Zoekresultaat: 83 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Zorgplichtschending bij beroepsziekten; bewijsproblemen bij het causaal verband: de arbeidsrechtelijke omkeringsregel en het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid

HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) en HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van de Wege)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden beroepsziekten, zorgplicht, schending, omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk en Mr. L.L. Veendrick
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 juni 2013 heeft de Hoge Raad twee belangrijke arresten gewezen over de aansprakelijkheid van de werkgever bij beroepsziekten ex artikel 7:658 BW. De arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt in de arresten van 7 juni 2013 wederom nader vormgegeven. Ook komt de zorgplicht van de werkgever bij beroepsziekten in deze beide arresten aan de orde. Tot slot wijdt de Hoge Raad enige overwegingen aan het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid dat speelt bij onzeker causaal verband tussen de normschending en de schade. Reden genoeg dus om bij deze beide arresten stil te staan.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy van der Laan te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. L.L. Veendrick
Mr. L.L. Veendrick is advocaat bij Kennedy van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Over erfgenamen, nabestaanden, naasten en derden als direct gekwetsten

Rb. Zeeland-West-Brabant 30 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:2618

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden overlijdensschade, nabestaanden, erfgenaam, artikel 6:108 BW
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In overlijdensschadezaken wordt veelal geprocedeerd over schadevergoeding op grond van artikel 6:108 BW. Dit artikel biedt een grondslag voor nabestaanden om een vergoeding voor de kosten veroorzaakt door het verlies van levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging te vorderen. In deze zaak hebben de eisers geen vordering ingediend als ‘nabestaanden’, maar als ‘directe schadelijders’ jegens wie ‘direct’ of ‘autonoom’ een (‘tweede’) onrechtmatige daad zou zijn gepleegd. Er wordt dus een bijzonder pad gekozen voor schadeverhaal. In deze noot wordt aandacht besteed aan het vorderingsrecht van respectievelijk de erfgenaam en de zus van de overledene.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Smartengeld zonder bewuste smart

Rb. Utrecht 6 februari 2013, LJN BZ0813

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden smartengeld, immateriële schadevergoeding, bewustelozen, coma, functies aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. B.I. Bethlehem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Coma-arrest bepaalde de Hoge Raad dat comateuze slachtoffers recht hebben op smartengeld. Er bleef echter onduidelijkheid bestaan over de vraag of dergelijke slachtoffers slechts vergoedbaar nadeel hebben geleden wanneer bij hen achteraf sprake is geweest van een zekere mate van bewustzijn (de ‘beperkte opvatting’), of dat zij levensvreugde derven ongeacht de vraag of zij zich ooit nog bewust zullen zijn van het feit dat zij in coma hebben gelegen (de ‘ruime opvatting’). De Rechtbank Utrecht toont zich in haar vonnis van 6 februari 2013 (LJN BZ0813) voorstander van de ruime opvatting door smartengeld toe te kennen aan een comateus slachtoffer dat zich niet (aantoonbaar) bewust is (geweest) van het feit dat hij in coma ligt. Deze uitspraak strookt niet met de functies die met het toekennen van smartengeld worden geacht te worden verwezenlijkt.


Mr. B.I. Bethlehem
Mr. B.I. Bethlehem is advocaat bij Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

Verhaalsimmuniteit artikel 7:962 lid 3 BW strekt zich ook uit tot uitzendkracht

Rb. Amsterdam 28 november 2012, LJN BY7234

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden subrogatie, verhaalsuitsluiting, collega-verweer, uitzendkracht
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2009 vond in Emmen een eenzijdig ongeval plaats. Een auto, bestuurd door A, botste tegen de betonnen pilaar van een brug. Inzittende B (tevens eigenaar van de auto) heeft bij het ongeval ernstig letsel opgelopen. B was ten tijde van het ongeval in dienst bij een bestratingsbedrijf. A was op dat moment als uitzendkracht werkzaam bij ditzelfde bestratingsbedrijf. Anderzorg heeft, als ziektekostenverzekeraar van B, uitkeringen aan B gedaan. In deze procedure tracht zij deze uitkeringen te verhalen op WAM-verzekeraar London. London heeft zich beroepen op het collega-verweer als opgenomen in artikel 7:962 lid 3 BW.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Familieverweer (art. 7:962 lid 3 BW) beperkt ook regresrecht op medeaansprakelijke

HR 23 november 2012, LJN BX5880

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden subrogatie, hoofdelijke aansprakelijkheid, verhaalsuitsluiting, familieverweer
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Menzis Zorgverzekeraar zoekt in deze procedure verhaal voor de ziektekosten die zij heeft vergoed aan haar verzekerden. Het gaat om een moeder en haar zoon, die in 2007 als passagier betrokken waren bij een tweezijdig auto-ongeval. De auto waarin zij zaten, werd bestuurd door hun echtgenoot respectievelijk vader.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

Bezitter op grond van artikel 6:173 BW: de vennootschap of de bestuurder? Rb. Zutphen 20 juni 2012, LJN BX7229

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden aansprakelijkheid, bedrijfsmatig gebruik, bestuurder, verschillende hoedanigheden, Hangmat-arrest, vereenzelviging, misbruik van entiteiten
Auteurs Mr. M. van Pelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurder van een vennootschap loopt als gevolg van een gebrekkige (bedrijfsmatig gebruikte) zaak ernstige letselschade op. De bestuurder stelt zijn eigen vennootschap en haar verzekeraar aansprakelijk voor zijn schade op grond van artikel 6:173 BW (gebrekkige zaak) juncto artikel 6:181 BW (bedrijfsmatig gebruik). De rechtbank oordeelt dat de vennootschap bezitter en bedrijfsmatig gebruiker van de gebrekkige zaak is en dat de bestuurder niet wegens vereenzelviging zelf als bezitter van de gebrekkige zaak kan worden aangemerkt. Er is geen sprake van ongewenste consequenties noch misbruik van (het gebruik van) verschillende juridische entiteiten. Evenmin spelen verschillende hoedanigheden van eiser in de procedure, onder verwijzing naar het Hangmat-arrest, een rol. De rechtbank signaleert een parallel met het Hangmat-arrest. De auteur meent dat van een dergelijke parallel geen sprake is. Zij wijst op merkwaardige gevolgen van de door de rechtbank gekozen benadering in gevallen van schuld- en risicoaansprakelijkheid.


Mr. M. van Pelt
Mevrouw mr. M. van Pelt is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Jurisprudentie

Bewijslastverdeling bij beroepsziekten: Hof Arnhem 27 maart 2012, rolnr. 200.074.885-01, LJN BW0025

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bewijslastverdeling, beroepsziekten, arbeidsrechtelijke omkeringsregel, onzeker causaal verband, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. W.C.T. Weterings
SamenvattingAuteursinformatie

    Werknemers worden bij beroepsziekten vaak tegemoetgekomen met de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. De werknemer hoeft dan slechts een mogelijk causaal verband tussen de blootstelling aan gevaarlijke stoffen of andere risicofactoren tijdens de werkzaamheden en zijn ziekte aannemelijk te maken. Het Hof Arnhem past deze regel in deze zaak toe en geeft er nadere invulling aan. In tegenstelling tot wat het hof meent, geldt bij dat bewijs door de werknemer wel een ondergrens. Bovendien is, nu het bewijs van een mogelijk conditio-sine-qua-nonverband snel wordt aangenomen, gewoon tegenbewijs door de werkgever afdoende. Er wordt geen volledig tegendeelbewijs vereist.


Mr. dr. W.C.T. Weterings
Mr. dr. W.C.T. Weterings is advocaat bij Dirkzwager Advocaten & Notarissen N.V., sectie Aansprakelijkheid, Schade & Verzekering, universitair docent aan de Universiteit van Tilburg, vakgroep Business Law, en gastprofessor aan de Universiteit van Antwerpen, vakgroep Burgerlijk Recht.
Jurisprudentie

Inzage in medische informatie in personenschadezaken: de betekenis van het arrest van het EHRM van 18 april 2012 (Eternit/Frankrijk)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden inzage in medische informatie, botsing artikel 6 EVRM (recht op eerlijk proces) en artikel 8 EVRM (recht op bescherming persoonlijke levenssfeer)
Auteurs Mr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest heeft het EHRM zich in het kader van inzage in medische informatie van een werknemer voor het eerst uitgelaten over de verhouding tussen artikel 6 EVRM (het recht van de werkgever op een eerlijk proces) en artikel 8 EVRM (het recht van de werknemer op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer). In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan een aantal in het oog springende verschillen tussen deze zaak en letselschadezaken, die van belang zijn bij de uitleg van de (mogelijke) betekenis van dit arrest in het letselschadeproces.


Mr. A. Wilken
Mevrouw mr. A. Wilken is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum.
Jurisprudentie

Hof Amsterdam 31 januari 2012, rolnr. 200.090.740, LJN BV2565

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2012
Trefwoorden artikel 35 WBP, inzagerecht, medische adviezen, volledig overzicht
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Met een beroep op artikel 35 WBP vordert een patiënt een volledig overzicht van en inzage in alle stukken van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, waarin zijn persoonsgegevens zijn verwerkt. Het hof oordeelt dat de verzekeraar het advies van zijn medisch adviseur in kopie dient over te leggen. Met betrekking tot de gevoerde correspondentie dient de verzekeraar een overzicht te verstrekken van alle zich in het dossier bevindende relevante stukken. Daarbij dient per document beknopt te worden aangegeven waarover het stuk handelt en om welke reden een uitzondering op het inzagerecht van toepassing zou zijn.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz advocaten te Rotterdam.
Jurisprudentie

Hof Amsterdam 13 december 2011, LJN BU8763

‘Quota pars litis’-financieringsovereenkomst; betrokkenheid advocaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden no cure, no pay, quota pars litis, nietigheid, dwaling, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten mogen niet bij wege van ‘no cure, no pay’ een ‘quota pars litis’-vergoeding (QPL) bedingen. Maar wat als een derde-rechtspersoon dankzij bemiddeling door de advocaat als financier optreedt volgens een QPL-model, terwijl de benadeelde niet weet dat familieleden van de advocaat in het bestuur van die rechtspersoon zitting hebben? Het Hof Amsterdam beslist dat de afspraak overeind blijft en dat noch de rechtspersoon noch de advocaat schadeplichtig is. De zaak toont de noodzaak om te komen tot kwaliteitsregulering van QPL-financiering.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Durham School of Law, Durham (Engeland).
Jurisprudentie

Wat voortduurt verjaart niet

Hof Arnhem 9 augustus 2011, LJN BR5350, JA 2011, 175 (Klein Teeselink/Eternit) en Hof Arnhem 20 december 2011, LJN BV0374 (Rietman/Eternit)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden asbestcementafval, mesothelioom, waarschuwingsplicht, verjaring, voortduren
Auteurs Mr. D.-J. Sol
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof Arnhem aangenomen dat Eternit – nadat zij in de jaren zestig op de hoogte raakte van de gezondheidsrisico’s van asbestcementafval – had moeten waarschuwen voor deze risico’s. Dit heeft zij nooit gedaan. Niet het moment van uitgifte is bepalend voor aanvang van de dertigjarige verjaringstermijn, maar het (toekomstig) moment waarop Eternit waarschuwt, zo volgt uit arrest één. In arrest twee oordeelt het hof dat de waarschuwingsplicht van Eternit niet oneindig is. Er is namelijk een moment waarop men op de hoogte raakt van de gezondheidsrisico’s van asbestcementafval; op dat moment vangt de verjaringstermijn aan.


Mr. D.-J. Sol
Mr. D.-J. Sol is advocaat bij Uneken advocaten te Zwolle.
Jurisprudentie

Rb. Almelo 21 december 2011, LJN BV0428

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden googelende verzekeraar, internetonderzoek, privacy, bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit
Auteurs Mr. H.H. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ‘googelende verzekeraar’ betrapt een slachtoffer van schade op het geven van een te negatief beeld van zijn arbeidsvermogen. De rechtbank oordeelt op basis van uitdraaien van websites dat het slachtoffer een aanzienlijk bedrag als onverschuldigd betaald aan de verzekeraar moet terugbetalen. Het bewijsmateriaal wordt niet ontkend. De vraag is of het slachtoffer de rechtmatigheid van het verzamelen van bewijs door middel van internetonderzoek kan betwisten. De verzekeraar is immers gehouden tot naleving van regels ter bescherming van persoonsgegevens, op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens en voor verzekeraars geldende gedragscodes.


Mr. H.H. de Vries
Mr. H.H. de Vries is advocaat bij Kennedy Van der Laan en medewerker van de afdeling Transnational Legal Studies aan de Vrije Universiteit.
Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, goed werkgeverschap, zorgplicht, stelplicht, bewijslastverdeling
Auteurs Mr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft twee evenwichtige arresten over werkgeversaansprakelijkheid gewezen. In het arrest Dombrowski/V.O.F. Hulsing-Huppermans oordeelt de Hoge Raad dat de werknemer een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het gebruik van veiligheidsmiddelen. In het arrest Boock/Heisterkamp Transport oordeelt hij dat wanneer vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden het aan de werkgever is om te specificeren welke concrete maatregelen hij heeft genomen ter voldoening aan zijn zorgplicht.


Mr. E. Pans
Mr. E. Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor (letsel)schade van een zzp’er

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 7:658 lid 4 BW, zzp’er, arbeidsovereenkomst, opdrachtovereenkomst, gezagsverhouding
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mevrouw mr. A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot onder drie arresten van het Hof Amsterdam bespreken de auteurs de discussie omtrent de aansprakelijkheid van een opdrachtgever voor (letsel)schade van een zzp’er. In dat kader wordt – onder meer – ingegaan op de achterliggende (beschermings)gedachte van artikel 7:658 BW en de invoering van lid 4. Dit leidt tot de conclusie dat de wetgever met de invoering van lid 4 vooral heeft beoogd bescherming te bieden aan ‘werkenden’ met wie de inlener zelf geen arbeidsovereenkomst heeft gesloten, maar in feitelijke zin wel een arbeidsrelatie onderhoudt. Hierop wordt de vraag beantwoord of de zzp’er – gelet op zijn onafhankelijke status – een beroep op lid 4 toekomt.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mevrouw mr. A. van der Veen
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid dieren, bedrijfsmatige gebruiker en profijt trekken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 6:181 BW, paard Loretta, gebruik van een dier, aansprakelijkheid, functioneel verband
Auteurs Mr. F.E. Keijzer en Prof. mr. F.T. Oldenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 10-jarig meisje loopt in een manege letsel op door een trap van een paard. De eigenaar heeft het ter belering ondergebracht bij de manege om het zadelmak te maken. De gelaedeerde spreekt enkel de bezitter aan. Rechtbank, hof en Hoge Raad achtten niet artikel 6:179 BW, maar artikel 6:181 BW exclusief van toepassing.Hoge Raad: voor de toepassing van artikel 6:181 BW is vereist dat de bedrijfsmatige gebruiker profijt trekt. Niet van belang is of hij tevens bezitter is noch of hij het dier duurzaam gebruikt. Of het doel waarvoor het dier werd gebruikt bijna is bereikt, is evenmin van belang. Aansprakelijkheid ex artikel 6:181 BW berust niet op de wil van personen, maar op de wet.


Mr. F.E. Keijzer
Mr. F.E. Keijzer is advocaat ondernemingsrecht en gezondheidsrecht te Nijmegen.

Prof. mr. F.T. Oldenhuis
Prof. mr. F.T. Oldenhuis is universitair hoofddocent vakgroep privaatrecht en notarieel recht; tevens bijzonder hoogleraar religie en recht, Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Inkomensschade van naasten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Overlijdensschade, gederfd levensonderhoud in natura, abstracte of concrete schadebenadering, maximering vergoeding inkomensschade nabestaande ?
Auteurs Mevrouw mr. M.C.J. Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest van 10 april 2009, NJ 2009/386 (Philip Morris/B) bepaald dat, indien de nabestaande betaald werk opgeeft teneinde zorgtaken te verrichten, de nabestaande in beginsel recht heeft op vergoeding van zijn of haar gehele inkomensschade.


Mevrouw mr. M.C.J. Peters
Mevrouw M.C.J. Peters is advocaat/partner Hekkelman Advocaten N.V.
Jurisprudentie

Positie regresnemer

Hof Arnhem 12 mei 2009, LJN BI5030

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden regres, eigen schuld, billijkheidscorrectie, ernst van het letsel
Auteurs Prof. mr. T. Hartlief
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van regresnemers in het kader van de billijkheidscorrectie? Profiteren zij enkel van meer objectieve factoren zoals de (uiteenlopende) mate van verwijtbaarheid of kunnen ook meer subjectieve factoren zoals de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer aanleiding geven voor een billijkheidscorrectie ten voordele van regresnemers? Om te voorkomen dat ‘subrogatie in zieligheid’ plaatsvindt, zou toepassing van de billijkheidscorrectie naar het oordeel van de auteur in regres beperkt moeten blijven tot factoren als de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten en de mate van verwijtbaarheid van ieders gedrag.


Prof. mr. T. Hartlief
Prof. mr. T. Hartlief is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Voordeelsverrekening bij letselschade

HR 1 oktober 2010, LJN BM7808

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden sommenverzekering, schadeverzekering, voordeelsverrekening, arbeidsongeschiktheidsverzekering, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Na veertig jaar heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgesproken over het antwoord op de vraag of een uitkering op grond van een sommenverzekering bij letselschade moet worden verrekend of niet. Het meest recente arrest daarover dateert uit 1969. Het arrest van 1 oktober 2010 verdient bespreking, omdat het (veel) meer richting geeft aan de discussie, of en zo ja, in hoeverre een uitkering uit hoofde van een sommenverzekering bij letselschade voor verrekening in aanmerking komt en wat dat voor invloed heeft op voor die verzekering in de loop der tijd betaalde premie.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Jurisprudentie

Causaliteit

HR 18 december 2009, RvdW 2010, 33

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden meervoudige causaliteit, alternatieve causaliteit, mengschade, hoofdelijke aansprakelijkheid, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mevrouw mr. L.C. Roelofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak doet zich een geval voor van meervoudige causaliteit: gelaedeerde is tot tweemaal toe slachtoffer geworden van een aanrijding. Onzeker is door welk van beide ongevallen de na het tweede ongeval ontstane schade is veroorzaakt. Deze schade kan namelijk het gevolg zijn van ofwel het eerste ofwel het tweede ongeval, of zelfs van beide. In deze bijdrage wordt het standpunt verdedigd dat in dit geval van zuiver alternatieve causaliteit terecht geen proportionele aansprakelijkheid is aangenomen – zoals bepleit door A-G Spier in zijn conclusie voor dit arrest – maar een hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art. 6:99 jo. 6:102 lid 1 BW.


Mevrouw mr. L.C. Roelofs
Mevrouw mr. L.C. Roelofs, docent en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Toont 1 - 20 van 83 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.