Zoekresultaat: 40 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2017 x Rubriek Case Law x
Jurisprudentie

‘Mag ik even in uw smartphone kijken?’

De visie van de Hoge Raad gelet op het recht op privacy op grond van artikel 8 EVRM

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Smartphone, (Recht op) privacy, Verbaliseringsplicht, Doorzoeking, Toezicht
Auteurs Mr. T. Beekhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad schetst in de ‘Smartphone-arresten’ een juridisch toetsingskader voor de vaststelling wanneer aan een smartphone een rechtmatig onderzoek kan plaatsvinden. Het zwaartepunt ligt volgens de Hoge Raad op de ‘hoeveelheid doorzochte gegevens’. Afhankelijk van de mate van volledigheid van het beeld dat daardoor wordt verkregen van het persoonlijk leven, stelt de Hoge Raad wie bevoegd is: een opsporingsambtenaar, een officier van justitie of een rechter-commissaris. In deze annotatie staat centraal op welke wijze het toezicht dient plaats te vinden en welke andere factoren een rol zouden moeten spelen bij de vaststelling van de inbreuk op het recht op privacy.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Blue Taxi-arrest: de beperkte zekerheid van de vaststellingsovereenkomst bij vorderingen van derden

HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19 (Blue Taxi/SFT)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Vaststellingsovereenkomst, Blue Taxi/SFT, Derden, dwingend recht, openbare orde/goede zeden
Auteurs Mr. dr. A.F. Bungener en Mr. dr. A. Van Zanten-Baris
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken auteurs het arrest Blue Taxi/SFT. Dit arrest biedt verduidelijking met betrekking tot hoe het recht omtrent vaststellingsovereenkomsten dient te worden toegepast. Auteurs gaan in op de wijze waarop en de mate waarin de belangen van derden daarbij dienen te worden gerespecteerd. Auteurs geven antwoord op de vraag wanneer met een vaststellingsovereenkomst dwingend recht opzij kan worden gezet en wanneer dit binnen de contouren van de Hoge Raad niet is toegestaan. Juist dit laatste wordt in de praktijk nog wel eens over het hoofd gezien.


Mr. dr. A.F. Bungener
Mr. dr. A. Bungener is advocaat bij Pact Advocaten te Amsterdam.

Mr. dr. A. Van Zanten-Baris
Mr. dr. A. van Zanten-Baris is eigenaar van Arbeidsrecht Simpel.

    Bij de uitleg van cao-bepalingen leek de Hoge Raad in 1993, met de introductie van de cao-norm, afstand te hebben genomen van de Haviltex-norm. De ‘grammaticale uitleg’ van cao-bepalingen raakte in zwang. Dit was niet de bedoeling. De Hoge Raad greep diverse keren in om de cao-norm te verduidelijken. In 2002, met het DSM/Fox-arrest, leek de cao-norm uitgekristalliseerd. Met het Condor-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de uitleg van een cao-bepaling de toepassing van de cao-norm niet in alle gevallen gerechtvaardigd is. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van de cao-norm toegelicht. De nieuwe grenzen zullen nog vastgesteld moeten worden. Mijn verwachting is dat het Condor-arrest als basis zal dienen voor een ontwikkeling waarbij cao-bepalingen uit bedrijfstak-cao’s en ondernemings-cao’s niet altijd volgens dezelfde methode zullen worden uitgelegd.


mr. dr. A. Stege
Mr. dr. A. Stege is advocaat bij Zilver Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2017
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. K. Teuben
Mw. mr. K. Teuben is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

    Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) voldoet niet aan de daarvoor in de Europese en Nederlandse regelgeving gestelde eisen. Opdracht om een luchtkwaliteitsplan vast te stellen dat aan de regelgeving voldoet.

    Gezondheidseffecten windturbines.

    Passieve risicoaanvaarding. Medewerking derden vereist.

    Peildatum toekomstige inkomensschade.


Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

Prof. mr. T.M. Schalken
Prof. mr. T.M. Schalken is emeritus hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht te Amsterdam, oud-lid van het (toenmalig) Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en destijds nauw betrokken bij de totstandkoming van de huidige Sv 1997.
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Jurisprudentie

Austria Asphalt; uitbreiding van een eenbaansweg naar een tweebaansweg met de Concentratieverordening (of niet?)

HvJ EU 7 september 2017, zaak C-248/16, Austria Asphalt GmbH & Co OG/Bundeskartellanwalt, ECLI:EU:C:2017:643

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden Concentratieverordening, gezamenlijke zeggenschap, werkingssfeer concentratiecontroleregels, prejudiciële vraag, volwaardigheidscriterium
Auteurs Elske Raedts
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkrijging van gezamenlijke zeggenschap over een bestaande onderneming valt alleen binnen de werkingssfeer van de EU-concentratiecontroleregels wanneer deze onderneming ‘volwaardig’ is. De verkrijging van gezamenlijke zeggenschap door Austria Asphalt samen met de huidge eigenaar Teerdag over een niet-volwaardige fabriek diende daarom niet gemeld te worden bij de Europese Commissie. Dit artikel gaat in op de scheidslijn tussen de bevoegdheid van de Commissie op het gebied van concentratiecontrole en de handhavingsbevoegdheden onder Verordening (EG) nr. 1/2003 enerzijds en de concentratiecontrolebevoegdheid van de Commissie voor de interne markt en de concentratiecontrolebevoegdheid van nationale autoriteiten van de lidstaten anderzijds.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2017
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Jurisprudentie

De verhaalspositie van de WAM-verzekeraar bij hoofdelijke medeaansprakelijkheid van zijn verzekerde; zelfstandig of afhankelijk?

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden eigen recht artikel 6 WAM, WAM-verzekeraar, hoofdelijk verbonden schuldenaren, subrogatie, forumkeuze
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Auteursinformatie

Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M.W. Josephus Jitta
Mr. M.W. Josephus Jitta is werkzaam als advocaat bij ENSpigt.
Jurisprudentie

De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi

HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Waadi, Belemmeringsverbod, Uitzendrichtlijn, Overeenkomst van opdracht, Inlener
Auteurs Prof. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 9a Waadi is een verbod op het stellen van belemmeringsbedingen bij ‘terbeschikkingstelling van arbeidskrachten’ opgenomen. Aanleiding voor dit verbod was de equivalent in de Uitzendrichtlijn die Nederland moest implementeren. De parlementaire geschiedenis van artikel 9a Waadi geeft geen houvast voor de uitleg van het precieze bereik van het artikel. Er wordt enkel verwezen naar de Uitzendrichtlijn die deels via de Waadi in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Bijgevolg is voor het bereik van artikel 9a Waadi het bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn van belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft tot op heden geen uitspraak gedaan over het precieze bereik van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn. Dit maakt het oordeel van de Hoge Raad van 14 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland (zzp’er/Focus on Human B.V.)) en diens weigering prejudiciële vragen te stellen extra interessant. De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen:
    Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren?
    Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?


Prof. A.R. Houweling
Prof. A.R. Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Jurisprudentie

Vrijheid van religie op de werkplaats en het Hof van Justitie: terug naar cuius regio, illius religio?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Discriminatie, Vrijheid van religie, Hoofddoek, Richtlijn 2000/78/EU, Religie of overtuiging
Auteurs Prof. dr. Filip Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee mijlpaalarresten de dato 14 maart 2017 van het Hof van Justitie die betrekking hebben op discriminatie op basis van religie kritisch geanalyseerd. In beide gevallen gaf het dragen van een hoofddoek aanleiding tot het ontslag van een werkneemster. De auteur stelt dat het ontslag van een werkneemster wegens het dragen van een hoofddoek op basis van een algemene regel die uitingen van religieuze, politieke en filosofische overtuigingen verbiedt wel degelijk een directe vorm van discriminatie betreft. Hij betwist dat een beleid van neutraliteit in de onderneming een afdoende legitieme doelstelling vormt die indirecte discriminatie zou rechtvaardigen. De grondslag voor een dergelijke benadering, de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen vrijheid van ondernemerschap, is niet dienstig om een richtlijn die het burgerschap binnen de Europese Unie beschermt, beperkend te interpreteren. Hij bepleit dat rechtvaardigingsgronden voor discriminatie op basis van religie voorzienbaar en kenbaar moeten zijn. Tot slot wordt het gebruik van de redelijke aanpassingen door het Hof van Justitie beschouwd. De auteur meent dat de analyse van het Hof op gespannen voet staat met de rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de Mens en een risico in zich draagt van ‘harassment’ van werknemers die naar een plek in ‘backoffice’ worden verbannen.


Prof. dr. Filip Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Université Catholique de Louvain en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 1 - 20 van 40 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.