Zoekresultaat: 67 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Jurisprudentie x

J.G. Sijmons


Jurisprudentie

2009/28 Verzoek om participatie in de jeugdzorg; verwijzing in art. 5a Wcpv naar art. 16 Besluit zorgaanspraken AWBZ; afwijzing verzoek is besluit in de zin van art. 1:3 Awb: beroep gegrond

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (mr. P. van Dijk, voorzitter, mr. D. Roemers en mr. B.P. Vermeulen, leden, mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat) d.d. 15 april 2009.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2009
Auteurs



A.C. Hendriks
Jurisprudentie

2009/30 Verzoek om toelating ter realisering van capaciteitsuitbreiding forensische psychiatrie; forensische psychiatrie valt voor toepassing van het financieel kader onder de geestelijke gezondheidszorg; art. 3 lid 1 WTZi; beroep gegrond

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (mr. P. van Dijk, voorzitter, mr. W. Konijnenbelt en mr. B.P. Vermeulen, leden, mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat) d.d. 15 juli 2009.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2009
Auteurs



W.L.J.M. Duijst


Jurisprudentie

2009/13 Rijden onder invloed; beoordeling door psychiater ten behoeve van Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen; bloedonderzoek; gebruik ongevraagde analysegegevens in rapportage; inzage- en blokkeringrecht; publieke veiligheid sluit blokkeringrecht uit: klacht ongegrond

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (mr. R.A. Torrenga, voorzitter, mrs. R. Veldhuisen en W. Jonkers, leden-juristen, H.J. Dalewijk en mr. drs. R.H. Zuijderhoudt, leden-beroepsgenoten, mr. H.J. Lutgert, secretaris) d.d. 30 oktober 2008 (m.nt. pr

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2009
Auteurs






Jurisprudentie

2009/7 Wet toezicht zorginstellingen; ‘vermogensklem’ zorginstellingen; bevoegdheid tot het instellen van voorschriften door de Minister van VWS bij toelating is niet onbeperkt; bestreden besluit mist wettelijke grondslag: beroep gegrond

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (mr. Vlasblom, voorzitter, mr. W.M.D. van Diepenbeek en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat) d.d. 19 november 2008.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2009
Auteurs



W.R. Kastelein
Jurisprudentie

Overgang van onderneming: wat niet weet, deert toch

HR 26 juni 2009, JAR 2009/183 (Frits Bos/Pax Integrated Logistics B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden overgang van onderneming, informatieverplichting, goed werkgeverschap
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De informatieverplichting bij overgang van onderneming heeft in de nationale rechtspraak nooit een grote rol gespeeld. Dat lijkt te zijn veranderd door hetgeen de Hoge Raad in het arrest Bos/Pax heeft overwogen: onvoldoende informatievoorziening kan ertoe leiden dat de werknemer geen afgewogen keuze heeft kunnen maken wel of niet mee over te gaan, hetgeen tot gevolg kan hebben dat een niet-overgegane werknemer jaren later alsnog een andere werkgever blijkt te hebben. Deze uitspraak heeft daarom belangrijke gevolgen voor de praktijk.


Dr. R.M. Beltzer
R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Wie is titularis van het recht op informatie en raadpleging?

HvJ EG 16 juli 2009, Mono Car Styling SA tegen Dervis Odemis, C-12/08

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden collectief arbeidsrecht, informatie, consultatie, art. 6 EVRM, Richtlijn collectief ontslag
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Mono Car Styling onderzoekt het Hof van Justitie de aard van het recht op informatie en raadpleging in de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). De concrete aanleiding hield verband met het feit dat de Belgische omzettingswet (de Wet Renault) aan individuele werknemers een ongelijke toegang tot de rechter bood in vergelijking met ‘collectieve actoren’ (werknemersvertegenwoordigers in de ondernemingsraad, representatieve werknemersorganisaties) om de correcte naleving van de informatie- en raadplegingsprocedure bij collectief ontslag te betwisten. Het Hof oordeelt dat het recht op informatie en raadpleging een collectieve natuur heeft. Er is dan ook geen reden om aan te nemen, dat de ongelijke toegang tot de rechter ten nadele van het individu afbreuk zou doen aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming (access to justice – artikel 6 EVRM). In deze bijdrage wordt de door het Hof gevolgde redenering op twee gronden bekritiseerd. Het Hof heeft onvoldoende oog voor de relevantie van mensenrechtelijke instrumenten waarin het recht op informatie en raadpleging opduikt. Een Reflexwirkung van deze instrumenten bij de interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag is aangewezen. Deze had tot een andere uitkomst kunnen leiden. Het Hof heeft bovendien de individuele ontslagrechtelijke bescherming die inherent is aan het mechanisme van de Richtlijn Collectief Ontslag onvoldoende meegewogen. Bij nader inzien is geenszins sprake van een systematische interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag.


Prof. dr. F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en Promotor van M.I.S. ‘Mobilité Ulysse’ FRS-FNRS.
Jurisprudentie

De groepsrentebox: verduidelijking van staatssteuncriteria gewenst en gekregen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden groepsrentebox, groepsvenootschappen, selectiviteitsbegrip, fiscale autonomie lidstaten
Auteurs Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
SamenvattingAuteursinformatie

    In de groepsrenteboxbeschikking heeft de Commissie zich uitgesproken over fiscale dispariteiten en de toerekening daarvan in het kader van staatssteun. Daarnaast heeft zij getracht helderheid te verschaffen over de vraag of voordelen die beperkt zijn tot ondernemingen die deel uit moeten maken van een groep per definitie selectief zijn. In deze bijdrage worden beide onderwerpen nader besproken.


Prof. mr. dr. R.H.C. Luja
Prof. mr. dr. R.H.C. Luja is hoogleraar rechtsvergelijkend belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en verbonden aan Loyens & Loeff N.V.
Jurisprudentie

Het beroep op het bezit van een nationaliteit in geval van dubbele nationaliteit

Enkele aantekeningen naar aanleiding van de uitspraak Hadadi (C-168/08) van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden internationaal echtscheidingsrecht, dubbele gemeenschappelijke nationaliteit, Gezinsherenigingsrichtlijn, Verordening Brussel II bis
Auteurs Prof. dr. V. Van den Eeckhout
Auteursinformatie

Prof. dr. V. Van den Eeckhout
Prof. dr. V. Van den Eeckhout is verbonden aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen.
Jurisprudentie

Infopaq: het werkbegrip geharmoniseerd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden auteursrechtelijke bescherming, werkbegrip, (gedeeltelijke) reproductie, harmonisatie
Auteurs Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 16 juli 2009 in de zaak Infopaq moest het Hof van Justitie het begrip ‘gedeeltelijke reproductie’ uitleggen, zoals dat wordt gebruikt in de Richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij.1x Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, Pb. EG 2001 L 167, p. 10, ‘Richtlijn’. Het heeft daarbij in één moeite door ook het auteursrechtelijk werkbegrip uitgelegd, terwijl veel IE-beoefenaars ervan uitgingen dat dit begrip niet geharmoniseerd was. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of het werkbegrip inderdaad als geharmoniseerd moet worden beschouwd en worden de door het Hof gegeven interpretaties afgezet tegen de bestaande Nederlandse auteursrechtelijke rechtspraak.

Noten

  • 1 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, Pb. EG 2001 L 167, p. 10, ‘Richtlijn’.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Jurisprudentie

T-Mobile e.a./NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden onderling afgestemde feitelijke gedraging, mededingingsbeperkende strekking, informatie-uitwisseling tussen concurrenten, bewijsvermoeden causaal verband
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2009 beantwoordde het Hof van Justitie prejudiciële vragen in de zaak van de mobiele operators (zaak C-8/08, T-Mobile e.a./NMa). De eerste vraag van het CBb had betrekking op de uitleg van het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging (oafg) met mededingingsbeperkende strekking. Volgens het Hof heeft een oafg een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij concreet de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt concreet kan beperken. Uitwisseling van informatie tussen concurrenten heeft een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij onzekerheden over voorgenomen gedrag kan wegnemen. De tweede en derde vraag van het CBb betroffen de toepassing van het zogenoemde Anic-bewijsvermoeden met betrekking tot het causaal verband tussen afstemming en daaropvolgend marktgedrag. Volgens het Hof is dit bewijsvermoeden een regel van materieel recht. Het bewijsvermoeden mag bij elke oafg worden toegepast.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Jurisprudentie

Rechterlijke macht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden rechterlijke macht, uniforme rechtstoepassing, Wet RO
Auteurs Mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2003 verscheen in dit tijdschrift een kroniek getiteld ‘Rechterlijke macht’. Die draad wordt hier opgepakt. Gezien de periode die sindsdien is verstreken, kan in deze kroniek slechts een gering deel van de ontwikkelingen in de organisatie van de civiele rechtspraak sinds 2003 aan de orde komen. De aandacht zal in het bijzonder uitgaan naar de uniforme rechtstoepassing en naar de voorziene wijzigingen in de organisatie van de civiele rechtspraak in eerste aanleg.


Mr. drs. G. de Groot
Mr. drs. G. de Groot is vice-president van de Rechtbank Amsterdam en onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Betaling van een uitkering levensverzekering door een executeur

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2009
Trefwoorden Executeur, Betaling, Levensverzekering, Uitkering levensverzekering
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Executeurs lijken, na de invoering van het nieuwe erfrecht waarin hun positie een nieuwe wettelijke regeling heeft gekregen, meer armslag te hebben, maar daardoor dienen zij ook uiterst voorzichtig te manoeuvreren, met name waar juridisch inzicht nodig is, zoals in de casus die door de Rechtbank Zutphen beoordeeld is.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Toont 1 - 20 van 67 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.