Zoekresultaat: 34 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Access_open Tien jaar later: kritische beschouwingen bij de visie van het Europees Hof op de sharia

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden European Court of Human Rights, Sharia, Refah Partisi, human rights
Auteurs Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The article discusses the implications of the Refah Partisi vs. Turkey case. The Court has made onerous assumptions about the notion sharia by declaring it a ‘violation of [European Human Rights] Convention values’. The Court should not have ventured into an interpretation of a highly technical and controversial term like ‘sharia’, especially when done so in connection with the inciting use of that term by Refat Partisi members. Moreover, given the fact that sharia also encompasses religious rituals like prayer, fasting and burial, calling sharia a violation of human rights is a misnomer. The Court should not have allowed itself to get lured into a domain it is not knowledgeable about but should have stuck to strict legal reasoning.


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. M.S.Berger@religion.leidenuniv.nl.

Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is tevens verbonden aan Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

Een gemengde sla van ondernemingsbegrip, toerekenbaarheid, beboeting en landbouwbeleid

Besluit van de NMa van 15 mei 2012, zaak 7036 (Paprika)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2013
Auteurs Mr. P.V.F. Bos en Mr. M.J. Plomp
Auteursinformatie

Mr. P.V.F. Bos
Pierre Bos is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. M.J. Plomp
Mariëtte Plomp is advocaat bij BarentsKrans.

    Cliëntenraad: disfunctioneren; representativiteit

    Spoedappèl, zorgverzekeraar, niet-gecontracteerde zorg, artikel 13 Zvw, schending hinderpaalcriterium

Jurisprudentie

Terugkerende vragen bij naming en shaming door toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden naming & shaming, openbaarmaking, publicatie, reputatieschade
Auteurs Mr. Margot Aelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een thema dat direct aan toezicht in de media refereert is naming en shaming. Dat staat voor het verschijnsel dat een toezichthouder een boetebesluit publiceert met als gevolg dat de geadresseerde van het boetebesluit reputatieschade kan leiden. Het publiceren van een boetebesluit heeft binnen het kader van naming en shaming daarmee twee functies. Ten eerste is er een transparantiemotief, wat wil zeggen dat de toezichthouder zijn besluiten openbaar maakt met als doel inzicht te geven in zijn handelen en inzicht te geven in zijn handhavingsbeleid. Ten tweede is er een (in)direct handhavingsmotief: de reputatieschade kan op zichzelf door de toezichthouder worden bedoeld (en door de geadresseerde worden ervaren) als sanctie. Aan beide motieven ligt het idee ten grondslag dat openbaarmaking van boetebesluiten een preventieve functie kan hebben op het gedrag van potentiële normovertreders.


Mr. Margot Aelen
Mr. M. Aelen is promovenda bij de Universiteit Utrecht en redactielid van TvT.
Jurisprudentie

Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Universiteit Nederlandse Antillen, ontslag rector magnificus, bestuursorgaan, civielrechtelijke arbeidsovereenkomst, publiekrechtelijk of civielrechtelijk geschil
Auteurs Mr. G.B. Steward en Mr. dr. Jeff Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    De rector magnificus wordt door de raad van toezicht van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) op staande voet ontslagen. Hiertegen komt hij verweer bij de civiele rechter in eerste aanleg. Deze spreekt uitgebreid en gemotiveerd recht in het voordeel van de ex-rector magnificus. de UNA gaat in hoger beroep. Het Hof oordeelt ambtshalve dat deze zaak niet thuis hoort bij de civiele rechter doch bij de LAR-rechter. Schrijvers benaderen dit nagenoeg ongemotiveerde oordeel van het Hof vanuit een civielrechtelijke danwel een bestuursrechtelijke optiek. Zij komen beiden tot de conclusie dat de gedachtengang van het Hof niet goed te volgen is.


Mr. G.B. Steward
Mr. G.B. Steward is advocate bij VanEpsKunnemanVanDoorne.

Mr. dr. Jeff Sybesma
Mr. dr. Jeff Sybesma is redactielid van Caribisch Juristenblad.

    Er kan/mag rekening worden gehouden met ontwikkelingen die ná het BREF zijn opgetreden. De in geding zijnde maatregelen beantwoorden aan de best beschikbare technieken en zijn technisch haalbaar en gebruikelijk in de bedrijfstak waartoe appellante behoort

    Gedoogplicht van gebruik van gedeelte perceel voor verbreding watergang moet worden beschouwd als de feitelijke onteigening van dat gedeelte van het perceel hetgeen niet betekent dat altijd de Onteigeningswet moet worden toegepast

    Het wijzigen van een gerealiseerde en vergunde veehouderij is een afzonderlijk project. De bestaande situatie hoeft niet te worden betrokken bij de vraag of een passende beoordeling op grond van de Habitatrichtlijn is vereist


Marieke Kaajan

    Huisarts; intieme relatie met twee patiënten; stelt zich onder behandeling; wil op termijn weer als huisarts werkzaam zijn; gedeeltelijke ontzegging: niet toegestaan om rechtstreekse contacten met vrouwelijke patiënten te hebben

Jurisprudentie

De reikwijdte van de geheimhoudingsplicht

Tussen loyaliteit en klokkenluiden staan wetten in de weg en praktische bezwaren

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden geheimhouding, klokkenluiden, vrijheid van meningsuiting, Wft, belangenconflict
Auteurs A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    De geheimhoudingsplicht is verbonden met loyaliteit en discretie. Bij schending van deze plicht rijst de vraag of een werknemer recht heeft op klokkenluidersbescherming. Hoofdregel is dat de werknemer eerst intern misstanden aan de orde moet stellen bij een leidinggevende of een andere competente autoriteit of competent orgaan.
    De Hoge Raad heeft zich nu voor het eerst expliciet uitgelaten over een mogelijke uitzondering als duidelijk is dat een interne melding geen effect zal hebben. Die uitzondering doet zich voor als de directie zelf op de hoogte is van de misstand. In cassatie had de werknemer zich ook nog beroepen op interne en wettelijke regels. Tegen deze achtergrond gaat de auteur na wat de reikwijdte van de uitzondering in dit geval is. Haar conclusie is dat een rechtvaardiging voor schending van geheimhouding nog steeds niet snel mag worden aangenomen.


A.M. Helstone
Mw. mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

De toezeggingsbeschikking inzake e-books

Besluit van de Commissie van 12 december 2012, zaak COMP/39.847

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2013
Trefwoorden e/books, Apple, kartelverbod, agentuurovereenkomst, toezeggingsbeschikking
Auteurs Mr. P.P.J. van Ginneken en Mr. C.P.J. van Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 heeft de Europese Commissie een toezeggingsbeschikking op grond van artikel 101 VWEU genomen met betrekking tot de detailhandelsprijzen voor e-books. In deze annotatie plaatsen de auteurs enkele kanttekeningen bij deze toezeggingsbeschikking door deze te vergelijken met het Amerikaanse e-books-onderzoek. De auteurs vragen zich af of de beoordeling van de rol van Apple en de keuze van een toezeggingsbeschikking door de Commissie wel juist zijn.


Mr. P.P.J. van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is werkzaam bij Brinkhof N.V.

Mr. C.P.J. van Veen
Mr. C.P.J. van Veen is werkzaam bij Brinkhof N.V.
Jurisprudentie

HvJ EU Expedia en de mededingingsrechtelijke merkbaarheid

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Expedia, de minimis, strekkingsbeding, merkbaarheidstoets
Auteurs Mr. E.F. van Hasselt, Mr. H.E. Urlus en A. Baars
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Expedia-arrest leert dat een strekkingsbeding met interstatelijk effect niet op merkbaarheid wordt getoetst, en dat de ‘de minimis’ bekendmaking de nationale autoriteiten niet bindt.
    Deze bijdrage bespreekt dat deze benadering niet eenvoudig past in de nationale praktijk. Er blijft ook behoefte aan een nadere uitleg wanneer er sprake is van een strekkingsbeding. Expedia lijkt ruimte te laten voor een merkbaarheidstoets. De Nederlandse jurisprudentie over de merkbaarheidstoets verdient mogelijk wel bijstelling. Auteurs concluderen dat merkbaarheid, in ieder geval bij de toepassing van artikel 6 Mw, nog een relevant toetscriterium is. De eerste Nederlandse uitspraken post Expedia lijken dit te bevestigen.
    HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.


Mr. E.F. van Hasselt
Mr. E.F. van Hasselt is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

Mr. H.E. Urlus
H.E. Urlus is als advocaat verbonden aan het advocatenkantoor Greenberg Traurig, LLP te Amsterdam.

A. Baars
Anoek Baars is als juridisch medewerker aan Greenberg Traurig, LLP verbonden.
Jurisprudentie

Openbaar personenvervoer over binnenwater: tussen wal en schip

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden staatssteun, compensatie, DAEB, openbaar personenvervoer, veerdienst
Auteurs Mr. E.W.F. Schotanus
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam heeft op 28 maart 2013 een oordeel over een besluit van het college van B&W van de Gemeente Gorinchem uitgesproken. Op advies van de Europese Commissie is de rechtbank van mening dat een compensatie voor het verrichten van openbaar personenvervoer over water onder Verordening 2007/1370/EU noch onder Beschikking 2005/842/EG en Besluit 2012/21/EU valt. Het verstrekken van een compensatie aan de Veerdienst Gorinchem had dientengevolge bij de Europese Commissie dienen te worden aangemeld. Bij gebreke aan een dergelijke melding en vervolgens een goedkeurende beschikking van de Europese Commissie herroept de rechtbank het besluit van het college van B&W.Rb. Rotterdam 28 maart 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5824 (X/college van B&W van de Gemeente Gorinchem)


Mr. E.W.F. Schotanus
Mr. E.W.F. Schotanus is advocaat bij KienhuisHoving
Jurisprudentie

De (on)toelaatbaarheid van het passing on-verweer: TenneT c.s./ABB c.s.

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden schadevergoeding, artikel 101 lid 1 VWEU, passing on, doorberekeningsverweer
Auteurs Mr. drs. R.W.E. van Leuken
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij vonnis van 16 januari jl. heeft de Rechtbank Oost-Nederland (zittingsplaats Arnhem) ABB Ltd. en dochtermaatschappij ABB B.V. veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan TenneT TSO B.V. en Saranne B.V. wegens schending van artikel 101 lid 1 VWEU. De vaststelling van de schade geschiedt ex artikel 6:97 BW op abstracte wijze; het beroep door gedaagden op het passing on-verweer (of doorberekeningsverweer) wordt expliciet verworpen. In het hiernavolgende bespreek ik dit onderdeel van het vonnis, en vergelijk het met een recente uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403.(TenneT TSO B.V. en Saranne B.V./ABB B.V., ABB Holdings B.V. en ABB Ltd.)


Mr. drs. R.W.E. van Leuken
Mr. drs. R.W.E. van Leuken is als onderzoeker verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

2013/20 Vzr. Rechtbank Zeeland–West-Brabant 14 maart 2013 (m.nt. mr. drs. K.D. Meersma en mr. drs. B.A. van Schelven)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Zorgverzekeraar, niet-gecontracteerde zorg, artikel 13 Zvw, schending hinderpaalcriterium
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.