Zoekresultaat: 28 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

The Greenery/Oussoren

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden coöperatie, exclusieve leveringsplicht (oud-)leden, verticale beperkingen en cumulatief effect, afweging concurrentiebeperkende tegen concurrentiebevorderende effecten, rule of reason?
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak oordeelt het Gerechtshof Den Haag over een door landbouwcoöperatie The Greenery met een van haar voormalige leden gemaakte afspraak tot exclusieve levering. Anders dan de rechtbank in eerste aanleg ziet het gerechtshof geen strijd met artikel 101 VWEU en/of artikel 6 Mw. Daartoe maakt het gerechtshof onder meer een afweging tussen de concurrentiebeperkende gevolgen en de concurrentiebevorderende effecten van de leveringsverplichting, zonder deze afweging binnen het kader van artikel 6 lid 1 Mw/artikel 101 lid 1 VWEU te plaatsen. Aanvaardt het gerechtshof hier in feite een, door de Luxemburgse rechtspraak categorisch afgewezen, rule of reason?


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP in Amsterdam.
Jurisprudentie

‘De Nederlander betaalt teveel voor zijn biertje’

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Nederlandse biermarkt, bewijslast, clementie, redelijke termijn, algemene beginselen
Auteurs Mr. R. Ludding en Mr. F. Pasaribu
SamenvattingAuteursinformatie

    De hier te bespreken arresten van 16 juni 2011, zaken T-240/07 (Heineken N.V. en Heineken Nederland B.V.) en T-235/07 (Bavaria N.V.), alsmede het arrest van 15 september 2011, zaak T-234/07 (Koninklijke Grolsch N.V.), betreffen het Nederlandse ‘bierkartel’, dat volgens de Europese Commissie in haar boetebesluit in ieder geval in de periode 1996-1999 actief was.


Mr. R. Ludding
R. Ludding is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

Mr. F. Pasaribu
F. Pasaribu is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Jurisprudentie

CBb oordeelt dat NMa onderzoek in zaak mobiele operators deels overnieuw moet doen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden oafg, informatie-uitwisseling, anic-bewijsvermoeden
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    In de langslepende zaak van de mobiele operators heeft het CBb, na de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak T-Mobile Netherlands (zaak C-08/8), geoordeeld dat de NMa haar onderzoek deels overnieuw moet doen. De rechtbank was reeds in beroep tot deze conclusie gekomen. Dit oordeel is nu in hoger beroep door het CBb bevestigd. De NMa zal derhalve alsnog het door de mobiele operators gevoerde verweer moeten beoordelen dat het causaal verband tussen de door het CBb vastgestelde onderlinge afstemming en het daarop volgende marktgedrag van de mobiele operators ontbreekt.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Jurisprudentie

AstraZeneca/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden AstraZeneca, misbruik, regelgeving, geneesmiddelensector, toolbox
Auteurs Mr. P.P.J. van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    GvEA 1 juli 2010, zaak T-321/05, AstraZeneca AB e.a./Commissie, n.n.g. Misbruik van regelgeving in de geneesmiddelensector.
    In de uitspraak van het Gerecht van 1 juli 2010 spreekt het Gerecht zich voor de eerste keer uit over misbruik van regelgeving in de geneesmiddelensector. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht de verhouding tussen enerzijds het mededingingsrecht en anderzijds het octrooirecht en de geneesmiddelenregulering. Het Gerecht bevestigt dat het kunstmatig verlengen van de octrooirechtelijke en regulatoire bescherming van een geneesmiddel misbruik van machtspositie oplevert. De uitspraak van het Gerecht is een overwinning voor de Commissie, die graag de toolbox van de octrooihoudende geneesmiddelenproducenten wil aanpakken.


Mr. P.P.J. van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof in Amsterdam.

K.F.H. Pieters

M.B.M. Loos
Jurisprudentie

Arrest Gerecht ’s-Gravenhage: het Havenbedrijf/de oliesector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden excessieve tarieven, civiele handhaving, bewijslast, informatievergaring, excessieve prijzen
Auteurs Dr. mr. M.M. Slotboom en Mr. drs. B.J.J. Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage ‘het Havenbedrijf/de oliesector’ illustreert de ingewikkelde economische beoordeling van het mededingingsrecht in civiele zaken en met name in geval van vermeende excessieve prijzen. Het Hof bevestigt dat de bewijslast ook in civiele zaken betreffende misbruik van machtspositie wegens excessieve prijsvoering op de eiser rust. Om aan die bewijslast te kunnen beantwoorden zal de eiser informatie nodig hebben van de vermeende inbreukmaker op artikel 102 VWEU en/of 24 Mw. De mogelijkheid voor een eiser in een civiele procedure om met name informatie te verkrijgen over de relatie tussen prijzen en kosten van de gedaagde zijn evenwel zeer beperkt. Uit onderhavig arrest volgt in ieder geval dat een deskundigenonderzoek naar de kosten van de vermeende inbreukmaker pas kans van slagen heeft op het moment dat de eiser aannemelijk kan maken dat er daadwerkelijk sprake is van excessieve prijzen. De eisende partij in civiele zaken zal daardoor in een vicieuze cirkel terecht komen, waardoor civiele procedures inzake excessieve prijzen veelal zullen stranden.


Dr. mr. M.M. Slotboom
Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons in Brussel.

Mr. drs. B.J.J. Haan
Mr. drs. B.J.J. Haan is werkzaam bij Simmons & Simmons.
Jurisprudentie

2005/43 Arts; extra hoge eisen aan zorgvuldig handelen en voorlichting bij alternatieve behandelingen; strijd met artikel 47 lid 1 Wet BIG: waarschuwing

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (mr. R.A. Torrenga, voorzitter, mrs. A.D.R.M. Boumans, J.K.M. Gevers, leden-juristen, prof. dr. J.B.L. Hoekstra, dr. T.J.M. Tobé, leden-beroepsgenoten, mr. C.M.J. Wuisman-Jansen, secretaris) d.d. 12 juli 2005.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2005
Auteurs


Jurisprudentie

2005/3 Immateriële schadevergoeding; onrechtmatige daad niet melden (dreigende) gevaarssituatie door psychotherapeut?

Gerechtshof Leeuwarden (mrs. Mollema, voorzitter, Bax-Stegenga en De Bock, raden) d.d. 22 december 2004.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2005
Auteurs


Jurisprudentie

2008/12 Belang bij informatie weegt zwaarder dan belang van melder incident; dossierplicht

Voorzieningenrechter Rechtbank Zwolle-Lelystad (mr. Y. Telenga) d.d. 20 december 2007.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2008
Auteurs



A.C. Hendriks


Jurisprudentie

2003/55 KNO-arts; aansprakelijkheid; deskundigenonderzoek; informed consent; verslaglegging.

Rechtbank Maastricht (mr. B.C.W.M. Dekkers) d.d. 15 augustus 2002.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2003
Auteurs


Jurisprudentie

Verjaring

Hof Amsterdam 15 december 2009, LJN BL3708

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden verjaring, immateriële schadevergoeding, materiële schadervergoeding
Auteurs Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Appellante in het onderhavige appèl (hierna: weduwe) is gehuwd geweest met X (hierna: echtgenoot). De echtgenoot heeft van 1960 tot en met 1975 gewerkt bij een rechtsvoorganger van geïntimeerde (geïntimeerde hierna: B.V. X). In oktober en november 2005 is de echtgenoot opgenomen geweest in een ziekenhuis, waarbij mesothelioom is gediagnosticeerd. De weduwe stelt zich op het standpunt dat B.V. X als voormalig werkgever van de echtgenoot haar zorgverplichting als werkgever heeft geschonden door zonder passende veiligheidsmaatregelen de echtgenoot bloot te stellen aan asbest, waardoor de fatale asbestziekte mesothelioom is ontstaan. Bij brief van 4 januari 2006 heeft de gemachtigde van de weduwe namens de echtgenoot B.V. X aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. De echtgenoot is op 6 januari 2006 overleden. De verzekeraar van B.V. X heeft bij brieven van 6 juli en 28 september 2006 aansprakelijkheid afgewezen.


Mr. dr. J.L. Smeehuijzen
J.L. Smeehuijzen is universitair hoofddocent aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem.
Jurisprudentie

Bewijsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Voorlopig deskundigenbericht, Bewijsaanbod, Voorlopig getuigenverhoor, Aanhangigheid, Misbruik van bevoegdheid, Bewijslast, Deskundigenonderzoek, Getuige, Voorlopig deskundigenonderzoek, Belanghebbende
Auteurs Boonekamp, R.J.B.

Boonekamp, R.J.B.
Jurisprudentie

T-Mobile Netherlands: het Hof schenkt klare wijn over de uitleg van een doelbeperking bij een economische benadering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden doelbeperking, economische benadering, ervaringsregel, onderling afgestemde feitelijke gedraging, causaliteitsvermoeden
Auteurs Mr. drs. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof heeft in zijn uitspraak in T-Mobile Netherlands uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat in het geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging een doelbeperking is aangetoond zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag. Hierna volgt eerst een korte weergave van de standpunten die de betrokken instanties hadden ingenomen in de aanloop naar de prejudiciële procedure. Daarna worden de antwoorden van het Hof behandeld. Die antwoorden worden vervolgens langs de economische meetlat gelegd.


Mr. drs. E.M.H. Loozen
Mr. drs. E.M.H. Loozen is docent bij het International and European Law Masters Programme van de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

CD-Contact Data GmbH/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ziekenhuizen, failing firm, IGZ, efficiëntieverweer, publieke belangen
Auteurs Mr. S. Verschuur en Mr. F. Bleker
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CD-Contact Data staat de vraag centraal wanneer een distributeur mag worden geacht te hebben ingestemd met het beleid van een leverancier tot beperking van parallelhandel. Als een leverancier stelselmatig probeert parallelhandel uit te bannen, moeten distributeurs terughoudend zijn met het uitwisselen van informatie over parallelhandel in hun gebied. Als de distributeur parallelhandel aan de kaak stelt bij de leverancier, loopt hij het risico een inbreuk te plegen op het kartelverbod. Na dit arrest ligt de drempel hier dus niet hoog.


Mr. S. Verschuur
Mr. S. Verschuur is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.

Mr. F. Bleker
Mr. F. Bleker is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.
Jurisprudentie

Europese ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Europese ontwikkelingen, Europees betalingsbevel, Europese geringe vordering, Mediationrichtlijn
Auteurs Mevrouw mr. P.M.M. van der Grinten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek bespreek de auteur ontwikkelingen op het terrein van het Europees procesrecht van 2005 tot en met januari 2009. Daarbij worden onder meer de verordeningen 1896/2006 (Europese betalingsbevelprocedure) en 861/2007 (Europese procedure voor geringe vorderingen) behandeld inclusief de daarbij behorende wetsvoorstellen ter uitvoering van deze verordeningen. Ook de Mediationrichtlijn (2008/52) komt kort aan de orde, evenals een tweetal groenboeken op het gebied van het executierecht.


Mevrouw mr. P.M.M. van der Grinten
Mr. P.M.M. van der Grinten is wetgevingsjurist bij het ministerie van Justitie.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.