Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2017 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Intel ontleed

HvJ EU 6 september 2017, zaak C-413/14 P, Intel/Europese Commissie, ECLI:EU:C:2017:632

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, kortingen, even efficiënte concurrent, efficiencies
Auteurs Pepijn van Ginneken en Gaëlle Béquet
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 september 2017 vernietigde het Hof van Justitie de Intel-uitspraak van het Gerecht uit 2014 over het toepassen van exclusiviteitskortingen. Het Hof van Justitie concludeerde dat het Gerecht ten onrechte niet had gekeken naar de beroepsgronden van Intel over de vraag of de betreffende kortingen mededingingsbeperkende effecten hadden onder de ‘even efficiënte concurrent’-toets (as efficient competitor, AEC-toets). Het Gerecht was op basis van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie tot de conclusie gekomen dat exclusiviteitskortingen per definitie misbruik van machtspositie vormen. Het Hof van Justitie breekt nu met deze sinds veertig jaar vaste jurisprudentie.


Pepijn van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

Gaëlle Béquet
Mr. G.D.G.M.G. Béquet is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.
Jurisprudentie

Infineon: een light-versie van de enkele voortdurende inbreuk voor de marginale karteldeelnemer

Gerecht 15 december 2016, zaak T-758/14, Infineon, ECLI:EU:T:2016:737

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Infineon, enkele voortdurende inbreuk, Coppens, smart card chips, hoofdelijk aansprakelijk
Auteurs Nienke de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Afzonderlijke inbreuken op het mededingingsrecht kunnen worden samengenomen tot één enkele inbreuk wanneer de ondernemingen een gezamenlijke doelstelling nastreven en op de hoogte zijn van de gedragingen van de overige deelnemers. De Europese jurisprudentie is echter onduidelijk over de kwalificatie van de inbreuk wanneer een deelnemende onderneming geen kennis had van de gehele omvang van de inbreuk. In afwijking van de Coppens-jurisprudentie oordeelt het Gerecht in dit arrest dat deze onderneming wél deelneemt aan de enkele inbreuk, maar slechts aansprakelijk is voor de bestanddelen waarvan zij kennis had. Deze benadering kan echter vergaande gevolgen hebben, vooral vanuit civielrechtelijk perspectief.


Nienke de Jong
Mr. N.R. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Jurisprudentie

Viasat: een duidelijke waterscheiding tussen Altmark en artikel 106 lid 2 VWEU?

Hof van Justitie EU 8 maart 2017, zaak C-660/15 P, Viasat Broadcasting UK/Commissie, ECLI:EU:C:2017:178

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden staatssteun, diensten van algemeen economisch belang, Altmark, evenredigdheid, verenigbaarheid
Auteurs Maarten Aalbers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Altmark-arrest koos het Hof van Justitie voor een zogeheten ‘voorwaardelijke compensatiebenadering’ voor diensten van algemeen economisch belang. Compensaties die voldoen aan de Altmark-voorwaarden vormen geen staatssteun. Omdat er in de praktijk weinig compensaties de strikte Altmark-test doorstaan, speelt artikel 106 lid 2 VWEU nog steeds een centrale rol voor het vrijstellen of aanmelden van steunmaatregelen. In de zaak Viasat Broadcasting UK/Commissie heeft het Hof van Justitie voor het eerst de mogelijkheid gekregen zich uit te spreken over de verhouding tussen de toepassing van het Altmark-arrest en de voorwaarden van artikel 106 lid 2 VWEU.


Maarten Aalbers
Mr. M. Aalbers is promovendus aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Jurisprudentie

Vrijheid van religie op de werkplaats en het Hof van Justitie: terug naar cuius regio, illius religio?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Discriminatie, Vrijheid van religie, Hoofddoek, Richtlijn 2000/78/EU, Religie of overtuiging
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee mijlpaalarresten de dato 14 maart 2017 van het Hof van Justitie die betrekking hebben op discriminatie op basis van religie kritisch geanalyseerd. In beide gevallen gaf het dragen van een hoofddoek aanleiding tot het ontslag van een werkneemster. De auteur stelt dat het ontslag van een werkneemster wegens het dragen van een hoofddoek op basis van een algemene regel die uitingen van religieuze, politieke en filosofische overtuigingen verbiedt wel degelijk een directe vorm van discriminatie betreft. Hij betwist dat een beleid van neutraliteit in de onderneming een afdoende legitieme doelstelling vormt die indirecte discriminatie zou rechtvaardigen. De grondslag voor een dergelijke benadering, de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen vrijheid van ondernemerschap, is niet dienstig om een richtlijn die het burgerschap binnen de Europese Unie beschermt, beperkend te interpreteren. Hij bepleit dat rechtvaardigingsgronden voor discriminatie op basis van religie voorzienbaar en kenbaar moeten zijn. Tot slot wordt het gebruik van de redelijke aanpassingen door het Hof van Justitie beschouwd. De auteur meent dat de analyse van het Hof op gespannen voet staat met de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens en een risico in zich draagt van ‘harassment’ van werknemers die naar een plek in ‘backoffice’ worden verbannen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Université Catholique de Louvain en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Access_open Annotatie Lang

Zijn oude ongewenstverklaringen na implementatie Terugkeerrichtlijn inreisverboden geworden?

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2017
Auteurs Marq Wijngaarden
Auteursinformatie

Marq Wijngaarden
Mr. M.F. Wijngaarden is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Jurisprudentie

Meer duidelijkheid over het begrip ‘handicap’

Daouidi t. Bootes Plus SL e.a., HvJ EU 1 december 2016, C-395/15

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden begrip handicap, omkeerbare aandoening, sociale model van handicap, Europees recht, Richtlijn 2000/78
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Het begrip ‘handicap’ is lang niet altijd eenduidig. In het arrest Daouidi t. Bootes Plus SL e.a. van december 2016 geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘het Hof’) aanwijzingen over de vraag wanneer van een handicap sprake is. Lange tijd gold de uitspraak Chacón Navas uit 2006 als richtinggevend voor de uitleg van het begrip. Toen bepaalde het Hof dat een ziekte niet gelijk gesteld kon worden aan een handicap en dat ontslag wegens een ziekte niet dezelfde bescherming genoot als ontslag wegens een handicap. Na de toetreding van de Europese Unie tot het VN-verdrag Handicap in 2010 heeft het Hof zijn omschrijving van ‘handicap’ aangepast. In een reeks arresten hanteert het Hof het uitgangspunt dat van een handicap sprake is als er een langdurige aandoening bestaat, die in wisselwerking met drempels in de samenleving de betrokkene kan belemmeren om in de samenleving te participeren. In het arrest Daouidi geeft het Hof verdere duiding aan het element ‘langdurig’. Ook al gaat het om een omkeerbare aandoening, zoals een ontwrichte elleboog, dan kan de langdurigheid ervan toch tot een handicap leiden. Daarmee komt bescherming onder het gelijkebehandelingsrecht binnen bereik.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Commissie mag onrechtmatig door onderneming gemaakte audio-opnamen gebruiken als bewijs

Gerecht 8 september 2016, zaak T-54/14, Goldfish e.a./Commissie, ECLI:EU:T:2016:455

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Toelaatbaarheid bewijs, Audio-opnamen, Telefoontaps, Noordzeegarnalen
Auteurs Paul Heijnsbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De kern van dit arrest is de ruime toelaatbaarheid van audio-opnamen als bewijs voor een kartelinbreuk. Tijdens een inspectie trof de Commissie audio-opnamen aan die Kok Seafood heimelijk had gemaakt van telefoongesprekken met Heiploeg. Zelfs als deze opnamen onrechtmatig zijn gemaakt, mocht de Commissie die van het Gerecht gebruiken als bewijs tegen Heiploeg. Van belang daarvoor was dat Heiploeg niet van een eerlijk proces is beroofd en de opnamen niet het enige bewijsmiddel waren. In deze annotatie wordt nader ingegaan op deze toetsingsnorm en de verhouding daarvan tot nationale regels en andere jurisprudentie.


Paul Heijnsbroek
Mr. dr. P. Heijnsbroek is advocaat bij Houthoff Buruma.

    Het college is bevoegd om een vuurwerkvrije zone aan te wijzen. Geen strijd met Notificatierichtlijn of UNESCO-Verdrag.

    Supermarkt. Relativiteitsbeginsel ten aanzien van beroep op archeologische waarden en ongeoorloofde staatssteun. Voorwaardelijke verplichting.

Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.