Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Markt & Mededinging x Jaar 2010 x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Het recht op informatie van toezichthouders

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inzagerecht NZa, medisch beroepsgeheim, artikel 8 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is het inzagerecht van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op grond van artikel 66 Wet marktordening gezondheidszorg. De NZa stelde een controleonderzoek in bij een ziekenhuis en verlangde daartoe inzage in medische persoonsgegevens. Het ziekenhuis weigerde deze patiëntgegevens te verstrekken met een beroep op het medisch beroepsgeheim. Het CBb oordeelt dat het verschoningsrecht van de medische beroepsgroep niet zonder meer van toepassing is. Een wettelijke grondslag is aanwezig voor een beperking van het recht van patiënten op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ingevolge artikel 8, lid 2 EVRM en daarmee eveneens voor een inbreuk op het daarmee samenhangende medische beroepsgeheim.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA). Tevens is zij redactielid van M&M.

    Het hier te bespreken arrest markeerde het eindpunt van de eerste procedure in Luxemburg naar aanleiding van een beschikking van de Commissie op grond van artikel 9 Verordening (EG) 1/2003, waarin toezeggingen van De Beers, marktleider in de diamanthandel in Europa, om niet langer zaken te doen met Alrosa, verbindend werden verklaard. Om meerdere redenen een belangrijke zaak: het gaat om een steeds belangrijker handhavingsinstrument, ook in artikel 102-zaken, het Hof van Justitie komt tot een diametraal ander oordeel dan het Gerecht van Eerste Aanleg en bevestigt andermaal de (uiterst) terughoudende toetsing van mededingingsrechtelijke beschikkingen van de Commissie. De effect based-toepassing van artikel 102 VWEU lijkt onverminderd ver weg.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Jurisprudentie

Arrest Gerecht ’s-Gravenhage: het Havenbedrijf/de oliesector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden excessieve tarieven, civiele handhaving, bewijslast, informatievergaring, excessieve prijzen
Auteurs Dr. mr. M.M. Slotboom en Mr. drs. B.J.J. Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage ‘het Havenbedrijf/de oliesector’ illustreert de ingewikkelde economische beoordeling van het mededingingsrecht in civiele zaken en met name in geval van vermeende excessieve prijzen. Het Hof bevestigt dat de bewijslast ook in civiele zaken betreffende misbruik van machtspositie wegens excessieve prijsvoering op de eiser rust. Om aan die bewijslast te kunnen beantwoorden zal de eiser informatie nodig hebben van de vermeende inbreukmaker op artikel 102 VWEU en/of 24 Mw. De mogelijkheid voor een eiser in een civiele procedure om met name informatie te verkrijgen over de relatie tussen prijzen en kosten van de gedaagde zijn evenwel zeer beperkt. Uit onderhavig arrest volgt in ieder geval dat een deskundigenonderzoek naar de kosten van de vermeende inbreukmaker pas kans van slagen heeft op het moment dat de eiser aannemelijk kan maken dat er daadwerkelijk sprake is van excessieve prijzen. De eisende partij in civiele zaken zal daardoor in een vicieuze cirkel terecht komen, waardoor civiele procedures inzake excessieve prijzen veelal zullen stranden.


Dr. mr. M.M. Slotboom
Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons in Brussel.

Mr. drs. B.J.J. Haan
Mr. drs. B.J.J. Haan is werkzaam bij Simmons & Simmons.
Jurisprudentie

Menzis – Apotheek J.D. van Dalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden misbruik van machtspositie, Menzis, preferentie, NZa
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    O.M.W. Menzis Zorgverzekeraar U.A. en O.M.W. Anderzorg U.A. (hierna gezamenlijk: Menzis) zijn zorgverzekeraar in de zin van artikel 1 onder d Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Menzis hanteert sinds 2005 een preferentiebeleid inhoudende dat Menzis voor een aantal werkzame stoffen één of meer geneesmiddelen aanwijst die voor verstrekking dan wel vergoeding in aanmerking komen en waarmee andere geneesmiddelen die dezelfde werkzame stoffen bevatten worden uitgesloten van verstrekking of vergoeding op basis van de polis. Als zorgverzekeraar berust op Menzis de plicht zijn verzekerden toegang te geven tot de zorg waar zij wettelijk aanspraak op en behoefte aan hebben. Op grond van deze zorgplicht wil Menzis Apotheek J.D. van Dalen (hierna: Van Dalen) contracteren. Van Dalen weigert echter een contract met Menzis te sluiten zolang Menzis haar preferentiebeleid in het contract handhaaft. Op 31 juli 2009 heeft Menzis hierover een klacht ingediend bij (1) de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) op grond van misbruik van economische machtspositie (art. 24 Mw), en (2) aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verzocht haar bevoegdheden ten aanzien van aanmerkelijke marktmacht (AMM) toe te passen (art. 48 Wmg en 49 Wmg). Op basis van artikel 18 Wmg (voorrangsbeginsel NZa) en het samenwerkingsprotocol gesloten tussen de NMa en de NZa is deze zaak (uitsluitend) in behandeling genomen door de NZa.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. (Marc) Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen als buitenpromovendus.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. (Jan-Koen) Sluijs is advocaat bij Legaltree Sluijs te Den Haag.
Jurisprudentie

GlaxoSmithKline/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden beperking van parallelhandel in geneesmiddelen, ontheffing, restrictie met mededingingsbeperkende strekking, bewijslast
Auteurs A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 oktober 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘Hof’) arrest gewezen in de langlopende strijd tussen farmaceutische producenten die de parallelhandel in geneesmiddelen beperken en de Europese Commissie (‘Commissie’). In dit arrest bevestigt het Hof dat het systeem van dubbele prijsstelling voor geneesmiddelen van GlaxoSmithKline Services Unlimited (‘GSK’) in strijd is met artikel 81 EG-Verdrag (nieuw: artikel 101 VWEU). Het Hof volgt echter niet de vaststelling van het Gerecht dat de dubbele prijsstelling van GSK geen mededingingsbeperkende strekking heeft. Volgens het Hof heeft in principe elke overeenkomst die de parallelhandel beperkt een mededingingsbeperkende strekking. Hetzelfde geldt voor een overeenkomst die de parallelhandel van geneesmiddelen beperkt. Verder onderschrijft het Hof de conclusie van het Gerecht dat de Commissie onvoldoende aandacht heeft besteed aan de mogelijke efficiëntiewinsten bij haar beoordeling van een mogelijke ontheffing op grond van artikel 81 lid 3 EG-Verdrag.


A.E. Beumer LLM
A.E. Beumer LLM is werkzaam bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De Intel-beschikking

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden misbruik van machtspositie, getrouwheidskortingen, even efficiënte concurrent, efficiencies
Auteurs Mr. P.P.J. van Ginneken en mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    De Intel-beschikking van 13 mei 2009 is bekend geworden als de beschikking waarin de Commissie de hoogste boete ooit heeft opgelegd aan een onderneming voor een inbreuk op de Europese mededingingsregels (1,06 miljard euro). Een samenvatting van diezelfde dag gaf een korte omschrijving van de gedragingen waaraan Intel zich volgens de Commissie schuldig had gemaakt. Een voorlopige niet-vertrouwelijke versie van 512 bladzijden, gepubliceerd op 21 september 2009, geeft de (vrijwel) volledige tekst van de beschikking. Hieruit blijkt dat de beschikking een goede test case is voor het nieuwe beleid van de Commissie inzake uitsluitingsmisbruik.


Mr. P.P.J. van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof.

mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is bedrijfsjurist en advocaat bij Philips International B.V.
Jurisprudentie

NMa-besluit kinderopvang Amsterdam

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Toezeggingsbesluit, formele convergentie EU en Nederlandse mededingingsrecht, clementiebeleid, marktverdelingsafspraak
Auteurs Mr. P.V.F. Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    De vijf betrokken ondernemingen, alle actief in de kinderopvang, vormen vanaf juli 2005 een samenwerkingsverband. Het bezwaar van de NMa tegen dit samenwerkingsverband is dat de ondernemingen hadden afgesproken geen activiteiten te ontplooien in het werkgebied van een ander zonder instemming.De ondernemingen zeggen toe dat zij zich in de toekomst zullen onthouden van het aan elkaar verschaffen van inzicht in elkaars marktgedrag. De NMa verklaart vervolgens op 30 juni 2008 de toezegging bindend. Dit is tot heden het enige toezeggingsbesluit van de NMa ex artikel 49A Mw.Het instrument van het toezeggingsbesluit lijkt een aanzet tot verdere bestuursrechtelijke convergentie tussen Nederland en de EU.


Mr. P.V.F. Bos
Mr. P.V.F. Bos is advocaat te ’s-Gravenhage, BarentsKrans N.V.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.