Zoekresultaat: 31 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

Verwerping beroep omkeringsregel

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2353

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden zorgplicht, risicoaansprakelijkheid, causaal verband, omkeringsregel
Auteurs Mr. M. Jongkind
SamenvattingAuteursinformatie

    Ouders stellen de camping aansprakelijk voor gehoorschade van hun zoon. Op 12 juni 2003 zou de zoon in het zwembad van de camping besmet zijn geraakt met de PA-bacterie. Daarna is geconstateerd dat een filter van het zwembad defect was. De ouders stellen dat de camping haar zorgplicht heeft geschonden, alsmede dat de camping risicoaansprakelijk is op grond van artikel 6:175, 6:174 of 6:173 BW. Met betrekking tot het causaal verband wordt een beroep gedaan op de omkeringsregel. Het gerechtshof oordeelt dat geen sprake is van risicoaansprakelijkheid ex artikel 6:175 BW. Het beroep op de omkeringsregel wordt verworpen.


Mr. M. Jongkind
Mr. M. Jongkind is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

De opzetclausule in de AVP-polis

Rb. Oost-Brabant 13 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4480

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden opzetclausule, AVP-polis, voorwaardelijk opzet, buitenproportionele schadelijke gevolgen, artikel 6:248 lid 2 BW
Auteurs Prof. Mr. J.H. Wansink
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in deze uitspraak staat de uitleg van de opzetclausule zoals deze naar aanleiding van het Aegon/Van der Linden-arrest van de Hoge Raad van 6 november 1998 in 2000 in de AVP-polis is gereviseerd. Een revisie waartoe verzekeraars besloten omdat de door de Hoge Raad voorgestane uitleg in hun visie de reikwijdte van de uitsluiting te vergaand beperkte en daardoor te veel ruimte liet voor dekking van crimineel gedrag. Een steeds weer terugkerend geschilpunt tussen partijen ziet op de vraag of de clausule dekking biedt voor met uitsluitend voorwaardelijk opzet veroorzaakte schade; dit veelal in het licht van het gegeven dat opzettelijke gedragingen kunnen leiden tot qua ernst en omvang in relatie tot de schadeveroorzakende gedraging buitenproportionele schadelijke gevolgen. Het door verzekeraars beoogde correctief daarvoor biedt de redelijkheid en billijkheid overeenkomstig artikel 6:248 lid 2 BW.


Prof. Mr. J.H. Wansink
Prof.mr. J.H. Wansink is emeritus hoogleraar verzekeringsrecht aan het Verzekeringsinstituut bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Perikelen rondom artikel 4:25 lid 4 BW

Rb. Zeeland-West-Brabant 9 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5502 en Hof ’s-Hertogenbosch 4 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5130

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wettelijke verdeling, wilsrecht, stiefkind, uitlegging, vruchtgebruik
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de complicaties besproken waartoe een beschikking van de kantonrechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant omtrent de toepassing van artikel 4:25 lid 4 BW aanleiding geeft.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

De objectivering van de bevoordelingsbedoeling in het erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden schenking/gift, bevoordelingsbedoeling, legitimaire massa, lijfrente, waardering
Auteurs Mr. F.W. Brans en Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van twee uitspraken uit eigen praktijk wordt onderzocht welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij de beoordeling of sprake is van een gift, hoe en waarop deze wordt gewaardeerd, of de legitimaire massa daarmee wordt vermeerderd en op welk wettelijk breukdeel daarvan de legitimaris aanspraak kan maken. Conclusie is dat wordt gekeken naar omstandigheden van vóór of tijdens het moment van de gestelde gift (‘objectief’). Omstandigheden van latere datum blijven in beginsel buiten beschouwing, ook als achteraf daaruit een wil of intentie tot bevoordelen kan worden herleid (‘subjectief’).


Mr. F.W. Brans
Mr. F.W. Brans is senior jurist bij AD Advocaten te Amsterdam.

Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers
Mr. Ph.A.J. Raaijmaakers is advocaat bij AD Advocaten te Amsterdam.

    Vuurwerkbesluit te beperkt uitgelegd. Gevolgen strekken zich uit tot buiten de veiligheidszone; ook dieren worden beschermd.

    Reguliere of uitgebreide procedure. Wijziging aanvraag. Vergunning van rechtswege.

    Beleidsregels. Hardheidsclausule.


Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J. de Wit is universitair hoofddocent Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastdocent en gastonderzoeker enige tijd gewerkt aan de University of Curaçao, toen nog Universiteit van de Nederlandse Antillen. In die periode heeft zij op Bonaire het onderzoek ter zitting in eerste aanleg bijgewoond.

    Bloeddonatie; permanente uitsluiting; onderscheid seksuele voorkeur; niet gerechtvaardigd; discriminatie

Jurisprudentie

Markt en Overheid gestrand in het zicht van de Aanloophaven?

Besluit ACM d.d. 29 mei 2015, artikel 70c lid 1 aanhef en onder a Mededingingswet (Aanloophaven Zeewolde)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Wet markt en overheid, verklaring voor recht, algemeen belang besluit, terugwerkende kracht
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het eerste besluit van ACM sinds het volledig in werking treden van de Wet markt en overheid verklaart zij voor recht dat de gemeente Zeewolde in strijd heeft gehandeld met het gebod van kostendoorberekening (art. 25j Mw) bij de verhuur van ligplaatsen in de ‘Aanloophaven’. De gemeente probeert ACM de wind uit de zeilen te nemen door een algemeenbelangbesluit te nemen op grond van artikel 25h lid 6 Mw. De intrigerende vraag is of dat ook met terugwerkende kracht tot 1 juli 2014 kan, zoals de gemeente stelt en ACM – begrijpelijkerwijze – betwist.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

Huawei/ZTE, een nieuwe standaard in FRAND-zaken?

Uitspraak van het Hof van Justitie van 16 juli 2015, zaak C-170/13, Huawei/ZTE, n.n.g.

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden octrooi, misbruik van machtspositie, FRAND, licentie
Auteurs Pepijn van Ginneken en Gaëlle Béquet
SamenvattingAuteursinformatie

    Standaard-essentiële octrooien (‘SEP’s’) zijn octrooien die essentieel zijn voor de toepassing van een bepaalde industriestandaard. Van SEP-houders wordt doorgaans vereist dat zij zich ertoe verbinden hun SEP’s onder fair, reasonable and non-discriminatory (FRAND) voorwaarden in licentie te geven. Het Hof van Justitie bepaalde dat een SEP-houder die een FRAND-verklaring heeft afgelegd, misbruik maakt van zijn machtspositie indien hij zijn SEP handhaaft zonder de vermeende inbreukmaker de mogelijkheid te geven om een FRAND-licentie te nemen. Met dit arrest geeft het Hof van Justitie duidelijkheid over de stappen die van de SEP-houder en de licentienemer worden verwacht tijdens FRAND-onderhandelingen.


Pepijn van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

Gaëlle Béquet
Mr. G.D.G.M.G. Béquet is advocaat bij Brinkhof N.V. in Amsterdam.

    Woningsplitsingen. Toepassing Bor. Begripsbepaling inzake dakopbouw. Vergunning van rechtswege. Parkeerdruk.

    Bevoegdheid college. Aanwijzingsbesluit raad onverbindend. Formulering categorieën.

Jurisprudentie

2015/199 Rechtbank Midden-Nederland 8 april 2015 (m.nt. prof. mr. J.G. Sijmons)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Art. 13 Zvw, vergoeding voortgezette behandeling, ononderbroken zorgverlening, cessie op zorgaanbieder, onrechtmatige daad zorgverzekeraar
Samenvatting

    Uitleg artikel 13 lid 5 Zvw; cessieverbod recht op vergoeding van zorg; onrechtmatigheid van handelen in strijd met artikel 13 lid 5 Zvw

    Hulp bij zelfdoding door niet-arts; overmacht; betekenis Wtl; ontslag van rechtsvervolging

Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Jurisprudentie

Grenzen aan sociale concurrentie bij vrij verkeer van diensten en bij mededinging

HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vrijheid van diensten, Mededinging, Europees recht, Sociale concurrentie
Auteurs A.P.C.M. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    HvJ EU C-549/13, JAR 2014/264 (Bundesdruckerei GmbH) en HvJ EU C-413/13, JAR 2015/19 (FNV Kunsten Informatie en Media/FNV KIEM)
    In deze annotatie worden twee arresten van het Hof van Justitie van de EU besproken onder de noemer van sociale concurrentie die het gevolg zouden kunnen zijn van de toepassing van twee grondbeginselen van de Europese Unie: vrij verkeer en mededinging. In de zaak Bundesdruckerei is aan de orde of een overheidsinstantie in haar aanbestedingsvoorwaarden mag opnemen dat het bedrijf dat de opdracht uitvoert, moet garanderen dat het minimumuurloon dat geldt voor de lidstaat waarin het bedrijf gevestigd is, ook wordt betaald aan werknemers van een bedrijf in een andere lidstaat waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht. Het VWEU verbiedt dat in artikel 56, tenzij de inbreuk op het vrij verkeer objectief gerechtvaardigd wordt. Het HvJ EU komt met toepassing van de criteria, doel, geschikt en noodzakelijk, tot de conclusie dat er een gerechtvaardigd doel kan zijn – bescherming van werknemers – maar dat de voorwaarde niet geschikt en noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
    De andere zaak (FNV KIEM) sluit aan op staande rechtspraak van het HvJ EU dat cao’s zijn uitgezonderd van het mededingingsrecht, mits aan een paar voorwaarden wordt voldaan. Mag een vakbond minimumtarieven voor zelfstandigen in een cao vastleggen? Als een vakbond dat doet, treedt hij dan op als werknemers- of als werkgeversvereniging? Doorslaggevend is of er sprake is van ‘echte’ zelfstandigheid of van schijnzelfstandigheid. Naast de bekende criteria als vrijheid van uitvoering van de werkzaamheden, afhankelijkheid van de opdrachtgever, het dragen van financiële en commerciële risico’s introduceert het HvJ EU het criterium: is de betrokkene als gewone werknemer in de onderneming van de opdrachtgever werkzaam ofwel is hij met de werknemer gelijk te stellen? Een vraag voor de nationale rechter.


A.P.C.M. Jaspers
A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit van Utrecht.
Jurisprudentie

Jurisprudentie Waterwet 2013-2014

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Waterwet, legger, projectplan, watervergunning, handhaving bij lozingen
Auteurs Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf en Mr. P. (Peter) de Putter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze jurisprudentiebespreking wordt de Waterwetjurisprudentie besproken van de periode 2013-2014. De auteurs bespreken vier onderwerpen: de legger, het projectplan, de watervergunning en de handhaving bij lozingen.
    Waar relevant wordt het verband gelegd met het wetsvoorstel voor de Omgevingswet.


Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf
Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies BV.

Mr. P. (Peter) de Putter
Mr. P. (Peter) de Putter is mede-eigenaar van Sterk Consulting BV.
Jurisprudentie

De reikwijdte van het subrogatieverbod ex artikel 7:962 lid 3 BW

HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3461 (Anderzorg-arrest)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, schadeverzekering, subrogatieverbod, vaste kracht, inleenkracht
Auteurs Mr. V. Oskam
SamenvattingAuteursinformatie

    Twee inzittenden, collega’s, van een auto raken betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval. De bestuurder, werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst, veroorzaakte het ongeval. De benadeelde was op inleenbasis via het uitzendbureau werkzaam. De zorgverzekeraar van deze ingeleende kracht wil regres nemen op de (WAM-)verzekeraar van de werknemer. Die beroept zich op het subrogatieverbod ex artikel 7:962 BW. De rechtsvraag ligt voor of ‘degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde’ ook ingeleend personeel omvat. De Hoge Raad komt – anders dan rechtbank en hof – tot een restrictieve uitleg van het subrogatieverbod en acht subrogatie derhalve in deze verhouding mogelijk.


Mr. V. Oskam
Mr. V. Oskam is advocaat bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.

    Het expliciete standpunt van de gemeenteraad over de reikwijdte van een begrip is bepalend bij uitleg in geval handhaving.


Tycho Lam
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.