Zoekresultaat: 62 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Jurisprudentie

Nawerking van gunstigere cao-bepalingen

HR 8 april 2011, JAR 2011/135 (ABVAKABO/Unieke Kinderopvang BV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden cao, nawerking, minimum-cao, collectieve actie
Auteurs mr. C.W.G. Rayer
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het arrest ABVAKABO/Unieke Kinderopvang geoordeeld dat een nieuwe minimum-cao geen einde maakt aan de nawerking van gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de oude cao voor de gebonden werknemer. Het arrest past in de lijn van voorgaande arresten en literatuur waarbij de permanente doorwerking van de cao in de individuele arbeidsovereenkomst is aangenomen. De rechtsregel is ook toepasbaar op de ongebonden werknemer. Tegelijkertijd heeft het arrest een stapeleffect van de gunstigste arbeidsvoorwaarden tot gevolg. Betoogd wordt dat dit was voorkomen wanneer de Hoge Raad eerder tijdelijke nawerking als uitgangspunt had genomen. Nu echter van permanente nawerking wordt uitgegaan, wordt onderzocht welke oplossingen mogelijk zijn.


mr. C.W.G. Rayer
Mw. mr. C.W.G. Rayer is als docent verbonden aan de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

FA Premier League/Karen Murphy

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Uitzendrechten, territoriale exclusieve licenties, handel in decoders, absolute gebiedsbescherming bij content
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De tamelijk opgewonden berichtgeving over de uitspraak van het Hof van Justitie van 4 oktober jl. in de FA Premier League-zaak doet vermoeden dat de tijden van Bosman en het Luxemburgse activisme van de jaren zeventig herleven. Belangwekkend is het arrest zonder meer, maar goed beschouwd minder spectaculair voor het mededingingsrecht dan voor het recht van de intellectuele eigendom.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in de jurisprudentie

Programmasystematiek blijft haar waarde bewijzen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, fijn stof, stikstofdioxide, NEC-richtlijn
Auteurs Mr. dr. C.N. van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het jaar 2010 en 2011 heeft het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn waarde bewezen in de rechtszaal. Ondanks tegenvallende ontwikkelingen of maatregelen die niet of anders werden uitgevoerd, blijft het NSL, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een plan dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden. Daarmee vormt het dus een onderbouwing voor individuele projecten. Deze rapportageperiode bleek ook dat aan de grenswaarde voor PM2,5 nog geen toetsing plaatsvindt. Het toepasbaarheidsbeginsel – kort gezegd: daar waar geen mensen verblijven, wordt de luchtkwaliteit niet beoordeeld – wordt strikt toegepast en beoordeeld. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EG over de NEC-richtlijn geeft aan dat uit de(ze) Europese richtlijn geen directe koppeling voortvloeit, waaruit zou volgen dat het mogelijk niet voldoen aan een nationaal emissieplafond een rol kan spelen bij individuele besluitvorming.


Mr. dr. C.N. van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bestuurs- en omgevingsrecht bij Ploum Lodder Princen en lid van de redactie van TO.
Jurisprudentie

Pfleiderer AG/Bundeskartellamt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden clementie, openbaarmaking, Wob, doeltreffendheid, schadevergoeding
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage betreft een noot bij het arrest Pfleiderer aangaande de prejudiciële vraag of het Unierecht zich verzet tegen inzage in nationale clementiestukken door een derde. Het arrest stelt dat een vordering tot inzage dient te worden beoordeeld naar nationaal recht, waarbij per geval de uit het Unierecht voortvloeiende belangen dienen te worden afgewogen. Het commentaar gaat in op de mate van invulling die het Hof van Justitie had kunnen geven aan de reikwijdte van de bescherming van clementiestukken. Vervolgens wordt de door het Hof van Justitie voorgestane belangenafweging behandeld en wordt stilgestaan bij mogelijke gevolgen van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraktijk.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V. te Londen.
Jurisprudentie

Openbaarheid en fusiecontrole

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Eurowob en concentratietoezicht, toegang tot documenten uit het dossier Airtours/First Choice, reikwijdte excepties na afsluiting onderzoek, motiveringsplicht Commissie bij afwijzing verzoek tot openbaarmaking
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De schokgolven van de vernietiging van de verbodsbeschikking in de Airtours/First Choice-zaak zijn bijna tien jaar later nog altijd voelbaar. Waar de poging van MyTravel (voorheen Airtours) om ter onderbouwing van haar schadevergoedingsactie met een beroep op de Eurowob documenten uit het fusiecontrole-dossier te bemachtigden nog spaak liep bij Commissie en Gerecht, oordeelt het Hof van Justitie thans dat MyTravel met een te magere motivering is afgescheept.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Linklaters LLP).

    Tarief in de zin van art. 1 sub k Wmg; opbrengstverrekening geen tarief; vaststelling opbrengstverrekening door NZa geen besluit.

Jurisprudentie

Het arrest Vicoplus

Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid is zowel het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten van toepassing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden vrij verrichten van diensten, richtlijn 96/71/EG, vrij verkeer van werknemers, toetredingsakte van 2003, overgangsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. M.S. Houwerzijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Poolse werknemers konden tot 1 mei 2007 in Nederland geen rechten tot verplaatsing ontlenen aan het vrij verkeer van werknemers. Maar niet alle werknemersmobiliteit vanuit Polen was onvrij. Detachering van werknemers om een dienst te verrichten in een andere lidstaat maakt deel uit van het vrij verkeer van diensten en leek dus wel onbelemmerd mogelijk. Nederland paste zijn overgangsregime echter ook toe op gedetacheerde Poolse uitzendkrachten. De vraag was of dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten. In zijn arrest Vicoplus bepaalt het Hof van Justitie dat de Nederlandse regeling door de Europese beugel kan. Hiermee is aan de omzeiling van het overgangsregime door detacheringconstructies een halt toegeroepen.


Prof. mr. M.S. Houwerzijl
Prof. mr. M.S. Houwerzijl is als UHD verbonden aan de vaksectie sociaal recht, Radboud Universiteit Nijmegen en als hoogleraar Europees en rechtsvergelijkend arbeidsrecht werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Jurisprudentie Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Waterwet, watervergunning, Bkmw, Kaderrichtlijn water
Auteurs Mr. ir. S. Handgraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twee jaar na inwerkingtreding van de Waterwet is het tijd voor een jurisprudentieoverzicht.De eerste uitspraken laten zien dat het nieuwe, integrale toetsingskader van de Waterwet geen problemen oplevert. Ook de toepassing van de milieukwaliteitseisen van het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009, ter uitwerking van de Kaderrichtlijn water, verloopt conform de bedoeling van de wetgever. De gekozen implementatie van het vereiste van geen achteruitgang (een verslechtering van de waterkwaliteit binnen de toestandsklasse is acceptabel) lijkt stand te houden.Het overgangsrecht van de Invoeringswet Waterwet heeft tot enkele vragen over de bevoegdheid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geleid. Daarnaast lijkt het overgangsrecht voor handhavingsbesluiten niet sluitend, waardoor in sommige gevallen de bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift, dat voor inwerkingtreding van de Waterwet is ingediend, kan ontbreken.


Mr. ir. S. Handgraaf
Mr. ir S. (Simon) Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van Curaçao.
Jurisprudentie

2011/35 Rechtbank Leeuwarden 22 juli 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden bevoegdheid tandarts, beroepsinhoudelijke toets, dwangsommen, immateriële schadevergoeding
Samenvatting

    Herstel bevoegdheid tandarts; beroepsinhoudelijke toets; eis aantonen vakbekwaamheid redelijk; dwangsommen; beslissing op bezwaar niet tijdig genomen; immateriële schadevergoeding: redelijke termijn voor bezwaar en beroep van drie jaar is niet overschreden.

Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden eerste aanleg, verzoekschriftprocedure
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bestrijkt ontwikkelingen in de periode vanaf 1 januari 2010. Ook in die periode is het nog niet gekomen van het wetsvoorstel tot herziening van de procedure in eerste aanleg. De minister kondigde dat wetsvoorstel in 2007 aan in zijn reactie op het eindrapport van de fundamentele herbezinning. Het wetsvoorstel zou moeten voorzien in stroomlijning van de procedure in eerste aanleg door de introductie van één uniforme verzoekschriftprocedure. Na 2007 is niet meer over het wetsvoorstel vernomen. Het opstellen van een zo veel omvattend wetsontwerp is arbeidsintensief. Over de inhoud ervan valt te twisten. Het zou zomaar kunnen dat van uitstel afstel komt. Het achterwege blijven van een herziene algemene regeling laat natuurlijk onverlet dat de ontwikkelingen op deelgebieden gestaag voortgaan.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

Menzis – Apotheek Van Dalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 WMG, apotheek, proportionaliteit, samenloop bevoegdheden NMa en NZa
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgverzekeraar Menzis heeft een klacht ingediend bij de NMa en de NZa, omdat Apotheek J.D. Van Dalen geen contract met Menzis wil sluiten als het preferentiebeleid van Menzis daar onderdeel vanuit maakt. Hierdoor wordt Menzis, die een zorgplicht heeft, geconfronteerd met prijzen die niet marktconform zijn. Apotheek Van Dalen kan, volgens Menzis, weigeren om een contract te sluiten omdat zij aanmerkelijke marktmacht heeft. De NZa neemt – in overleg met de NMa – op grond van de voorrangsregel uit artikel 18 Wet marktordening gezondheidszorg en het Samenwerkingsprotocol de klacht van Menzis in behandeling.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en is verbonden als buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.
Jurisprudentie

Mededingingsanalyse verticale concentratie ambulancezorg: uitspraak Rechtbank Rotterdam te kort door de bocht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden LJN BP5712, concentratiecontrole zorgsector, marktafbakening, zorgbelangen, zienswijze NZa
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze uitspraak heeft de Rechtbank Rotterdam het besluit bevestigd waarin de NMa had geconcludeerd dat geen vergunning was vereist voor de overname van de VZA Groep BV door het Academisch Medisch Centrum. De beroepen van Stichting Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en Sint Lucas Andreas Ziekenhuis worden ongegrond verklaard, omdat de NMa volgens de rechtbank aannemelijk heeft gemaakt dat de concentratie niet tot gevolg zal hebben dat de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd. In deze annotatie ligt de nadruk op de wijze waarop de markt is afgebakend en de daarop gebaseerde mededingingsanalyse.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

De ene beslissing is de andere niet: de beperkingen voor nationale autoriteiten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden negatieve beslissingen, bevoegdheden nationale autoriteiten, procedurele autonomie, rechtstreekse werking Verordening (EG) nr. 1/2003
Auteurs Dr. L. Parret
SamenvattingAuteursinformatie

    De prejudiciële vragen stellen de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en de nationale autoriteiten aan de orde. Door te bepalen dat nationale autoriteiten geen negatieve beslissingen mogen nemen (namelijk vaststellen dat er geen inbreuk is op de artikelen 101 of 102 VWEU) worden de krachtverhoudingen binnen het netwerk van handhavers op scherp gesteld. Verrassend is dat niet: dat het ECN-netwerk een samenwerking tussen gelijken zou zijn, is een illusie die nog door weinigen wordt verdedigd.


Dr. L. Parret
Dr. L. Parret is lid van de Belgische Raad voor de Mededinging, ere-advocaat aan de balie van Brussel, docent aan de Tilburg University en lid van TILEC (Tilburg Law and Economics Center).
Jurisprudentie

Arbeidsovereenkomst en privaatrechtelijke dienstbetrekking: dezelfde betekenis en uitlegcriteria?

Hoge Raad 25 maart 2011, nr. 10/02146, LJN BP3887, JAR 2011/109, m.nt. C.J. Loonstra, NJ 2007, 449

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden privaatrechtelijke dienstbetrekking, arbeidsovereenkomst, gezagsverhouding, partijbedoeling, feitelijke uitvoering
Auteurs Prof. mr. C.J. Loonstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele rechter neemt sinds het arrest Groen/Schoevers (JAR 1997/263) bij de beantwoording van de vraag of partijen een arbeidsovereenkomst ex artikel 7:610 BW hebben gesloten, zowel in ogenschouw hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan, als de wijze waarop zij feitelijk uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven. Of de fiscale rechter en de socialeverzekeringsrechter deze twee aspecten eveneens in hun beoordelingen of van een (privaatrechtelijke) dienstbetrekking kan worden gesproken, moeten betrekken, is lange tijd niet duidelijk geweest. Uit de rechtspraak van deze twee rechters kan in ieder geval worden afgeleid dat zij de partijbedoeling een uiterst bescheiden rol hebben toebedeeld. In het arrest De Gouden Kooi van de (fiscale kamer van de) Hoge Raad is (voor het eerst) expliciet overwogen dat ook de socialeverzekeringsrechter zowel partijbedoeling als feitelijke uitvoering in zijn beschouwing moet betrekken (de fiscale rechter heeft dit gedaan). Betoogd wordt dat dit desondanks geen (ingrijpende) gevolgen zal hebben voor de eigen accenten die de CRvB en de Hoge Raad (fiscale kamer) tot nu toe altijd hebben gelegd bij hun uitleg van de (privaatrechtelijke) dienstbetrekking.


Prof. mr. C.J. Loonstra
Prof. mr. C.J. Loonstra is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Seksuele intimidatie: een geobjectiveerd begrip?

HR 10 juli 2009, JAR 2009, 202 (Olsthoorn/Nederlandse Leprastichting en Braber)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden seksuele intimidatie, rechtsbescherming, gelijke behandeling van mannen en vrouwen/seksediscriminatie, implementatie Richtlijn 2002/73/EG en Richtlijn 2006/54/EG, artikel 7:646 lid 8 BW
Auteurs J.P. Zeilstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2006 is het begrip ‘seksuele intimidatie’ – ter implementatie van Richtlijn 2002/73/EG – opgenomen in de Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving. De Nederlandse wetgever heeft bij de implementatie van het begrip ‘seksuele intimidatie’ getracht zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij Richtlijn 2002/73/EG, met dien verstande dat het woord ‘ongewenst’ – anders dan bijvoorbeeld in België – niet in de definitie van het begrip ‘seksuele intimidatie’ is opgenomen. De voornaamste reden hiervoor is dat het woord ‘ongewenst’ volgens de Nederlandse wetgever zou leiden tot een vermindering van de rechtsbescherming van de geïntimideerde. Seksuele intimidatie wordt thans gedefinieerd als een vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie, welk gedrag als doel of gevolg heeft dat een persoon in zijn waardigheid wordt aangetast. Onduidelijk is op welke wijze deze definitie dient te worden uitgelegd. In 2009 heeft de Hoge Raad, in het zogeheten ‘Billenknijper-arrest’, zich uitgesproken over de uitleg van het begrip ‘seksuele intimidatie’. In haar annotatie analyseert de auteur dit arrest van de Hoge Raad en stelt zij (de onjuistheid van) de implementatie van Richtlijn 2002/73/EG in de Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving aan de orde. Haar belangrijkste conclusie is dat de redactie van artikel 7:646 BW aanpassing behoeft, waarbij het woord ‘ongewenst’ in de definitie van het begrip ‘seksuele intimidatie’ dient te worden opgenomen.


J.P. Zeilstra
Mr. J.P. Zeilstra is als docent/onderzoeker verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 62 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.