Zoekresultaat: 11 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns

    Ex-neuroloog; strafvervolging; hulpeloosheid; voorwaardelijke opzet; mishandeling

Jurisprudentie

2013/23 Hoge Raad 12 maart 2013

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Niet BIG-geregistreerde behandelaar, handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, gedragingen waardoor buiten noodzaak schade aan de gezondheid wordt toegebracht of aanmerkelijke kans daarop ontstaat, geen schending zorgplicht, geen verhoging gevaar dat gevolg aan handelen kan worden toegerekend

    Zuigeling sterft na inadequate triage door huisartsassistente die heeft gelogen over haar kwalificaties; art. 255 Sr.; art. 96 Wet BIG: schadevergoeding benadeelde partij

Jurisprudentie

2005/36 Huisarts; palliatieve zorgverlening: vrijspraak van moord

Gerechtshof Den Bosch (mr. Huurman-van Asten, vice-president, als voorzitter, mr. Bergkotte, vice-president, en mr. De Poorter, vice-president, als raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. Kroes, griffier) d.d. 19 juli 2005.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2005
Auteurs




Jurisprudentie

2006/9 Kindercardioloog; tekortschieten bij complexe medische ingreep bij een jong kind: dood door schuld en bezit kinderporno: gevangenisstraf, werkstraf en ontzetting uit het beroep van arts

Gerechtshof Arnhem (mr. P.C. Vegter, voorzitter, mrs. J.A. Coster van Voorhout en J.A.W. Lensing, raadsheren en mr. S.G.M. Schellekens, griffier) d.d. 12 oktober 2005.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2006
Auteurs


Jurisprudentie

2007/43 Behulpzaam zijn bij zelfdoding; uitleg van ‘instructies’ en ‘concrete handelingen of vaardigheden’: vrijspraak

Rechtbank Amsterdam (mr. W.M. van den Bergh, voorzitter, mrs. A. Tegelaar en A.D. Belcheva, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van den Berg, griffier) d.d. 22 januari 2007 (m.nt. prof. mr. J. Legemaate).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2007
Auteurs



W.L.J.M. Duijst
Jurisprudentie

T-Mobile e.a./NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden onderling afgestemde feitelijke gedraging, mededingingsbeperkende strekking, informatie-uitwisseling tussen concurrenten, bewijsvermoeden causaal verband
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2009 beantwoordde het Hof van Justitie prejudiciële vragen in de zaak van de mobiele operators (zaak C-8/08, T-Mobile e.a./NMa). De eerste vraag van het CBb had betrekking op de uitleg van het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging (oafg) met mededingingsbeperkende strekking. Volgens het Hof heeft een oafg een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij concreet de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt concreet kan beperken. Uitwisseling van informatie tussen concurrenten heeft een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij onzekerheden over voorgenomen gedrag kan wegnemen. De tweede en derde vraag van het CBb betroffen de toepassing van het zogenoemde Anic-bewijsvermoeden met betrekking tot het causaal verband tussen afstemming en daaropvolgend marktgedrag. Volgens het Hof is dit bewijsvermoeden een regel van materieel recht. Het bewijsvermoeden mag bij elke oafg worden toegepast.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.