Zoekresultaat: 22 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

De reikwijdte van de geheimhoudingsplicht

Tussen loyaliteit en klokkenluiden staan wetten in de weg en praktische bezwaren

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden geheimhouding, klokkenluiden, vrijheid van meningsuiting, Wft, belangenconflict
Auteurs A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    De geheimhoudingsplicht is verbonden met loyaliteit en discretie. Bij schending van deze plicht rijst de vraag of een werknemer recht heeft op klokkenluidersbescherming. Hoofdregel is dat de werknemer eerst intern misstanden aan de orde moet stellen bij een leidinggevende of een andere competente autoriteit of competent orgaan.
    De Hoge Raad heeft zich nu voor het eerst expliciet uitgelaten over een mogelijke uitzondering als duidelijk is dat een interne melding geen effect zal hebben. Die uitzondering doet zich voor als de directie zelf op de hoogte is van de misstand. In cassatie had de werknemer zich ook nog beroepen op interne en wettelijke regels. Tegen deze achtergrond gaat de auteur na wat de reikwijdte van de uitzondering in dit geval is. Haar conclusie is dat een rechtvaardiging voor schending van geheimhouding nog steeds niet snel mag worden aangenomen.


A.M. Helstone
Mw. mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

Overgang van onderneming in een triptiek: economische activiteiten, anciënniteit en cao’s

HvJ EU 6 september 2011, C-108/10, JAR 2011/262 (Ivana Scattolon/Ministerio dell’Instruzione, dell’Università e della Ricerca)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden overgang van onderneming, behoud senioriteit/anciënniteit, direct toepassen eigen cao na overgang
Auteurs Prof. dr. R.M. Beltzer en Mr. F. Koopman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Scattolon biedt minimaal drie interessante inzichten ten aanzien van overgang van onderneming. Ten eerste geeft het Hof van Justitie inzicht in de toepasselijkheid van Richtlijn 2001/23 op publieke ondernemingen. Ten tweede wordt de vraag beantwoord in hoeverre anciënniteit een voor overgang vatbaar recht is: de anciënniteit dient gekoppeld te zijn aan bij de vervreemder bestaande rechten. Opmerkelijk is dat het Hof tevens overwoog dat, indien anciënniteit op basis van deze regel niet zou overgaan, niettemin compensatie dient plaats te vinden indien de werknemer er anders substantieel op achteruit zou gaan. Ten slotte is hetgeen het Hof impliciet oordeelt over gebondenheid aan de overgekomen cao van groot belang voor de Nederlandse rechtspraktijk: het direct toepassen van de eigen cao na overgang van onderneming is mogelijk. Het Nederlandse recht is hier niet op berekend. Naar het oordeel van de auteurs ligt hier een taak voor de wetgever.


Prof. dr. R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar arbeid en onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. F. Koopman
Mw. mr. F. Koopman is advocaat arbeidsrecht bij Teekens Karstens.
Jurisprudentie

Hof Amsterdam 13 december 2011, LJN BU8763

‘Quota pars litis’-financieringsovereenkomst; betrokkenheid advocaat

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden no cure, no pay, quota pars litis, nietigheid, dwaling, informatieplicht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    Advocaten mogen niet bij wege van ‘no cure, no pay’ een ‘quota pars litis’-vergoeding (QPL) bedingen. Maar wat als een derde-rechtspersoon dankzij bemiddeling door de advocaat als financier optreedt volgens een QPL-model, terwijl de benadeelde niet weet dat familieleden van de advocaat in het bestuur van die rechtspersoon zitting hebben? Het Hof Amsterdam beslist dat de afspraak overeind blijft en dat noch de rechtspersoon noch de advocaat schadeplichtig is. De zaak toont de noodzaak om te komen tot kwaliteitsregulering van QPL-financiering.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Durham School of Law, Durham (Engeland).
Jurisprudentie

Pammer en Alpenhof: het richten van een website

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden consumentenovereenkomst, bevoegdheid rechter, website, internationale rechtsmacht, EEX-Verordening
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Pammer en Alpenhof van 7 december 2010 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de vraag wanneer een onderneming bij het gebruik maken van een website zijn activiteiten richt op één of meer bepaalde lidstaten in de zin van artikel 15 lid 1 sub c EEX-Verordening. In deze bepaling is de toepasselijkheid van artikel 16 EEX-Verordening geregeld dat bepaalt dat, ingeval van een geschil over een consumentenovereenkomst, de consument de leverancier mag dagvaarden in de lidstaat waarin hij zijn woonplaats heeft. Die regel geldt als de betrokken onderneming zijn commerciële activiteiten (mede) richt op die lidstaat en de gesloten overeenkomst onder die activiteiten valt. De vraag die in dit arrest centraal stond is aan welke criteria een internetsite moet voldoen opdat de activiteiten van de onderneming kunnen worden geacht te zijn ‘gericht op’ de lidstaat van de consument. Het arrest is ook van belang voor het bepalen van het toepasselijk recht ingevolge Rome I en mogelijk ook voor het vaststellen van jurisdictie ingeval van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht via een website.HvJ EU 7 december 2010, gevoegde zaken C-585/08, Pammer en C-144/09, Alpenhof, (n.n.g.)


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

Een uitgelezen uitgever geeft vooral geld uit

OK 27 mei 2010, LJN BM5928, JAR 2010/181

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden enquêterecht, toetsing bij enquêterecht in vergelijking tot toetsing bij medezeggenschapsrecht, strategische aspecten van een zogeheten LBO, ondernemingsraad
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 mei 2010 beslist dat rond de zogeheten leveraged buy-out (LBO) van PCM Holding door Apax sprake is geweest van wanbeleid. Daarbij kwamen vragen van strategie aan de orde en werd gewezen op de risico’s die een LBO naar zijn aard meebrengt. De OK was van oordeel, kort samengevat, dat PCM Holding een onderneming zonder duidelijke strategie was en dat ook daardoor bij de keuze voor Apax als partner voor een LBO niet voldoende doordacht was gehandeld.In de annotatie wordt bezien hoe de toetsing onder de vigeur van het enquêterecht in een geval als dit zich verhoudt tot de toetsing die de OK zou hebben toegepast wanneer de zaak via een beroep op artikel 26 Wet op de ondernemingsraden aan haar oordeel zou zijn onderworpen. Conclusie is dat die toetsing langs vergelijkbare lijnen zou zijn verlopen, aangenomen dat de betrokken centrale ondernemingsraad op dat moment zou hebben beschikt over de informatie die de OK op grond van het uitgevoerde onderzoek had.


Mr. R.A.A. Duk
Mr. R.A.A. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Den Haag.
Jurisprudentie

Afspraken met de overheid in ruil voor een lagere boete

CBb 7 juli 2010, LJN BN0540

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden fair trial-beginsel, marktoezichthouders, bestuurlijke boete
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het gaat om de vraag of een toezichthouder met een overtreder de afspraak kan maken dat deze in ruil voor een lagere boete afziet van bepaalde verdedigingsrechten, zoals het recht op stukken en het recht om te betwisten dat er sprake is van een overtreding. Het CBb is van oordeel dat dergelijke afspraken in beginsel rechtmatig zijn, maar laat wel ruimte voor de overtreder om onder stringente voorwaarden op de afspraak terug te komen.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.

C.T. Dekker


Jurisprudentie

2009/7 Wet toezicht zorginstellingen; ‘vermogensklem’ zorginstellingen; bevoegdheid tot het instellen van voorschriften door de Minister van VWS bij toelating is niet onbeperkt; bestreden besluit mist wettelijke grondslag: beroep gegrond

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (mr. Vlasblom, voorzitter, mr. W.M.D. van Diepenbeek en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat) d.d. 19 november 2008.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2009
Auteurs


Jurisprudentie

2004/47 Beroepsfout (waarnemend) huisarts; omkeringsregel in casu niet van toepassing

Hoge Raad der Nederlanden (P. Neleman, voorzitter, J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman en E.J. Numann, raadsheren) d.d. 19 maart 2004 (m.nt. mr. R.J.J. de Ridder).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2004
Auteurs


Jurisprudentie

Vereenzelviging, bindende partijbeslissing en een eenzijdige wijziging in het arbeidsrecht

HR 14 november 2003, NJ 2004, 138, m.nt. GHvV; JAR 2003/296 (Drie-S Invest B.V. en Stoof/Mammoet International B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2004
Trefwoorden vereenzelviging, wijziging arbeidsovereenkomst, bindend advies, bindende partijbeslissing, arbitrage
Auteurs W.L. Roozendaal

W.L. Roozendaal
Jurisprudentie

‘Coming of age’: de ontwikkeling van het ne bis in idem-beginsel in de EU-rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden ne bis in idem, dubbele vervolging, Artikel 4-P7 EVRM
Auteurs Mr. dr. W.B. van Bockel
SamenvattingAuteursinformatie

    De dynamiek van het Europese integratieproces stelt vaak nieuwe eisen aan de uitlegging en toepassing van aloude rechtsbeginselen, zowel door de Gemeenschapsrechter als door de rechters in de lidstaten. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op het beginsel ne bis in idem, de regel die verbiedt dat een tweede vervolging wordt ingesteld voor een feit waarover onherroepelijk door een rechter is beslist. Hoewel de uitlegging en toepassing van dit rechtsbeginsel van oudsher sterk nationaal is bepaald, kan deze inmiddels niet meer los worden gezien van de rechtsontwikkeling binnen het juridische kader van de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de EU (tot voor kort aangeduid als de zogeheten ‘derde pijler’ van de EU).


Mr. dr. W.B. van Bockel
Mr. dr. W.B. van Bockel is werkzaam bij het Robert Schuman Centre for Advanced Studies,European University Institute in Florence, Italië.
Jurisprudentie

Access_open ProCall en het einde van de kwaliteitsrekening: HR 13 juni 2003, zaaknr. C01/227, RvdW 2003, 108, NJ 2004, 196 (Coöperatie Vrijgevestigde Geneeskundigen Beatrixziekenhuis B.A./ProCall Factureerdiensten B.V.)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 01 2004
Trefwoorden Kwaliteitsrekening, Coöperatie, Afgescheiden vermogen, Betaling, Schuldeiser, Bank, Rekeninghouder, Bankrekening, Belanghebbende, Faillissement
Auteurs Christiaans, C.R.

Christiaans, C.R.
Jurisprudentie

Access_open Belangenverstrengeling in het vennootschapsrecht en bij opdracht: Kanttekeningen bij Hoge Raad 29 juni 2007 (C06/041HR) en bij Hoge Raad 6 april 2007 (C05/321HR)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Vennootschap, Bestuurder, Rechtshandeling, Belangenverstrengeling, Lasthebber, Vertegenwoordiging, Aandeelhouder, Lastgever, Lastgeving, Betaling
Auteurs Veen, W.J.M. van en Wechem, T.H.M. van

Veen, W.J.M. van

Wechem, T.H.M. van
Jurisprudentie

Ondernemingsprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden ondernemingsrecht
Auteurs Mr. H.E. Boschma en Mr. P.G.F.A. Geerts
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een vijftal interessante uitspraken van de Hoge Raad die verschenen zijn na afsluiting van onze vorige kroniek in TCR 2008, p. 28 besproken. Voorts zullen wij aandacht besteden aan enkele procesrechtelijke implicaties van een tweetal wetsvoorstellen op het terrein van het ondernemingsrecht.


Mr. H.E. Boschma
Mr. H.E. Boschma is xxxxxxx.

Mr. P.G.F.A. Geerts
Mr. P.G.F.A. Geerts is universitair docent HASO aan de RUG.
Jurisprudentie

Zaak C-440/07 P, Commissie/Schneider Electric

Niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Commissie in fusiecontrole

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Schneider, Legrand, niet-contractuele aansprakelijkheid, Europese Concentratieverordening, voorgenomen transactie
Auteurs Mr. M.F. Van Wissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 16 juli 2009 in de zaak Schneider Electric/Legrand heeft het Hof van Justitie van de EG zich voor de eerste keer uitgesproken over de niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Commissie bij de beoordeling van concentraties onder de Europese Concentratieverordening. In het arrest wordt de mogelijkheid om de Commissie aansprakelijk te houden voor schade die het gevolg is van haar optreden bij de beoordeling van concentraties zonder meer aanwezig geacht. De voorwaarden voor deze aansprakelijkheid van de Commissie zijn echter strikt.


Mr. M.F. Van Wissen
Mr. M.F. van Wissen is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Jurisprudentie

Ziekenhuis Walcheren/Oosterscheldeziekenhuizen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ziekenhuizen, publieke belangen, efficiëntieverweer, failing firm, IGZ
Auteurs Mr. P.D. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 maart 2009 heeft de NMa onder voorwaarden goedkeuring verleend voor de fusie tussen Stichting Ziekenhuis Walcheren en Stichting Oosterscheldeziekenhuizen. Door de concentratie ontstaat een monopoliepositie op het gebied van ziekenhuiszorg in de regio Midden-Zeeland. De NMa verleent uiteindelijk goedkeuring mede op basis van een efficiëntieverweer. Het besluit geeft inzicht in het samenspel tussen de drie toezichthouders in de zorgmarkt: de NMa, de NZa en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Daarbij vindt een afweging plaats tussen de beperkingen van de mededinging en publieke belangen zoals betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid van de ziekenhuiszorg.


Mr. P.D. van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Richtlijn oneerlijke handelspraktijken: een eerlijk compromis

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2005
Trefwoorden vrij verkeer van goederen en diensten
Auteurs B.J. Drijber

B.J. Drijber
Jurisprudentie

Gouden aandelen verder in de min

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7/8 2003
Trefwoorden vrijheid van vestiging en kapitaal
Auteurs B.J. Drijber

B.J. Drijber
Jurisprudentie

COÖPERATIEVE VERENIGING SUPERUNIE B.A./INTERPAY BEANET B.V. EN INTERPAY NEDERLAND B.V.

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2002
Trefwoorden Nederlandse mededingingsautoriteit, kort geding, mededinging, pinbetaling, betaling, handelspartner, relevante markt, afnemer, garantie, mededingingsrecht
Auteurs P.J. Kreijger

P.J. Kreijger
Toont 1 - 20 van 22 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.