Zoekresultaat: 33 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Access_open Tien jaar later: kritische beschouwingen bij de visie van het Europees Hof op de sharia

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden European Court of Human Rights, Sharia, Refah Partisi, human rights
Auteurs Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The article discusses the implications of the Refah Partisi vs. Turkey case. The Court has made onerous assumptions about the notion sharia by declaring it a ‘violation of [European Human Rights] Convention values’. The Court should not have ventured into an interpretation of a highly technical and controversial term like ‘sharia’, especially when done so in connection with the inciting use of that term by Refat Partisi members. Moreover, given the fact that sharia also encompasses religious rituals like prayer, fasting and burial, calling sharia a violation of human rights is a misnomer. The Court should not have allowed itself to get lured into a domain it is not knowledgeable about but should have stuck to strict legal reasoning.


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. M.S.Berger@religion.leidenuniv.nl.
Jurisprudentie

2013/23 Hoge Raad 12 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Niet BIG-geregistreerde behandelaar, handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, gedragingen waardoor buiten noodzaak schade aan de gezondheid wordt toegebracht of aanmerkelijke kans daarop ontstaat, geen schending zorgplicht, geen verhoging gevaar dat gevolg aan handelen kan worden toegerekend
Jurisprudentie

Access_open Het verbod op gezichtsbedekkende kleding

Getoetst door het Grondwettelijk Hof van België

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    The Court recognizes the appeal to the freedom of religion, as laid down in Article 10 European Convention of Human Rights. This freedom is not illimitable, however. According to the Court, the prohibition of wearing face-covering clothes is legitimate and the aims of public security, equality of men and women, and the wish to express a specific viewpoint on ‘living together in society’, are in conformity with the limitation clause of Article 10 ECHR. The Court considers the law proportionate and ‘necessary in a democratic society’ with a view to the aims of the law, with the caveat that the law is not applicable in places of worship open to the public.
    In the annotation, the parliamentary debate leading to the adoption of the law is analyzed. The law is a clear expression of a specific stance towards society in general and the position of men and women in particular. As it is a choice by the democratic institutions, the Court takes an attitude of restraint in this matter. All the same, the question is raised whether the term ‘in publicly accessible places’ may prove to be too vague and with that, not proportional to the legitimate aims pursued.


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. C.M.Zoethout@uva.nl.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid dieren, bedrijfsmatige gebruiker en profijt trekken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 6:181 BW, paard Loretta, gebruik van een dier, aansprakelijkheid, functioneel verband
Auteurs Mr. F.E. Keijzer en Prof. mr. F.T. Oldenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 10-jarig meisje loopt in een manege letsel op door een trap van een paard. De eigenaar heeft het ter belering ondergebracht bij de manege om het zadelmak te maken. De gelaedeerde spreekt enkel de bezitter aan. Rechtbank, hof en Hoge Raad achtten niet artikel 6:179 BW, maar artikel 6:181 BW exclusief van toepassing.Hoge Raad: voor de toepassing van artikel 6:181 BW is vereist dat de bedrijfsmatige gebruiker profijt trekt. Niet van belang is of hij tevens bezitter is noch of hij het dier duurzaam gebruikt. Of het doel waarvoor het dier werd gebruikt bijna is bereikt, is evenmin van belang. Aansprakelijkheid ex artikel 6:181 BW berust niet op de wil van personen, maar op de wet.


Mr. F.E. Keijzer
Mr. F.E. Keijzer is advocaat ondernemingsrecht en gezondheidsrecht te Nijmegen.

Prof. mr. F.T. Oldenhuis
Prof. mr. F.T. Oldenhuis is universitair hoofddocent vakgroep privaatrecht en notarieel recht; tevens bijzonder hoogleraar religie en recht, Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Access_open Het afdwingen van een islamitische verstoting

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden case law, divorce, Pakistan
Auteurs Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en is hoofdredacteur van Tijdschrift
Jurisprudentie

Inkomensschade van naasten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Overlijdensschade, gederfd levensonderhoud in natura, abstracte of concrete schadebenadering, maximering vergoeding inkomensschade nabestaande ?
Auteurs Mevrouw mr. M.C.J. Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest van 10 april 2009, NJ 2009/386 (Philip Morris/B) bepaald dat, indien de nabestaande betaald werk opgeeft teneinde zorgtaken te verrichten, de nabestaande in beginsel recht heeft op vergoeding van zijn of haar gehele inkomensschade.


Mevrouw mr. M.C.J. Peters
Mevrouw M.C.J. Peters is advocaat/partner Hekkelman Advocaten N.V.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel

Een bespreking van het arrest Engelmann (zaak C-64/08) en tien jaar transparantierechtspraak van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden arrest Engelmann, zaak C-64/08, transparantiebeginsel, dienstenconcessies, dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 september 2010 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landesgericht Linz over een Oostenrijkse kansspelconcessie, een belangrijk arrest gewezen over de toepasselijkheid van het transparantiebeginsel op nationale vergunningstelsels. Hiermee bevestigt het Hof de in het arrest Sporting Exchange ontwikkelde lijn dat overheden vergunningen en andere exclusieve rechten niet buiten enige vorm van mededinging kunnen opdragen, indien buitenlandse interesse bestaat in deze vergunningen of rechten.


Mr. H.M. Stergiou
Mr. H.M. Stergiou MA is PhD-fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    France has recently introduced legislation prohibiting wearing the face-covering veil in public places. Similar legislative initiatives have been undertaken in Belgium, Netherlands and Spain, but have not resulted in law. This article presents an overview of the variety of arguments that are being used in the legislative proposals and bills why the face-covering veil ought to be prohibited in the public domain. It shows that the arguments are quite diverse, and not always consistent. In addition, an overview will be presented of the arguments made by the French and Dutch State Councils in their advise against such legislation.


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Jurisprudentie

Aanbestedingsrecht in beweging: een overzicht van enkele recente ontwikkelingen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 11 2006
Trefwoorden overheidsaanbesteding
Auteurs J.M. Hebly en F.G. Wilman

J.M. Hebly

F.G. Wilman
Jurisprudentie

De Goksaga duurt voort!

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2006
Trefwoorden vrij verkeer van diensten
Auteurs M. de Koning

M. de Koning

A.C. Hendriks
Jurisprudentie

2006/2 Ziekenhuis is een aanbestedende dienst in de zin van de Europese Richtlijn Leveringen

Gerechtshof Den Bosch (mrs. Venhuizen, Keizer en Van der Molen) d.d. 18 oktober 2005 (m.nt. mw. mr. I.J. van den Berge).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2006
Auteurs


Jurisprudentie

2008/46 Apotheker; klacht met betrekking tot inbeslaggenomen zaken; beroep op (afgeleid) verschoningsrecht ex artikel 218 Sv afgewezen vanwege uitzonderlijke omstandigheden

Hoge Raad (vice-president G.J.M. Corstens, voorzitter, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, W.M.E. Thomassen en H.A.G. Splinter-van Kan, raadsheren, S.P. Bakker, griffier) d.d. 27 mei 2008.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2008
Auteurs


Jurisprudentie

2003/52/knr> Ziekenfonds; aanbesteding.

Hoge Raad (G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, voorzitter; A.E.M. van der Putt-Lauwers, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman en P.C. Kop, raadsheren) d.d. 4 april 2003 (m.nt. mw. mr. drs. I.J. van den Berge).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2003
Auteurs


Jurisprudentie

Het schriftelijkheidsvereiste bij het concurrentiebeding ex artikel 7:653 BW anno 2006

Voorzieningenrechter Maastricht 24 februari 2006, JIN 2006/139, m.nt. A.R. Houweling (Paint'r); Ktr. Bergen op Zoom 20 februari 2006, LJN AV3693...

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2006
Trefwoorden concurrentiebeding, schriftelijkheidsvereiste, waarborgprincipe, ratio, (stilzwijgende) voortzetting dienstverband, voortzetting arbeidsovereenkomst bepaalde tijd met een arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd
Auteurs A.R. Houweling

A.R. Houweling

    In March 2009 the Dutch Supreme Court reconfirmed that insulting a religion is in itself not a criminal offense equal to discrimination of, or incitement of hatred vis-a-vis the adherents of that religion. Interestingly, two months earlier, the Amsterdam Court of Appeal in the case against the parliamentarian Geert Wilders, ruled that insulting a religion may very well constitute an insult of its believers. This article is an analysis of the Amsterdam ruling and a discussion of the argument in favor and against the equation of insulting religion with insulting believers, based on the case law of the European Court of Human Rights.


Maurits Berger
Jurisprudentie

De zaak Juuri: over ontslag en de wil van sociale partners

HvJ EG 27 november 2008, JAR 2009/20 (Mirja Juuri /Fazer Amica Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, bescherming bij achteruitgang door overgang, einde cao op datum van overgang
Auteurs Mr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een werknemer kan er door de overgang van onderneming aanmerkelijk op achteruitgaan. Wordt de arbeidsovereenkomst dientengevolge verbroken, dan komt een dergelijk ontslag voor rekening van de werkgever, aldus artikel 4 lid 2 van Richtlijn 2001/23 (overgang van ondernemingen). In het arrest Juuri zet het Hof van Justitie van de EG uiteen wat de reikwijdte van deze bepaling is. Voorts beoordeelt het Hof de geldigheid van een afspraak tussen sociale partners, erop neerkomende dat de cao op de datum van overgang afloopt.


Mr. R.M. Beltzer
Mr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.
Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid: HR 9 augustus 2002, RvdW 2002, 130

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 01 2003
Trefwoorden Werknemer, Werkgever, Aansprakelijkheid, Schade, Vergoeding, Woon-werkverkeer, Auto, Werkgeversaansprakelijkheid, Arbeidsovereenkomst, Bestuurder
Auteurs Odijk, S.

Odijk, S.

    Ondanks het gestelde dorpse karakter van Halsteren, diende ten tijde van de aankoop van het perceel rekening te worden gehouden met alle woonvormen die in een woonwijk in ontwikkeling denkbaar zijn, waaronder hoogbouw in vijf bouwlagen.

Toont 1 - 20 van 33 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.