Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Obesitas en handicap: een zwaar probleem voor het Hof van Justitie van de EU?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Obesitas, Hof van Justitie van de EU, Gelijke behandeling, Ziekte, Gebrek
Auteurs Prof. P. Foubert en E. Veronesi
Auteursinformatie

Prof. P. Foubert
Prof. P. Foubert is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt (België).

E. Veronesi
E. Veronesi is doctoraatsstudente aan de Universiteit Hasselt (België).

    Geen sprake van nuttige toepassing maar van afvalverwijdering nu eiseres het oogmerk had om zich van de afvalstoffen te ontdoen.


Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen. In die periode heeft zij op Bonaire het onderzoek ter zitting in eerste aanleg bijgewoond.
Jurisprudentie

Gerecht drukt Commissie met de neus op de feiten: de zaak Leidschendam

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden staatssteun, particuliere-investeerderstoets, gebiedsontwikkeling, MEIP
Auteurs Berend Jan Drijber
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebiedsontwikkelingsprojecten roepen regelmatig staatssteunvragen op. De hier besproken zaak Leidschendam is daarvan een voorbeeld: een renovatieproject waarbij als gevolg van de crisis de afspraken tussen de gemeente en de ontwikkelaar zijn herzien. Volgens de Commissie was die herziening eenzijdig ten gunste van de ontwikkelaar. Begin 2013 vaardigde zij een verbodsbeschikking met terugvorderingsbevel uit. Op 30 juni 2015 oordeelde het Gerecht dat de Commissie onvoldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan om te kunnen vaststellen dat de gemeente aan de ontwikkelaar staatssteun had verleend. Centraal in deze uitspraak staan de eisen die het Gerecht stelt aan de particuliere-investeerdertoets bij de herziening van een bouwproject.


Berend Jan Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat en partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

    zorgverzekeraar, aanbestedende dienst

Jurisprudentie

Markt en Overheid gestrand in het zicht van de Aanloophaven?

Besluit ACM d.d. 29 mei 2015, artikel 70c lid 1 aanhef en onder a Mededingingswet (Aanloophaven Zeewolde)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Wet markt en overheid, verklaring voor recht, algemeen belang besluit, terugwerkende kracht
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het eerste besluit van ACM sinds het volledig in werking treden van de Wet markt en overheid verklaart zij voor recht dat de gemeente Zeewolde in strijd heeft gehandeld met het gebod van kostendoorberekening (art. 25j Mw) bij de verhuur van ligplaatsen in de ‘Aanloophaven’. De gemeente probeert ACM de wind uit de zeilen te nemen door een algemeenbelangbesluit te nemen op grond van artikel 25h lid 6 Mw. De intrigerende vraag is of dat ook met terugwerkende kracht tot 1 juli 2014 kan, zoals de gemeente stelt en ACM – begrijpelijkerwijze – betwist.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

Bestuursrechtelijke jurisprudentie van het GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. dr. L.J.J. Rogier

Prof. dr. L.J.J. Rogier
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock

Mr. drs. F.J.P. Lock
Jurisprudentie

Het bepaalde onbepaaldetijdscontract en de vaststellingsovereenkomst in strijd met dwingend rechtHR 9 januari 2015, NJ 2015/156 m.nt. G.J.J. Heerma van Voss, JAR 2015/36 m.nt. A. van Zanten-Baris

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Beëindigingsovereenkomst, Bepaaldetijdscontracten, Vaststellingsovereenkomst, Dwingend recht, Ketenregeling
Auteurs Prof. A.R. Houweling
Auteursinformatie

Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is bijzonder hoogleraar Grondslagen van een modern arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Schijn bedriegt of juist niet? De introductie van de ‘schijnzelfstandige’ en de cao-exceptie

HvJ EU 4 december 2014, zaak C-413/13, FNV Kunsten Informatie en Media (KIEM)/Staat, ECLI:EU:C:2014:2411

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden reikwijdte Albany-exceptie, tariefafspraken voor zelfstandigen in cao, grenzen ondernemingsbegrip, artikel 101 VWEU, niet-economische belangen
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De beantwoording door het Hof van Justitie van de vraag of het FNV KIEM mededingingsrechtelijk vrijstaat om cao-afspraken ook voor zelfstandigen te maken, is door FNV KIEM met enig enthousiasme ontvangen; het Haagse Gerechtshof wiens vragen door het Hof van Justitie zijn beantwoord zal echter nog het nodige afwegingswerk moeten verzetten om tot een finale uitspraak te komen. Zeker nu het Hof van Justitie de belangrijkste vraag niet beantwoordt en ten aanzien van de vraag wanneer een zelfstandige een ‘onderneming’ in mededingingsrechtelijke zin is, de nodige onduidelijkheid laat bestaan. De kritische lijn die destijds door de NMa is ingezet staat vooralsnog fier overeind.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger.
Jurisprudentie

Burgerlijk procesrecht van het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden procesrecht, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Mr. dr. G.C.C. Lewin en Mr. dr. H.J. van Kooten
Auteursinformatie

Mr. dr. G.C.C. Lewin

Mr. dr. H.J. van Kooten
Beide auteurs zijn lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.