Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 565 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns
Jurisprudentie

Gascogne-arresten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Gascogne, redelijke termijn, schadevergoeding
Auteurs Mr. Marie Zuidema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2013 heeft het Hof van Justitie een drietal arresten gewezen in hogere voorziening tegen de uitspraken van het Gerecht van Eerste Aanleg inzake het industriëlezakkenkartel. Het Hof van Justitie overweegt in deze arresten onder meer dat het enige rechtsmiddel tegen een schending van het beginsel van de redelijke termijn door het Gerecht een schadevergoedingsactie is, die bij het Gerecht dient te worden ingesteld ex artikel 268 en artikel 340 lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In deze annotatie zal de nadruk liggen op dit aspect van de arresten.


Mr. Marie Zuidema
Mr. M. Zuidema is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Deutsche Bahn

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Deutsche Bahn, misbruik, artikel 102 VWEU, inspectiebesluit, misbruik
Auteurs Mr. drs. Hein Hobbelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht van de Europese Unie wees op 6 september 2013 arrest in de zaak Deutsche Bahn. In deze zaak had de Europese Commissie het vermoeden dat de Duitse vervoersgigant Deutsche Bahn handelde in strijd met artikel 102 VWEU door misbruik te maken van een volgens de Commissie dominante positie op de markt voor het leveren van tractiestroom voor vervoer per spoor. Zij voerde daarom van 29 tot 31 maart 2011 op basis van Verordening 2003/1/EG een eerste inspectie uit bij verschillende filialen van Deutsche Bahn. Daarna volgden nog twee inspectiebesluiten. Deutsche Bahn stelde beroep in tegen de drie inspectiebesluiten en voerde daarbij vijf middelen aan. Deze werden alle door het Gerecht verworpen zoals in deze annotatie nader wordt besproken.


Mr. drs. Hein Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

    Bij besluit tot snelheidsverhoging is onvoldoende rekening gehouden met de gezondheidsbelangen van omwonenden.

    Effecten windturbines op vleermuizenpopulatie. Relativiteitsbeginsel.

    Wijzigingsbevoegdheid voor uitbreiding bedrijventerrein. Toepassing SER-ladder. Bro.


Tycho Lam

    Aan een milieuneutrale omgevingsvergunning (voorheen melding) kunnen voorschriften worden verbonden die leiden tot een (verdere) beperking van de milieugevolgen die op grond van de bestaande vergunning zijn toegestaan.


Valérie van ’t Lam

    Ex-neuroloog; strafvervolging; hulpeloosheid; voorwaardelijke opzet; mishandeling

    Letselschade; veelheid van geraadpleegde deskundigen; tuchtrecht; nader bewijs; beroep bekrachtigd


Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank.

    Deskundigenrapportage; marginale toetsing conclusies; aanscherpen criteria

    Affaire rond neuroloog die verkeerde diagnoses stelde; tuchtklacht tegen bestuurder; voormalig inspecteur gezondheidszorg; tweede tuchtnorm; klacht ontvankelijk maar ongegrond

    Van belang zijnde omstandigheden ter bepaling of schade als gevolg van een planologische ontwikkeling als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de Wro tot het normale maatschappelijke risico behoort


Berthy van den Broek

    De in de stikstofverordening opgenomen voorwaarden voor opname van milieuvergunningen in de depositiebank waarborgen onvoldoende dat een directe samenhang bestaat tussen de in de depositiebank op te nemen saldi en de aan de depositiebank te onttrekken saldi ten behoeve van de verlening van de NB-wetvergunning.


Marieke Kaajan

    Voorzienbaarheid en normaal maatschappelijk risico.


Berthy van den Broek
Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Parkwood: (vooral) oude wijn in nieuwe zakken

HvJ EU 18 juli 2013, C-426/11, JAR 2013/216 (Alemo-Herron e.a./Parkwood)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden overgang van onderneming, werknemersbescherming, incorporatiebeding, cao’s, vrijheid van ondernemerschap, Parkwood
Auteurs N. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Verliezen dynamische incorporatiebedingen die verwijzen naar cao’s op grond van Richtlijn 2001/23 hun dynamische karakter na een overgang van onderneming? Op basis van het arrest Parkwood kan deze vraag nog steeds bevestigend worden beantwoord. Het is echter wel een voorwaardelijk ja, omdat het lidstaten op grond van artikel 8 van de Richtlijn 2001/23/EG vrijstaat te kiezen voor gunstiger werknemersbescherming. Uit Parkwood blijkt echter dat het verlenen van gunstiger werknemersbescherming, in die zin dat dynamische incorporatiebedingen na een overgang dynamisch blijven, niet onbegrensd kan. Onder meer de vrijheid van ondernemerschap kan zich daartegen verzetten.


N. Jansen
Niels Jansen is als junior docent/onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
Jurisprudentie

Ondernemingsprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Auteurs Prof. mr. H.E. Boschma en Mr. P.G.F.A. Geerts
Auteursinformatie

Prof. mr. H.E. Boschma
Prof. mr. H.E. Boschma (hoogleraar ondernemingsrecht) en

Mr. P.G.F.A. Geerts
Mr. P.G.F.A. Geerts (universitair docent) zijn verbonden aan de vakgroep handels- en arbeidsrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Betekeningsproblemen bij onbekende erfgenamen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden onbekende erfgenamen, betekening, vereffenaar, beheerder
Auteurs Mr. S.W. Autar-Matawlie en Mr. C.A.J.M. van Waes
SamenvattingAuteursinformatie

    Huurrechtadvocaten krijgen in de praktijk regelmatig van woningcorporaties de vraag voorgelegd wat zij kunnen doen wanneer een huurder is overleden en de erfgenamen en hun woonplaatsen onbekend zijn. De verhuurder heeft een economisch en maatschappelijk belang bij het zo spoedig mogelijk weer kunnen verhuren van de woning en zal rechtsmaatregelen tot ontruiming willen treffen. De erfgenamen hebben belang bij een zorgvuldige afwikkeling van de nalatenschap.De Hoge Raad heeft in april 2013 betekening op de voet van artikel 53 of 54 lid 2 Rv afgewezen en voorgesteld in dergelijke gevallen de rechter te verzoeken een vereffenaar te benoemen. Deze oplossing is tijdrovend en is verderstrekkend dan nodig is. Een alternatief zou kunnen worden gevonden in artikel 4:191 lid 2 BW.


Mr. S.W. Autar-Matawlie
Mr. S.W. Autar-Matawlie is als erfrechtadvocaat en estateplanner verbonden aan GMW Advocaten te Den Haag.

Mr. C.A.J.M. van Waes
Mr. C.A.J.M. van Waes is als nalatenschapsmediator en erfrechtadvocaat verbonden aan Van Waes mediation en advocatuur te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 565 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.