Zoekresultaat: 2 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Overdracht van jaarlijkse vakantie bij ziekte: alle ambtenaren zijn gelijk, zelfs de EU-ambtenaren zijn niet langer (on)gelijker dan de ambtenaren van de lidstaten

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden EU-ambtenaren, Sociaal grondrecht, Eenheid van rechtspraak in het Unierecht, Recht op jaarlijkse vakantie, Doorwerking Arbeidstijdenrichtlijn
Auteurs Alexander De Becker
SamenvattingAuteursinformatie

    Het grondrecht op jaarlijkse vakantie impliceerde, volgens eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie, ook een grondrecht op overdracht van door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen op basis van hetgeen was bepaald in de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88. Dit recht op overdracht van jaarlijkse vakantie werd niettemin nog steeds ingeperkt in het statuut van de EU-ambtenaren. De heer Strack – EU-ambtenaar – vond dat hij niettemin aanspraak kon maken op de volledige overdracht van zijn door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. De Europese Commissie volgde zijn redenering echter niet omdat EU-ambtenaren niet rechtstreeks onder het toepassingsgebied van de Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 vallen. Het Gerecht voor ambtenarenzaken stelde de Commissie in het ongelijk, maar het Gerecht van eerste aanleg beslist dat de Commissie het wel bij het rechte eind had. Uiteindelijk oordeelde het Hof van Justitie, in het belang van de eenheid van de rechtspraak, dat de EU-ambtenaren ook aanspraak dienden te kunnen maken op de overdracht van hun door ziekte niet-opgenomen vakantiedagen. Het arrest van het Hof van Justitie staat in deze bijdrage centraal.


Alexander De Becker
A. De Becker is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam ‘De overheid als arbeidsorganisatie’, en tevens hoofddocent aan de Universiteit van Hasselt.

    In its ruling of June 12, 2014, the European Court on Human Rights (Grand Chamber) concluded that no violation of the right to private life and family life under the European Convention of Human Rights had taken place in the case of the non-renewal of an employment contract of a Roman Catholic teacher of religion and ethics. The reason for this non-renewal was the withdrawal of the required ecclesiastical approval of the teacher. According to the European Court, church autonomy prevailed in this case over the right to private life and family life of the teacher, a married priest with five children and an active member of an organization promoting voluntary celibacy. This contribution analyses and discusses the ruling of the ECHR, also in the light of the main dissenting opinion. It supports the Court’s conclusion, but criticizes some of its reasoning. It also states that regardless of the extent of church autonomy, a clear and correct procedural approach to employment issues also does honour ecclesiastical authorities.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.