Zoekresultaat: 34 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Medezeggenschap na overgang onderneming: behoud van eenheid is geen synoniem van identiteitsbehoud

Hof van Justitie EG 29 juli 2010, C-151/09 (UGT-FSP)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, overgang van medezeggenschap, behoud van eenheid, behoud van entiteit, ondernemingsraad
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij een overname van de activa van een onderneming gaat het personeel op grond van de Richtlijn inzake overgang van onderneming automatisch mee over op de verkrijger, met behoud van alle rechten en plichten uit de (collectieve) arbeidsovereenkomst. Wanneer bij de vervreemder een medezeggenschapsorgaan is ingesteld, rijst de vraag of deze na overgang blijft bestaan. Op grond van artikel 6 van de Richtlijn 2001/23 behoudt de werknemersvertegenwoordiging haar functie en positie wanneer de onderneming na overgang ‘als eenheid blijft bestaan’. In de uitspraak UGT-FSP geeft het Hof van Justitie nadere invulling aan dit begrip. In haar annotatie analyseert de auteur deze uitspraak en past deze – aan de hand van een aantal casusposities – toe op de Nederlandse rechtspraktijk. Haar belangrijkste conclusie is dat de Nederlandse wetgever artikel 6 van de richtlijn alsnog moet implementeren.


Mr. I. Zaal
Mw. mr. I. Zaal is werkzaam als junior docent onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een proefschrift over medezeggenschap.
Jurisprudentie

Een uitgelezen uitgever geeft vooral geld uit

OK 27 mei 2010, LJN BM5928, JAR 2010/181

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2010
Trefwoorden enquêterecht, toetsing bij enquêterecht in vergelijking tot toetsing bij medezeggenschapsrecht, strategische aspecten van een zogeheten LBO, ondernemingsraad
Auteurs Mr. R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft bij beschikking van 27 mei 2010 beslist dat rond de zogeheten leveraged buy-out (LBO) van PCM Holding door Apax sprake is geweest van wanbeleid. Daarbij kwamen vragen van strategie aan de orde en werd gewezen op de risico’s die een LBO naar zijn aard meebrengt. De OK was van oordeel, kort samengevat, dat PCM Holding een onderneming zonder duidelijke strategie was en dat ook daardoor bij de keuze voor Apax als partner voor een LBO niet voldoende doordacht was gehandeld.In de annotatie wordt bezien hoe de toetsing onder de vigeur van het enquêterecht in een geval als dit zich verhoudt tot de toetsing die de OK zou hebben toegepast wanneer de zaak via een beroep op artikel 26 Wet op de ondernemingsraden aan haar oordeel zou zijn onderworpen. Conclusie is dat die toetsing langs vergelijkbare lijnen zou zijn verlopen, aangenomen dat de betrokken centrale ondernemingsraad op dat moment zou hebben beschikt over de informatie die de OK op grond van het uitgevoerde onderzoek had.


Mr. R.A.A. Duk
Mr. R.A.A. Duk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Den Haag.
Jurisprudentie

Afspraken met de overheid in ruil voor een lagere boete

CBb 7 juli 2010, LJN BN0540

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden fair trial-beginsel, marktoezichthouders, bestuurlijke boete
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het gaat om de vraag of een toezichthouder met een overtreder de afspraak kan maken dat deze in ruil voor een lagere boete afziet van bepaalde verdedigingsrechten, zoals het recht op stukken en het recht om te betwisten dat er sprake is van een overtreding. Het CBb is van oordeel dat dergelijke afspraken in beginsel rechtmatig zijn, maar laat wel ruimte voor de overtreder om onder stringente voorwaarden op de afspraak terug te komen.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken en is tevens redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Jurisprudentie

Kan een toezichthouder bij de handhaving nog prioriteiten stellen?

CBb 20 augustus 2010, LJN BN4700

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden wettelijke voorschriften, prioritering handhaving, handhavingspraktijk
Auteurs Mr. dr. E.J. Daalder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het gaat om de vraag in hoeverre een toezichthouder een verzoek om handhavend op te treden mag weigeren met verwijzing naar het prioriteitsbeleid. Het CBb stelt in deze uitspraak hier beperkingen aan. Toezichthouders moeten bij een handhavingsverzoek eerst onderzoek doen naar de gedraging die in de klacht wordt genoemd en vervolgens voor het niet handhaven na een inhoudelijke beoordeling van de klacht een motivering geven.


Mr. dr. E.J. Daalder
Mr. dr. E.J. Daalder is advocaat bij Pels Rijcken.
Jurisprudentie

Access_open Winstafdracht: einde aan slapend bestaan van artikel 6:104 BW

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 3 2010
Trefwoorden winstafdracht, abstracte schadeberekening, concrete schade, begroting van schade, punitive damages
Auteurs Mr. dr. T.E. Deurvorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Door dubbelzinnig taalgebruik in artikel 6:104 BW en een tweeslachtige parlementaire doelstelling wordt dit artikel weinig toegepast in de praktijk. Op 18 juni 2010 heeft de Hoge Raad in twee arresten – Setel/AVR en Ymere/X – artikel 6:104 BW aanzienlijk ruimer geïnterpreteerd in verschillende opzichten. De rechter wordt nu veel vrijheid gegund bij het bepalen van een vergoeding in het geval dat de benadeelde schade heeft geleden en de aansprakelijke winst heeft genoten, mits de vergoeding de vermoedelijke schade niet aanmerkelijk overschrijdt. Aan de begroting van de vermoedelijke schade worden echter geen hoge eisen gesteld. Te verwachten valt daarom dat justitiabelen geen flauw idee zullen hebben hoe groot de vergoeding zal zijn wanneer de rechter overgaat tot toepassing van artikel 6:104 BW. Daardoor komen de rechtszekerheid en een eerlijke rechtsbedeling op de tocht te staan.


Mr. dr. T.E. Deurvorst
Mr. dr. T.E. (Titia) Deurvorst is advocaat te Amsterdam en toegevoegd universitair hoofddocent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht (CIER).
Jurisprudentie

Het Nederlandse hoofdstuk in de Europese goksaga

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2010
Trefwoorden kansspelen, gokken op internet, Wet op de kansspelen, Ladbrokes, Betfair.
Auteurs Mr. J.C.M. van der Beek
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee recente arresten heeft het Hof van Justitie vragen beantwoord die betrekking hebben op het Nederlandse éénvergunningenstelsel voor kansspelen en op de wijze waarop de vergunningen worden gegeven en verlengd in overeenstemming is met het Europese recht, met name het vrij verrichten van diensten. Het Hof van Justitie meent dat de Nederlandse regelgeving die zowel tot doel heeft om gokverslaving te beteugelen als om fraude tegen te gaan consistent kan zijn, ook al heeft de vergunninghouder het recht om reclame te maken en de activiteiten uit te breiden. Het Hof van Justitie bevestigt dat het beginsel van wederzijdse erkenning van vergunningen binnen de EU niet geldt voor kansspelen.


Mr. J.C.M. van der Beek
Mr. J.C.M. van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

    Het hier te bespreken arrest markeerde het eindpunt van de eerste procedure in Luxemburg naar aanleiding van een beschikking van de Commissie op grond van artikel 9 Verordening (EG) 1/2003, waarin toezeggingen van De Beers, marktleider in de diamanthandel in Europa, om niet langer zaken te doen met Alrosa, verbindend werden verklaard. Om meerdere redenen een belangrijke zaak: het gaat om een steeds belangrijker handhavingsinstrument, ook in artikel 102-zaken, het Hof van Justitie komt tot een diametraal ander oordeel dan het Gerecht van Eerste Aanleg en bevestigt andermaal de (uiterst) terughoudende toetsing van mededingingsrechtelijke beschikkingen van de Commissie. De effect based-toepassing van artikel 102 VWEU lijkt onverminderd ver weg.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.

    Het recht op toegang tot documenten in handen van de overheid en de bescherming van persoonsgegevens als onderdeel van het recht op privéleven zijn fundamentele rechten. Bij een verzoek om documenten die persoonsgegevens bevatten, komen beide fundamentele rechten aan de orde. In Bavarian Lager verzekeren het Gerecht van Eerste Aanleg (hierna: Gerecht)en het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) ofwel het belang van openbaarheid ofwel de bescherming van persoonsgegevens volledig, hetgeen ten koste gaat van de bescherming van het andere recht. De advocaat-generaal staat daarentegen een case to case analysis voor waarmee strijdige fundamentele rechten evenwichtig kunnen worden getoetst.


Mr. T. Nauta
Mr. T. Nauta is junior docent aan de Universiteit Utrecht bij de leerstoel Economisch Publiekrecht.
Jurisprudentie

Van Auroux/Roanne naar Müller/Wildeshausen: waar ligt de grens van de aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden overheidsopdracht, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, publiekprivate samenwerking
Auteurs Mr. G. ‘t Hart en Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Müller-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europsese Unie (hierna: Hof van Justitie) duidelijk aangegeven onder welke omstandigheden welke onderdelen van een gebiedsontwikkeling Europees moeten worden aanbesteed. De ontwikkeling en realisatie van vastgoed met een private bestemming hoeft in beginsel niet mee te worden aanbesteed met de publieke delen, indien aanbestedende dienst en ontwikkelaar vasthouden aan hun eigen rol.


Mr. G. ‘t Hart
Mr. G. ’t Hart is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

Een bespreking van het arrest CELF II (zaak C-1/09) over passende maatregelen in geval van onrechtmatige en (vooralsnog) onverenigbare staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden onrechtmatige staatssteun, onverenigbare staatssteun, CELF, verenigbaarheidsoordeel
Auteurs Mr. P.C. Adriaanse en Prof. dr. T. Joris
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CELF II beantwoordt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) voor de tweede maal prejudiciële vragen van de Franse Conseil d’État in het langlopende geschil over onrechtmatige steunverlening van de Franse overheid aan boekenexporteur CELF. Het Hof van Justitie bevestigt de zelfstandige rol van nationale rechters bij de handhaving van het in artikel 108 lid 3 VWEU vervatte uitvoeringsverbod voor nieuwe steunmaatregelen. In geval van onrechtmatige en (vooralsnog) onverenigbare steunverlening zal de nationale rechter, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, passende maatregelen moeten nemen. Opschorting van de nationale procedure tot aan een (nieuw) verenigbaarheidsoordeel van de Europese Commissie is in ieder geval niet toegestaan. De uitspraak is gelet op eerdere jurisprudentie niet verrassend, maar daarmee niet onbelangrijk.


Mr. P.C. Adriaanse
P.C. Adriaanse is als universitair docent verbonden aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. T. Joris
T. Joris is Jean Monnet professor en directeur van het Centrum voor Europees Recht aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Recht en Criminologie.
Jurisprudentie

De arresten Blanco Pérez en Commissie tegen Spanje: een goed evenwicht tussen de interne markt en de zorgbevoegdheden van de Lidstaten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden patiëntenmobiliteit, (gezondheids)zorg, vergunning, sociale zekerheid, interne markt
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2010 en 15 juni 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) twee belangrijke arresten op het terrein van het vrije verkeer en de zorg gewezen. Op 1 juni verscheen het arrest Blanco Pérez en op 15 juni zag het arrest Commissie tegen Spanje het daglicht. Bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie wordt door deze twee arresten in een nieuw perspectief gezet. In de arresten van juni 2010 werkt het Hof van Justitie zijn benadering met betrekking tot zorg en vrij verkeer verder uit en nuanceert het ook de uitkomsten van reeds bekende rechtspraak.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Wet bodembescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2010
Auteurs Mr. G.A. van der Veen en Mr. J.J. Hoekstra
Auteursinformatie

Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam.

Mr. J.J. Hoekstra
Mr. J.J. (Joost) Hoekstra is advocaat bij AKD te Breda.
Jurisprudentie

Onafhankelijkheid van toezichthouders

Hof van Justitie EU 9 maart 2010, zaak C-518/07, Commissie /Duitsland

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden onafhankelijkheid, toezichthouders, Europees recht, politieke beïnvloeding
Auteurs Prof. mr. A.T. Ottow
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Europese recht zijn in de afgelopen twee decennia steeds verdergaande eisen voor de onafhankelijkheid van nationale toezichthouders geïntroduceerd. De onafhankelijkheid van toezichthouders kent twee aspecten: (1) onafhankelijkheid van marktpartijen en (2) onafhankelijkheid van de politiek. Aanvankelijk richtte de Europese onafhankelijkheidseisen zich slechts op het eerste aspect. Inmiddels is duidelijk dat het Europese recht ook ziet op de politieke onafhankelijkheid. In deze Europese zaak stelt het Hof van Justitie in vrij algemene bewoordingen strenge eisen aan de onafhankelijkheid. Hoewel het hier een privacytoezichthouder betrof, kan deze zaak tevens verstrekkende gevolgen hebben voor andere toezichthouders.


Prof. mr. A.T. Ottow
Prof. mr. A.T. Ottow is hoogleraar economisch publiekrecht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht en geassocieerd lid van het college van de OPTA. Tevens is zij hoofdredacteur van Tijdschrift voor Toezicht.

    Artikel 19j van de Nbw 1998 is sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 en van de wijziging van de Nbw 1998 op 1 februari 2009, niet op vrijstellingen die zijn verleend krachtens artikel 19 van de WRO van toepassing.

Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Jurisprudentie

Discriminatie, directe werking van rechtsbeginselen en doorwerking van richtlijnen

HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07 (Seda Kücükdeveci/Swedex GmbH & Co KG)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden doorwerking van Europees recht, algemene beginselen van Europees recht, leeftijdsdiscriminatie, horizontale werking van richtlijnen, objectieve rechtvaardiging van discriminatie
Auteurs Mr. D.F. Berkhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Swedex-arrest verduidelijkt en versterkt het Hof van Justitie EU het controversiële Mangold-arrest. Indien sprake is van leeftijdsdiscriminatie in strijd met Richtlijn 2000/78/EG en richtlijnconforme interpretatie onmogelijk is, dan wordt door directe werking van algemene beginselen van gemeenschapsrecht alsnog de volle werking van Europees recht bewerkstelligd. Lidstaten worden verplicht de met het gemeenschapsrecht nationale bepaling buiten beschouwing te laten. Verder toont het arrest dat ‘flexibel personeelsbeleid’ een legitieme doelstelling van arbeidsmarktbeleid kan zijn. Zorgvuldige ‘flexibilisering’ van personeelsbeleid kan daarmee ook een objectieve rechtvaardiging zijn voor leeftijdsonderscheid.


Mr. D.F. Berkhout
Mr. D.F. Berkhout is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beslag- en executierecht, blokkerende werking, Vormerkung, verklaringsprocedure, beslag als pressiemiddel
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek bevat een overzicht van recente rechtspraak (vanaf ultimo 2008) m.b.t het beslag- en executierecht. Met name komen daarin aan de orde de blokkerende werking van het beslag en van de ‘Vormerkung’ ex art. 7:3 BW, eigenbeslag en verrekening en enkele aspecten van de verklaringsprocedure. Ook wordt ingegaan op het rapport Conservatoir beslag in Nederland, zekerheid en pressiemiddel van M. Meijsen en A.W. Jongbloed, dat onlangs onder auspiciën van de Raad voor de Rechtspraak is verschenen.


Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

Arrest Gerecht ’s-Gravenhage: het Havenbedrijf/de oliesector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2010
Trefwoorden excessieve tarieven, civiele handhaving, bewijslast, informatievergaring, excessieve prijzen
Auteurs Dr. mr. M.M. Slotboom en Mr. drs. B.J.J. Haan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Gerechtshof ’s-Gravenhage ‘het Havenbedrijf/de oliesector’ illustreert de ingewikkelde economische beoordeling van het mededingingsrecht in civiele zaken en met name in geval van vermeende excessieve prijzen. Het Hof bevestigt dat de bewijslast ook in civiele zaken betreffende misbruik van machtspositie wegens excessieve prijsvoering op de eiser rust. Om aan die bewijslast te kunnen beantwoorden zal de eiser informatie nodig hebben van de vermeende inbreukmaker op artikel 102 VWEU en/of 24 Mw. De mogelijkheid voor een eiser in een civiele procedure om met name informatie te verkrijgen over de relatie tussen prijzen en kosten van de gedaagde zijn evenwel zeer beperkt. Uit onderhavig arrest volgt in ieder geval dat een deskundigenonderzoek naar de kosten van de vermeende inbreukmaker pas kans van slagen heeft op het moment dat de eiser aannemelijk kan maken dat er daadwerkelijk sprake is van excessieve prijzen. De eisende partij in civiele zaken zal daardoor in een vicieuze cirkel terecht komen, waardoor civiele procedures inzake excessieve prijzen veelal zullen stranden.


Dr. mr. M.M. Slotboom
Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons in Brussel.

Mr. drs. B.J.J. Haan
Mr. drs. B.J.J. Haan is werkzaam bij Simmons & Simmons.
Jurisprudentie

Google AdWords: het Hof maakt veel duidelijk, maar we zijn er nog niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inbreuk op de merkrechten, opslagdiensten, E-Commerce richtlijn, aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie, Google AdWords
Auteurs Mr. M.J Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De kogel is door de kerk voor Google; zij maakt geen inbreuk op de merkrechten met AdWords en Google verricht opslagdiensten in de zin van de E-Commerce richtlijn, als gevolg waarvan zij in beginsel een beroep kan doen op de daarin neergelegde aansprakelijkheidsexoneratie. Voor een geslaagd beroep zal de nationale rechter wel tot de conclusie moeten komen dat het gedrag van Google ‘binnen de perken blijft van dat van een als tussenpersoon optredende dienstverlener’.Wat betreft het merkgebruik door de adverteerder, komt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) met een (voor dit soort zaken?) specifieke invulling voor het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium ‘aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie’. Tot slot is opvallend dat het Hof van Justitie resoluut stelt dat in dit soort zaken geen sprake is van afbreuk aan de andere merkfuncties dan voornoemde.


Mr. M.J Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.