Zoekresultaat: 10 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Case Law x
Annotatie

Concernaansprakelijkheid bij inbreuken op het EU-mededingingsrecht: Skanska in actie

Hof Arnhem-Leeuwarden 26 november 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10165 (Alstom/TenneT)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Alstom, Tennet, Skanska, concernaansprakelijkheid, ondernemingsbegrip
Auteurs Rogier Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een duidelijk voorbeeld van een beperking van de procedurele autonomie van de lidstaten vormt het Skanska-arrest van het Hof van Justitie, waarin het ruime ondernemingsbegrip dat wordt toegepast in het publieke mededingingsrecht is doorgetrokken naar de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Het arrest heeft veel stof doen opwaaien vanwege zijn potentieel verstrekkende gevolgen. Het in onderhavige bijdrage te bespreken arrest van het Hof Arnhem Leeuwarden in een follow-on zaak in het Gas Geïsoleerd Schakelmateriaal-kartel geeft het hof toepassing aan het Skanska-arrest en past daarbij het ondernemingsbegrip zoals we dat kennen uit de publieke handhaving van het mededingingsrecht toet op de beoordeling van de aansprakelijkheid van een niet-beboete dochtermaatschappij van een de karteldeelnemers.


Rogier Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Stoian t. Roemenië: stap terug of status quo? Een EHRM-casus over het recht op inclusief onderwijs

EHRM 25 juni 2019, 289/14 (Stoian/Roemenië)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, (recht op) inclusief onderwijs, toegankelijkheid, redelijke aanpassingen
Auteurs Dra. M. Spinoy (M.Jur.) en Dr. J. Lievens (LL.M.)
SamenvattingAuteursinformatie

    In het recente arrest Stoian t. Roemenië oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de onderwijssituatie van een jongen met een beperking in Roemenië. Het Hof beoordeelt de zaak vanuit de redelijke aanpassingsplicht en besluit dat die niet geschonden is. In deze bijdrage bespreken en analyseren de auteurs dit arrest dat het Hof op veel kritiek kwam staan. Ze houden daarbij in het bijzonder rekening met het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH) en relevante voorgaande rechtspraak van het EHRM. In het arrest krijgen de principes van het IVRPH (opnieuw) een centrale plaats. De toepassing van die principes is minder eenduidig. Het arrest doet immers belangrijke vragen rijzen over de manier waarop het EHRM twee belangrijke IVRPH-verplichtingen inzake onderwijs toepast. Het IVRPH omvat onder meer de verplichting tot het voorzien van een toegankelijk onderwijssysteem en de verplichting in redelijke aanpassingen te voorzien. Die verplichtingen zijn er beide op gericht onderwijs toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap. Tussen de twee verplichtingen bestaan echter belangrijke verschillen, onder meer inzake afdwingbaarheid. Het EHRM lijkt deze verplichtingen niet correct van elkaar te onderscheiden en aan de twee tegelijk te toetsen. Daarnaast is niet duidelijk hoe streng het Hof de verplichtingen van staten toetst in deze materie. De toetsingsintensiteit lijkt in Stoian lager te liggen dan in eerdere zaken. De auteurs besluiten dan ook dat het arrest geen echte zekerheid brengt over de standaarden die het Hof in volgende zaken zal hanteren.


Dra. M. Spinoy (M.Jur.)
Dra. M. (Marie) Spinoy is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven). Ze doet onderzoek op het gebied van non-discriminatie.

Dr. J. Lievens (LL.M.)
Dr. J. (Johan) Lievens is universitair docent staatsrecht en onderwijsrecht aan de VU Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan de Université de Namur en het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).
Annotatie

Marktafbakening, toch (g)een doel op zich?

CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:150 en ECLI:NL:CBB:2019:151 (contractueel taxivervoer)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2019
Auteurs Rob Gehring
Auteursinformatie

Rob Gehring
Mr. drs. R.G.J. Gehring is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Jurisprudentie en wetgeving

Molla Sali vs Griekenland: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake sharia in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Sharia in Europa, religieus familierecht, legal pluralism, interpersoonlijk recht, interreligieus recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision of the Court that Muslims from the Greek province of West Thrace can choose in matters of family law between civil or Islamic law, is not surprising. However, much can be said about the way in which the Court came to that conclusion. Because in doing so it uses principles and considerations that show a lack of insight in the status and functioning of a unique legal system, namely that of interpersonal law, or the coexistence on equal basis of several family laws. Similarly, the Court seems biased towards Islamic family law, which it consistently refers to as ‘sharia’. A critical discussion of this judgment is therefore appropriate.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Annotatie

Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie dringt zorgplicht op aan Internationaal Strafhof: werkneemsters van het Strafhof mogen flexibel werken om borstvoeding te kunnen geven

ILOAT 28 juni 2017, nr. 3861 (A.L.G./International Criminal Court)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Flexibele arbeidsomstandigheden, Borstvoeding, Internationaal Strafhof, Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie, Zorgplicht
Auteurs Prof. dr. P. Foubert en Drs. F. De Cock
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie buigt zich over geschillen met werknemers van internationale organisaties. Dit Tribunaal komt twee tot drie keer per jaar samen in Genève om deze geschillen te beslechten. Immers, internationale organisaties genieten verregaande immuniteiten en beschikken over een eigen juridisch kader om de arbeidsrelatie met hun werknemers te regelen. Deze werknemers kunnen niet terecht bij een nationale rechter.
    Het Tribunaal oordeelde dat wanneer een werkneemster tijdelijk flexibele arbeidsomstandigheden vraagt om haar baby borstvoeding te kunnen geven, de internationale organisatie dit niet zonder meer mag weigeren. Doet de internationale organisatie (het Internationaal Strafhof) dat wel, dan wordt het zorgplichtprincipe geschonden. Volgens dit principe moeten internationale organisaties hun werknemers met de nodige zorg en aandacht behandelen teneinde hen onnodig leed te besparen.


Prof. dr. P. Foubert
Prof. dr. P. Foubert studeerde rechten aan de universiteiten van Antwerpen (kandidaat 1991), Leuven (licentiaat 1994, doctor 2001) en Harvard (LL.M. 1999). Zij is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt, waar zij ‘Beginselen van het recht’ en ‘Advanced Social Law’ doceert. In haar onderzoek heeft professor Foubert bijzondere aandacht voor de gelijke behandeling in de arbeidsrelatie. Naast haar academische loopbaan is zij eveneens werkzaam als advocaat aan de balie van Leuven.

Drs. F. De Cock
Drs. F. De Cock was de voorbije jaren werkstudent aan de faculteit Rechten van de UHasselt. In 2017 behaalde hij er zijn masterdiploma in de rechten (afstudeerrichting Rechtsbedeling). Sindsdien bereidt hij in de eenheid Sociaal recht een doctoraat voor in het domein van het ‘recht van internationale organisaties’. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de rechtspositie van werknemers die bij internationale organisaties zijn tewerkgesteld, meer bepaald vanuit sociaalrechtelijk perspectief. F. De Cock is vooral geïnteresseerd in de werking van internationale administratieve tribunalen, waaronder het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie.

    De beslissing om een deskundige te benoemen behelst een discretionaire bevoegdheid van de rechtbank. Het Activiteitenbesluit is niet van toepassing op geuremissies nu het gaat om een IPPC-installatie waarop een BREF met BBT-conclusies van toepassing is.


Hans Paul Nijhoff
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

    Verweerder heeft in redelijkheid aansluiting gezocht bij de standaardgeluidnormen in het Activiteitenbesluit. Hogere waarden dan de standaardgeluidsnormen van het Activiteitenbesluit zijn in redelijkheid aanvaardbaar indien niet op korte termijn een meer geschikte, alternatieve locatie voorhanden is.


Hans Paul Nijhoff

    Het is aan de drijver van een inrichting om te bepalen voor welke inrichting hij vergunning wenst te verkrijgen. Indien in de praktijk blijkt dat de niet aangevraagde in- en uitrit een deel van de inrichting is, mag deze niet worden gebruikt zonder dat daarvoor eerst vergunning is verleend.


Hans Paul Nijhoff
Jurisprudentie

Obesitas en handicap: een zwaar probleem voor het Hof van Justitie van de EU?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Obesitas, Hof van Justitie van de EU, Gelijke behandeling, Ziekte, Gebrek
Auteurs Prof. P. Foubert en E. Veronesi
Auteursinformatie

Prof. P. Foubert
Prof. P. Foubert is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt (België).

E. Veronesi
E. Veronesi is doctoraatsstudente aan de Universiteit Hasselt (België).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.