Zoekresultaat: 23 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Overdracht van jaarlijkse vakantie bij ziekte: alle ambtenaren zijn gelijk, zelfs de EU-ambtenaren zijn niet langer (on)gelijker dan de ambtenaren van de lidstaten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU-ambtenaren, Sociaal grondrecht, Eenheid van rechtspraak in het Unierecht, Recht op jaarlijkse vakantie, Doorwerking Arbeidstijdenrichtlijn
Auteurs Alexander De Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Het grondrecht op jaarlijkse vakantie impliceerde, volgens eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, ook een grondrecht op overdracht van door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen op basis van hetgeen was bepaald in de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88. Dit recht op overdracht van jaarlijkse vakantie werd niettemin nog steeds ingeperkt in het statuut van de EU-ambtenaren. De heer Strack – EU-ambtenaar – vond dat hij niettemin aanspraak kon maken op de volledige overdracht van zijn door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. De Europese Commissie volgde zijn redenering echter niet omdat EU-ambtenaren niet rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 vallen. Het Gerecht voor ambtenarenzaken stelde de Commissie in het ongelijk, maar het Gerecht van eerste aanleg beslist dat de Commissie het wel bij het rechte eind had. Uiteindelijk oordeelde het Hof van Justitie, in het belang van de eenheid van de rechtspraak, dat de EU-ambtenaren ook aanspraak dienden te kunnen maken op de overdracht van hun door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. Het arrest van het Hof van Justitie staat in deze bijdrage centraal.


Alexander De Becker
A. De Becker is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam ‘De overheid als arbeidsorganisatie’, en tevens hoofddocent aan de Universiteit van Hasselt.
Jurisprudentie

Misbruik van wrakingsrecht?

Annotatie bij de beslissing van Raad van Toezicht op de Advocatuur in Curaçao van 22 september 2014 (HAR 25/14)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. dr. J.P. de Haan
Auteursinformatie

Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is raadsheer bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Deze annotatie is geschreven op persoonlijke titel.

    Euthanasie; zorgvuldigheidseisen; onvoldoende onderbouwing ondraaglijk lijden

    Doorhaling inschrijving BIG-register; automatische overname; in buitenland opgelegde maatregel; beroep op hardheidsclausule; onderzoek IGZ; doorhaling niet noodzakelijk voor patiëntveiligheid; hoger beroep gegrond

    The European Court of Human Rights has accepted the French ban on the wearing of a full face veil (burqa) in public based on the notion of ‘living together,’ which in the particular case of France is considered an essential part of the protection of the rights and freedoms of others.
    In the author’s view, this ruling is problematic as it elevates local – in this case French – customs of the majority to a legal norm. The law is to protect general freedoms, including the freedom to be different from the majority; the law is not to protect certain majority customs. Prescribing what is or is not culturally suitable may be expected from a theocracy or dictatorship, but is not what a legislator in a democratic society should do.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Jurisprudentie

Samsung en Motorola: controversiële duidelijkheid in FRAND-zaken

Besluiten van de Commissie van 29 april 2014, zaken AT.39985 en AT.39939

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Samsung, Motorola, FRAND, standaard essentiële octrooien, misbruik van machtspositie
Auteurs Mr. Pepijn van Ginneken en Mr. Peyma Sholeh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 april 2014 heeft de Europese Commissie twee besluiten genomen in de zaken Motorola en Samsung. Samsung en Motorola hebben volgens de Europese Commissie misbruik gemaakt van hun machtspositie door gerechtelijke procedures te starten tegen Apple. Beide partijen hadden zich ertoe verplicht de door hun gehouden standaard essentiële octrooien aan te bieden op FRAND-voorwaarden en Apple was bereid de licentie te nemen tegen FRAND-voorwaarden. De Commissie heeft met deze besluiten de omstandigheden waaronder de gedragingen van SEP-houders misbruik kunnen vormen uiteengezet. In deze annotatie worden de twee meest controversiële en interessante onderdelen uit deze besluiten besproken.


Mr. Pepijn van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

Mr. Peyma Sholeh
Mr. G.P. Sholeh is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.
Jurisprudentie

Prijsvorming onder de paraplu van het kartel: aansprakelijkheid van karteldeelnemers voor schade door ‘ umbrella pricing’?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Kartelschade, umbrella-effecten, umbrella pricing, schadevergoeding, private handhaving
Auteurs Mr. Rogier Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2014 heeft het Hof van Justitie zich uitgelaten over schadevergoeding in verband met umbrella-effecten. Het gaat daarbij om schade die wordt geleden door afnemers van producenten die niet hebben deelgenomen aan het kartel maar die hun prijzen als gevolg van het kartel op een hoger niveau hebben vastgesteld dan zonder dit kartel het geval zou zijn geweest. Naar Oostenrijks recht is verhaal van dit type schade niet mogelijk. Het Hof van Justitie overweegt dat deze categorische uitsluiting van de mogelijkheid tot schadevergoeding niet is toegestaan.


Mr. Rogier Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER advocaten en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.

    Toelatingsovereenkomst; onrechtmatige daad; leer van de kansschade

    Zorgverzekering; hinderpaal-criterium; art. 13 Zorgverzekeringswet; vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg, vrije artsenkeuze

Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van zaak 6888_1/510, LHV. Beslissing op bezwaar van de Autoriteit Consument & Markt d.d. 3 februari 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden gezondheidszorg, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, uitzondering artikel 6 lid 3 Mw, feitelijk leidinggevenden
Auteurs mr. dr. Marc Wiggers, mr. Robin Struijlaart en mr. Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie van het besluit op bezwaar van ACM in de zaak LHV biedt een samenvatting van het besluit, alsmede een kritische analyse van de belangrijkste overwegingen van ACM. In het besluit op bezwaar blijft ACM van oordeel dat de LHV het kartelverbod heeft overtreden door haar leden te adviseren de toetreding van nieuwe huisartsen periodiek te evalueren en om toetreders te selecteren op basis van een sollicitatieprocedure. De auteurs komen tot de conclusie dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij het besluit op bezwaar van ACM. Volgens de auteurs komt ACM te gemakkelijk tot de conclusie dat sprake is van naleving door de leden van de LHV van de aanbevelingen, dat de aanbevelingen een doelbeperking vormen en dat de aanbevelingen niet uitgezonderd zijn van het kartelverbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw.


mr. dr. Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van zaak 6888_1/510, LHV. Beslissing op bezwaar van de Autoriteit Consument & Markt d.d. 3 februari 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden gezondheidszorg, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, uitzondering artikel 6 lid 3 Mw, feitelijk leidinggevenden
Auteurs mr. dr. Marc Wiggers, mr. Robin Struijlaart en mr. Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie van het besluit op bezwaar van ACM in de zaak LHV biedt een samenvatting van het besluit, alsmede een kritische analyse van de belangrijkste overwegingen van ACM. In het besluit op bezwaar blijft ACM van oordeel dat de LHV het kartelverbod heeft overtreden door haar leden te adviseren de toetreding van nieuwe huisartsen periodiek te evalueren en om toetreders te selecteren op basis van een sollicitatieprocedure. De auteurs komen tot de conclusie dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij het besluit op bezwaar van ACM. Volgens de auteurs komt ACM te gemakkelijk tot de conclusie dat sprake is van naleving door de leden van de LHV van de aanbevelingen, dat de aanbevelingen een doelbeperking vormen en dat de aanbevelingen niet uitgezonderd zijn van het kartelverbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw.


mr. dr. Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

    De IPPC-richtlijn is niet op juiste wijze omgezet in de Nederlandse wetgeving nu de in de Waterwet neergelegde coördinatieverplichting zich beperkt tot de activiteit lozen. Rechtstreekse werking van artikel 7 IPPC-richtlijn.

    Beschermingsmaatregelen die in een project worden opgenomen om de schadelijke gevolgen van dit project voor een Natura 2000-gebied te compenseren, kunnen bij de door artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn opgelegde beoordeling van de gevolgen van dit project niet in aanmerking worden genomen.

    Exploitatieplan. Inbrengwaarde. Berekening groottes van percelen. Basisregistratie. Kadasterwet.


Tonny Nijmeijer

    Bevoegd gezag kan slechts vergunning ingevolge de NB-wet 1998 verlenen voor zover het project effecten heeft op in Nederland gelegen Natura 2000-gebieden. Daarbij moet tevens de zekerheid zijn verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van buiten Nederland gelegen Natura 2000-gebieden niet aantast. Instemming buitenlandse autoriteit is niet noodzakelijk. Consultatieplicht buitenlandse autoriteiten.

    Gynaecoloog; dood baby; zwaar lichamelijk letsel moeder; schuld; geen strafoplegging

    Voormalig Inspecteur IGZ (chirurg); voormalige patiënten Jansen Steur; ontvankelijk; waarschuwing

    In its ruling of June 12, 2014, the European Court on Human Rights (Grand Chamber) concluded that no violation of the right to private life and family life under the European Convention of Human Rights had taken place in the case of the non-renewal of an employment contract of a Roman Catholic teacher of religion and ethics. The reason for this non-renewal was the withdrawal of the required ecclesiastical approval of the teacher. According to the European Court, church autonomy prevailed in this case over the right to private life and family life of the teacher, a married priest with five children and an active member of an organization promoting voluntary celibacy. This contribution analyses and discusses the ruling of the ECHR, also in the light of the main dissenting opinion. It supports the Court’s conclusion, but criticizes some of its reasoning. It also states that regardless of the extent of church autonomy, a clear and correct procedural approach to employment issues also does honour ecclesiastical authorities.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    Ontvankelijkheid; art. 1:3 Awb; belanghebbende

    Zorgverzekeraar; niet-gecontracteerde zorg; art. 13 Zvw; hinderpaalcriterium

Toont 1 - 20 van 23 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.