Zoekresultaat: 99 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns

    Bij besluit tot snelheidsverhoging is onvoldoende rekening gehouden met de gezondheidsbelangen van omwonenden.

    Kort geding; zorginstelling; overplaatsing cliënt naar andere locatie; nader onderzoek CCE vereist; tussenvonnis

    Klacht tegen voorzitter Raad van Bestuur; geen directe zorgrelatie; terughoudende toepassing tuchtrecht; klaagster niet ontvankelijk

    Affaire rond neuroloog die in ziekenhuis verkeerde diagnoses stelde; tuchtklacht tegen toenmalige bestuurder; tweede tuchtnorm; klacht ontvankelijk maar ongegrond

    Bestuurder; ex-neuroloog; ten onrechte melding van verantwoorde zorg; berisping

    Affaire rond neuroloog die verkeerde diagnoses stelde; tuchtklacht tegen bestuurder; voormalig inspecteur gezondheidszorg; tweede tuchtnorm; klacht ontvankelijk maar ongegrond

    Door ontbreken concurrentiebelang is appellante geen belanghebbende.

Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Ondernemingsprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Auteurs Prof. mr. H.E. Boschma en Mr. P.G.F.A. Geerts
Auteursinformatie

Prof. mr. H.E. Boschma
Prof. mr. H.E. Boschma (hoogleraar ondernemingsrecht) en

Mr. P.G.F.A. Geerts
Mr. P.G.F.A. Geerts (universitair docent) zijn verbonden aan de vakgroep handels- en arbeidsrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

De Wet Bibob en de ‘criminal charge’

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 4 juni 2014 ECLI:NL:RVS:2014:1993

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2014
Auteurs mr. drs. B. van der Vorm en
Samenvatting

    In voornamelijk de bestuursrechtelijke literatuur is veel kritiek geuit op de Wet Bibob wet. Zo is ze omschreven als een ‘bestuursrechtelijk wangedrocht’1 en een ‘geforceerd wetgevingsproduct’. De commentaren op deze wet hebben onder andere betrekking op het feit dat de intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob onder omstandigheden wellicht is aan te merken als een ‘criminal charge’ en in het verlengde hiervan sprake is van een gebrek aan rechtsbescherming voor de betrokkene(n). Voorts wordt het gedoogbeleid ten aanzien van de coffeeshops als problematisch ervaren. Deze problematische aspecten worden in deze annotatie besproken aan de hand van de onderhavige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Allereerst worden de feiten uit de onderhavige casus besproken. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de discussie over de vraag in hoeverre een intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob dient te worden aangemerkt als een ‘criminal charge’. Ten derde wordt ingegaan op het gedoogbeleid van coffeeshops in relatie tot de toepassing van de Wet Bibob.


mr. drs. B. van der Vorm


Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan Houthoff Buruma.

    Ernstig incident zorgverlener, uitzendingsverbod, geheimhoudingsplicht, privacy, vrijheid van meningsuiting, art. 7:457 BW, 8 en 10 EVRM

Jurisprudentie

Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Universiteit Nederlandse Antillen, ontslag rector magnificus, bestuursorgaan, civielrechtelijke arbeidsovereenkomst, publiekrechtelijk of civielrechtelijk geschil
Auteurs Mr. G.B. Steward en Mr. dr. Jeff Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    De rector magnificus wordt door de raad van toezicht van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) op staande voet ontslagen. Hiertegen komt hij verweer bij de civiele rechter in eerste aanleg. Deze spreekt uitgebreid en gemotiveerd recht in het voordeel van de ex-rector magnificus. de UNA gaat in hoger beroep. Het Hof oordeelt ambtshalve dat deze zaak niet thuis hoort bij de civiele rechter doch bij de LAR-rechter. Schrijvers benaderen dit nagenoeg ongemotiveerde oordeel van het Hof vanuit een civielrechtelijke danwel een bestuursrechtelijke optiek. Zij komen beiden tot de conclusie dat de gedachtengang van het Hof niet goed te volgen is.


Mr. G.B. Steward
Mr. G.B. Steward is advocate bij VanEpsKunnemanVanDoorne.

Mr. dr. Jeff Sybesma
Mr. dr. Jeff Sybesma is redactielid van Caribisch Juristenblad.
Jurisprudentie

Voorzieningenrechter keurt opleggen van een persoonlijke boete door DNB aan een bestuurder goed

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, DNB, Slavenburgcriteria, naming and shaming
Auteurs M. Aelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze notenkraker wordt in navolging van de vorige notenkraker ingegaan op het opleggen van boetes aan feitelijk leidinggevenden. In deze uitspraak had DNB een dergelijke boete opgelegd wegens het optreden als bank zonder de daarvoor noodzakelijke vergunning. De bestuurder in kwestie maakte bezwaar tegen het voornemen van DNB om dit besluit te publiceren. De voorzieningenrechter verwacht echter dat de boete in bezwaar in stand zal blijven en ziet daarom geen reden om het besluit tot publicatie van de boete te schorsen. In de notenkraker wordt uitgelegd dat het uitleggen van het begrip feitelijk leidinggeven volgens de Slavenburg-criteria niet altijd consistent wordt toegepast.


M. Aelen
M. Aelen LL.M is promovenda bij het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en schrijft daar een proefschrift over beginselen van goed toezicht. Zij is tevens lid van de redactie van TvT.
Jurisprudentie

Familieverweer (art. 7:962 lid 3 BW) beperkt ook regresrecht op medeaansprakelijke

HR 23 november 2012, LJN BX5880

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden subrogatie, hoofdelijke aansprakelijkheid, verhaalsuitsluiting, familieverweer
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Menzis Zorgverzekeraar zoekt in deze procedure verhaal voor de ziektekosten die zij heeft vergoed aan haar verzekerden. Het gaat om een moeder en haar zoon, die in 2007 als passagier betrokken waren bij een tweezijdig auto-ongeval. De auto waarin zij zaten, werd bestuurd door hun echtgenoot respectievelijk vader.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

2013/22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 26 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Tandarts, verzoek tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel wegens melding van verwijtbaar handelen tijdens proeftijd, geen recht op beoordeling in twee instanties
Jurisprudentie

2013/21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 21 maart 2013 (m.nt. prof. mr. J.C.J. Dute)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Verpleegster werkzaam als locatiedirecteur, tweede tuchtnorm, handelen in bestuurlijke of leidinggevende functie, voldoende weerslag op belang individuele gezondheidszorg, ontvankelijk, afwijzing klacht
Toont 1 - 20 van 99 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.