Zoekresultaat: 6 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Column x

Prof. dr. M.P. Schinkel
Prof. dr. M.P. Schinkel is hoogleraar Competition Economics and Regulation aan de Universiteit van Amsterdam en co-director van het Amsterdam Center for Law and Economics (ACLE).
Column

Privacy van patiënten is onvoldoende gewaarborgd bij de doorstart van het EPD

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2012
Trefwoorden beroepsgeheim, doorstartmodel, elektronisch patiëntendossier, patiëntenrechten, privacy
Auteurs Mr. dr. W.I. Koelewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat de verwerping van het wetsvoorstel ‘Kaderwet EPD’ en de privaatrechtelijke doorstart van het elektronisch patiëntendossier betekent voor de rechtspositie van patiënten. Bij de doorstart worden op grote schaal privacygevoelige patiëntengegevens verwerkt zonder formeel-wettelijke grondslag en zonder dat is voorzien in aanvullende patiëntenrechten. De doorbreking van het medisch beroepsgeheim en de verwerkingsgrondslag van patiëntgegevens worden daarmee volledig gebaseerd op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken patiënten. De auteur plaatst diverse kritische kanttekeningen bij deze juridische constructie en komt tot de conclusie dat de rechtspositie van patiënten bij de doorstart van het EPD onvoldoende is gewaarborgd.


Mr. dr. W.I. Koelewijn
Wouter Koelewijn is universitair docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.

    Naar het huidige Nederlandse contractenrecht is voor de geldigheid van een overeenkomst niet vereist dat er een zekere evenredigheid bestaat tussen de wederzijdse prestaties van twee private partijen. De heersende opvatting in het Nederlandse (en Europese) privaatrecht is dat de iustum pretium-leer (leer van de rechtvaardige prijs) geen deel van het contractenrecht uitmaakt en ook niet zou mogen uitmaken. Het in het Nederlandse privaatrecht ingenomen standpunt ten aanzien van de iustum pretium-leer wordt echter in belangrijke mate doorkruist voor wat betreft de provisieafspraken tussen de cliënt en de financiële dienstverlener door de recente invoering van de ‘kennelijke onredelijkheidsnorm’ in de financiële toezichtwetgeving. In deze bijdrage wordt ingegaan op deze ontwikkeling in het bestuursrecht en haar betekenis voor de contractspraktijk.


Prof. dr. O.O. Cherednychenko
Prof. dr. O.O. Cherednychenko is adjunct hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Column

Schikken, slikken of strikken?

De Europese ontwerpregelgeving voor ADR in consumentengeschillen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2012
Trefwoorden ADR in consumentengeschillen, Online dispute resolution, Europese ontwerpregelgeving, Consumer ADR, ODR, EU legislative proposals
Auteurs Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution discusses the EU Commission proposals for a directive on Consumer ADR and a Regulation on consumer ODR. The directive compels member state to cater for complete coverage of all contractual consumer disputes (whether domestic or cross-border) by ADR entities that meet certain quality requirements and to actively make these facilities known. The proposed regulation introduces an EU-wide single ODR platform that will transfer consumer complaints to the appropriate national entity. European comparative research suggests the business community’s initial reluctance to (co-)finance such external extra-judicial dispute reolution schemes (deploying quasi-arbitration or mediation) may be overcome in either of two ways: through the prospect of introducing EU collective consumer redress before the courts instead, or by convincing business of ADR’s use as an additional marketing feedback tool. Some open questions that remain are highlighted.


Rob Jagtenberg
Mr. dr. Rob Jagtenberg verricht vergelijkend onderzoek naar mediation en conflictmanagement in Europa.

    In a column a journal editor or an author expresses his or her opinion on a particular subject.


Mr. Coosje Peterse
Mr. Coosje Peterse is advocaat te Den Haag en tevens redactielid van PROCES.
Column

Mag de Inspectie voor de Gezondheidszorg zo nodig zelf kwaliteitsnormen formuleren?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden IGZ, Kwaliteitswet, kwaliteit van zorg, toezicht, veldnormen
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Het uitgangspunt van de huidige kwaliteitswetgeving is, dat het veld zelf invulling geeft aan het wettelijke begrip ‘verantwoorde zorg’. De IGZ houdt toezicht op deze veldnormen. Dit uitgangspunt voldoet niet in gevallen waarin het veld nalaat veldnormen op te stellen. Het is niet aanvaardbaard dat het veld op die wijze de reikwijdte van het overheidstoezicht kan bepalen. In een geval waarin veldnormen ontbreken, heeft de IGZ logischerwijs een zekere eigen ruimte om het begrip ‘verantwoorde zorg’ te interpreteren en in te vullen. De IGZ dient daarmee wel terughoudend om te gaan.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht, Academisch Medisch Centrum Amsterdam (afd. sociale geneeskunde).
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.