Zoekresultaat: 19 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2018 x Rubriek Case Law x
Annotatie

De ISU-beschikking; rijdt de Commissie een scheve schaats?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden ISU, doelbeperking, gevolgbeperking, sport en mededinging, marktordening
Auteurs Felix Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie geoordeeld dat de regels van de ISU op grond waarvan schaatsers die aan niet-geautoriseerde wedstrijden van derden meedoen een langdurige of zelfs levenslange schorsing riskeren, in strijd zijn met het mededingingsrecht. De Commissie concludeert dat de ISU-regels een doelbeperking zijn in de zin van artikel 101 VWEU. In deze annotatie wordt besproken of deze zaak zich wel leent voor beoordeling als doelbeperking in plaats van gevolgbeperking, en of artikel 101 VWEU überhaupt wel zou moeten worden toegepast. Als laatste wordt kort besproken of dergelijke zaken wel zouden moeten worden beoordeeld onder het mededingingsrecht.


Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Annotatie

Het Hof van Justitie oordeelt over de reikwijdte van de Europese standstillverplichting

HvJ EU 31 mei 2018, zaak C-633/16, ECLI:EU:C:2018:371 (Ernst & Young P/S)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden standstill, concentratiecontrole, concentratie, gun-jumping, Hof van Justitie
Auteurs Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt in de zaak Ernst & Young P/S over de reikwijdte van de Europese standstillverplichting. Stijn de Jong annoteert dit arrest en geeft enkele praktische handvatten.


Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Annotatie

Overgang van onderneming in de publieke sector en de positie van de ‘geschorste’ werknemer

HvJ EU 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, AR 2017-0929 (Piscarreta Ricardo/Emarp; Portugal)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Overgang van onderneming, Economische activiteit, Publieke dienst, Identiteit, Geschorste werknemer
Auteurs Mr. L.C.J. Sprengers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU heeft op 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, inzake Piscarreta Ricardo geoordeeld over de vraag of de Richtlijn 2001/23 inzake overgang van onderneming ook van toepassing is op een (eenzijdig) overheidsbesluit om een onderneming waar een gemeente enig aandeelhouder van is te ontbinden en de activiteiten over te hevelen deels naar de gemeente en deels naar een andere onderneming. Ingegaan wordt op de betekenis van deze uitspraak voor de Nederlandse praktijk tegen de achtergrond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), die met ingang van 1 januari 2020 van kracht gaat. Een andere vraag die door het HvJ EU is behandeld, is of een persoon die wegens de schorsing van zijn arbeidsovereenkomst niet in actieve dienst is, valt onder het begrip ‘werknemer’ in de zin van artikel 2 lid 1 onderdeel d van de richtlijn. Op de betekenis van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraak hierover wordt eveneens ingegaan.


Mr. L.C.J. Sprengers
Mr. L.C.J. Sprengers is advocaat in Utrecht en verbonden aan de sectie arbeidsrecht van de EUR. Hij heeft zich zowel in zijn proefschrift als in zijn universitaire werkzaamheden beziggehouden met de vergelijking van de ontwikkelingen in de ambtelijke arbeidsverhoudingen met de civielrechtelijke arbeidsverhoudingen. Hij is gespecialiseerd in individueel en collectief arbeidsrecht en ambtenarenrecht.
Annotatie

Goldman Sachs/Europese Commissie. Private equity in het vizier van mededingingsautoriteiten

Gerecht 12 juli 2018, zaak T-419/14, ECLI:EU:T:2018:445

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden private equity, investeerder, toerekening, aansprakelijkheid, bewijsvermoeden
Auteurs Robin Struijlaart en Mark Brabers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 juli 2018 heeft het Gerecht een beroep van Goldman Sachs tegen een boetebesluit van de Commissie verworpen. Dit arrest maakt (nogmaals) duidelijk dat private equity-investeerders een reële kans lopen om aansprakelijk te worden gesteld voor kartelgedrag van hun portfolio-ondernemingen. De toets die de Commissie en het Gerecht uitvoeren, komt er in essentie op neer dat volstaat dat de moederonderneming zeggenschap heeft in de zin van het concentratietoezicht en dat er bewijs is dat zij die zeggenschap aantoonbaar heeft uitgeoefend. Veel investeerders zullen aan die beide criteria voldoen en bevinden zich dus in de gevarenzone.


Robin Struijlaart
Mr. R.A Struijlaart is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Mededinging en Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mark Brabers
Mr. drs. M.C. Brabers is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Mededinging en Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Afgewezen asielzoekers: wel illegaal, geen bewaring?

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 2 2018
Auteurs Mr. Jim Waasdorp
Auteursinformatie

Mr. Jim Waasdorp
Mr. J.R.K.A.M. Waasdorp is ambtenaar van staat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (thans gedetacheerd bij de onderzoeksdirectie van het Hof van Justitie van de Europese Unie) en is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Annotatie

Wat is een nadeel voor de mededinging en wie bepaalt dat? Over de rol van deskundigen en de bewijsstandaard in het kader van discriminatie door een dominant platform

Rechtbank Amsterdam 21 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1654

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden misbruik van een economische machtspositie, deskundigenrapport, discriminatie, uitsluiting, digitale economie, platform markt
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam ziet op een langslepend conflict tussen Funda en VBO makelaars. De rechtbank stelt op basis van een deskundigenrapport vast dat Funda in het bezit is van een machtspositie. De uitspraak is interessant vanwege de belangrijke rol van het deskundigenrapport en de centraal staande schadetheorie die atypisch is en aanleiding geeft tot enige reflectie op de verhouding tussen zogenoemde uitsluitings- en exploitatie/discriminatoire vormen van misbruik en de verschillende bewijsstandaarden die daarvoor gelden.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent aan de Universiteit van Utrecht.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Jurisprudentie

De Oberle-zaak: een belangwekkende uitspraak van het Europese Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, erfrechtverklaring, Europese erfrechtverklaring, rechtsmacht, internationale nalatenschappen
Auteurs Mr. S.H. Heijning
Auteursinformatie

Mr. S.H. Heijning
Mw. mr. S.H. Heijning is verbonden aan het Notarieel Bureau.
Jurisprudentie en wetgeving

Sahyouni/Mamisch: de erkenning van islamitische verstotingen en het discriminatieverbod in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden erkenning verstotingen, islamitische echtscheiding, gelijkheidsbeginsel, Europa
Auteurs Prof. dr. mr. Susan Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    On 20 December 2017, the Court of Justice of the EU ruled that an extrajudicial unilateral divorce brought about in Syria does not come within the substantive scope of the European regulation on the law applicable to divorces (Rome III Regulation). In response to this decision, the inequality between men and women in the divorce law of Muslim countries, the developments that are going on in this area, as well as the role the non-discrimination-principle plays in the recognition policies in European states on Islamic repudiations, are discussed in this contribution.


Prof. dr. mr. Susan Rutten
Prof. dr. mr. S.W.E. Rutten is hoogleraar Islamitisch familierecht in een Europese context aan de Universiteit Maastricht, voorzitter van de Vereniging tot bestudering van het Recht van de Islam en het Midden Oosten (RIMO) en lid van de Staatscommissie IPR.
Annotatie

Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie dringt zorgplicht op aan Internationaal Strafhof: werkneemsters van het Strafhof mogen flexibel werken om borstvoeding te kunnen geven

ILOAT 28 juni 2017, nr. 3861 (A.L.G./International Criminal Court)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Flexibele arbeidsomstandigheden, Borstvoeding, Internationaal Strafhof, Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie, Zorgplicht
Auteurs Prof. dr. P. Foubert en Drs. F. De Cock
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie buigt zich over geschillen met werknemers van internationale organisaties. Dit Tribunaal komt twee tot drie keer per jaar samen in Genève om deze geschillen te beslechten. Immers, internationale organisaties genieten verregaande immuniteiten en beschikken over een eigen juridisch kader om de arbeidsrelatie met hun werknemers te regelen. Deze werknemers kunnen niet terecht bij een nationale rechter.
    Het Tribunaal oordeelde dat wanneer een werkneemster tijdelijk flexibele arbeidsomstandigheden vraagt om haar baby borstvoeding te kunnen geven, de internationale organisatie dit niet zonder meer mag weigeren. Doet de internationale organisatie (het Internationaal Strafhof) dat wel, dan wordt het zorgplichtprincipe geschonden. Volgens dit principe moeten internationale organisaties hun werknemers met de nodige zorg en aandacht behandelen teneinde hen onnodig leed te besparen.


Prof. dr. P. Foubert
Prof. dr. P. Foubert studeerde rechten aan de universiteiten van Antwerpen (kandidaat 1991), Leuven (licentiaat 1994, doctor 2001) en Harvard (LL.M. 1999). Zij is hoogleraar aan de Universiteit Hasselt, waar zij ‘Beginselen van het recht’ en ‘Advanced Social Law’ doceert. In haar onderzoek heeft professor Foubert bijzondere aandacht voor de gelijke behandeling in de arbeidsrelatie. Naast haar academische loopbaan is zij eveneens werkzaam als advocaat aan de balie van Leuven.

Drs. F. De Cock
Drs. F. De Cock was de voorbije jaren werkstudent aan de faculteit Rechten van de UHasselt. In 2017 behaalde hij er zijn masterdiploma in de rechten (afstudeerrichting Rechtsbedeling). Sindsdien bereidt hij in de eenheid Sociaal recht een doctoraat voor in het domein van het ‘recht van internationale organisaties’. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de rechtspositie van werknemers die bij internationale organisaties zijn tewerkgesteld, meer bepaald vanuit sociaalrechtelijk perspectief. F. De Cock is vooral geïnteresseerd in de werking van internationale administratieve tribunalen, waaronder het Administratief Tribunaal van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Annotatie

Het autonome ontslagbegrip in Richtlijn 98/59: inclusief de wijziging?

HvJ EU 21 september 2017, C-149/16, ECLI:EU:C:2017:708 (Socha e.a.) en C-429/16, ECLI:EU:C:2017:711 (Ciupa e.a.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Richtlijn 98/59, Collectief ontslag, Europees ontslagbegrip, Socha e.a., Ciupa e.a.
Auteurs Dr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/59 omtrent collectief ontslag ziet blijkens de in deze annotatie besproken arresten niet alleen op een ‘ontslag’ in strikte zin, maar onder omstandigheden ook op een wijziging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. De auteur analyseert of en in hoeverre de arresten toepasbaar zijn op het stelsel van (collectief) ontslag en wijziging in het Nederlandse alsmede het Duitse, Franse en Belgische recht.


Dr. N. Gundt
Dr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan Maastricht University.
Jurisprudentie

Let op! Prijslenen kost geld

CBb 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:325

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden kartel, prijslenen, cover pricing, bagatel, functiescheiding
Auteurs Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de geannoteerde uitspraak had het CBb voor het eerst de mogelijkheid zich uit te spreken over de verenigbaarheid met het mededingingsrecht van de praktijk van ‘prijslenen’ (ook wel: cover pricing) bij aanbestedingen. Met name stond de vraag centraal of deze praktijk moet worden aangemerkt als een gedraging die tot doel heeft de mededinging te beperken. Het CBb beantwoordt deze vraag bevestigend. Ofschoon vaststond dat prijslenen minder evidente mededingingsbeperkende impact zal hebben dan ‘bid rigging’, omdat wel contact plaatsvindt tussen inschrijvers, maar niet gezamenlijk de winnende inschrijver en/of inschrijfprijs wordt bepaald, is het College toch van oordeel dat de te verwachten vervalsing van de mededinging van deze praktijk dusdanig is dat deze, conform de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Cartes Bancaires, ‘naar zijn aard schadelijk kan worden geacht voor de goede werking van de normale mededinging’. Het CBb wijdt daarnaast interessante overwegingen aan de bagatelgregeling en de door de ACM in acht te nemen functiescheiding.


Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer. De auteur dankt Felix Roscam Abbing, advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer, voor zijn bijdrage aan een eerdere versie van deze annotatie.
Jurisprudentie

Misleidende informatie als strekkingsbeding: ontwikkelingen in de nieuwste Hoffmann-La Roche-zaak

HvJ EU 23 januari 2018, zaak C-179/16, F. Hoffmann-La Roche Ltd e.a./Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato, ECLI:EU:C:2018:25

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden artikel 101 TFEU, strekkingsbeding, nevenrestricties, relevante markt, Hoffmann-La Roche
Auteurs Alexander Hoogenboom
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nieuwste Hoffmann-La Roche-zaak staat de vraag centraal of een overeenkomst om misleidende informatie te verspreiden naar zijn strekking de mededinging beperkt. Bij de beantwoording van deze vraag lijkt het Hof van Justitie een nieuwe definitie van het strekkingsbeding te introduceren: er moet sprake zijn van een concurrentievervalsing die zo evident is dat er geen redelijke twijfel bestaat dat de partijen beoogden de mededinging te vervalsen. Op bepaalde punten stelt de zaak echter teleur: de redenering inzake nevenrestricties is twijfelachtig in het licht van eerdere rechtspraak, en de overwegingen inzake de relevante markt lijken niet aan te sluiten bij de economische realiteit van de (geneesmiddelen)markt.


Alexander Hoogenboom
Mr. dr. A. Hoogenboom is beleidsmedewerker bij de Nederlandse Zorgautoriteit en onderzoekscoördinator bij het Institute for Transnational and Euregional Cross-border Cooperation and Mobility van Maastricht University. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Jurisprudentie

Medezeggenschap tijdens faillissement

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982 (DA Retailgroep)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingsraad, Faillissement, Medezeggenschap, Overgang van onderneming, Doorstart
Auteurs Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag of de curator na faillissement advies moet vragen aan de ondernemingsraad wanneer hij wil overgaan tot verkoop van de activa van de onderneming en tot ontslag van het aldaar werkzame personeel. Hij onderwerpt het standpunt van de Hoge Raad over deze problematiek aan een kritische analyse. Voor het oordeel dat de ondernemingsraad geen adviesrecht toekomt wanneer de onderneming wordt geliquideerd, ziet hij geen wettelijke basis. Deze beperking staat bovendien op gespannen voet met het Europese recht. Voorts is de curator bij een doorstart van de onderneming in ieder geval gehouden advies te vragen wanneer sprake is van een overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG. Met betrekking tot de formele voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden moet de curator bovendien in het oog houden dat het Europese recht ook zekere eisen stelt aan het informatie- en consultatietraject. Ten slotte staat de auteur stil bij de consequenties van schending van de WOR door de curator, ook voor de mogelijkheden van individuele werknemers om op te komen tegen de opzegging van hun arbeidsovereenkomst.


Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens is hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Ouhrami: Hoe een vasthoudende advocaat-generaal de wetgever liet verrassen

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Marq Wijngaarden
Auteursinformatie

Marq Wijngaarden
Mr. M.F. Wijngaarden is advocaat bij Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.