Zoekresultaat: 30 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Altijd weer die tweede echtgenote!

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden eneficiaire aanvaarding, legaat, opheffing vereffening nalatenschap, ouderlijke boedelverdeling
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beide te bespreken uitspraken gaat het om de positie van de langstlevende tweede echtgenote, terwijl de overleden echtgenote uit het eerste huwelijk van de erflater een ouderlijke boedelverdeling in de zin van artikel 4:1167 BW (oud) had gemaakt. De daaruit voortvloeiende schuld van de langstlevende echtgenoot jegens zijn kinderen kan bij zijn overlijden op verschillende manieren een rol spelen in zijn nalatenschap, met name indien hij is hertrouwd.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.

Mr. dr. Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

    Wijzigingsbevoegdheid. Landschappelijke inpas- sing. Voorwaardelijke verplichting.

Jurisprudentie

Eenzijdige wijzigingsmogelijkheden jegens gepensioneerden onder de PSW en de PW: van onbeschermd naar beschermd?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Onvoorwaardelijke indexatie, Pensioenaanspraken, eenzijdige wijziging, Gepensioneerden, Pensioen
Auteurs Anton Van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vanaf 1 januari 2007 geldende Pensioenwet (PW) is bepaald dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie deel uitmaakt van een pensioenaanspraak. Een pensioenaanspraak is volgens de PW in beginsel niet voor wijziging vatbaar. De Hoge Raad besliste in een tweetal arresten uit 2013 impliciet dat een onvoorwaardelijk recht op indexatie onder de tot 1 januari 2007 geldende Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) wel gewijzigd kon worden. Verder oordeelde de Hoge Raad dat onder de PSW een eenzijdige wijzigingsmogelijkheid jegens gepensioneerden slechts beperkt wordt door het algemeen verbintenissenrecht. Er geldt dus geen beperking, zoals bepaald in artikel 7:613 BW en artikel 19 PW. De praktijk wijst uit dat dit tot onverwachte resultaten kan leiden (zie Hof Amsterdam 23 september 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:4007)). De arresten van de Hoge Raad worden in deze bijdrage kritisch besproken.


Anton Van Leeuwen
Anton van Leeuwen is advocaat bij SteensmaEven.
Jurisprudentie

Civiele jurisprudentie van GEA en GHvJ

Arbeidsrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. Jan de Boer
Auteursinformatie

Mr. Jan de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

Mr. B. Winters
Mr. B. Winters is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

    Aanwijzing; feitelijke non-actiefstelling; onrechtmatig

    Psychiater; reorganisatie psychiatrisch centrum; eenzijdige wijziging behandelovereenkomst; klaagster ontvankelijk in al haar klachten; overmacht; geen onzorgvuldig handelen

Jurisprudentie

Prijsvorming onder de paraplu van het kartel: aansprakelijkheid van karteldeelnemers voor schade door ‘ umbrella pricing’?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden Kartelschade, umbrella-effecten, umbrella pricing, schadevergoeding, private handhaving
Auteurs Mr. Rogier Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2014 heeft het Hof van Justitie zich uitgelaten over schadevergoeding in verband met umbrella-effecten. Het gaat daarbij om schade die wordt geleden door afnemers van producenten die niet hebben deelgenomen aan het kartel maar die hun prijzen als gevolg van het kartel op een hoger niveau hebben vastgesteld dan zonder dit kartel het geval zou zijn geweest. Naar Oostenrijks recht is verhaal van dit type schade niet mogelijk. Het Hof van Justitie overweegt dat deze categorische uitsluiting van de mogelijkheid tot schadevergoeding niet is toegestaan.


Mr. Rogier Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER advocaten en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Brink’s Nederland B.V. – Geldservice Nederland B.V.

ACM-Besluit op bezwaar d.d. 3 juli 2014, zaak 7512, inzake het bezwaarschrift van Brink’s Nederland B.V. tegen het besluit van ACM van 3 juni 2013 tot afwijzing van de aanvraag om toepassing van artikel 56 lid 1 Mw

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2014
Trefwoorden ACM, mededingingsbeperkend, Brink’s geldtransport, artikel 6 en 24 Mw
Auteurs Mr. Cees Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak gaat de ACM naar aanleiding van een klacht van geldtransporteur Brink’s na of een samenwerking door ABNAMRO, ING en Rabobank op het gebied van geldverwerking en (de inkoop van) geldtransport in strijd is met artikel 6 en 24 Mw en 101 en 102 VWEU. Daar waar in het primaire besluit nog werd uitgegaan van een mededingingsbeperkende overeenkomst voor wat betreft de samenwerking op het gebied van de inkoop van geldtransport, maar deze volgens de ACM voldeed aan de criteria van artikel 6, lid 3, Mw, oordeelt de ACM in het besluit op bezwaar dat ook dit deel van de samenwerking niet mededingingsbeperkend is. Het besluit op bezwaar bevat een aantal belangwekkende oordelen, waar de auteur kanttekeningen bij plaatst.


Mr. Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh en redacteur van dit tijdschrift.

    Toelatingsovereenkomst; onrechtmatige daad; leer van de kansschade

    Zorgverzekering; hinderpaal-criterium; art. 13 Zorgverzekeringswet; vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg, vrije artsenkeuze

Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van zaak 6888_1/510, LHV. Beslissing op bezwaar van de Autoriteit Consument & Markt d.d. 3 februari 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden gezondheidszorg, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, uitzondering artikel 6 lid 3 Mw, feitelijk leidinggevenden
Auteurs mr. dr. Marc Wiggers, mr. Robin Struijlaart en mr. Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie van het besluit op bezwaar van ACM in de zaak LHV biedt een samenvatting van het besluit, alsmede een kritische analyse van de belangrijkste overwegingen van ACM. In het besluit op bezwaar blijft ACM van oordeel dat de LHV het kartelverbod heeft overtreden door haar leden te adviseren de toetreding van nieuwe huisartsen periodiek te evalueren en om toetreders te selecteren op basis van een sollicitatieprocedure. De auteurs komen tot de conclusie dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij het besluit op bezwaar van ACM. Volgens de auteurs komt ACM te gemakkelijk tot de conclusie dat sprake is van naleving door de leden van de LHV van de aanbevelingen, dat de aanbevelingen een doelbeperking vormen en dat de aanbevelingen niet uitgezonderd zijn van het kartelverbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw.


mr. dr. Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Jurisprudentie

‘Aan een boom zo vol geladen …’

De uitspraak van het College in de Boomkwekerijen-zaak, een belangwekkende tussenstand in het Nederlandse kartelrecht. Annotatie bij CBb 10 april 2014, AWB 10/828, AWB 10/829 en CBb 10 april 2014, AWB 10/830 (Boomkwekerijen)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden kartelzaak, ambtshalve toepassing artikel 101 VWEU, toepassing bagatelvrijstelling, systeeminbreuk, verval van sanctiebevoegdheid
Auteurs Mr. Winfred Knibbeler en mr. Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Boomkwekerijen-zaak oordeelt het College dat ACM in de sanctiefase nog stukken aan het dossier mag toevoegen indien deze door bij het kartel betrokken ondernemingen worden ingediend. Een oordeel over de ambtshalve toepassing van artikel 101 VWEU wordt vermeden door te oordelen dat het kartel geen interstatelijk effect had. Het College aanvaardt de niet-toepasselijkheid van de bagatelbepaling, zonder duidelijke bewijs- of motiveringsregels te formuleren. Ofschoon het College een systeeminbreuk als bewezen verklaart, stelt het niettemin hoge eisen aan het bewijs van de duur van deze inbreuk. Deze benadering staat op gespannen voet met de Europese rechtspraak.1xCBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 (Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 (Van den Oever).

Noten


Mr. Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

mr. Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Jurisprudentie

Civiele jurisprudentie van GEA en GHvJ

Arbeidsrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2014
Auteurs Mr. Jan de Boer
Auteursinformatie

Mr. Jan de Boer
Mr. Jan Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2014
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Jurisprudentie

Landelijke Huisartsen Vereniging

Annotatie van zaak 6888_1/510, LHV. Beslissing op bezwaar van de Autoriteit Consument & Markt d.d. 3 februari 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden gezondheidszorg, besluit ondernemingsvereniging, doelbeperking, uitzondering artikel 6 lid 3 Mw, feitelijk leidinggevenden
Auteurs mr. dr. Marc Wiggers, mr. Robin Struijlaart en mr. Joris Ruigewaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze annotatie van het besluit op bezwaar van ACM in de zaak LHV biedt een samenvatting van het besluit, alsmede een kritische analyse van de belangrijkste overwegingen van ACM. In het besluit op bezwaar blijft ACM van oordeel dat de LHV het kartelverbod heeft overtreden door haar leden te adviseren de toetreding van nieuwe huisartsen periodiek te evalueren en om toetreders te selecteren op basis van een sollicitatieprocedure. De auteurs komen tot de conclusie dat er kanttekeningen te plaatsen zijn bij het besluit op bezwaar van ACM. Volgens de auteurs komt ACM te gemakkelijk tot de conclusie dat sprake is van naleving door de leden van de LHV van de aanbevelingen, dat de aanbevelingen een doelbeperking vormen en dat de aanbevelingen niet uitgezonderd zijn van het kartelverbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw.


mr. dr. Marc Wiggers
Mr. dr. M.Ph.M. Wiggers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.

mr. Joris Ruigewaard
Mr. J. Ruigewaard is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff.
Jurisprudentie

‘Aan een boom zo vol geladen …’

De uitspraak van het College in de Boomkwekerijen-zaak, een belangwekkende tussenstand in het Nederlandse kartelrecht. Annotatie bij CBb 10 april 2014, AWB 10/828, AWB 10/829 en CBb 10 april 2014, AWB 10/830 (Boomkwekerijen)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden kartelzaak, ambtshalve toepassing artikel 101 VWEU, toepassing bagatelvrijstelling, systeeminbreuk, verval van sanctiebevoegdheid
Auteurs Mr. Winfred Knibbeler en mr. Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Boomkwekerijen-zaak oordeelt het College dat ACM in de sanctiefase nog stukken aan het dossier mag toevoegen indien deze door bij het kartel betrokken ondernemingen worden ingediend. Een oordeel over de ambtshalve toepassing van artikel 101 VWEU wordt vermeden door te oordelen dat het kartel geen interstatelijk effect had. Het College aanvaardt de niet-toepasselijkheid van de bagatelbepaling, zonder duidelijke bewijs- of motiveringsregels te formuleren. Ofschoon het College een systeeminbreuk als bewezen verklaart, stelt het niettemin hoge eisen aan het bewijs van de duur van deze inbreuk. Deze benadering staat op gespannen voet met de Europese rechtspraak. 1x CBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 ( Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 ( Van den Oever).

Noten

  • 1 CBb 10 april 2014, AWB 10/828 en AWB 10/829, ECLI:NL:CBB:2014:118 ( Darthuizer) en CBb 10 april 2014, AWB 10/830, ECLI:NL:CBB:2014:119 ( Van den Oever).


Mr. Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

mr. Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

    Beschermingsmaatregelen die in een project worden opgenomen om de schadelijke gevolgen van dit project voor een Natura 2000-gebied te compenseren, kunnen bij de door artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn opgelegde beoordeling van de gevolgen van dit project niet in aanmerking worden genomen.

    Tijdelijkheid behoefte aan woonunits onvoldoende aangetoond.

Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.