Zoekresultaat: 19 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Case Law x

Prof. dr. G.R. de Groot
Prof. dr. G.R. de Groot is emeritus hoogleraar rechtsvergelijking en internationaal privaatrecht aan de Universiteit Maastricht en hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Aruba.

Jurisprudentie

Dat de Hoge Raad in 2019 arrest moge wijzen

Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10336

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, ongeschikte hulpzaak, toerekening, objectieve onbekendheid, afweging factoren
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. R.P. Wijne
Mr. dr. R.P. Wijne is docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam, medewerker bij het wetenschappelijk bureau van Holla Advocaten (praktijkgroep gezondheidsrecht) en voorzitter van de Geschilleninstantie Verloskunde.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Jurisprudentie

Let op! Prijslenen kost geld

CBb 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:325

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden kartel, prijslenen, cover pricing, bagatel, functiescheiding
Auteurs Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de geannoteerde uitspraak had het CBb voor het eerst de mogelijkheid zich uit te spreken over de verenigbaarheid met het mededingingsrecht van de praktijk van ‘prijslenen’ (ook wel: cover pricing) bij aanbestedingen. Met name stond de vraag centraal of deze praktijk moet worden aangemerkt als een gedraging die tot doel heeft de mededinging te beperken. Het CBb beantwoordt deze vraag bevestigend. Ofschoon vaststond dat prijslenen minder evidente mededingingsbeperkende impact zal hebben dan ‘bid rigging’, omdat wel contact plaatsvindt tussen inschrijvers, maar niet gezamenlijk de winnende inschrijver en/of inschrijfprijs wordt bepaald, is het College toch van oordeel dat de te verwachten vervalsing van de mededinging van deze praktijk dusdanig is dat deze, conform de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Cartes Bancaires, ‘naar zijn aard schadelijk kan worden geacht voor de goede werking van de normale mededinging’. Het CBb wijdt daarnaast interessante overwegingen aan de bagatelgregeling en de door de ACM in acht te nemen functiescheiding.


Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer. De auteur dankt Felix Roscam Abbing, advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer, voor zijn bijdrage aan een eerdere versie van deze annotatie.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. A.P. Verhaeg
Mr. A.P. Verhaegh is stafjurist bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, thans gedetacheerd bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

    Hotelfunctie. Vergunningverlening in strijd met eigen beleid.

    Toepassing Bor. Bouwwerk gedeeltelijk in strijd met bestemmingsplan.

Jurisprudentie

Het dossier voorwaardelijke ontbinding gesloten? – Hoge Raad 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998 (Mediant/werknemer)

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ontslagrecht, voorwaardelijke ontbinding, vernietiging, bewijsrecht, herstel
Auteurs mr. dr. Vivian Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar de toelaatbaarheid van de voorwaardelijke ontbinding onder de Wet werk en zekerheid (Wwz) heeft de gemoederen flink beziggehouden. De opvattingen in de lagere rechtspraak en de literatuur liepen uiteen. Dat Kantonrechter Enschede op 20 mei 2016 de Hoge Raad prejudiciële vragen stelde op de voet van artikel 392 Rv, was derhalve niet vreemd. Het antwoord van de Hoge Raad, gegeven in een beschikking van 23 december 2016 (Mediant/werknemer) staat in deze bijdrage centraal. Wordt met deze beschikking het voorwaardelijke-ontbindingsdossier gesloten?


mr. dr. Vivian Bij de Vaate
Vivian Bij de Vaate is universitair docent arbeidsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en daarnaast professional support lawyer bij Baker & McKenzie te Amsterdam.

    Normaal maatschappelijk risico gerelateerd aan juridische entiteit.

    Ten onrechte geen rekening gehouden met BBT-conclusies. Rechtsgevolgen blijven in stand.

Jurisprudentie

Het Nederlandse collectieve actierecht (echt) op Europese leest geschoeid

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687, NJ 2015/438 (Abvakabo/Stichting Amsta)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Stakingsrecht, Collectieve actie, Enerco, Amsta, Gezichtspunten
Auteurs Mr. R. Hansma
Auteursinformatie

Mr. R. Hansma
Mr. R. Hansma is docent Sociaal recht en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat te Curaçao.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J.‍ Rogier is emeritus hoogleraar Staats- en Bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao.

    Effect van het vliegen op het gedrag van zoogkoeien met kalveren is ten onrechte niet in de belangenafweging betrokken. Rechtsgevolgen besluit blijven in stand.


Marieke Kaajan

    Bij bepalen terugverdientijd van energiebesparende maatregelen mag niet worden geabstraheerd van bedrijfsspecifieke omstandigheden.

Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.