Zoekresultaat: 55 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Zorgplichtschending bij beroepsziekten; bewijsproblemen bij het causaal verband: de arbeidsrechtelijke omkeringsregel en het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid

HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma) en HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van de Wege)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden beroepsziekten, zorgplicht, schending, omkeringsregel, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk en Mr. L.L. Veendrick
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 juni 2013 heeft de Hoge Raad twee belangrijke arresten gewezen over de aansprakelijkheid van de werkgever bij beroepsziekten ex artikel 7:658 BW. De arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt in de arresten van 7 juni 2013 wederom nader vormgegeven. Ook komt de zorgplicht van de werkgever bij beroepsziekten in deze beide arresten aan de orde. Tot slot wijdt de Hoge Raad enige overwegingen aan het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid dat speelt bij onzeker causaal verband tussen de normschending en de schade. Reden genoeg dus om bij deze beide arresten stil te staan.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy van der Laan te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. L.L. Veendrick
Mr. L.L. Veendrick is advocaat bij Kennedy van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Over erfgenamen, nabestaanden, naasten en derden als direct gekwetsten

Rb. Zeeland-West-Brabant 30 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:2618

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden overlijdensschade, nabestaanden, erfgenaam, artikel 6:108 BW
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In overlijdensschadezaken wordt veelal geprocedeerd over schadevergoeding op grond van artikel 6:108 BW. Dit artikel biedt een grondslag voor nabestaanden om een vergoeding voor de kosten veroorzaakt door het verlies van levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging te vorderen. In deze zaak hebben de eisers geen vordering ingediend als ‘nabestaanden’, maar als ‘directe schadelijders’ jegens wie ‘direct’ of ‘autonoom’ een (‘tweede’) onrechtmatige daad zou zijn gepleegd. Er wordt dus een bijzonder pad gekozen voor schadeverhaal. In deze noot wordt aandacht besteed aan het vorderingsrecht van respectievelijk de erfgenaam en de zus van de overledene.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Smartengeld zonder bewuste smart

Rb. Utrecht 6 februari 2013, LJN BZ0813

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden smartengeld, immateriële schadevergoeding, bewustelozen, coma, functies aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. B.I. Bethlehem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Coma-arrest bepaalde de Hoge Raad dat comateuze slachtoffers recht hebben op smartengeld. Er bleef echter onduidelijkheid bestaan over de vraag of dergelijke slachtoffers slechts vergoedbaar nadeel hebben geleden wanneer bij hen achteraf sprake is geweest van een zekere mate van bewustzijn (de ‘beperkte opvatting’), of dat zij levensvreugde derven ongeacht de vraag of zij zich ooit nog bewust zullen zijn van het feit dat zij in coma hebben gelegen (de ‘ruime opvatting’). De Rechtbank Utrecht toont zich in haar vonnis van 6 februari 2013 (LJN BZ0813) voorstander van de ruime opvatting door smartengeld toe te kennen aan een comateus slachtoffer dat zich niet (aantoonbaar) bewust is (geweest) van het feit dat hij in coma ligt. Deze uitspraak strookt niet met de functies die met het toekennen van smartengeld worden geacht te worden verwezenlijkt.


Mr. B.I. Bethlehem
Mr. B.I. Bethlehem is advocaat bij Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

Bezitter op grond van artikel 6:173 BW: de vennootschap of de bestuurder? Rb. Zutphen 20 juni 2012, LJN BX7229

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2013
Trefwoorden aansprakelijkheid, bedrijfsmatig gebruik, bestuurder, verschillende hoedanigheden, Hangmat-arrest, vereenzelviging, misbruik van entiteiten
Auteurs Mr. M. van Pelt
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurder van een vennootschap loopt als gevolg van een gebrekkige (bedrijfsmatig gebruikte) zaak ernstige letselschade op. De bestuurder stelt zijn eigen vennootschap en haar verzekeraar aansprakelijk voor zijn schade op grond van artikel 6:173 BW (gebrekkige zaak) juncto artikel 6:181 BW (bedrijfsmatig gebruik). De rechtbank oordeelt dat de vennootschap bezitter en bedrijfsmatig gebruiker van de gebrekkige zaak is en dat de bestuurder niet wegens vereenzelviging zelf als bezitter van de gebrekkige zaak kan worden aangemerkt. Er is geen sprake van ongewenste consequenties noch misbruik van (het gebruik van) verschillende juridische entiteiten. Evenmin spelen verschillende hoedanigheden van eiser in de procedure, onder verwijzing naar het Hangmat-arrest, een rol. De rechtbank signaleert een parallel met het Hangmat-arrest. De auteur meent dat van een dergelijke parallel geen sprake is. Zij wijst op merkwaardige gevolgen van de door de rechtbank gekozen benadering in gevallen van schuld- en risicoaansprakelijkheid.


Mr. M. van Pelt
Mevrouw mr. M. van Pelt is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Jurisprudentie

Hof Amsterdam 13 december 2011, LJN BU8763

‘Quota pars litis’-financieringsovereenkomst; betrokkenheid advocaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden no cure, no pay, quota pars litis, nietigheid, dwaling, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten mogen niet bij wege van ‘no cure, no pay’ een ‘quota pars litis’-vergoeding (QPL) bedingen. Maar wat als een derde-rechtspersoon dankzij bemiddeling door de advocaat als financier optreedt volgens een QPL-model, terwijl de benadeelde niet weet dat familieleden van de advocaat in het bestuur van die rechtspersoon zitting hebben? Het Hof Amsterdam beslist dat de afspraak overeind blijft en dat noch de rechtspersoon noch de advocaat schadeplichtig is. De zaak toont de noodzaak om te komen tot kwaliteitsregulering van QPL-financiering.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Durham School of Law, Durham (Engeland).
Jurisprudentie

Wat voortduurt verjaart niet

Hof Arnhem 9 augustus 2011, LJN BR5350, JA 2011, 175 (Klein Teeselink/Eternit) en Hof Arnhem 20 december 2011, LJN BV0374 (Rietman/Eternit)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden asbestcementafval, mesothelioom, waarschuwingsplicht, verjaring, voortduren
Auteurs Mr. D.-J. Sol
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof Arnhem aangenomen dat Eternit – nadat zij in de jaren zestig op de hoogte raakte van de gezondheidsrisico’s van asbestcementafval – had moeten waarschuwen voor deze risico’s. Dit heeft zij nooit gedaan. Niet het moment van uitgifte is bepalend voor aanvang van de dertigjarige verjaringstermijn, maar het (toekomstig) moment waarop Eternit waarschuwt, zo volgt uit arrest één. In arrest twee oordeelt het hof dat de waarschuwingsplicht van Eternit niet oneindig is. Er is namelijk een moment waarop men op de hoogte raakt van de gezondheidsrisico’s van asbestcementafval; op dat moment vangt de verjaringstermijn aan.


Mr. D.-J. Sol
Mr. D.-J. Sol is advocaat bij Uneken advocaten te Zwolle.
Jurisprudentie

Rb. Almelo 21 december 2011, LJN BV0428

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden googelende verzekeraar, internetonderzoek, privacy, bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit
Auteurs Mr. H.H. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Een ‘googelende verzekeraar’ betrapt een slachtoffer van schade op het geven van een te negatief beeld van zijn arbeidsvermogen. De rechtbank oordeelt op basis van uitdraaien van websites dat het slachtoffer een aanzienlijk bedrag als onverschuldigd betaald aan de verzekeraar moet terugbetalen. Het bewijsmateriaal wordt niet ontkend. De vraag is of het slachtoffer de rechtmatigheid van het verzamelen van bewijs door middel van internetonderzoek kan betwisten. De verzekeraar is immers gehouden tot naleving van regels ter bescherming van persoonsgegevens, op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens en voor verzekeraars geldende gedragscodes.


Mr. H.H. de Vries
Mr. H.H. de Vries is advocaat bij Kennedy Van der Laan en medewerker van de afdeling Transnational Legal Studies aan de Vrije Universiteit.
Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, goed werkgeverschap, zorgplicht, stelplicht, bewijslastverdeling
Auteurs Mr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft twee evenwichtige arresten over werkgeversaansprakelijkheid gewezen. In het arrest Dombrowski/V.O.F. Hulsing-Huppermans oordeelt de Hoge Raad dat de werknemer een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het gebruik van veiligheidsmiddelen. In het arrest Boock/Heisterkamp Transport oordeelt hij dat wanneer vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden het aan de werkgever is om te specificeren welke concrete maatregelen hij heeft genomen ter voldoening aan zijn zorgplicht.


Mr. E. Pans
Mr. E. Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor (letsel)schade van een zzp’er

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 7:658 lid 4 BW, zzp’er, arbeidsovereenkomst, opdrachtovereenkomst, gezagsverhouding
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mevrouw mr. A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot onder drie arresten van het Hof Amsterdam bespreken de auteurs de discussie omtrent de aansprakelijkheid van een opdrachtgever voor (letsel)schade van een zzp’er. In dat kader wordt – onder meer – ingegaan op de achterliggende (beschermings)gedachte van artikel 7:658 BW en de invoering van lid 4. Dit leidt tot de conclusie dat de wetgever met de invoering van lid 4 vooral heeft beoogd bescherming te bieden aan ‘werkenden’ met wie de inlener zelf geen arbeidsovereenkomst heeft gesloten, maar in feitelijke zin wel een arbeidsrelatie onderhoudt. Hierop wordt de vraag beantwoord of de zzp’er – gelet op zijn onafhankelijke status – een beroep op lid 4 toekomt.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mevrouw mr. A. van der Veen
Jurisprudentie

Inkomensschade van naasten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Overlijdensschade, gederfd levensonderhoud in natura, abstracte of concrete schadebenadering, maximering vergoeding inkomensschade nabestaande ?
Auteurs Mevrouw mr. M.C.J. Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest van 10 april 2009, NJ 2009/386 (Philip Morris/B) bepaald dat, indien de nabestaande betaald werk opgeeft teneinde zorgtaken te verrichten, de nabestaande in beginsel recht heeft op vergoeding van zijn of haar gehele inkomensschade.


Mevrouw mr. M.C.J. Peters
Mevrouw M.C.J. Peters is advocaat/partner Hekkelman Advocaten N.V.
Jurisprudentie

Positie regresnemer

Hof Arnhem 12 mei 2009, LJN BI5030

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden regres, eigen schuld, billijkheidscorrectie, ernst van het letsel
Auteurs Prof. mr. T. Hartlief
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van regresnemers in het kader van de billijkheidscorrectie? Profiteren zij enkel van meer objectieve factoren zoals de (uiteenlopende) mate van verwijtbaarheid of kunnen ook meer subjectieve factoren zoals de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer aanleiding geven voor een billijkheidscorrectie ten voordele van regresnemers? Om te voorkomen dat ‘subrogatie in zieligheid’ plaatsvindt, zou toepassing van de billijkheidscorrectie naar het oordeel van de auteur in regres beperkt moeten blijven tot factoren als de uiteenlopende ernst van de wederzijds gemaakte fouten en de mate van verwijtbaarheid van ieders gedrag.


Prof. mr. T. Hartlief
Prof. mr. T. Hartlief is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Voordeelsverrekening bij letselschade

HR 1 oktober 2010, LJN BM7808

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden sommenverzekering, schadeverzekering, voordeelsverrekening, arbeidsongeschiktheidsverzekering, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Na veertig jaar heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgesproken over het antwoord op de vraag of een uitkering op grond van een sommenverzekering bij letselschade moet worden verrekend of niet. Het meest recente arrest daarover dateert uit 1969. Het arrest van 1 oktober 2010 verdient bespreking, omdat het (veel) meer richting geeft aan de discussie, of en zo ja, in hoeverre een uitkering uit hoofde van een sommenverzekering bij letselschade voor verrekening in aanmerking komt en wat dat voor invloed heeft op voor die verzekering in de loop der tijd betaalde premie.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Jurisprudentie

Kwalitatieve aansprakelijkheid jegens medebezitter

HR 8 oktober 2010, LJN BM6095, RvdW 2010, 1164

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, medebezit, hangmat, gebrekkige opstal
Auteurs Mevrouw mr. F. Leopold
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 oktober 2010 wees de Hoge Raad het baanbrekende Hangmat-arrest, waarin werd geoordeeld dat een vrouw die medebezitter was van een opstal haar echtgenoot die eveneens medebezitter was, kon aanspreken voor 50% van haar schade. In haar noot bij het arrest plaatst de auteur enige kanttekeningen bij het oordeel van de Hoge Raad. Zij gaat daarbij in op het relativiteitsvereiste, de aangenomen gedeeltelijke aansprakelijkheid van de medebezitter en de te verwachten impact van het arrest op ons aansprakelijkheidsrecht en de verzekeringsbranche. Het Hangmat-arrest levert vanuit dogmatisch oogpunt in elk geval het nodige voer voor discussie op.


Mevrouw mr. F. Leopold
Mevrouw mr. F. Leopold is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Jurisprudentie

Causaliteit

HR 18 december 2009, RvdW 2010, 33

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden meervoudige causaliteit, alternatieve causaliteit, mengschade, hoofdelijke aansprakelijkheid, proportionele aansprakelijkheid
Auteurs Mevrouw mr. L.C. Roelofs
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak doet zich een geval voor van meervoudige causaliteit: gelaedeerde is tot tweemaal toe slachtoffer geworden van een aanrijding. Onzeker is door welk van beide ongevallen de na het tweede ongeval ontstane schade is veroorzaakt. Deze schade kan namelijk het gevolg zijn van ofwel het eerste ofwel het tweede ongeval, of zelfs van beide. In deze bijdrage wordt het standpunt verdedigd dat in dit geval van zuiver alternatieve causaliteit terecht geen proportionele aansprakelijkheid is aangenomen – zoals bepleit door A-G Spier in zijn conclusie voor dit arrest – maar een hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van art. 6:99 jo. 6:102 lid 1 BW.


Mevrouw mr. L.C. Roelofs
Mevrouw mr. L.C. Roelofs, docent en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht.
Jurisprudentie

Verjaring

Hof Amsterdam 15 december 2009, LJN BL3708

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden verjaring, immateriële schadevergoeding, materiële schadervergoeding
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Appellante in het onderhavige appèl (hierna: weduwe) is gehuwd geweest met X (hierna: echtgenoot). De echtgenoot heeft van 1960 tot en met 1975 gewerkt bij een rechtsvoorganger van geïntimeerde (geïntimeerde hierna: B.V. X). In oktober en november 2005 is de echtgenoot opgenomen geweest in een ziekenhuis, waarbij mesothelioom is gediagnosticeerd. De weduwe stelt zich op het standpunt dat B.V. X als voormalig werkgever van de echtgenoot haar zorgverplichting als werkgever heeft geschonden door zonder passende veiligheidsmaatregelen de echtgenoot bloot te stellen aan asbest, waardoor de fatale asbestziekte mesothelioom is ontstaan. Bij brief van 4 januari 2006 heeft de gemachtigde van de weduwe namens de echtgenoot B.V. X aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. De echtgenoot is op 6 januari 2006 overleden. De verzekeraar van B.V. X heeft bij brieven van 6 juli en 28 september 2006 aansprakelijkheid afgewezen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
J.L. Smeehuijzen is universitair hoofddocent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem.
Jurisprudentie

Deskundigenbericht

Hof Leeuwarden 25 juni 2009, LJN BJ0390 (X/Ziekenhuis en Gynaecoloog)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden voorlopig deskundigenbericht, gynaecoloog
Auteurs Mr. E.W. Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jurisprudentie bestaat inmiddels duidelijkheid welke norm de rechter heeft toe te passen wanneer hij voor de vraag staat of een voorlopig deskundigenbericht al dan niet toegewezen moet worden. De Hoge Raad heeft zich nog niet kunnen uitlaten over de vraag welke speelruimte de rechter heeft bij het vaststellen van de vragen voor de deskundige, zodat de rechtspraktijk zich vooralsnog op lagere rechtspraak richt. In een beschikking uit 2006 oordeelde het Hof Leeuwarden dat deze ruimte feitelijk non-existent is. Met onderhavige beschikking lijkt het hof – terecht – op deze zienswijze te zijn teruggekomen.


Mr. E.W. Bosch
Mr. E.W. Bosch is advocaat bij SNS Reaal N.V. Juridische Zaken te Utrecht.
Jurisprudentie

Shockschade

HR 9 oktober 2009, LJN BI8583, RvdW 2009, 1154 (Kleijnen c.s./Reaal Schadeverzekeringen)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Taxibusarrest, schadevergoeding uit onrechtmatigedaad, shockschade
Auteurs Prof. mr. S.D. Lindenbergh en Mevrouw I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Taxibus-arrest uit 2002 heeft de Hoge Raad aangegeven onder welke omstandigheden naasten van een direct getroffene een eigen aanspraak op schadevergoeding uit onrechtmatige daad hebben. Dat is, kort gezegd, het geval wanneer de naaste door waarneming van het ongeval of door rechtstreekse confrontatie met de gevolgen ervan een in de psychiatrie erkende ziekte heeft opgelopen. In de praktijk komt nogal eens de vraag op onder welke omstandigheden aan deze vereisten is voldaan.


Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mevrouw I. van der Zalm
Mevrouw mr. I van der Zalm is werkzaam aan de Erasmus universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Stuiting van verjaring: HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195 (G./De gezamenlijke erfgenamen van dr. O.)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 02 2002
Trefwoorden Aansprakelijkheid, Erkenning, Verjaring, Schade, Schuldeiser, Ziekenhuis, Mededeling, Verjaringstermijn, Schuldenaar, Vergoeding
Auteurs Dijk, Chr.H. van

Dijk, Chr.H. van
Jurisprudentie

Schadebeperkingsplicht slachtoffer: Rb. Rotterdam 26 juli 2001, zaaknr. 148091/HA ZA 00-2543

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 03 2002
Trefwoorden Gelaedeerde, Werkgever, Schade, Slachtoffer, Arbeidsongeschiktheid, Personenschade, Re-integratie, Schadevergoeding, Vergoeding, Werknemer
Auteurs Wildenburg, R.H.J.

Wildenburg, R.H.J.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid bij arbeidsongeval ambtenaar: CRvB 25 oktober 2001, nr. 99/4332 AW, JAR 2001, 326 m.nt. GEvM; AB 2002, 27 m.nt. Hennekens

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 03 2002
Trefwoorden Ambtenaar, Schade, Werkgever, Aansprakelijkheid, Bestuursorgaan, Fout, Vergoeding, Werknemer, Onrechtmatige daad, Personenschade
Auteurs Jongens, C.C.

Jongens, C.C.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.