Zoekresultaat: 7 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Jurisprudentie x

J.H.M. van Swaaij


Jurisprudentie

Recente ontwikkelingen in jurisprudentie en wetgeving over luchtkwaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden jurisprudentie, NSL, Wet lukchtkwaliteitseisen, Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007, overgangswet
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand, Mr. O. Kwast en Mr. dr. C.N. van der Sluis
Auteursinformatie

Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. van den Brand is officier van justitie te Den Haag.

Mr. O. Kwast
Mr. O. Kwast is werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Mr. dr. C.N. van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en treedt per 1 augustus 2009 in dienst bij de sectie bestuurs- en omgevingsrecht van Ploum Lodder Princen te Rotterdam.
Jurisprudentie

De fietsenzaak: bewijsregels revisited

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2009
Trefwoorden onderling afgestemde feitelijke gedraging, bewijs, bewijsvermoeden, bewijsregels, doeltreffendheidsbeginsel
Auteurs Mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In de ‘fietsenzaak’ past de rechtbank bewijsregels toe die door het Hof van Justitie (hierna: het Hof) en het Gerecht van Eerste Aanleg (hierna: het Gerecht) worden gehanteerd in zaken waarin de toepassing van artikel 81 EG-Verdrag door de Commissie wordt getoetst. Dat deed de rechtbank al eerder in de mobiele operators-zaak. Vanuit het bestuursprocesrecht bezien is dat niet opzienbarend. De ‘vrije bewijsleer’ laat de rechtbank die ruimte. Net als de mobiele operators-zaak, roept deze zaak echter de vraag op of de (bestuurs)rechter op grond van het gemeenschapsrecht daartoe verplicht kan zijn in zaken waarin de toepassing van artikel 81 EG-Verdrag aan de orde is. Het recente arrest van het Hof in de mobiele operators-zaak is daarom ook van belang voor de fietsenzaak.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. de Vries is werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Jurisprudentie

Afwikkeling van de nalatenschap van een erflater met laatste gewone verblijfplaats buiten Nederland

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden internationaal privaatrecht (IPR), internationaal erfrecht, afwikkeling nalatenschappen, internationaal afwikkelingsrecht, Wet conflictenrecht erfopvolging (art. 4 en 5)
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam wees op 3 september 2008 (LJN BG0764) een vonnis over onder meer het toepasselijke recht op de afwikkeling van een nalatenschap. Zeker wanneer, zoals in deze zaak, de laatste gewone verblijfplaats van de erflater buiten Nederland was gelegen, is nog onduidelijk hoe hiermee naar het Nederlands internationaal erfrecht moet worden omgegaan.Terecht zoekt de rechtbank in eerste instantie aansluiting bij de regels van internationaal privaatrecht van het land van erflaters (buitenlandse) laatste gewone verblijfplaats. Vervolgens corrigeert de rechtbank het verwijzingsresultaat echter met een beroep op de doelmatigheid van de afwikkelingsprocedure. De uitspraak van de rechtbank wordt in deze bijdrage kritisch besproken. De toegepaste correctie doet in de ogen van de auteur namelijk afbreuk aan de toch al niet gemakkelijke hanteerbaarheid van de Nederlandse regels van internationaal afwikkelingsrecht.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade in Groningen; j.g.knot@rug.nl.

    Bepalend voor de bevoegdheidsvraag is de capaciteit die feitelijk kan worden gerealiseerd. Het uit doelmatigheidsoogpunt alsnog beperken van de looptijd van de vergunning is niet in strijd met de wet.

Jurisprudentie

De overdracht van een onverdeeld aandeel

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden gemeenschap, onverdeeld aandeel, deelgenoten
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De overdracht van een onverdeeld aandeel in een tot een nalatenschap of een huwelijksgemeenschap behorend goed lijkt onmogelijk door het bepaalde in artikel 3:190 BW. In de praktijk valt dit echter mee, gezien de in de rechtspraak aangenomen uitzonderingen. Het wordt steeds moeilijker de vraag te beantwoorden welke reikwijdte artikel 3:190 BW nog heeft.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.