Zoekresultaat: 123 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns

    Spiegelinformatie; zorgverzekeraar; fraudeonderzoek; inzage in gegevens

    Inspecteur voor de gezondheidszorg; ontslag; vertrouwensbreuk

    Gedragscode Verwerking persoonsgegevens Zorgverzekeraars; goedkeuringsbesluit van het CBP vernietigd; privacy; beroepsgeheim; art. 16 en 25 Wbp; art. 8 EVRM

    De in de stikstofverordening opgenomen voorwaarden voor opname van milieuvergunningen in de depositiebank waarborgen onvoldoende dat een directe samenhang bestaat tussen de in de depositiebank op te nemen saldi en de aan de depositiebank te onttrekken saldi ten behoeve van de verlening van de NB-wetvergunning.


Marieke Kaajan
Jurisprudentie

De Wet Bibob en de ‘criminal charge’

Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 4 juni 2014 ECLI:NL:RVS:2014:1993

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2014
Auteurs mr. drs. B. van der Vorm en
Samenvatting

    In voornamelijk de bestuursrechtelijke literatuur is veel kritiek geuit op de Wet Bibob wet. Zo is ze omschreven als een ‘bestuursrechtelijk wangedrocht’1 en een ‘geforceerd wetgevingsproduct’. De commentaren op deze wet hebben onder andere betrekking op het feit dat de intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob onder omstandigheden wellicht is aan te merken als een ‘criminal charge’ en in het verlengde hiervan sprake is van een gebrek aan rechtsbescherming voor de betrokkene(n). Voorts wordt het gedoogbeleid ten aanzien van de coffeeshops als problematisch ervaren. Deze problematische aspecten worden in deze annotatie besproken aan de hand van de onderhavige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Allereerst worden de feiten uit de onderhavige casus besproken. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de discussie over de vraag in hoeverre een intrekking van een beschikking op grond van de Wet Bibob dient te worden aangemerkt als een ‘criminal charge’. Ten derde wordt ingegaan op het gedoogbeleid van coffeeshops in relatie tot de toepassing van de Wet Bibob.


mr. drs. B. van der Vorm


    Hoger beroep; IGZ; cardioloog; solistische cardiologische praktijk; gevaar continuïteit zorg; beroep gegrond; gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid

    Hulp bij zelfdoding; artikel 294 lid 2 Sr; moeder en zoon; geen noodtoestand of psychische overmacht; eigenmachtig optreden als niet-arts verwijtbaar; schuldigverklaring zonder oplegging van straf

    Plaatsen van stenen in zee kan niet worden gekwalificeerd als ‘plaatsen met een ander oogmerk dan het zich er enkel van ontdoen’. Er is sprake van ‘storten’

    Omkering bewijslast door verweerder nu de lastgeving een verbod inhoudt om de opslagtanks te gebruiken, tenzij door het bedrijf wordt aangetoond dat de tanks geschikt zijn voor gebruik

    Psychiater; psychiatrisch onderzoek; opdracht rechtbank via de Raad voor de Kinderbescherming; geen beroep op blokkeringsrecht artikel 1:240 BW; grief slaagt; vernietiging maatregel van waarschuwing

    Gedoogplicht van gebruik van gedeelte perceel voor verbreding watergang moet worden beschouwd als de feitelijke onteigening van dat gedeelte van het perceel hetgeen niet betekent dat altijd de Onteigeningswet moet worden toegepast

    Plastisch chirurg; ondeugdelijke vorming medisch dossier; complicaties niet verwijtbaar; berisping

    Ook bij toepassing van het bubble-concept dient de totale emissie te voldoen aan het prestatieniveau dat bij BBT hoort

Jurisprudentie

Waterwet 2011-2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Waterwet, legger, gedoogplicht, watervergunning
Auteurs Mr. ir. S. Handgraaf en Mr. P. de Putter
SamenvattingAuteursinformatie

    In TO 2011, nummer 3 verscheen het eerste jurisprudentieoverzicht over de Waterwet. Inmiddels is er weer anderhalf jaar verstreken en kan een nieuwe balans worden opgemaakt. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de jurisprudentie op grond van de Waterwet. Zij beperken zich hierbij tot drie onderwerpen: de legger, gedoogplichten en de watervergunning.


Mr. ir. S. Handgraaf
Mr. ir. S. (Simon) Handgraaf is mede-eigenaar van Colibri Advies BV.

Mr. P. de Putter
Mr. P. (Peter) de Putter is mede-eigenaar van Sterk Consulting BV.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Hoge Raad
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschenen arresten van de Hoge Raad over de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep en de devolutieve werking.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock is raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

    Zuigeling sterft na inadequate triage door huisartsassistente die heeft gelogen over haar kwalificaties; art. 255 Sr.; art. 96 Wet BIG: schadevergoeding benadeelde partij

    Kindermishandeling; AMK-melding; KNMG-Meldcode; ‘niet-pluis’-gevoel; open gesprek: klacht ongegrond

Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.

    The SGP does not allow women to stand for election for general representative political bodies. This position is based on the biblically inspired conviction that the exercise of such elected functions is against the vocation of women, since men and women have different roles in society. The European Court of Human Rights considers this position unacceptable in the light of Article 3 of Protocol No. 1 (obligation of the states to hold free elections) taken together with Article 14 (right to equal treatment in the enjoyment of Convention rights and freedoms). In a unanimous decision the Court considered the application manifestly ill-founded and, therefore, declared it inadmissible. By doing so, the European Court fails to deal with the real issues at hand and fails to consider the specifics of the case. The mere fact that the highest civil court and the highest administrative court in the Netherlands reached contrary conclusions regarding the human rights dimension of the case already should have led the European Court to deal with case substantively.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Toont 1 - 20 van 123 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.