voortdurende inbreuk voor de marginale karteldeelnemer

Gerecht 15 december 2016, zaak T-758/14, Infineon, ECLI:EU:T:2016:737

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Infineon, enkele voortdurende inbreuk, Coppens, smart card chips, hoofdelijk aansprakelijk
Auteurs Nienke de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Afzonderlijke inbreuken op het mededingingsrecht kunnen worden samengenomen tot één enkele inbreuk wanneer de ondernemingen een gezamenlijke doelstelling nastreven en op de hoogte zijn van de gedragingen van de overige deelnemers. De Europese jurisprudentie is echter onduidelijk over de kwalificatie van de inbreuk wanneer een deelnemende onderneming geen kennis had van de gehele omvang van de inbreuk. In afwijking van de Coppens-jurisprudentie oordeelt het Gerecht in dit arrest dat deze onderneming wél deelneemt aan de enkele inbreuk, maar slechts aansprakelijk is voor de bestanddelen waarvan zij kennis had. Deze benadering kan echter vergaande gevolgen hebben, vooral vanuit civielrechtelijk perspectief.


Nienke de Jong
Mr. N.R. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

De bagatelbepaling van artikel 7 lid 2 Mw verplicht de ACM tot marktonderzoek

Rechtbank Rotterdam 13 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:7664

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden bagatelbepaling, taxionderneming, ACM, merkbaarheidsvereiste, strekkingsbeding
Auteurs Frank Cornelissen en Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 13 oktober 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam de boetebesluiten vernietigd die de ACM had gericht tegen twee taxiondernemingen (en hun feitelijk leidinggevenden) die actief waren op het gebied van contractueel taxivervoer. Volgens de ACM hadden de taxiondernemingen zich schuldig gemaakt aan verboden afstemmingen van hun inschrijvingen voor contractueel taxivervoer in de regio Rotterdam. Hoewel de Rechtbank Rotterdam het oordeel van de ACM deelt dat de taxiondernemingen partij waren bij overeenkomsten met mededingingsbeperkende strekking, had de ACM niet bewezen dat het marktaandeel van betrokken partijen groter was dan de bagateldrempel van artikel 7 lid 2 Mededingingswet (Mw). De uitspraak roept diverse vragen op. De auteurs gaan achtereenvolgens in op de zelfstandige rol van het merkbaarheidsvereiste in geval van een strekkingsbeding, op de rol van de bagatelbepaling en op de marktafbakening bij aanbestedingsprocedures.


Frank Cornelissen
Mr. drs. F.J.J. Cornelissen is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.

Sjaak van der Heul
Mr. S. van der Heul is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen N.V.
Jurisprudentie

Viasat: een duidelijke waterscheiding tussen Altmark en artikel 106 lid 2 VWEU?

Hof van Justitie EU 8 maart 2017, zaak C-660/15 P, Viasat Broadcasting UK/Commissie, ECLI:EU:C:2017:178

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang, Altmark, evenredigdheid, verenigbaarheid
Auteurs Maarten Aalbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Altmark-arrest koos het Hof van Justitie voor een zogeheten ‘voorwaardelijke compensatiebenadering’ voor diensten van algemeen economisch belang. Compensaties die voldoen aan de Altmark-voorwaarden vormen geen staatssteun. Omdat er in de praktijk weinig compensaties de strikte Altmark-test doorstaan, speelt artikel 106 lid 2 VWEU nog steeds een centrale rol voor het vrijstellen of aanmelden van steunmaatregelen. In de zaak Viasat Broadcasting UK/Commissie heeft het Hof van Justitie voor het eerst de mogelijkheid gekregen zich uit te spreken over de verhouding tussen de toepassing van het Altmark-arrest en de voorwaarden van artikel 106 lid 2 VWEU.


Maarten Aalbers
Mr. M. Aalbers is promovendus aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Commissie mag onrechtmatig door onderneming gemaakte audio-opnamen gebruiken als bewijs

Gerecht 8 september 2016, zaak T-54/14, Goldfish e.a./Commissie, ECLI:EU:T:2016:455

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Toelaatbaarheid bewijs, Audio-opnamen, Telefoontaps, Noordzeegarnalen
Auteurs Paul Heijnsbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De kern van dit arrest is de ruime toelaatbaarheid van audio-opnamen als bewijs voor een kartelinbreuk. Tijdens een inspectie trof de Commissie audio-opnamen aan die Kok Seafood heimelijk had gemaakt van telefoongesprekken met Heiploeg. Zelfs als deze opnamen onrechtmatig zijn gemaakt, mocht de Commissie die van het Gerecht gebruiken als bewijs tegen Heiploeg. Van belang daarvoor was dat Heiploeg niet van een eerlijk proces is beroofd en de opnamen niet het enige bewijsmiddel waren. In deze annotatie wordt nader ingegaan op deze toetsingsnorm en de verhouding daarvan tot nationale regels en andere jurisprudentie.


Paul Heijnsbroek
Mr. dr. P. Heijnsbroek is advocaat bij Houthoff Buruma.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.