Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2012 x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Jurisprudentie

Collectieve actie/massaschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden ADR, class action, class arbitration
Auteurs Prof. mr. E. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek signaleert enige nieuwe uitgaven en een drietal congressen op het gebied van class actions. De boeken zijn de Gentse dissertatie van Stefaan Voet, een bundel over de rechtseconomische aspecten van class actions onder redactie van Jürgen Backhaus, Alberto Cassone en Giovanni Ramello, en het boek Mass justice onder redactie van Jenny Steele en Willem van Boom. Deze zomer waren aan dit onderwerp in ons land voorts drie bijeenkomsten gewijd: een vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht te Amsterdam, een workshop aan het Netherlands Institute for Advanced Studies te Wassenaar en een inaugurele rede aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Uit een rede van de eurocommissaris voor Justitie kan evenwel worden afgeleid dat er op Europees niveau thans geen class action zal komen.


Prof. mr. E. Hondius
Mr. E. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Terug naar de vorm? Een blik op Tomra

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Hof van Justitie, Tomra, Misbruik, Getrouwheidskortingen, Richtsnoeren
Auteurs Mr. P.J.H.M. van Osch LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van de uitspraak van het Hof van Justitie in de Tomra-zaak. Het Hof van Justitie bevestigt het eerdere oordeel van het Gerecht dat Tomra misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie op de markt voor emballage innameautomaten. Het misbruik bestond uit het uitvoeren van een mededingingsbeperkende strategie door het aangaan van exclusiviteitsafspraken, afnamedoelstellingen en kortingsregelingen met terugwerkende kracht. Auteur bespreekt het arrest tegen de achtergrond van de richtsnoeren van de Europese Commissie inzake artikel 102 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) met specifieke aandacht voor de mogelijkheid van een de minimis regel en het belang van de effects-based benadering in misbruikzaken.


Mr. P.J.H.M. van Osch LL.M
Mr. P.J.H.M. van Osch LL.M. is advocaat en projectjurist bij Oxcon.
Jurisprudentie

Horizontale betrekkingen in franchiserelaties

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Franchise, Rayonnering, Horizontaal, Verticaal, Kartelverbod
Auteurs Mr. X.A. Reintjes
SamenvattingAuteursinformatie

    Schakelt de NMa franchising uit als middel voor regionale ondernemingen om landelijk hun diensten te kunnen aanbieden? Deze vraag staat centraal in deze annotatie. Daarbij wordt ingegaan op de concrete geschiktheid van afspraken over rayonnering om de intrabrand mededinging te beperken en het daaruit volgende effect op de interbrand mededinging in de markt. De groepsvrijstelling verticale overeenkomsten kan vervolgens van toepassing zijn, ook op franchiseconstructies waarbij franchisegever en franchisenemers mede in een horizontale relatie staan. De relatie tussen de franchisenemers met beslissende zeggenschap over de franchisegever kan echter worden getoetst aan het kartelverbod en mogelijk onderhevig zijn aan concentratietoezicht.


Mr. X.A. Reintjes
Mr. X.A. Reintjes is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.

    De intrekking van een vergunning elders kan als mitigerende maatregel worden aangemerkt die bij de passende beoordeling mocht worden betrokken. Er is sprake van een directe samenhang tussen het bedrijf waarvan de vergunning is ingetrokken en het bedrijf waarvoor vergunning is verleend


Marieke Kaajan
Jurisprudentie

Het Europese grondrecht van jaarlijkse vakantie: voorwaarden bij ziekte en (horizontale) doorwerking

HvJ EU 22 november 2011, C-214/10, JAR 2012/19 (KHS/Schulte) en HvJ EU 24 januari 2012, C-282/10, JAR 2012/54 (Dominguez/CICOA)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Arbeidstijdenrichtlijn, vakantie, grondrecht, horizontale werking, vervaltermijn bij ziekte
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bespreking van de recente arresten van het HvJ EU over het jaarlijkse vakantierecht met behoud van loon worden twee onderwerpen behandeld. Ten eerste het grondrechtelijk karakter van het vakantierecht, de effecten daarvan voor eventuele directe horizontale werking en de verhouding van dit EU-grondrecht met het vergelijkbare ILO-grondrecht. Ten tweede wordt op basis van de nieuwe Europese jurisprudentie, waarbij het verval van vakantierechten bij ziekte niet langer is uitgesloten, onderzocht of de nieuw ingevoerde Nederlandse vervaltermijn voor vakantierechten niet te kort is.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mw. mr. dr. A.G. Veldman is als universitair hoofddocent verbonden aan de vaksectie (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Bespreking arresten van het Gerecht van 2 februari 2012 in de zaken T-76/08, DuPont/Commissie en T-77/08, Dow/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Dow, DuPont, Europese Commissie, chloropeenrubberkartel, joint venture
Auteurs Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In de arresten van het Gerecht van 2 februari 2012 in de zaken T-76/08, DuPont/Commissie en T-77/08, Dow/Commissie, gericht tegen de beschikking van de Commissie van 5 december 2007 inzake het Chloropreenrubberkartel, is met name de vraag aan de orde of een overtreding gepleegd door een concentratieve (full-function) joint venture kan worden toegerekend aan de beide ouders. Deze vraag is niet nieuw, maar was nog niet eerder aan de Unierechter voorgelegd.


Mr. E.H. Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. en tevens redactielid van M&M.

    Vergunningplicht krachtens de Nbw 1998 voor uitzaaien van geïmporteerde schelpdieren in Natura 2000-gebied is geen verboden handelsbelemmerende maatregel ingevolge het Unierecht

    Het in de Crisis- en herstelwet opgenomen verbod voor lagere bestuursorganen om beroep in te stellen tegen niet tot hen gerichte besluiten is niet in strijd met (o.a.) EVRM, Europees Handvest en Aarhus

    Alleen bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald met welke dodingsmiddelen in afwijking van de Vogelrichtlijn vogels mogen worden gedood. De nijlgans wordt niet beschermd door de Vogelrichtlijn en mag worden vergast

Jurisprudentie

Lautsi versus Italië: moeilijk evenwicht tussen neutraliteit en godsdienstvrijheid

EHRM 18 maart 2011, nr. 30814/06 (Lautsi/Italië)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Lautsi, EHRM, grondrechten, godsdienstvrijheid, appreciatiemarge
Auteurs Mr. F. Atto
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Lautsi/Italië heeft de Grote Kamer van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de veel bekritiseerde eerdere uitspraak van de enkele Kamer vernietigd en geoordeeld dat de Italiaanse traditie van kruisbeelden op openbare scholen valt binnen de appreciatiemarge die Italië als lidstaat toekomt. De auteur zet het arrest uiteen en onderzoekt de vraag welke arbeidsrechtelijke betekenis het arrest voor Nederland zou kunnen hebben. De ruime appreciatiemarge die het Hof in Lautsi/Italië aan de lidstaten toekent, wordt geacht brede implicaties te hebben die ook voor Nederlandse publieke en private werkgevers van belang kunnen zijn.


Mr. F. Atto
Mr. F. Atto is jurist en schreef onderhavige annotatie in het kader van haar scriptie voor de master arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

‘De Nederlander betaalt teveel voor zijn biertje’

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Nederlandse biermarkt, bewijslast, clementie, redelijke termijn, algemene beginselen
Auteurs Mr. R. Ludding en Mr. F. Pasaribu
SamenvattingAuteursinformatie

    De hier te bespreken arresten van 16 juni 2011, zaken T-240/07 (Heineken N.V. en Heineken Nederland B.V.) en T-235/07 (Bavaria N.V.), alsmede het arrest van 15 september 2011, zaak T-234/07 (Koninklijke Grolsch N.V.), betreffen het Nederlandse ‘bierkartel’, dat volgens de Europese Commissie in haar boetebesluit in ieder geval in de periode 1996-1999 actief was.


Mr. R. Ludding
R. Ludding is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

Mr. F. Pasaribu
F. Pasaribu is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

    De milieuvergunning hoefde niet te worden getoetst aan de emissieplafonds die door de NEC-richtlijn worden voorgeschreven. De vergunning brengt het door de richtlijn voorgeschreven resultaat niet in gevaar. Dit resultaat kan niet door particulieren voor de rechter worden ingeroepen vóórdat de overgangsperiode is verstreken.

Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.