Zoekresultaat: 60 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

De toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel na M.S.S./België en Griekenland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden asiel, fundamentele rechten, Dublinverordening, interstatelijk vertrouwensbeginsel, Europees Aanhoudingsbevel
Auteurs M.A.K. Klaassen MA LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recente arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak M.S.S./België en Griekenland heeft gevolgen voor de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Lidstaten kunnen niet langer automatisch aannemen dat een andere lidstaat de verdragsverplichtingen in het kader van de Dublinverordening nakomt bij het overdragen van een asielzoeker aan een andere lidstaat. In dit artikel wordt ingegaan op de gevolgen van dit arrest voor de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hierbij wordt ook ingegaan op de implicaties van dit arrest voor het Europees Aanhoudingsbevel, waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel ook een prominente rol speelt.EHRM 21 januari 2011, nr. 30696/09 (M.S.S./België en Griekenland)


M.A.K. Klaassen MA LL.M
M.A.K. Klaassen MA LL.M. is promovendus aan het Instituut voor Immigratierecht, Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel

Een bespreking van het arrest Engelmann (zaak C-64/08) en tien jaar transparantierechtspraak van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden arrest Engelmann, zaak C-64/08, transparantiebeginsel, dienstenconcessies, dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 september 2010 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landesgericht Linz over een Oostenrijkse kansspelconcessie, een belangrijk arrest gewezen over de toepasselijkheid van het transparantiebeginsel op nationale vergunningstelsels. Hiermee bevestigt het Hof de in het arrest Sporting Exchange ontwikkelde lijn dat overheden vergunningen en andere exclusieve rechten niet buiten enige vorm van mededinging kunnen opdragen, indien buitenlandse interesse bestaat in deze vergunningen of rechten.


Mr. H.M. Stergiou
Mr. H.M. Stergiou MA is PhD-fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Sociale zekerheid, vrij verkeer en Unieburgerschap: de rafelranden van het nieuwe zorgstelsel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden het nieuwe zorgstelsel, Zorgverzekeringswet, gepensioneerden, verordening 1408/71/EG, artikel 21 en 45 VWEU
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006 zijn ook Nederlandse pensioengerechtigden woonachtig in andere lidstaten verplicht aangesloten bij het Nederlandse systeem. Van Delft en een aantal anderen maakten hiertegen bezwaar. Ten aanzien van de Europese socialezekerheidsregels oordeelt het Hof van Justitie dat sprake is van een sluitend systeem van conflictregels dat een eigen keuze voor een bepaald regime door de rechthebbenden uitsluit. Aangezien in casu geen van hen in het buitenland gewerkt heeft zijn de bepalingen inzake het vrij verkeer van werknemers niet van toepassing. De nationale regeling mag echter ingezetenen en niet-ingezetenen niet verschillend behandelen. De verwijzende rechter dient te beoordelen of aan deze voorwaarde wordt voldaan.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law en Economics Centre (TILEC) van Tilburg University en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Jurisprudentie

Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie één jaar juridisch bindend: rechtspraak in kaart

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden EU-Handvest, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, Verdrag van Lissabon
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel brengt de Europese en Nederlandse rechtspraak over het EU-Handvest voor het eerste jaar waarin het juridisch bindend was in kaart aan de hand van verschillende thema’s: temporele aspecten, de reikwijdte van het EU-Handvest en toetsing ten gronde, waaronder de relatie tot het EVRM. De auteurs pleiten ervoor dat de verschillende etappes van uitleg van het EU-Handvest zo zichtbaar en helder mogelijk in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie en de nationale rechterlijke colleges voor het voetlicht komen.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is werkzaam als jurist bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is werkzaam als jurist bij de Raad van State in Den Haag.
Jurisprudentie

De Vogelaarheffing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Vogelaarheffing, steunmaatregel, bijzonder projectsteun, staatsteun
Auteurs Mr. drs. N. Saanen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Utrecht haalde op 26 november 2010 een streep door de Vogelaarheffing. Deze heffing was destijds ingesteld om de investeringen in de 40 krachtwijken mede te financieren. Een van de argumenten die de woningcorporaties gebruikten om tegen de heffing op te komen, was het argument dat de heffing een integrerend onderdeel uitmaakte van de steunmaatregel (bijzondere projectsteun) en dat deze steunmaatregel ten onrechte niet was gemeld bij de Europese Commissie. Daardoor zou de steunmaatregel, inclusief de heffing, onrechtmatig zijn. Dat argument trof doel. Dit artikel verkent hoe solide de argumentatie van de rechtbank is.


Mr. drs. N. Saanen
Mw. mr. drs. N. Saanen, universitair docent TU Delft, Faculteit TBM, sectie Policy, Organisation, Law and Gaming (POLG).

M.L. Noort

A. Sinnaeve

M.B.M. Loos
Jurisprudentie

De standstill-bepaling nader beschouwd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 11 2000
Trefwoorden vrij verkeer van personen
Auteurs H. Staples

H. Staples
Jurisprudentie

Van Auroux/Roanne naar Müller/Wildeshausen: waar ligt de grens van de aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden overheidsopdracht, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, publiekprivate samenwerking
Auteurs Mr. G. ‘t Hart en Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Müller-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europsese Unie (hierna: Hof van Justitie) duidelijk aangegeven onder welke omstandigheden welke onderdelen van een gebiedsontwikkeling Europees moeten worden aanbesteed. De ontwikkeling en realisatie van vastgoed met een private bestemming hoeft in beginsel niet mee te worden aanbesteed met de publieke delen, indien aanbestedende dienst en ontwikkelaar vasthouden aan hun eigen rol.


Mr. G. ‘t Hart
Mr. G. ’t Hart is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma.

    Indien een consumentkoper op afstand gebruik maakt van zijn herroepingsrecht, hoeft deze enkel de kosten van het retourzenden van het gekochte aan de verkoper te betalen. Dit is expliciet bepaald in Richtlijn 97/7/EG met betrekking tot overeenkomsten op afstand, maar in Duitsland is desalniettemin discussie ontstaan over de vraag of het de verkoper is toegestaan om de kosten van het verzenden naar de consumentkoper ook ten laste van de koper te laten komen. In de zaak Heine beslist het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) onomwonden dat de consumentkoper deze kosten niet hoeft te dragen.


Dr. M.Y. Schaub
Dr. M.Y. Schaub is Universitair docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut, Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Google AdWords: het Hof maakt veel duidelijk, maar we zijn er nog niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inbreuk op de merkrechten, opslagdiensten, E-Commerce richtlijn, aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie, Google AdWords
Auteurs Mr. M.J Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De kogel is door de kerk voor Google; zij maakt geen inbreuk op de merkrechten met AdWords en Google verricht opslagdiensten in de zin van de E-Commerce richtlijn, als gevolg waarvan zij in beginsel een beroep kan doen op de daarin neergelegde aansprakelijkheidsexoneratie. Voor een geslaagd beroep zal de nationale rechter wel tot de conclusie moeten komen dat het gedrag van Google ‘binnen de perken blijft van dat van een als tussenpersoon optredende dienstverlener’.Wat betreft het merkgebruik door de adverteerder, komt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) met een (voor dit soort zaken?) specifieke invulling voor het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium ‘aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie’. Tot slot is opvallend dat het Hof van Justitie resoluut stelt dat in dit soort zaken geen sprake is van afbreuk aan de andere merkfuncties dan voornoemde.


Mr. M.J Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Jurisprudentie

Zijn er nog grenzen aan gelijkheid? – De spanning tussen gelijke behandeling van Unieburgers versus de bevoegdheidsverdeling tussen Unie en lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees burgerschap, Unieburgerschap, Onderwijs, non-discriminatie op grond van nationaliteit
Auteurs Mr. H. Van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijke behandeling en Unieburgerschap gaan hand in hand. Dat betekent onder andere dat de toegang tot onderwijs aan Unieburgers op gelijke basis moet worden verleend, ook als de onderwijssystemen zelf ongelijk zijn. Voor studenten die zijn uitgeloot voor opleidingen in hun eigen lidstaat biedt dit mogelijkheden; voor de Unieburger die in zijn eigen lidstaat wil blijven studeren en de lidstaten zelf levert dit een minder positief beeld op. Hoe verhoudt de gelijke behandeling van Unieburgers zich tot de bevoegdheid van lidstaten om onderwijssystemen vorm te geven? Is het tijd om de bakens te verzetten?


Mr. H. Van Eijken
Mr. H. van Eijken is promovenda bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht).
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
SamenvattingAuteursinformatie

    Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.


Dr. H. de Waele
Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. I. Kieft
Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

H.J. van Harten
Jurisprudentie

Snel helderheid van het Hof over de bewaring: het arrest Kadzoev

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Kadzoev, bewaring illegaal verblijvende derdelanders, opvangrichtlijn, procedurerichtlijn asiel, terugkeerrichtlijn
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 30 november 2009 heeft het Hof van Justitie met toepassing van de prejudiciële spoedprocedure (PPU) zich voor de eerste keer uitgelaten over de toepassing van de bewaring bij illegaal verblijvende derdelanders op het grondgebied van de lidstaten. Opmerkelijk hierbij is dat de implementatietermijn van de terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) nog niet was verstreken op het moment van dit arrest. Het Hof heeft de maximumtermijn van de bewaring ten aanzien van een illegaal verblijvende derdelander verduidelijkt door te overwegen dat deze maximaal zes maanden mag duren en dat deze slechts in beperkte mate en ten hoogste met nog eens twaalf maanden mag worden verlengd. De bewaring van een asielzoeker valt volgens het Hof niet onder het toepassingsbereik van Richtlijn 2008/115/EG, maar onder de reikwijdte van de opvangrichtlijn en de procedurerichtlijn asiel. Ook is van belang dat de bewaring moet zijn gericht op verwijdering van de persoon en niet mag worden opgelegd enkel als maatregel in het kader van de openbare orde of openbare veiligheid.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is jurist bij de afdeling Kennis en Onderzoek van de Raad van State.
Jurisprudentie

‘Coming of age’: de ontwikkeling van het ne bis in idem-beginsel in de EU-rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ne bis in idem, dubbele vervolging, Artikel 4-P7 EVRM
Auteurs Mr. dr. W.B. van Bockel
SamenvattingAuteursinformatie

    De dynamiek van het Europese integratieproces stelt vaak nieuwe eisen aan de uitlegging en toepassing van aloude rechtsbeginselen, zowel door de Gemeenschapsrechter als door de rechters in de lidstaten. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op het beginsel ne bis in idem, de regel die verbiedt dat een tweede vervolging wordt ingesteld voor een feit waarover onherroepelijk door een rechter is beslist. Hoewel de uitlegging en toepassing van dit rechtsbeginsel van oudsher sterk nationaal is bepaald, kan deze inmiddels niet meer los worden gezien van de rechtsontwikkeling binnen het juridische kader van de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de EU (tot voor kort aangeduid als de zogeheten ‘derde pijler’ van de EU).


Mr. dr. W.B. van Bockel
Mr. dr. W.B. van Bockel is werkzaam bij het Robert Schuman Centre for Advanced Studies,European University Institute in Florence, Italië.
Jurisprudentie

Mickelsson & Roos – Markttoegang en de Euro-Defence tot het uiterste opgerekt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden markttoegang, gebruiksmodaliteiten, Euro-Defence, goederen
Auteurs Dr. H.H.B. Vedder
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Mickelsson & Roos zal onder Europarechtler voornamelijk bekend zijn als het arrest waarin A-G Kokott uitdrukkelijk en uitvoerig concludeerde tot invoering van een uitzondering voor gebruiksmodaliteiten naar analogie met Keck. Na het arrest in Commissie/Italië inzake het brommeraanhangerverbod (zie de bijdrage ‘Goods Revisited’ van S.A. de Vries in NTER 2009/4) zal het geen verrassing zijn dat deze uitzondering er niet is gekomen. De onderhavige bijdrage bespreekt het arrest Mickelsson & Roos uiteraard vanuit het perspectief van de (gesneefde) uitzondering voor gebruiksmodaliteiten. Het arrest is echter ook interessant vanwege de overwegingen in verband met de verhouding van het primaire en secundaire Europese recht als toetsingskader voor nationaal (milieu)beleid en vanwege de algemene implicaties voor de inroepbaarheid van het Europees recht ter afwering van een op nationaal recht gebaseerde procedure (Euro-Defence). De conclusie is dat het Hof met het arrest in Mickelsson & Roos het recht inzake het vrije verkeer van goederen aanzienlijk heeft gecompliceerd en de (Euro-Defence) tot het uiterste heeft opgerekt, zowel juridisch-inhoudelijk als temporeel. Verder bevat het arrest een uitvoerige evenredigheidstoetsing.


Dr. H.H.B. Vedder
Dr. H.H.B. Vedder is Universitair Hoofddocent Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Leeuwarden en lid van de Adviescommissie bezwaarschriften Mededingingswet.

    Het Europees socialezekerheidsrecht is gestoeld op twee potentieel tegenstrijdige premissen. De eerste betreft de bevoegdheid van de EU-wetgever. De wetgever kan/mag de nationale sociale zekerheidsstelsels enkel coördineren, niet harmoniseren. Verordening (EG) nr. 1408/71 doet geen afbreuk aan de materiële en formele verschillen tussen de stelsels. De uitoefening van het recht op vrij verkeer is voor de sociale zekerheid dan ook niet neutraal. Tewerkstelling in of verhuizing naar een andere lidstaat kan soms voordelig, soms nadelig uitpakken. In het laatste geval is er een tegenstrijdigheid met de tweede, in de rechtspraak ontwikkelde, premisse: de uitoefening van het recht op vrij verkeer mag niet leiden tot een verlies van sociale zekerheidsrechten. De spanning tussen deze twee basisbeginselen kwam naar voren in het recente arrest in de Belgische zaak Leyman. Ook in Nederland werd met spanning naar het arrest uitgekeken, vooral vanwege de problematiek betreffende het zogenaamde ‘WIA-gat’.


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. van der Mei is universitair docent aan de capaciteitsgroep Internationaal & Europees recht van de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

De groepsrentebox: verduidelijking van staatssteuncriteria gewenst en gekregen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden groepsrentebox, groepsvenootschappen, selectiviteitsbegrip, fiscale autonomie lidstaten
Auteurs Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
SamenvattingAuteursinformatie

    In de groepsrenteboxbeschikking heeft de Commissie zich uitgesproken over fiscale dispariteiten en de toerekening daarvan in het kader van staatssteun. Daarnaast heeft zij getracht helderheid te verschaffen over de vraag of voordelen die beperkt zijn tot ondernemingen die deel uit moeten maken van een groep per definitie selectief zijn. In deze bijdrage worden beide onderwerpen nader besproken.


Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
Prof. mr. dr. R.H.C. Luja is hoogleraar rechtsvergelijkend belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en verbonden aan Loyens & Loeff N.V.
Toont 1 - 20 van 60 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.