Zoekresultaat: 18 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid in het arbeidsrecht

HR 22 juni 2012, JAR 2012/189, NJ 2012, 396 (ABN AMRO/werknemer)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden beperkende werking, redelijkheid en billijkheid, vervaltermijn, BBA
Auteurs Prof. mr. C.J.H. Jansen en Mr. J.E. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan in op de betekenis van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid voor het arbeidsrecht. Zij doen dit aan de hand van de uitspraak van de Hoge Raad in ABN AMRO/werknemer, waarin het college voor het eerst overweegt dat een beroep van de werkgever op de vervaltermijn van zes maanden in artikel 9 lid 3 BBA op grond van de specifieke omstandigheden van het geval naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Tevens besteden zij aandacht aan het oordeel van de Hoge Raad dat de gezichtspunten uit de rechtspraak over verjaringstermijnen ex artikel 3:310 lid 1 en 2 BW niet van overeenkomstige toepassing zijn op een geval als het onderhavige. In navolging van de A-G zijn de auteurs kritisch ten aanzien van de afwegingen die de Hoge Raad hierover maakt. Ook anderszins hebben zij moeite met de onderbouwing van de uitspraak door de Hoge Raad.


Prof. mr. C.J.H. Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar rechtsgeschiedenis en burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.

Mr. J.E. Jansen
Mr. J.E. Jansen is hoofddocent romeins recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Jurisprudentie

De Hoge Raad en het wijzigingsontslag

HR 24 december 2010, JAR 2011/20 (Woonzorg) en HR 24 december 2010, LJN BO2420

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden ontslagrecht, gesloten stelsel, sociaal rechtvaardig ontslag, wijzigingsontslag, Änderungskündigung
Auteurs mr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van twee uitspraken van de Hoge Raad van 24 december 2010 wordt in deze bijdrage het wijzigingsontslag nader onderzocht. In de eerste plaats wordt geconstateerd dat het wijzigingsontslag in Nederland op basis van de huidige regelgeving slechts in de vorm van het deeltijdontslag mogelijk is. Nu de Hoge Raad desondanks het wijzigingsontslag lijkt te hebben aanvaard, is de voornaamste vraag hoe deze ontslagvorm in goede banen kan worden geleid. Onderzocht wordt in hoeverre het Duitse recht hierbij van nut kan zijn, aangezien daar het wijzigingsontslag niet alleen gecodificeerd is, maar ook in rechtspraak en literatuur veelvuldig wordt verfijnd. Ten slotte worden eisen en voorwaarden geïdentificeerd die in de toekomst aan een wijzigingsontslag zouden moeten worden gesteld.


mr. N. Gundt
Mw. mr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor (letsel)schade van een zzp’er

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 7:658 lid 4 BW, zzp’er, arbeidsovereenkomst, opdrachtovereenkomst, gezagsverhouding
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mevrouw mr. A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot onder drie arresten van het Hof Amsterdam bespreken de auteurs de discussie omtrent de aansprakelijkheid van een opdrachtgever voor (letsel)schade van een zzp’er. In dat kader wordt – onder meer – ingegaan op de achterliggende (beschermings)gedachte van artikel 7:658 BW en de invoering van lid 4. Dit leidt tot de conclusie dat de wetgever met de invoering van lid 4 vooral heeft beoogd bescherming te bieden aan ‘werkenden’ met wie de inlener zelf geen arbeidsovereenkomst heeft gesloten, maar in feitelijke zin wel een arbeidsrelatie onderhoudt. Hierop wordt de vraag beantwoord of de zzp’er – gelet op zijn onafhankelijke status – een beroep op lid 4 toekomt.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mevrouw mr. A. van der Veen
Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid van bestuurders jegens werknemers wegens misbruik van faillissement

HR 28 mei 2004, JOL 2004, 281 (De Boek/Van Gorp)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2004
Trefwoorden misbruik van faillissement, persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder, schadevergoeding werknemer
Auteurs M.L. Lennarts en S.N. de Valk

M.L. Lennarts

S.N. de Valk
Jurisprudentie

Ontslagvergunning onder ontbindende voorwaarde

HR 16 november 2001, JAR 2001, 258 (Architectenbureau/Jan Smith)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2002
Trefwoorden ontslagvergunning, juridische status van de ontbindende voorwaarde, juridische status van een premisse, deeltijdontslag, wijzigingsontslag, RDA en vergoeding
Auteurs P.S. van Minnen en W.A. Zondag

P.S. van Minnen

W.A. Zondag
Jurisprudentie

Het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de richtlijn collectief ontslag

Hof van Justitie EG 10 september 2009, C-44/08, JAR 2009/252 en RAR 2009/157 (Akavan Erityisaloyen Keskusliitto AEK ry e.a./Fujitsu Siemens Computers Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tijdige raadpleging van werknemersvertegenwoordigers bij collectief ontslag, toerekening van besluitvorming, Wet melding collectief ontslag, welke ontslagen tellen mee voor de ondergrens van twintig ontslaggevallen
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Akavan-arrest geeft het Hof van Justitie EG een richtsnoer voor het bepalen van het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). Deze richtlijn spreekt over het overwegen tot collectief ontslag over te gaan en over tijdige raadpleging. Dat zijn zeker binnen concernverband begrippen die door jurisprudentie nader moeten worden ingekleurd. Het Europese Hof vindt in dit arrest een werkbare oplossing. Het Hof maakt onderscheid tussen de fase waarin nog geen besluit is genomen (dan is raadpleging te vroeg), het moment waarop een strategisch of commercieel besluit is genomen dat de werkgever ertoe dwingt een collectief ontslag te overwegen (het moment waarop de raadpleging moet starten) en het moment waarop een besluit is genomen dat tot een collectief ontslag noodzaakt (dan is raadpleging te laat). De annotatie gaat op een en ander nader in.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht RU, tevens advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Jurisprudentie

Wie is titularis van het recht op informatie en raadpleging?

HvJ EG 16 juli 2009, Mono Car Styling SA tegen Dervis Odemis, C-12/08

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden collectief arbeidsrecht, informatie, consultatie, art. 6 EVRM, Richtlijn collectief ontslag
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Mono Car Styling onderzoekt het Hof van Justitie de aard van het recht op informatie en raadpleging in de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). De concrete aanleiding hield verband met het feit dat de Belgische omzettingswet (de Wet Renault) aan individuele werknemers een ongelijke toegang tot de rechter bood in vergelijking met ‘collectieve actoren’ (werknemersvertegenwoordigers in de ondernemingsraad, representatieve werknemersorganisaties) om de correcte naleving van de informatie- en raadplegingsprocedure bij collectief ontslag te betwisten. Het Hof oordeelt dat het recht op informatie en raadpleging een collectieve natuur heeft. Er is dan ook geen reden om aan te nemen, dat de ongelijke toegang tot de rechter ten nadele van het individu afbreuk zou doen aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming (access to justice – artikel 6 EVRM). In deze bijdrage wordt de door het Hof gevolgde redenering op twee gronden bekritiseerd. Het Hof heeft onvoldoende oog voor de relevantie van mensenrechtelijke instrumenten waarin het recht op informatie en raadpleging opduikt. Een Reflexwirkung van deze instrumenten bij de interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag is aangewezen. Deze had tot een andere uitkomst kunnen leiden. Het Hof heeft bovendien de individuele ontslagrechtelijke bescherming die inherent is aan het mechanisme van de Richtlijn Collectief Ontslag onvoldoende meegewogen. Bij nader inzien is geenszins sprake van een systematische interpretatie van de Richtlijn Collectief Ontslag.


Prof. dr. F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en Promotor van M.I.S. ‘Mobilité Ulysse’ FRS-FNRS.
Jurisprudentie

De OR en het enquêterecht; van SKON tot AHAM

Ondernemingskamer 10 december 2008, JAR 2009/14

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2009
Trefwoorden enquêterecht, ondernemingsraad, misbruik van bevoegdheid, ontslag statutair bestuurder
Auteurs Mr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2008 maakt de PVT van AHAM gebruik van een haar bij overeenkomst toegekend enquêterecht. Deze zaak betreft de vierde keer dat een medezeggenschapsorgaan met succes een enquête entameert. Naar aanleiding van deze jurisprudentie onderzoekt de auteur in hoeverre de OR of PVT gebruik kan maken van het enquêterecht en welke mogelijkheden dit biedt voor medezeggenschapsorgaan, bestuur(der) en vennootschap.


Mr. I. Zaal
Mevrouw mr. I. Zaal is juniordocent-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Eens Franse werknemer, altijd Europese werknemer: HvJ EG 18 januari 2007, zaak C-385/05, Confédération générale du travail (CGT) (e.a.) tegen Premier ministre, Ministre de l'Emploi, de la Cohésion Sociale et du Logement, met conclusie van...

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2007
Trefwoorden collectief ontslag, informatie en raadpleging, werknemersbegrip, tewerkstellingsdrempels, effet utile, sociale grondrechten in de Europese Unie
Auteurs F. Dorssemont

F. Dorssemont
Jurisprudentie

De Hoge Raad en de voortgezette arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd: beschouwingen naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2006

HR 14 juli 2006, JOR 2006, 227; JIN 2006/316 (Boekenvoordeel/Isik)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2007
Trefwoorden Ketenregeling 668a, doorstart na faillissement, opvolgend werkgever, Ragetlie-regel, arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Auteurs E.M. Loesberg

E.M. Loesberg
Jurisprudentie

Drie HvJ EG-arresten inzake de richtlijn collectief ontslag. Gevolgen voor de uitleg van de WMCO?

HvJ EG 16 oktober 2003, zaaknr. C-32/02; HvJ EG 12 oktober 2004, zaaknr. C-55/02; HvJ EG 27 januari 2005, zaaknr. C-188/03, JAR 2005/52

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 03 2005
Trefwoorden wachttijd, Europese richtlijn betreffende collectief ontslag, moment van melding ter raadpleging werknemersvertegenwoordigers, moment van melding aan bevoegde overheid, dertigdagenperiode, wet melding collectief ontslag, personele werkingssfeer, materiële werkingssfeer, ontslagbegrip, moment van melding aan CWI, wachttijd
Auteurs J. Heinsius

J. Heinsius
Jurisprudentie

Eenzijdige ontslagname door een aan een geestelijke stoornis lijdende werknemer

Westhoff/Spronsen revisited: HR 15 november 2002, NJ 2003, 60, JAR 2002/295 (Sietses BV/Sneek)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 03 2003
Trefwoorden eenzijdige ontslagname, geestelijke stoornis werknemer, beperkende werking van redelijkheid en billijkheid, nadeelsvereiste
Auteurs C.J.H. Jansen

C.J.H. Jansen
Jurisprudentie

Driekwart-dwingend recht en de niet rechtstreeks toepasselijke CAO

HR 20 december 2002, JAR 2003/19 en NJ 2003, 153, m.nt. TK (Bollemeijer/TPG Post BV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2003
Trefwoorden CAO, driekwart-dwingend recht, gebondenheid, wet CAO, rol sociale partners, algemeenverbindendverklaring
Auteurs W.H.A.C.M. Bouwens

W.H.A.C.M. Bouwens
Jurisprudentie

Schadevergoeding en ontslagvergoeding

HR 11 oktober 2002, JAR 2002/261

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 01 2003
Trefwoorden karakter ontslagvergoeding, schadevergoeding, dringende reden, wanprestatie, deuss-arrest, samenloop, rechtsvergelijking, kantonrechtersformule
Auteurs M.S.A. Vegter

M.S.A. Vegter
Jurisprudentie

Status en de toekomst van de kringenrechtspraak

HR 9 november 2001, NJ 2001, 692, JAR 2001, 240

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2002
Trefwoorden Kringenrechtspraak, bijzonder onderwijs, commissie van beroep, bindend advies, arbitrage, kennelijk onredelijk ontslag
Auteurs C.W. Noorlander

C.W. Noorlander
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.