Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Discussie x
Discussie

Brutus over tirannicide en het risico van wederkerige wetteloosheid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden natuurrecht, tirannie, wetteloosheid, vrijheid
Auteurs W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De dood van de Libische dictator Kadhafi is aanleiding voor een korte beschouwing over het leerstuk van de tirannenmoord, zoals dat werd ontwikkeld door de hugenootse monarchomachen in Frankrijk na de Bartholomeusnacht. Onder welke condities kan tirannicide gepaard gaan met een gematigde opstelling die erop gericht is geweld te minimaliseren en de binding aan een voor alle partijen geldende overkoepelende wet te bevestigen?


W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl


Mr. E.C.M. Jurgens
Mr. E.C.M. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht en oud-lid van de Staten-Generaal. ejurgens@xs4all.nl
Discussie

Moet een toezichthouder zich onthouden van moralistisch getinte uitlatingen en stemmingsargumenten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2011
Auteurs Prof. mr. M. de Cock Buning, Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven en Mr. R.W.M. Craemer
Auteursinformatie

Prof. mr. M. de Cock Buning
Prof. mr. M. de Cock Buning is als hoogleraar Intellectuele Eigendom verbonden aan de Universiteit Utrecht; zij is Commissaris bij het Commissariaat van de Media en lid van de redactie van Tijdschrift voor Toezicht.

Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven is als hoogleraar Europees Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Mr. R.W.M. Craemer
Mr. R.W.M. Craemer is voormalig hoofdofficier van justitie van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie.
Discussie

Intellectuele schatplichtigheid en wetenschappelijke ethiek

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden scientific conduct, intellectual property, citation- and referencing practices, scientific ethos
Auteurs Willem de Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    The intensification of scientific competition and the availability of scientific knowledge on the internet seem to be rendering the notion of intellectual property obsolete. Conventional citation- and referencing practices through which intellectual debt is acknowledged are increasingly being ignored or undermined. In this essay, it is argued that these conventional citation- and referencing practices represent valuable norms of scientific conduct and, therefore, are vital to the scientific ethos of free and independent scientific research. For this reason, editors and reviewers need to accept their responsibility for educating the next generation of scholars to respect conventions for acknowledging intellectual debt.


Willem de Haan
Prof. dr. Willem de Haan is emeritus hoogleraar en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie NVK. Hij is verbonden aan de afdeling Strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. E-mail: w.j.m.de.haan@vu.nl.
Discussie

Dik of dun?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, constitutional questions, fundamental principles of justice, judicial activism
Auteurs Thierry Baudet
SamenvattingAuteursinformatie

    In a footnote on the last page of her article, Janneke Gerards writes: ‘Here I will leave to one side the debate on the involvement of the ECHR with questions that are not really constitutional.’ But it is precisely the involvement of the ECHR with questions that are ‘not really constitutional’ – and therefore not really fundamental – that the debate is about. It is regrettable that those who are indignant about my critique of the course that the ECHR is currently taking hardly – if ever – respond to my arguments against such an expansive course. The fact that the Court is now facing a pile of waiting cases rapidly approaching 200,000, as well as problems of legitimacy after taking a stand in undeniably political cases such as prisoners’ voting rights, limits to the freedom of speech, as well as its hinting that it would disapprove of a ban on the burqa, all undermine and impede what the ECHR was originally set up for: to be an effective, swift and authoritative voice in the protection of ‘fundamental principles of justice’. By indulging in meddlesomeness and political correctness, the ECHR is digging its own grave.


Thierry Baudet
Thierry Baudet studeerde geschiedenis en rechten aan de Universiteit van Amsterdam en zit thans in de eindfase van zijn promotieonderzoek in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Tevens schrijft hij een tweewekelijkse column voor NRC Handelsblad.
Discussie

De waarde van een Europees mensenrechtenhof

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden European Court of Human Rights, judicial review, fundamental rights, supranational protection of human rights
Auteurs Janneke Gerards
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last few months, the European Court of Human Rights has been heavily criticised in the Dutch media and by Dutch politicians. Although the criticism is mainly directed at the perceived overextension of the Court’s fundamental rights protection, it also concentrates on fundamental issues such as the interference with national sovereignty that is affected by supranational adjudication and the anti-democratic character of supranational judicial review. In this contribution to the debate, it is argued that the present criticism of the Court is largely misconceived. Although the Court and its case law should certainly not be accepted uncritically, the arguments on which the criticism is based either lack nuance or disregard the Court’s specific function as a protector of fundamental rights. To provide a better basis for sensible and relevant criticism of how the Court functions, this contribution therefore aims to revisit the main roles of the European Convention on Human Rights and of international human rights protection, as well as the classic debate on judicial review.


Janneke Gerards
Janneke Gerards is als onderzoekshoogleraar fundamentele rechten verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Deze bijdrage is een uitwerking van de bijdrage die zij leverde aan een debatbijeenkomst over de rol van het EHRM die op 12 mei 2011 plaatsvond aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Een haalbaarheidsstudie naar een optioneel instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden optioneel instrument, Europese commissie, oneerlijke bedingen, afgebroken onderhandelingen, bevoegdheid, Rome I Vo
Auteurs Mr. dr. J.W. Rutgers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt in haar bijdrage thema’s rondom het concept optioneel instrument zoals de Europese Commissie dat op 3 mei 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Zij bespreekt achtereenvolgens de context waarin de Europese Commissie het concept optioneel instrument plaatst, de vraag of er een bevoegdheid is in de Europese verdragen om tot vaststelling van een optioneel instrument te kunnen komen en wat de verhouding tot Rome I Vo is. Ten slotte gaat de auteur in op de inhoud van het document en licht er twee onderwerpen uit: het afbreken van onderhandelingen en de toetsing van oneerlijke bedingen.


Mr. dr. J.W. Rutgers
Mr. dr. J.W. Rutgers is universitair hoofddocent Afdeling Privaatrecht, Juridische Faculteit VU en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Discussie

Onafhankelijkheid van toezicht is wel/niet essentieel

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2011
Auteurs Mr. C.A. Fonteijn en Prof. J.M. Barendrecht
Auteursinformatie

Mr. C.A. Fonteijn
Mr. C.A. Fonteijn is voorzitter van de raad van bestuur van de NMa, collegevoorzitter van de OPTA en voorzitter van BEREC (Body of European Regulators for Electronic Communications).

Prof. J.M. Barendrecht
Prof. J.M. Barendrecht is hoogleraar privaatrecht aan de UvT (TISCO, Tilburg Institute for the Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems) en 2011 Rule of Law Chair bij het Hague Institute for the Internationalisation of Law.
Discussie

Access_open Drie visies op de relatie tussen religie en veiligheidsbeleid

Verslag van de expertmeeting ‘Angst voor religie?’ van de Commissie Religie in het Publieke Domein, 23 juni 2010, Den Haag

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden government, safety policy, religious orthodoxy, counternarratives
Auteurs Ernst Hirsch Ballin, Peter Knoope en James Kennedy
SamenvattingAuteursinformatie

    Which role do religious beliefs and practices play in radicalization processes of individuals and groups? In the Netherlands, the authorities are not entitled to interfere in religious content, given this content does not undermine democratic order. On the other hand religious orthodoxy is increasingly perceived as a source for violence and coercion in public discourse. Former minister of Justice Ernst Hirsch Ballin argued for a better understanding for the value of religion in society. ICCT-director Peter Knoope explained how the government can enable the development of counternarratives to violent jihadism within the civil society. James Kennedy criticised the fact that religion is increasingly problematized and politicized and argued for a more reluctant and relaxed view on religious radicalization.


Ernst Hirsch Ballin
Mr. dr. Ernst Hirsch Ballin was van 1989 tot 1994 minister van Justitie in het kabinet-Lubbers III en van 2006 tot 2010 eveneens minister van Justitie in de kabinetten-Balkenende III en IV.

Peter Knoope
Drs. Peter Knoope is directeur van het International Centre for Counter-Terrorism aan de Universiteit Leiden – Campus Den Haag.

James Kennedy
Prof. dr. James Kennedy is hoogleraar Nederlandse geschiedenis in de moderne tijd aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Bacon en de idolen van de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden instrumentalisme, persoon van de wetgever, juridische fictie, autopoiese
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze vijftigste bijdrage van de auteur aan de Nomoi-rubriek keert hij terug tot de staatsman, wetenschapper en schrijver Francis Bacon. In zijn eerste bijdrage aan Nomoi had deze auteur centraal gestaan, vanwege zijn verhandeling over de kunst van het wetgeven. Nu komt een ander werk van Bacon aan de orde, zijn wetenschapstheoretische geschrift The new organon uit 1620. Daarin schetst Bacon vier soorten idolen of illusies die kennisvorming belemmeren. Naar analogie van deze vier idolen onderscheidt Witteveen vier idolen van de wetgever: eenzijdig instrumentalisme, overschatting van de eigen rol als deelnemer aan het wetgevingsproces, problemen met het ontwerpen van juridische terminologie en verzelfstandigen van het rechtssysteem ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid. Als deze vier idolen gezamenlijk aanwezig zijn, zoals bij de controverse over het onverdoofd ritueel slachten, is het voor een wetgever zaak de idolen te herformuleren als open vragen die hem voor een verkeerde oordeelsvorming kunnen behoeden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Discussie

Naar een beter instrument voor Europees contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden europeanisering, contractenrecht, Groenboek, optioneel instrument, consultatie, Klankbordgroep Internationaal Contracteren
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse, Mr. dr. M.-J. van der Heijden en F. Merab Samii
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie het proces van europeanisering van het nationale en internationale contractenrecht opgezweept. In een Groenboek over Europees contractenrecht heeft zij zeven beleidsopties voor de ontwikkeling van een nieuw instrument van Europees contractenrecht gepresenteerd waarbij alle belanghebbenden werden uitgenodigd om daarop te reageren. De Klankbordgroep Internationaal Contracteren heeft daaraan gehoor gegeven door haar reactie begin dit jaar in te sturen. Deze bijdrage is een Nederlandstalige weergave van die Engelstalige reactie. In deze impressie worden allereerst de achtergrond en de doelstelling van het Groenboek belicht. Vervolgens worden voor- en tegenargumenten per beleidsoptie naar voren gebracht en worden de opties getoetst aan de door de Europese Commissie (in het Groenboek) geformuleerde doelstellingen. Daarna volgt een bespreking van vragen van inbedding van de voorgestane keuzemogelijkheden. Tot slot geeft dit artikel een korte weergave van de resultaten van de Europese raadpleging en kondigt het een volgende consultatieronde aan.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.-J. van der Heijden
Mr. dr. M.-J. van der Heijden is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

F. Merab Samii
F. Merab Samii is als student-assistent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. De auteurs zijn lid van de Klankbordgroep Internationaal Contracteren en vormen de werkgroep die de reactie van de Klankbordgroep op het Groenboek voorbereidde en instuurde.

    In de Rubriek Opinie legt de redactie van het Tijdschrift voor Toezicht een stelling voor aan twee experts over een toezichtonderwerp. Dit keer een stelling over de beperking van de aansprakelijkheid van financiële toezichthouders. Minister De Jager van Financiën heeft recent aangekondigd dat de aansprakelijkheid van AFM en DNB beperkt zou moeten worden tot gevallen waarbij sprake is van opzet en grove schuld. Een wetsvoorstel voor wijziging in die zin van de WFT zal in augustus bij de Tweede Kamer worden ingediend. Leidt dit tot meer open en kritisch toezicht? Wordt risicomijdend gedrag om eventuele claims te vermijden, voorkomen? Of is het (moreel) verwerpelijk om als overheid je aansprakelijkheid te beperken jegens burgers en bedrijven? Hierover volgt een stevige gedachtewisseling tussen prof. mr. R.M. Wibier, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het (internationaal) financieel recht, aan de Universiteit Tilburg en tevens advocaat te Amsterdam en prof. C.E. du Perron, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het financieel- en aansprakelijkheidsrecht en deken aan de Universiteit van Amsterdam.


Prof. mr. R.M. Wibier
Prof. mr. R.M. Wibier is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het (internationaal) financieel recht, aan de Universiteit Tilburg.

Prof. C.E. du Perron
Prof. C.E. du Perron is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het financieel- en aansprakelijkheidsrecht en deken aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Openbaarmaking van inspectie-oordelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2011
Auteurs Prof. dr. G. van der Wal en Dr. J.G. van Erp
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals ook elders in dit themanummer aan de orde komt, wordt informatie over de kwaliteit van zorginstellingen en zorgverleners in toenemende mate openbaar gemaakt. Onder andere maakt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) sinds enkele jaren de namen openbaar van instellingen die onder verscherpt toezicht zijn geplaatst. Komt dat de kwaliteit van de zorg ten goede?In deze opinierubriek legt prof. dr. Gerrit van der Wal, Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg, uit waarom de IGZ de namen van instellingen met verscherpt toezicht publiceert en welke effecten de IGZ hiermee beoogt te realiseren.Dr. Judith van Erp, criminoloog bij de Erasmus School of Law en auteur van diverse publicaties over openbaarmaking in het toezicht, waaronder het boek Naming en shaming in het markttoezicht (Boom Juridische uitgevers 2009), waarschuwt voor onbedoelde neveneffecten.


Prof. dr. G. van der Wal
Prof. dr. G. van der Wal is inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg.

Dr. J.G. van Erp
Dr. J.G. van Erp is criminoloog aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Discussie

Hoe meer keus, hoe beter?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Europees contractenrecht, groenboek, consumentenrecht, consumentenbescherming
Auteurs Dr. V. Mak M.Jur
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft met haar recente Groenboek voor het Europees contractenrecht een aanzet gegeven tot nieuwe regelgeving. Uit dit proces zal in de loop van 2011 een concreet voorstel voor nieuwe Europese wetgeving voortvloeien, naar verwachting in de vorm van een ‘optioneel instrument’. Daarmee wordt bedoeld een nieuwe, uniforme regeling die contractspartijen in Europa als toepasselijk recht kunnen kiezen. De vraag die in deze Impressie centraal staat, is of, en welke, toegevoegde waarde deze regeling kan hebben voor het consumentenrecht. Geldt met betrekking tot rechtskeuze in de EU-consumentenmarkt ‘hoe meer keus, hoe beter’?


Dr. V. Mak M.Jur
Dr. V. Mak M.Jur is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

Waldron over de wet als archetype en de onzekere status van het folterverbod

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden folterverbod, wet als archetype, scherpe normen
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoe kan een fundamentele rechtsnorm, zoals de norm die foltering en onmenselijke en vernederende behandeling verbiedt, zo worden geformuleerd dat ook folteraars zich eraan houden? Deze bijdrage bespreekt de kritiek van filosoof Waldron op drie Amerikaanse topjuristen die hun vernuft bij het interpreteren van het folterverbod in dienst stelden van de wens van de Amerikaanse regering om vrijheid van handelen te hebben ten opzichte van terreurverdachten. Waldron laat zien dat de wetgevingsstrategie van het preciseren van het folterverbod tot een scherpe norm het gevaar in zich bergt van een beperkte uitleg die de norm ondermijnt. Daartegenover bepleit hij het folterverbod op te vatten als een zowel scherpe als open norm die als een juridisch archetype niet alleen een dworkiniaanse achtergrondbetekenis heeft die interpretaties stuurt, maar ook direct op de voorgrond staat als een dwingende bepaling met een zware morele lading.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. W.J.Witteveen@uvt.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.