Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 298 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Case Law x
Annotatie

Op reis met de vakantiewetgeving: het Handvest biedt nieuw uitzicht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vakantie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Horizontale directe werking, Inspanningsplicht, Richtlijn 2003/88
Auteurs Mr. drs. J.R. Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In november 2018 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie twee belangrijke arresten: Bauer en Max-Planck. Het Hof van Justitie kent hierin horizontale directe werking toe aan het recht op vakantie dat in artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is opgenomen. Eveneens introduceert Max-Planck een inspanningsplicht voor de werkgever om ervoor te zorgen dat de werknemer vakantie opneemt voordat het recht op vakantie kan vervallen. In deze bijdrage worden de arresten kritisch besproken.


Mr. drs. J.R. Vos
Mr. drs. Jan-Pieter Vos is wetenschappelijk docent en promovendus op de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus School of Law.
Annotatie

Het concern en het ontslagrecht: de Hoge Raad eist maatwerk

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64 (Shell)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Werkgeverschap, Concern, Expat, Ontslag, Herplaatsing
Auteurs Mr. M.A.N. van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 januari 2019 liet de Hoge Raad zich uit over de verhouding tussen het Nederlandse grondenstelsel en concernbrede herplaatsingsvereiste enerzijds en het afvloeiingsbeleid van het internationale Shell-concern anderzijds. In deze bijdrage analyseert de auteur de betekenis van de beschikking voor de plaats van het (internationale) concern in het Nederlandse ontslagrecht. Hij concludeert dat de beschikking van de Hoge Raad goed past binnen het systeem van de Ontslagregeling, waarin de wetgever op casuïstische wijze recht probeert te doen aan het concernlidmaatschap van de werkgever. Met die gefragmenteerde benadering is ook het probleem gegeven: zij stoelt niet op een duidelijke visie op het concern en leidt tot rechtsonzekerheid. In dat licht schetst de auteur enige gezichtspunten ten aanzien van de reikwijdte van het concernbrede herplaatsingsvereiste.


Mr. M.A.N. van Schadewijk
Mr. M.A.N. (Matthijs) van Schadewijk is promovendus en docent bij de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht) en redactiesecretaris van dit blad. Hij werkt aan een proefschrift over werkgeverschap in concernverband.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Annotatie

Besluit of beschikking?

Annotatie bij Gerecht in Eerste Aanleg Curaçao (Lar) 2 augustus 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:288 (voorlopige voorziening) en 12 november 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:281 (bodemprocedure)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden brief inzake oplegging maximum APR, rechtsgevolg, beschikking, besluit
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij de uitspraak van de voorzieningenrechter van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao van 2 augustus 2017 waarbij is geoordeeld dat een brief met de vaststelling van de Annual Percentage Rate (APR) informatief van aard is, en de uitspraak van 12 november 2018 in de bodemzaak waarin is geoordeeld dat de brief van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten aan ontheffingshouders over oplegging van een maximum APR op rechtsgevolg is gericht en daarmee een beschikking.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is bijzondere rechter in ambtenaren- en sociale zaken, parttime medewerker JF aan de University of Curaçao en lid van de Raad van Advies van Curaçao. Tevens is hij als redactielid verbonden aan het Caribisch Juristenblad. Deze annotatie is geheel op eigen verantwoordelijkheid geschreven.

Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Jurisprudentie en wetgeving

Molla Sali vs Griekenland: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake sharia in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Sharia in Europa, religieus familierecht, legal pluralism, interpersoonlijk recht, interreligieus recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision of the Court that Muslims from the Greek province of West Thrace can choose in matters of family law between civil or Islamic law, is not surprising. However, much can be said about the way in which the Court came to that conclusion. Because in doing so it uses principles and considerations that show a lack of insight in the status and functioning of a unique legal system, namely that of interpersonal law, or the coexistence on equal basis of several family laws. Similarly, the Court seems biased towards Islamic family law, which it consistently refers to as ‘sharia’. A critical discussion of this judgment is therefore appropriate.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Annotatie

Private handhaving en het weerbarstige leerstuk van verjaring

HvJ EU 28 maart 2019, zaak C-637/17, Cogeco Communications Inc./Sport TV Portugal, ECLI:EU:C:2019:263

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Auteurs Berend Jan Drijber
Auteursinformatie

Berend Jan Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat-generaal bij de Hoge Raad en redacteur van dit tijdschrift.
Annotatie

Van een kikker kan men geen veren plukken – het mededingingsrechtelijke ondernemingsbegrip in het kader van de civielrechtelijke handhaving

HvJ EU 14 maart 2019, zaak C-724/17, Skanska Industrial Solutions, ECLI:EU:C:2019:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2019
Auteurs Robbert Jaspers en Tom Binder
Auteursinformatie

Robbert Jaspers
Mr. R.M.T.M. Jaspers is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Europees en mededingingsrecht van AKD Benelux Lawyers te Brussel.

Tom Binder
Mr. T.J. Binder is werkzaam als advocaat bij de praktijkgroep Europees en mededingingsrecht van AKD Benelux Lawyers te Brussel.

Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Misgelopen woongenot en vergoeding van materiële schade

Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden misgelopen woongenot, gemis van het onstoffelijk voordeel, aardbeving, gaswinning, vergoeding materiële schade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout en T. Rotscheid LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 maart 2017 wees de Rechtbank Noord-Nederland vonnis in een zaak die ging over de vergoeding van immateriële schade en de vergoeding van vermogensschade in de zin van het gemis van het onstoffelijk voordeel, zijnde gederfd woongenot, ten gevolge van aardbevingen ontstaan door gaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Deze annotatie concentreert zich uitsluitend op laatstgenoemde schadepost. Ondanks dat het vonnis ruim twee jaar oud is, zijn de vragen die het oproept nog zeer actueel. Zo is recentelijk door de Rechtbank Noord-Nederland in een andere zaak hierover een prejudiciële vraag voorgelegd aan de Hoge Raad.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.

T. Rotscheid LLB
T. Rotscheid, LLB is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Notenkraker

De digitale werkwijze: bestuursrechtelijk toezicht aan de hand van digitale gegevens

Gerechtshof Den Haag 12 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:470

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden rechtsbescherming, digitale werkwijze, bestuursrechtelijk toezicht
Auteurs Marije Batting
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 12 februari 2019 oordeelt het Gerechtshof Den Haag dat de digitale werkwijze van de ACM voldoende waarborgen voor effectieve rechtsbescherming biedt bij bestuursrechtelijk toezicht aan de hand van digitale gegevens.


Marije Batting
Mr. M.L. Batting is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, Den Haag en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht. Kantoorgenoten zijn betrokken geweest bij het in deze Notenkraker te bespreken arrest.

Marek Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan Houthoff.
Jurisprudentie

Rechtspraak; nemo tenetur en de smartphone

Noot bij Rb. Noord-Holland 28 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1568

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Nemo tenetur-beginsel, vormverzuim, proportionaliteit, subsidiariteit, Wils(on)afhankelijk bewijsmateriaal
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    In casu mochten opsporingsambtenaren de verdachte boeien en via zijn vingerafdruk diens iPhone ontsluiten. Deze handelwijze en het gebruik van het aldus verkregen bewijsmateriaal is niet in strijd met het nemo tenetur-beginsel, noch met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, cassatieadvocaat bij Wladimiroff Advocaten, Den Haag en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

De predispositie van de verdachte bij het stelen van een lokfiets: creëert de gelegenheid de dief?

Noot bij HR 12 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:149

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Tallon-criterium, Lokmiddelen, Lokfiets, Uitlokverbod, 6 EVRM
Auteurs Mr. W. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de bestendige rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat opsporingsambtenaren op basis van de algemene taakstellende bevoegdheden in beginsel bevoegd zijn tot het inzetten van bepaalde lokmiddelen, mits deze inzet binnen de grenzen van het Tallon-criterium blijft. De verdachte mag zodoende niet door het optreden van de opsporingsambtenaar worden gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds van tevoren was gericht. De vraag die naar aanleiding van de onderhavige uitspraak echter kan worden gesteld, is of de verdachte nog wel een voldoende toereikend beroep kan doen op de rechtsbeschermende waarde die het Tallon-criterium – in het kader van de inzet van niet-menselijke lokmiddelen – beoogt te bieden.


Mr. W. Albers
Mr. W. (Willemijn) Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Pieter Frans Lock
Mr. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Artikel 4:36 BW en werkzaamheden verricht voor een bv

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden artikel 4:36 BW, salaire différé, uitgesteld loon, andere wettelijke rechten, vennootschap
Auteurs Mr. drs. M.R. Beuker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal aspecten van artikel 4:36 BW. Dit wordt gedaan aan de hand van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat gewezen is op 12 februari 2019. Daarin kwam de vraag aan de orde of ook recht op een som ineens bestaat indien werkzaamheden zijn verricht voor een bv waarin de erflater gerechtigd was. De auteur analyseert de toepasselijkheid van artikel 4:36 BW bij werk dat verricht is voor kapitaalvennootschappen of personenvennootschappen. Ook wordt stilgestaan bij de rol van de verrichte werkzaamheden en de wenselijkheid van de huidige regeling. De conclusie luidt dat onvoldoende grond bestaat voor onderscheid tussen werkzaamheden die zijn verricht voor een kapitaalvennootschap dan wel voor de erflater zelf. Besloten wordt daarom met een oproep om de wet op dit punt aan te passen.


Mr. drs. M.R. Beuker
Mr. drs. M.R. Beuker is als NWO-promovendus verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Belediging van de profeet Mohammed

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2019
Auteurs Marloes van Noorloos

Marloes van Noorloos
Toont 1 - 20 van 298 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.