Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Het Europese grondrecht van jaarlijkse vakantie: voorwaarden bij ziekte en (horizontale) doorwerking

HvJ EU 22 november 2011, C-214/10, JAR 2012/19 (KHS/Schulte) en HvJ EU 24 januari 2012, C-282/10, JAR 2012/54 (Dominguez/CICOA)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Arbeidstijdenrichtlijn, vakantie, grondrecht, horizontale werking, vervaltermijn bij ziekte
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bespreking van de recente arresten van het HvJ EU over het jaarlijkse vakantierecht met behoud van loon worden twee onderwerpen behandeld. Ten eerste het grondrechtelijk karakter van het vakantierecht, de effecten daarvan voor eventuele directe horizontale werking en de verhouding van dit EU-grondrecht met het vergelijkbare ILO-grondrecht. Ten tweede wordt op basis van de nieuwe Europese jurisprudentie, waarbij het verval van vakantierechten bij ziekte niet langer is uitgesloten, onderzocht of de nieuw ingevoerde Nederlandse vervaltermijn voor vakantierechten niet te kort is.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mw. mr. dr. A.G. Veldman is als universitair hoofddocent verbonden aan de vaksectie (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Overgang van onderneming in een triptiek: economische activiteiten, anciënniteit en cao’s

HvJ EU 6 september 2011, C-108/10, JAR 2011/262 (Ivana Scattolon/Ministerio dell’Instruzione, dell’Università e della Ricerca)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden overgang van onderneming, behoud senioriteit/anciënniteit, direct toepassen eigen cao na overgang
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer en Mr. F. Koopman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Scattolon biedt minimaal drie interessante inzichten ten aanzien van overgang van onderneming. Ten eerste geeft het Hof van Justitie inzicht in de toepasselijkheid van Richtlijn 2001/23 op publieke ondernemingen. Ten tweede wordt de vraag beantwoord in hoeverre anciënniteit een voor overgang vatbaar recht is: de anciënniteit dient gekoppeld te zijn aan bij de vervreemder bestaande rechten. Opmerkelijk is dat het Hof tevens overwoog dat, indien anciënniteit op basis van deze regel niet zou overgaan, niettemin compensatie dient plaats te vinden indien de werknemer er anders substantieel op achteruit zou gaan. Ten slotte is hetgeen het Hof impliciet oordeelt over gebondenheid aan de overgekomen cao van groot belang voor de Nederlandse rechtspraktijk: het direct toepassen van de eigen cao na overgang van onderneming is mogelijk. Het Nederlandse recht is hier niet op berekend. Naar het oordeel van de auteurs ligt hier een taak voor de wetgever.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. F. Koopman
Mw. mr. F. Koopman is advocaat arbeidsrecht bij Teekens Karstens.
Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Medezeggenschap na overgang onderneming: behoud van eenheid is geen synoniem van identiteitsbehoud

Hof van Justitie EG 29 juli 2010, C-151/09 (UGT-FSP)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, overgang van medezeggenschap, behoud van eenheid, behoud van entiteit, ondernemingsraad
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een overname van de activa van een onderneming gaat het personeel op grond van de Richtlijn inzake overgang van onderneming automatisch mee over op de verkrijger, met behoud van alle rechten en plichten uit de (collectieve) arbeidsovereenkomst. Wanneer bij de vervreemder een medezeggenschapsorgaan is ingesteld, rijst de vraag of deze na overgang blijft bestaan. Op grond van artikel 6 van de Richtlijn 2001/23 behoudt de werknemersvertegenwoordiging haar functie en positie wanneer de onderneming na overgang ‘als eenheid blijft bestaan’. In de uitspraak UGT-FSP geeft het Hof van Justitie nadere invulling aan dit begrip. In haar annotatie analyseert de auteur deze uitspraak en past deze – aan de hand van een aantal casusposities – toe op de Nederlandse rechtspraktijk. Haar belangrijkste conclusie is dat de Nederlandse wetgever artikel 6 van de richtlijn alsnog moet implementeren.


Mr. I. Zaal
Mw. mr. I. Zaal is werkzaam als junior docent onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een proefschrift over medezeggenschap.
Jurisprudentie

Een uitgelezen uitgever geeft vooral geld uit

OK 27 mei 2010, LJN BM5928, JAR 2010/181

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden enquêterecht, toetsing bij enquêterecht in vergelijking tot toetsing bij medezeggenschapsrecht, strategische aspecten van een zogeheten LBO, ondernemingsraad
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 mei 2010 beslist dat rond de zogeheten leveraged buy-out (LBO) van PCM Holding door Apax sprake is geweest van wanbeleid. Daarbij kwamen vragen van strategie aan de orde en werd gewezen op de risico’s die een LBO naar zijn aard meebrengt. De OK was van oordeel, kort samengevat, dat PCM Holding een onderneming zonder duidelijke strategie was en dat ook daardoor bij de keuze voor Apax als partner voor een LBO niet voldoende doordacht was gehandeld.In de annotatie wordt bezien hoe de toetsing onder de vigeur van het enquêterecht in een geval als dit zich verhoudt tot de toetsing die de OK zou hebben toegepast wanneer de zaak via een beroep op artikel 26 Wet op de ondernemingsraden aan haar oordeel zou zijn onderworpen. Conclusie is dat die toetsing langs vergelijkbare lijnen zou zijn verlopen, aangenomen dat de betrokken centrale ondernemingsraad op dat moment zou hebben beschikt over de informatie die de OK op grond van het uitgevoerde onderzoek had.


Mr. R.A.A. Duk
Mr. R.A.A. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Den Haag.
Jurisprudentie

Overgang van de onderneming

de weging van de Spijkers-factoren, HR 10 december 2004, JAR 2005/12

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2005
Trefwoorden overgang van onderneming, identiteitsbehoud, belang van overname personeel, overgang binnen dezelfde branche
Auteurs Mr. R.M. Beltzer

Mr. R.M. Beltzer
Jurisprudentie

Over Finse busmaatschappijen: het ondernemerschap revisited

HvJ EG 25 januari 2001, JAR 2001, 68

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2002
Trefwoorden Definitie ondernemingsbegrip en overgangsbegrip van Richtlijn 98/50/EG (overgang van onderneming), belang van soort werkzaamheden voor invulling van het ondernemingsbegrip
Auteurs Mr. R.M. Beltzer

Mr. R.M. Beltzer
Jurisprudentie

Overgang van onderneming: wat niet weet, deert toch

HR 26 juni 2009, JAR 2009/183 (Frits Bos/Pax Integrated Logistics B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden overgang van onderneming, informatieverplichting, goed werkgeverschap
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De informatieverplichting bij overgang van onderneming heeft in de nationale rechtspraak nooit een grote rol gespeeld. Dat lijkt te zijn veranderd door hetgeen de Hoge Raad in het arrest Bos/Pax heeft overwogen: onvoldoende informatievoorziening kan ertoe leiden dat de werknemer geen afgewogen keuze heeft kunnen maken wel of niet mee over te gaan, hetgeen tot gevolg kan hebben dat een niet-overgegane werknemer jaren later alsnog een andere werkgever blijkt te hebben. Deze uitspraak heeft daarom belangrijke gevolgen voor de praktijk.


Dr. R.M. Beltzer
R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Verlies van eenheid en overgang van onderneming

Hof van Justitie EG 12 februari 2009, C-466/07, JAR 2009/92 (Dietmar Klarenberg/Ferrotron Technologies GmbH)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overgang van onderneming: ondernemingsbegrip, identiteitsbehoud, behoud van eenheid, gelijkwaardige functie in nieuwe organisatie
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het Klarenberg-arrest overwogen dat een onderneming haar identiteit kan behouden – en alle werknemers dus met behoud van hun arbeidsovereenkomst overgaan – zolang de functionele band tussen de productiefactoren behouden blijft. Hiermee is duidelijk dat het enkele onderbrengen van de onderneming in een nieuw organisatorisch verband geen overgang voorkomt. Voorts eist het Hof in deze zaak niet dat de verkrijger aan de werknemer exact dezelfde functie aanbiedt, maar lijkt een gelijkwaardige functie te volstaan. Is ook die ‘volstrekt’ niet te bieden, dan komt een ontslag voor rekening van de werkgever.


Dr. R.M. Beltzer
Dr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.
Jurisprudentie

De OR en het enquêterecht; van SKON tot AHAM

Ondernemingskamer 10 december 2008, JAR 2009/14

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2009
Trefwoorden enquêterecht, ondernemingsraad, misbruik van bevoegdheid, ontslag statutair bestuurder
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2008 maakt de PVT van AHAM gebruik van een haar bij overeenkomst toegekend enquêterecht. Deze zaak betreft de vierde keer dat een medezeggenschapsorgaan met succes een enquête entameert. Naar aanleiding van deze jurisprudentie onderzoekt de auteur in hoeverre de OR of PVT gebruik kan maken van het enquêterecht en welke mogelijkheden dit biedt voor medezeggenschapsorgaan, bestuur(der) en vennootschap.


Mr. I. Zaal
Mevrouw mr. I. Zaal is juniordocent-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

De uitleg van artikel 43 van de schoonmaakmaak-cao: geen misbruik, geen overgang van onderneming?

HR 8 juni 2007, JAR 2007/213 (ISS/Lavos)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2008
Trefwoorden heraanbesteding schoonmaakwerkzaamheden, uitleg schoonmaak-cao, vereenzelviging in geval van omzeilingsconstructies, overgang van onderneming
Auteurs Mr. R.M. Beltzer en J.P.H. Zwemmer

Mr. R.M. Beltzer

J.P.H. Zwemmer
Jurisprudentie

Overgang van onderneming in de cateringbranche. Of hoe een kijkje in de keuken cruciaal wordt

HvJ EG 20 november 2003, Zaak C-340/01, JAR 2003/98 (Sodexho)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2004
Trefwoorden overgang van onderneming, identiteit van de onderneming, Spijkers-criteria, schoonmaakbranche, overdracht van materiële activa
Auteurs E.N. Franx-Schaap en M.L. Lennarts

E.N. Franx-Schaap

M.L. Lennarts
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.