Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Discussie x
Discussie

Brutus over tirannicide en het risico van wederkerige wetteloosheid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden natuurrecht, tirannie, wetteloosheid, vrijheid
Auteurs W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De dood van de Libische dictator Kadhafi is aanleiding voor een korte beschouwing over het leerstuk van de tirannenmoord, zoals dat werd ontwikkeld door de hugenootse monarchomachen in Frankrijk na de Bartholomeusnacht. Onder welke condities kan tirannicide gepaard gaan met een gematigde opstelling die erop gericht is geweld te minimaliseren en de binding aan een voor alle partijen geldende overkoepelende wet te bevestigen?


W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl


Mr. E.C.M. Jurgens
Mr. E.C.M. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht en oud-lid van de Staten-Generaal. ejurgens@xs4all.nl
Discussie

Access_open Against the ‘Pestilential Gods’

Teubner on Human Rights

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 3 2011
Trefwoorden semiosphera, paranomia, Drittwirkung, matrix argument
Auteurs Pasquale Femia
SamenvattingAuteursinformatie

    Examining the function of human rights in the semiosphere requires a strategy of differentiation: the dissolution of politics into political moments (politics, it is argued, is not a system, but a form of discourse); the distinction between discourse and communication; the concept of systemic paranomic functionings. Paranomia is a situation generated by the pathological closure of discourses, in which knowledge of valid and observed norms obscures power. Fundamental rights are the movement of communication, claims about redistributing powers, directed against paranomic functionings. Rethinking the debate about the third party effect implies that validity and coherence must be differentiated for the development of the ‘matrix argument’.


Pasquale Femia
Pasquale Femia is Professor of Private Law at the Faculty of Political Studies of the University of Naples II, Italy.
Discussie

Dik of dun?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, constitutional questions, fundamental principles of justice, judicial activism
Auteurs Thierry Baudet
SamenvattingAuteursinformatie

    In a footnote on the last page of her article, Janneke Gerards writes: ‘Here I will leave to one side the debate on the involvement of the ECHR with questions that are not really constitutional.’ But it is precisely the involvement of the ECHR with questions that are ‘not really constitutional’ – and therefore not really fundamental – that the debate is about. It is regrettable that those who are indignant about my critique of the course that the ECHR is currently taking hardly – if ever – respond to my arguments against such an expansive course. The fact that the Court is now facing a pile of waiting cases rapidly approaching 200,000, as well as problems of legitimacy after taking a stand in undeniably political cases such as prisoners’ voting rights, limits to the freedom of speech, as well as its hinting that it would disapprove of a ban on the burqa, all undermine and impede what the ECHR was originally set up for: to be an effective, swift and authoritative voice in the protection of ‘fundamental principles of justice’. By indulging in meddlesomeness and political correctness, the ECHR is digging its own grave.


Thierry Baudet
Thierry Baudet studeerde geschiedenis en rechten aan de Universiteit van Amsterdam en zit thans in de eindfase van zijn promotieonderzoek in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Tevens schrijft hij een tweewekelijkse column voor NRC Handelsblad.
Discussie

De waarde van een Europees mensenrechtenhof

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, judicial review, fundamental rights, supranational protection of human rights
Auteurs Janneke Gerards
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last few months, the European Court of Human Rights has been heavily criticised in the Dutch media and by Dutch politicians. Although the criticism is mainly directed at the perceived overextension of the Court’s fundamental rights protection, it also concentrates on fundamental issues such as the interference with national sovereignty that is affected by supranational adjudication and the anti-democratic character of supranational judicial review. In this contribution to the debate, it is argued that the present criticism of the Court is largely misconceived. Although the Court and its case law should certainly not be accepted uncritically, the arguments on which the criticism is based either lack nuance or disregard the Court’s specific function as a protector of fundamental rights. To provide a better basis for sensible and relevant criticism of how the Court functions, this contribution therefore aims to revisit the main roles of the European Convention on Human Rights and of international human rights protection, as well as the classic debate on judicial review.


Janneke Gerards
Janneke Gerards is als onderzoekshoogleraar fundamentele rechten verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze bijdrage is een uitwerking van de bijdrage die zij leverde aan een debatbijeenkomst over de rol van het EHRM die op 12 mei 2011 plaatsvond aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Een haalbaarheidsstudie naar een optioneel instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden optioneel instrument, Europese commissie, oneerlijke bedingen, afgebroken onderhandelingen, bevoegdheid, Rome I Vo
Auteurs Mr. dr. J.W. Rutgers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt in haar bijdrage thema’s rondom het concept optioneel instrument zoals de Europese Commissie dat op 3 mei 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Zij bespreekt achtereenvolgens de context waarin de Europese Commissie het concept optioneel instrument plaatst, de vraag of er een bevoegdheid is in de Europese verdragen om tot vaststelling van een optioneel instrument te kunnen komen en wat de verhouding tot Rome I Vo is. Ten slotte gaat de auteur in op de inhoud van het document en licht er twee onderwerpen uit: het afbreken van onderhandelingen en de toetsing van oneerlijke bedingen.


Mr. dr. J.W. Rutgers
Mr. dr. J.W. Rutgers is universitair hoofddocent Afdeling Privaatrecht, Juridische Faculteit VU en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Discussie

Onafhankelijkheid van toezicht is wel/niet essentieel

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Auteurs Mr. C.A. Fonteijn en Prof. J.M. Barendrecht
Auteursinformatie

Mr. C.A. Fonteijn
Mr. C.A. Fonteijn is voorzitter van de raad van bestuur van de NMa, collegevoorzitter van de OPTA en voorzitter van BEREC (Body of European Regulators for Electronic Communications).

Prof. J.M. Barendrecht
Prof. J.M. Barendrecht is hoogleraar privaatrecht aan de UvT (TISCO, Tilburg Institute for the Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems) en 2011 Rule of Law Chair bij het Hague Institute for the Internationalisation of Law.
Discussie

Access_open Drie visies op de relatie tussen religie en veiligheidsbeleid

Verslag van de expertmeeting ‘Angst voor religie?’ van de Commissie Religie in het Publieke Domein, 23 juni 2010, Den Haag

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden government, safety policy, religious orthodoxy, counternarratives
Auteurs Ernst Hirsch Ballin, Peter Knoope en James Kennedy
SamenvattingAuteursinformatie

    Which role do religious beliefs and practices play in radicalization processes of individuals and groups? In the Netherlands, the authorities are not entitled to interfere in religious content, given this content does not undermine democratic order. On the other hand religious orthodoxy is increasingly perceived as a source for violence and coercion in public discourse. Former minister of Justice Ernst Hirsch Ballin argued for a better understanding for the value of religion in society. ICCT-director Peter Knoope explained how the government can enable the development of counternarratives to violent jihadism within the civil society. James Kennedy criticised the fact that religion is increasingly problematized and politicized and argued for a more reluctant and relaxed view on religious radicalization.


Ernst Hirsch Ballin
Mr. dr. Ernst Hirsch Ballin was van 1989 tot 1994 minister van Justitie in het kabinet-Lubbers III en van 2006 tot 2010 eveneens minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende III en IV.

Peter Knoope
Drs. Peter Knoope is directeur van het International Centre for Counter-Terrorism aan de Universiteit Leiden – Campus Den Haag.

James Kennedy
Prof. dr. James Kennedy is hoogleraar Nederlandse geschiedenis in de moderne tijd aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Bacon en de idolen van de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden instrumentalisme, persoon van de wetgever, juridische fictie, autopoiese
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze vijftigste bijdrage van de auteur aan de Nomoi-rubriek keert hij terug tot de staatsman, wetenschapper en schrijver Francis Bacon. In zijn eerste bijdrage aan Nomoi had deze auteur centraal gestaan, vanwege zijn verhandeling over de kunst van het wetgeven. Nu komt een ander werk van Bacon aan de orde, zijn wetenschapstheoretische geschrift The new organon uit 1620. Daarin schetst Bacon vier soorten idolen of illusies die kennisvorming belemmeren. Naar analogie van deze vier idolen onderscheidt Witteveen vier idolen van de wetgever: eenzijdig instrumentalisme, overschatting van de eigen rol als deelnemer aan het wetgevingsproces, problemen met het ontwerpen van juridische terminologie en verzelfstandigen van het rechtssysteem ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid. Als deze vier idolen gezamenlijk aanwezig zijn, zoals bij de controverse over het onverdoofd ritueel slachten, is het voor een wetgever zaak de idolen te herformuleren als open vragen die hem voor een verkeerde oordeelsvorming kunnen behoeden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Discussie

Naar een beter instrument voor Europees contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden europeanisering, contractenrecht, Groenboek, optioneel instrument, consultatie, Klankbordgroep Internationaal Contracteren
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse, Mr. dr. M.-J. van der Heijden en F. Merab Samii
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie het proces van europeanisering van het nationale en internationale contractenrecht opgezweept. In een Groenboek over Europees contractenrecht heeft zij zeven beleidsopties voor de ontwikkeling van een nieuw instrument van Europees contractenrecht gepresenteerd waarbij alle belanghebbenden werden uitgenodigd om daarop te reageren. De Klankbordgroep Internationaal Contracteren heeft daaraan gehoor gegeven door haar reactie begin dit jaar in te sturen. Deze bijdrage is een Nederlandstalige weergave van die Engelstalige reactie. In deze impressie worden allereerst de achtergrond en de doelstelling van het Groenboek belicht. Vervolgens worden voor- en tegenargumenten per beleidsoptie naar voren gebracht en worden de opties getoetst aan de door de Europese Commissie (in het Groenboek) geformuleerde doelstellingen. Daarna volgt een bespreking van vragen van inbedding van de voorgestane keuzemogelijkheden. Tot slot geeft dit artikel een korte weergave van de resultaten van de Europese raadpleging en kondigt het een volgende consultatieronde aan.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.-J. van der Heijden
Mr. dr. M.-J. van der Heijden is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

F. Merab Samii
F. Merab Samii is als student-assistent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. De auteurs zijn lid van de Klankbordgroep Internationaal Contracteren en vormen de werkgroep die de reactie van de Klankbordgroep op het Groenboek voorbereidde en instuurde.
Discussie

Technoregulering: regulering of ‘slechts’ disciplinering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden regulation by technology, code as law, legitimacy, rule of law, regulation
Auteurs Ronald Leenes
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution Ronald Leenes discusses the implications of technoregulation, i.e. regulation by means of technology. Starting from Julia Black’s definition of regulation he discusses how technologies are used to alter or modify human behaviour. One of the objections he raises concerns the intransparency of the norm that is thus enforced, and he argues that technoregulation easily becomes administration or discipline rather than law.


Ronald Leenes
Ronald Leenes is geïnteresseerd in de rol die technologie speelt en kan spelen in het reguleren van menselijk gedrag en binnen welke randvoorwaarden dit plaats moet vinden. Toepassingsgebieden hiervan binnen zijn huidige blikveld zijn privacy, identiteit en identiteitsmanagement, en intellectueel eigendom. Hij is betrokken (geweest) bij onderzoek op het gebied van biometrie, human enhancement, RFID, Ambient Intelligence en nanotechnologie. Hij heeft in verschillende (KP6 en KP7) Europese onderzoeksprojecten gewerkt op het gebied van privacy en identeit(smanagement). Hij is tevens betrokken bij diverse nationale onderzoeksprojecten rond online-identiteit.
Discussie

Technologische en juridische normativiteit: het tekort van het reguleringsparadigma

Een respons op Leenes’ ‘Technoregulering’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden regulation by technology, code as law, legitimacy, rule of law, regulation
Auteurs Mireille Hildebrandt
SamenvattingAuteursinformatie

    Mireille Hildebrandt responds to the article of Ronald Leenes. She largely agrees with Leenes’ objection that technoregulation threatens to conflate rule-making (a task of the legislator) with administration (a task of the executive). In her reply she rejects the external perspective that is inherent in regulation as behaviour-modification, arguing that legal subjects are not to be seen as mere objects of regulation. At the same time she calls for a reflection on the normative implications of technological infrastructures for existing legal rights, e.g., on privacy, even if these implications were not intended by a regulator.


Mireille Hildebrandt
Mireille Hildebrandt is hoogleraar ICT en rechtsstaat aan de Radboud Universiteit Nijmegen, hoofddocent rechtstheorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan Law Science Technology and Society Studies (LSTS) aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek richt zich in het bijzonder op de implicaties van slimme (proactieve) omgevingen voor rechtsstaat en democratie. Zij was deelprojectleider van het Europese KP6-project the Future of Identity in Information Society (FIDIS) en is momenteel betrokken bij het Europese KP7-project Security Impact Assessment Measurement (SIAM). Zij is naar Brussel gedetacheerd op het fundamenteel onderzoeksproject Law and Autonomic Computing. Mutual Transformations, redigeerde samen met Serge Gutwirth Profiling the European citizen. Cross-disciplinary perspectives (Springer: Dordrecht 2008) en samen met Antoinette Rouvory Law, human agency and autonomic computing. The philosophy of law meets the philosophy of technology (Routledge: New York 2011).
Discussie

Hoe meer keus, hoe beter?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Europees contractenrecht, groenboek, consumentenrecht, consumentenbescherming
Auteurs Dr. V. Mak M.Jur
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft met haar recente Groenboek voor het Europees contractenrecht een aanzet gegeven tot nieuwe regelgeving. Uit dit proces zal in de loop van 2011 een concreet voorstel voor nieuwe Europese wetgeving voortvloeien, naar verwachting in de vorm van een ‘optioneel instrument’. Daarmee wordt bedoeld een nieuwe, uniforme regeling die contractspartijen in Europa als toepasselijk recht kunnen kiezen. De vraag die in deze Impressie centraal staat, is of, en welke, toegevoegde waarde deze regeling kan hebben voor het consumentenrecht. Geldt met betrekking tot rechtskeuze in de EU-consumentenmarkt ‘hoe meer keus, hoe beter’?


Dr. V. Mak M.Jur
Dr. V. Mak M.Jur is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.