Zoekresultaat: 15 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Discussion x
Impressies

Nederlandse Wet op de reisovereenkomst: (on)werkbaarheid in de praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Reisovereenkomst, Gekoppeld reisarrangement, Richtlijn pakketreizen, Reiziger, Handelaar
Auteurs Mr. N.A. de Leeuw en Mr. drs. J.A. Tersteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe wet op de reisovereenkomst (titel 7A van Boek 7 BW) welke wet op 1 juli 2018 in werking is getreden, is eigenlijk een vrijwel letterlijke vertaling van de Richtlijn Pakketreizen en Gekoppelde Reisarrangementen van 25 november 2015. Hoewel de doelstelling van de Richtlijn, te weten meer bescherming voor de reiziger en maximum harmonisatie tussen de lidstaten een mooi streven was, blinkt de Richtlijn niet uit in duidelijkheid en zijn er voorafgaand aan de totstandkoming ervan vele ontwerpen de revue gepasseerd die de eindstreep van het wetgevingsproces niet hebben gehaald. Desondanks heeft de Nederlandse wetgever deze moeilijke wetgeving uit Brussel redelijk leesbaar geïmplementeerd in de Nederlandse wet. Onzes inziens is de Richtlijn, en daarmee dus ook de Nederlandse wet, op een aantal vlakken niet duidelijk en lastig uit te leggen aan zowel de ondernemers in de reisbranche als aan de reiziger. Ook zijn er enkele onvolkomenheden in de wet geslopen, mede veroorzaakt door een slordige vertaling van de Richtlijn in het Nederlands, waar de Nederlandse wetgever overigens geen invloed op had. In dit artikel willen we met name stilstaan bij een aantal van deze onduidelijkheden en moeilijkheden. Zo zijn de definitiebepalingen bijvoorbeeld vrij ingewikkeld en roept de afbakening tussen een pakketreis en het nieuwe fenomeen van het gekoppeld reisarrangement vragen op. Ook zetten wij vraagtekens bij de vergaande informatieverplichtingen, de positie van de zakenreiziger en de wijze waarop de garantieverplichtingen in Nederland zijn geïmplementeerd. Hoe werkzaam de wet zal zijn in de praktijk van alle dag, zal de komende jaren dus nog moeten blijken.


Mr. N.A. de Leeuw
Mr. N.A. de Leeuw is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten.

Mr. drs. J.A. Tersteeg
Mr. drs. J.A. Tersteeg is avocaat bij EMR Advocaten.
Impressies

De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchiseovereenkomst, franchisenemer, franchisenemersvereniging, eenzijdige wijziging, collectieve actie
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt, op grond van de franchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Alrik de Haas
Alrik de Haas is strafrechtadvocaat bij OMVR Advocaten in Harderwijk. Hij is hoofddocent Strafrecht bij de Beroepsopleiding Advocaten. Alrik de Haas is medeoprichter en bestuurslid van de kerngroep Stichting MENS en Strafrecht en lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA).

Annet Last-Louw
Annet Last-Louw is gecertificeerd mediator in Strafrecht (tevens geregistreerd als MfN Mediator).

Ira Helsloot
Prof. dr. I. Helsloot is hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Discussie

De uitleg van een olympische Topsportersovereenkomst: Van Gelder/NOC*NSF onder de loep

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Topsportovereenkomst, Uitleg, Haviltex, Bindende partijbeslissing, Van Gelder/NOC*NSF
Auteurs Mr. M.A. de Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    In Van Gelder/NOC*NSF heeft de rechter marginaal getoetst of NOC*NSF in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen om Van Gelder uit te sluiten van verdere deelname aan de Olympische Spelen. De auteur analyseert de juistheid van die normtoepassing. Hij concludeert dat een onjuiste maatstaf is toegepast; tussen partijen gold een Topsportersovereenkomst, en uitleg van die overeenkomst met toepassing van de Haviltex-norm was geboden. Het artikel is relevant voor NOC*NSF en atleten: dient NOC*NSF zijn contracten met olympische atleten te herzien en waar moeten atleten zich van vergewissen?


Mr. M.A. de Vlieger
Mr. M.A. de Vlieger is advocaat bij BASE Advocaten in Rotterdam.
Discussie

Veranderingen in de visie op druggebruik – van een strafrechtelijk naar een gezondheidsparadigma

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2016
Trefwoorden drug policy, paradigms, criminalisation, harm reduction, health problem
Auteurs drs. Franz Trautmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Various studies show that the views on the drug problem and appropriate policy responses have undergone profound changes from the 1960s onward. This article is analysing one of these changes, the decriminalisation of drug use, reflecting a fundamental change of view: understanding drug use as a health issue and not as crime. A useful heuristic to understand this type of change is Thomas Kuhn’s paradigm concept. He sees a paradigm as a set of beliefs that are shared by a scientific community and accepted by a wider community. A paradigm change is therefore a socio-psychological process rather than rooted in new scientific or research facts.
    The author analyses the change from the dominance of a crime to the dominance of a health paradigm reflecting its social-historic context, starting with the widely shared concerns about substance use related health problems in the 20th century. These concerns translated into two different views on the essence of these problems, a crime and a health paradigm. The first served as fundament of the international drug control efforts, resulting in the still governing drug prohibition. Yet, the health paradigm was also of influence from the start and gradually gained weight. From the 1970s onwards the health paradigm became more important as part of a wider reform movement. It started in the Netherlands and the UK as bottom-up process criticising criminalising the users of illicit drugs as inappropriate, detrimental for their health and inhumane. The health paradigm was seen as more appropriate.
    The author reflects on the benefits and disadvantages of the health paradigm. Its primary benefit is that it helps to understand the health problems related to drug use. A key disadvantage is its close relationship with the disease paradigm. The latter fits well with the generally negative view on drugs as dangerous or evil. It is encompassing the risk of ‘pathologising’ all forms of drug use and denying phenomena of unproblematic use for, among other things, recreational or spiritual purposes. Like the crime paradigm it can serve for control purposes. The drug user remains subject of control or disciplining policies and is not in charge of his/her own life. An additional problematic issue is that ‘softening’ the approach towards the users seems to be mirrored by a harder, more punitive approach to the producers and sellers of the substances, which are seen as villains, making available the drugs which deserve harsh punishment for ‘devastating’ the lives of users.
    The author concludes with a short discussion of the well-being paradigm as possible alternative for the health paradigm. It covers a broader spectrum than the health paradigm and helps to grasp the negative impact of (problem) drug use, reducing well-being, but is also useful in understanding the positive sides, enhancing well-being.


drs. Franz Trautmann
Drs. Franz Trautmann was Senior Drug Policy Advisor bij het Trimbos-instituut in Nederland. Hij werkte meer dan tien jaar aan harm reduction-programma’s in Amsterdam en leidde sinds 1990 tal van nationale en internationale projecten rond de ontwikkeling van preventie, behandeling en harm reduction-programma’s in verschillende landen en kwalitatief, praktijkgericht onderzoek (Rapid Assessment and Response). De laatste vijftien jaar legde hij zich tevens toe op onderzoek naar het functioneren van de internationale drugsmarkt en naar de beleidsrespons daarop. Enkele weken na het aanleveren van de laatste versie van zijn bijdrage, op 11 juni 2016, overleed hij geheel onverwacht.
Discussie

Verplichte opgelegde inkoop bij franchiseovereenkomsten: het mes snijdt aan twee kanten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Franchise, Franchiseovereenkomst, Afnameverplichting, Zorgplicht franchisegever, mededingingsrecht
Auteurs mr. J. H. Kolenbrander en mr. M. van Ravenzwaaij-Mars
Auteursinformatie

mr. J. H. Kolenbrander
Jan-Willem Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notarissen te Leiden.

mr. M. van Ravenzwaaij-Mars
Marjolein van Ravenzwaaij-Mars is advocaat bij De Clercq Advocaten Notarissen te Leiden.
Discussie

De verleiding en de verantwoordelijkheid

De rol van ondernemers in het bestrijden van georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2015
Auteurs Jorrit de Jong en Sanderijn Cels
Auteursinformatie

Jorrit de Jong
Dr. Jorrit de Jong is als onderzoeker en docent verbonden aan Harvard University’s John F. Kennedy School of Government. Hij is o.a. Academic Director van het Innovations in Government Program.

Sanderijn Cels
Dr. Sanderijn Cels is als onderzoeker en docent verbonden aan Harvard University’s John F. Kennedy School of Government. Zij is o.a. Fellow bij het Carr Center for Human Rights Policy.

Roel Pieterman
Roel Pieterman is als rechtssocioloog verbonden aan de Erasmus School of Law. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar de maatschappelijke omgang met risico’s en potentiële dreigingen. Daarover publiceerde hij recent De voorzorgcultuur (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2008), een themanummer van de Erasmus Law Review over ‘The many facets of precautionary culture’ (2009) en samen met Ira Helsloot en Jaap Hanekamp Risico’s en redelijkheid (Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2010).
Discussie

Compensatie: óók bij onverwachte technische problemen!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden compensatie, buitengewone omstandigheden, art. 5 lid 3, technische problemen
Auteurs Mr. P.N. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook na 9 jaar ondervinden passagiers nog veel moeite bij het claimen van compensatie. Jarenlang vochten luchtvaartmaatschappijen de verordening aan, maar nadat het HvJ EU de verordening in stand liet is de nadruk komen te liggen op een beroep op de uitzonderingsbepaling van de zogeheten ‘buitengewone omstandigheden’. Met name in geval van technische problemen wordt passagiers ten onrechte de verplichte compensatie onthouden.


Mr. P.N. Meijer
Mr. P.N. Meijer is werkzaam bij DAS.
Discussie

De publiek- en privaatrechtelijke handhaving van het Europese privaatrecht: de nieuwe realiteit voor contracteren

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europees privaatrecht, Gereguleerde sectoren, Publiekrechtelijke handhaving, Privaatrechtelijke handhaving, Contracteren
Auteurs Prof. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate worden private verhoudingen op de terreinen die door het Europese privaatrecht worden beheerst aan het publieke toezicht onderworpen en de gedragsregels voor contractspartijen langs de bestuursrechtelijke weg gehandhaafd. Daarnaast wordt de rol van de alternatieve geschillenbeslechting steeds belangrijker. Deze ontwikkelingen brengen een nieuwe realiteit mee voor contracteren in de gereguleerde sectoren. Recent werd de internationale conferentie getiteld Public and Private Enforcement of European Private Law: Perspectives and Challenges (gehouden aan de Rijksuniversiteit Groningen) gewijd aan deze problematiek. In deze bijdrage voor de rubriek Impressies wordt stilgestaan bij enkele interessante bevindingen en leerzame suggesties die tijdens de conferentie naar voren zijn gekomen.


Prof. dr. O.O. Cherednychenko
Prof. dr. O.O. Cherednychenko is adjunct hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Discussie

De publiek- en privaatrechtelijke handhaving van het Europese privaatrecht: de nieuwe realiteit voor contracteren

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Europees privaatrecht, Gereguleerde sectoren, Publiekrechtelijke handhaving, Privaatrechtelijke handhaving, Contracteren
Auteurs Prof. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    In toenemende mate worden private verhoudingen op de terreinen die door het Europese privaatrecht worden beheerst aan het publieke toezicht onderworpen en de gedragsregels voor contractspartijen langs de bestuursrechtelijke weg gehandhaafd. Daarnaast wordt de rol van de alternatieve geschillenbeslechting steeds belangrijker. Deze ontwikkelingen brengen een nieuwe realiteit mee voor contracteren in de gereguleerde sectoren. Recent werd de internationale conferentie getiteld Public and Private Enforcement of European Private Law: Perspectives and Challenges (gehouden aan de Rijksuniversiteit Groningen) gewijd aan deze problematiek. In deze bijdrage voor de rubriek Impressies wordt stilgestaan bij enkele interessante bevindingen en leerzame suggesties die tijdens de conferentie naar voren zijn gekomen.


Prof. dr. O.O. Cherednychenko
Prof. dr. O.O. Cherednychenko is adjunct hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Discussie

Diderot en een verhalend wetsbegrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsbegrip, burgerschap, staatsrecht
Auteurs Prof. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het verhaal van het staatsrecht over wat wetten zijn en doen, sluit niet meer aan bij de kennis van burgers over de wet. Naast een formeel en een materieel wetsbegrip is het daarom tijd voor een verhalend wetsbegrip dat aansluit bij de verhalen die in de cultuur de ronde doen over de wet. Daarbij kan worden aangesloten bij Diderot die tijdens de Franse Verlichting op een verhalende manier de betekenis van wetten voor het leven onderzocht en zo met een actieve opvatting van burgerschap een tegenwicht verschafte tegen de theoretische leerstellingen van Montesquieu en Rousseau waar het Nederlandse staatsrechtelijke wetsbegrip sterk door beïnvloed is.


Prof. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

Diderot en een verhalend wetsbegrip

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden wetsbegrip, burgerschap, staatsrecht
Auteurs Prof. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het verhaal van het staatsrecht over wat wetten zijn en doen, sluit niet meer aan bij de kennis van burgers over de wet. Naast een formeel en een materieel wetsbegrip is het daarom tijd voor een verhalend wetsbegrip dat aansluit bij de verhalen die in de cultuur de ronde doen over de wet. Daarbij kan worden aangesloten bij Diderot die tijdens de Franse Verlichting op een verhalende manier de betekenis van wetten voor het leven onderzocht en zo met een actieve opvatting van burgerschap een tegenwicht verschafte tegen de theoretische leerstellingen van Montesquieu en Rousseau waar het Nederlandse staatsrechtelijke wetsbegrip sterk door beïnvloed is.


Prof. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

De constitutionele dialoog

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2014
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
Auteursinformatie

Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen was hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.