Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Kansschade: een bewogen leerstuk

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1223 en Rb. Den Haag 8 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:4

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2020
Trefwoorden (letsel)schade, kansschade, zorgvuldigheidsnorm, proportionele aansprakelijkheid, condicio sine qua non-verband
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het Srebrenica-arrest als in het Faro-vonnis, twee tamelijk verschillende zaken, is een veroordeling tot vergoeding van kansschade uitgesproken voor onzorgvuldig handelen. In zijn Srebrenica-uitspraak stelde de Hoge Raad de kleine, maar niet verwaarloosbare kans voor de bewuste groep mannelijke vluchtelingen om uit handen te blijven van Bosnische Serviërs (als Dutchbat naar behoren zou zijn opgetreden) vast op 10%, waar het hof nog was uitgekomen op 30%. De rechtbank kwam in de Faro-zaak tot een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 20% op een beter resultaat bij de destijds met Martinair gevoerde onderhandelingen als de Raad voor de Luchtvaart niet onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Een algemeen, voor alle gevallen toepasbaar, minimumpercentage voor kansschade lijkt niet aanwijsbaar.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster advocaten.
Jurisprudentie

Opwarming van het klimaat als onrechtmatige daad?

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Urgenda, klimaat, Nederlandse Staat, Hoge Raad, klimaatverandering
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 in de veelbesproken klimaatzaak tussen Urgenda en de Nederlandse Staat.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.
Jurisprudentie

Directe actie als de verzekerde rechtspersoon niet meer bestaat: uitzondering op meldingsplicht geldt volgens de Hoge Raad voor alle schades

HR 1 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:150

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden directe actie, artikel 7:954 BW, meldingsvereiste, verzekerde rechtspersoon, faillissement
Auteurs Mr. J. Kruijswijk Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 februari 2019 heeft de Hoge Raad de reikwijdte van de uitzondering op het meldingsvereiste voor een beroep op de directe actie van artikel 7:954 BW verduidelijkt. Volgens lid 2 van artikel 7:954 BW is voor een beroep op de directe actie niet nodig dat de schade door de aansprakelijke verzekerde aan de aansprakelijkheidsverzekeraar is gemeld, als de verzekerde een rechtspersoon was die heeft opgehouden te bestaan. In alle andere gevallen kan de directe actie alleen worden uitgeoefend als de schade door de verzekeringnemer of verzekerde wél is gemeld bij de aansprakelijkheidsverzekeraar. In het onderhavige arrest stond ter discussie of dit voor alle schades geldt of alleen voor de zogenaamde long tail-schades: schades die zich pas (na lange tijd) manifesteren nadat een rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan.


Mr. J. Kruijswijk Jansen
Mr. J. Kruijswijk Jansen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Dat de Hoge Raad in 2019 arrest moge wijzen

Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10336

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, ongeschikte hulpzaak, toerekening, objectieve onbekendheid, afweging factoren
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam, medewerker bij het wetenschappelijk bureau van Holla Advocaten (praktijkgroep gezondheidsrecht) en voorzitter van de Geschilleninstantie Verloskunde.
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Jurisprudentie

De Hoge Raad en de uitleg van de opzetclausule: een antwoord op alle vragen?

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden opzetclausule, culpoze delicten/schulddelicten, categoriebenadering, voorwaardelijk opzet, AVP
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze annotatie staat het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2018 centraal. Daarin buigt Nederlands hoogste rechtscollege zich voor het eerst over de opzetclausule 2000. Deze clausule is in veel aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren (AVP) opgenomen, maar de uitleg daarvan staat ter discussie. De Hoge Raad ziet dan ook aanleiding om met het oog op de rechtseenheid enkele fundamentele overwegingen te wijden aan de uitleg van deze opzetclausule.


Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda bij het Verzekeringsinstituut aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

De inschatting van het hypothetisch carrièreverloop: tussen idealisme en realisme

HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:273 (Molenaarszoon)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, hypothetisch carrièreverloop, processuele houding
Auteurs Mr. J.S. Overes
Auteursinformatie

Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

De verhaalspositie van de WAM-verzekeraar bij hoofdelijke medeaansprakelijkheid van zijn verzekerde; zelfstandig of afhankelijk?

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden eigen recht artikel 6 WAM, WAM-verzekeraar, hoofdelijk verbonden schuldenaren, subrogatie, forumkeuze
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Auteursinformatie

Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Sanctionering bij bewuste vernietiging van bewijsmateriaal, vergaand genoeg?

Hof ’s-Hertogenbosch 10 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:31

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden bewijsnood, productaansprakelijkheid, equality of arms, res ipsa loquitur, omkering bewijslast
Auteurs Mr. M. de Zoete
SamenvattingAuteursinformatie

    In onderhavig arrest is benadeelde in een nadeligere bewijspositie komen te verkeren doordat de ongevalsladder waar het om draait, door de wederpartij is vernietigd. Hierdoor is benadeelde in bewijsnood komen te verkeren. De vraag die in dit arrest centraal stond, was welke consequenties de vernietiging van de ongevalsladder diende te hebben voor de bewijspositie van de benadeelde en de toewijsbaarheid van de vordering. In deze annotatie wordt onderzocht of het hof een andere route van het bewijsrecht had kunnen, dan wel had moeten bewandelen, om zo te komen tot een rechtvaardiger uitkomst in deze procedure.


Mr. M. de Zoete
Mr. M. de Zoete is recentelijk cum laude afgestudeerd voor de master privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor schade door gasboringen

Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715 (Eisers/NAM en Staat)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden gasboringen, Groningen, EVRM, staatsaansprakelijkheid, NAM
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. E.C. Gijselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 maart 2017 besliste de Rechtbank Noord-Nederland dat de NAM aansprakelijk is voor door inwoners van het Groningenveld geleden en nog te lijden immateriële schade en vermogensschade in de zin van gemist ongestoord woongenot waarvoor uitgaven zijn gedaan die vanwege de aardbevingen doel hebben gemist. De Rechtbank Noord-Nederland besliste voorts dat de Staat onzorgvuldig en aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens de 127 eisers in deze gevoegde zaak. Een schadevergoedingsverplichting heeft dat laatste oordeel echter niet opgeleverd. In deze bijdrage staat dit vonnis centraal en wordt zowel de beslissing in de verhouding eisers/NAM als die in de verhouding eisers/Staat bezien in het licht van rechtspraak van de Hoge Raad en het EHRM.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.

Mr. E.C. Gijselaar
Mr. E.C. Gijselaar is als promovenda verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall. Zij bereidt een proefschrift voor over de doorwerking van positieve verplichtingen uit het EVRM op het civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheidsrecht.
Jurisprudentie

HR 7 oktober 2016, NJ 2017/73, m.nt. J. Spier (Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden wegbeheerdersaansprakelijkheid, gebrek, schade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vennemans-Kropmans/Gemeente Nijmegen oordeelt de Hoge Raad dat voorwerpen die niet behoren tot de weg in de zin van artikel 6:174 BW een weg niet gebrekkig kunnen maken. Hij bevestigt daarmee de lijn in lagere rechtspraak. In de literatuur werd echter door sommigen verdedigd dat ieder voorwerp een weg gebrekkig kan maken, mits de weg daardoor niet meer voldoet aan de eisten van redelijk onderhoud. Die opvatting volgt de Hoge Raad niet, maar de vraag is of – met de komst van een directe verkeersverzekering – dat criterium niet toch weer aan betekenis zal gaan winnen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Het verlies van een kans op een beter behandelingsresultaat

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2017
Trefwoorden causaal verband, kansschade, medische aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.P. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze zaak betreft de vraag of door het handelen van een medisch beroepsbeoefenaar een verlies op een beter behandelingsresultaat verloren is gegaan en vormt daarmee de eerste medische-aansprakelijkheidszaak waarin de Hoge Raad het leerstuk van kansschade toepast. De Hoge Raad verduidelijkt hoe de vaststelling van het condicio sine qua non-verband bij kansschade dient te geschieden.


Mr. H.P. Verdam
Mr. H.P. Verdam is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Jurisprudentie

Artikel 6:165 BW: ‘een als een doen te beschouwen gedraging’

HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:147

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, geestelijke of lichamelijke tekortkoming, een als een doen te beschouwen gedraging, kosten rechtsbijstand
Auteurs Mr. H. Vorsselman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraak tussen twee voormalig echtgenoten staat een tweetal juridische thema’s centraal: de uitleg van het in artikel 6:165 BW opgenomen criterium ‘een als een doen te beschouwen gedraging’ en de vraag of de door een partij in een gerechtelijke procedure gemaakte kosten van rechtsbijstand die niet zijn vergoed door een eventuele proceskostenveroordeling (alsnog) kunnen worden verhaald in een aparte procedure waarin deze kosten worden gevorderd als schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Dit in het licht van eerdere procedures tussen dezelfde partijen waarin reeds een oordeel is gegeven over de proceskostenveroordeling.


Mr. H. Vorsselman
Mr. H. Vorsselman is advocaat Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht bij PlasBossinade advocaten en notarissen en docent Letselschade en Beroepsziekten aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Google, Facebook & Instagram: internetonderzoek door verzekeraars

Rb. Den Haag 25 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5695

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden fraude, feitenonderzoek, social media
Auteurs Mr. M. Verheijden
Auteursinformatie

Mr. M. Verheijden
Mr. M. Verheijden is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

De opzetclausule in de AVP-polis

Rb. Oost-Brabant 13 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4480

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden opzetclausule, AVP-polis, voorwaardelijk opzet, buitenproportionele schadelijke gevolgen, artikel 6:248 lid 2 BW
Auteurs Prof. Mr. J.H. Wansink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in deze uitspraak staat de uitleg van de opzetclausule zoals deze naar aanleiding van het Aegon/Van der Linden-arrest van de Hoge Raad van 6 november 1998 in 2000 in de AVP-polis is gereviseerd. Een revisie waartoe verzekeraars besloten omdat de door de Hoge Raad voorgestane uitleg in hun visie de reikwijdte van de uitsluiting te vergaand beperkte en daardoor te veel ruimte liet voor dekking van crimineel gedrag. Een steeds weer terugkerend geschilpunt tussen partijen ziet op de vraag of de clausule dekking biedt voor met uitsluitend voorwaardelijk opzet veroorzaakte schade; dit veelal in het licht van het gegeven dat opzettelijke gedragingen kunnen leiden tot qua ernst en omvang in relatie tot de schadeveroorzakende gedraging buitenproportionele schadelijke gevolgen. Het door verzekeraars beoogde correctief daarvoor biedt de redelijkheid en billijkheid overeenkomstig artikel 6:248 lid 2 BW.


Prof. Mr. J.H. Wansink
Prof.mr. J.H. Wansink is emeritus hoogleraar verzekeringsrecht aan het Verzekeringsinstituut bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over procedurele aspecten van hoger beroep en cassatie tegen een deelgeschilbeschikking

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1689 (Achmea/zzp’er)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschil, tussentijdse cassatie, ontvankelijkheid, kosten, dagvaardingsprocedure
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft bij arrest van 19 juni 2015 bepaald dat tussentijdse cassatie na tussentijds hoger beroep tegen een deelgeschilbeschikking mogelijk is. Hiertoe is wel verlof van het gerechtshof vereist, tenzij het hof in hoger beroep de zaak zelf heeft afgedaan. Tussentijds hoger beroep en tussentijdse cassatie tegen een deelgeschilbeschikking is een dagvaardingsprocedure. Hierbij gelden de normale regels met betrekking tot de proceskostenveroordeling; artikel 1019aa Rv is aldus niet van toepassing, zo geeft de Hoge Raad aan. In deze bijdrage gaat de auteur op het arrest en de achterliggende zaak in, en geeft hij commentaar op de beslissingen in deze zaak.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

De reikwijdte van het subrogatieverbod ex artikel 7:962 lid 3 BW

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg-arrest)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, schadeverzekering, subrogatieverbod, vaste kracht, inleenkracht
Auteurs Mr. V. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee inzittenden, collega’s, van een auto raken betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De bestuurder, werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst, veroorzaakte het ongeval. De benadeelde was op inleenbasis via het uitzendbureau werkzaam. De zorgverzekeraar van deze ingeleende kracht wil regres nemen op de (WAM-)verzekeraar van de werknemer. Die beroept zich op het subrogatieverbod ex artikel 7:962 BW. De rechtsvraag ligt voor of ‘degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde’ ook ingeleend personeel omvat. De Hoge Raad komt – anders dan rechtbank en hof – tot een restrictieve uitleg van het subrogatieverbod en acht subrogatie derhalve in deze verhouding mogelijk.


Mr. V. Oskam
Mr. V. Oskam is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

Geen analoge toepassing van het Hangmat-arrest op artikel 6:179 BW

Rb. Den Haag 4 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2443

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid voor dieren, artikel 6:179 BW, Hangmat-arrest, medebezit
Auteurs Mr. M. Verheijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Eiseres wordt gebeten door hond Jengo, die gezamenlijk bezit is van haar en haar echtgenoot. Zij spreekt de aansprakelijkheidsverzekeraar van haar echtgenoot aan en vordert 50% van haar schade. Eiseres meent dat de regel uit het Hangmat-arrest voor artikel 6:174 BW ook van toepassing is op de aansprakelijkheid voor dieren (art. 6:179 BW). De rechtbank trekt de lijn van het Hangmat-arrest niet door naar artikel 6:179 BW. De rechtbank overweegt daartoe dat artikel 6:179 en 6:174 BW een andere grondslag kennen en dat de bezitter van een dier ook het ‘profijt’ van het bezit daarvan heeft.


Mr. M. Verheijden
Mr. M. Verheijden is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskosten

HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers
Auteurs Mr. A.H. Sas
Auteursinformatie

Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsadviseur juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.