Zoekresultaat: 34 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

De Hoge Raad en het wijzigingsontslag

HR 24 december 2010, JAR 2011/20 (Woonzorg) en HR 24 december 2010, LJN BO2420

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden ontslagrecht, gesloten stelsel, sociaal rechtvaardig ontslag, wijzigingsontslag, Änderungskündigung
Auteurs mr. N. Gundt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van twee uitspraken van de Hoge Raad van 24 december 2010 wordt in deze bijdrage het wijzigingsontslag nader onderzocht. In de eerste plaats wordt geconstateerd dat het wijzigingsontslag in Nederland op basis van de huidige regelgeving slechts in de vorm van het deeltijdontslag mogelijk is. Nu de Hoge Raad desondanks het wijzigingsontslag lijkt te hebben aanvaard, is de voornaamste vraag hoe deze ontslagvorm in goede banen kan worden geleid. Onderzocht wordt in hoeverre het Duitse recht hierbij van nut kan zijn, aangezien daar het wijzigingsontslag niet alleen gecodificeerd is, maar ook in rechtspraak en literatuur veelvuldig wordt verfijnd. Ten slotte worden eisen en voorwaarden geïdentificeerd die in de toekomst aan een wijzigingsontslag zouden moeten worden gesteld.


mr. N. Gundt
Mw. mr. N. Gundt is universitair docent Arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht.
Jurisprudentie

Werkgeversaansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, goed werkgeverschap, zorgplicht, stelplicht, bewijslastverdeling
Auteurs Mr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft twee evenwichtige arresten over werkgeversaansprakelijkheid gewezen. In het arrest Dombrowski/V.O.F. Hulsing-Huppermans oordeelt de Hoge Raad dat de werknemer een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het gebruik van veiligheidsmiddelen. In het arrest Boock/Heisterkamp Transport oordeelt hij dat wanneer vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden het aan de werkgever is om te specificeren welke concrete maatregelen hij heeft genomen ter voldoening aan zijn zorgplicht.


Mr. E. Pans
Mr. E. Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Jurisprudentie

Pfleiderer AG/Bundeskartellamt

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden clementie, openbaarmaking, Wob, doeltreffendheid, schadevergoeding
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage betreft een noot bij het arrest Pfleiderer aangaande de prejudiciële vraag of het Unierecht zich verzet tegen inzage in nationale clementiestukken door een derde. Het arrest stelt dat een vordering tot inzage dient te worden beoordeeld naar nationaal recht, waarbij per geval de uit het Unierecht voortvloeiende belangen dienen te worden afgewogen. Het commentaar gaat in op de mate van invulling die het Hof van Justitie had kunnen geven aan de reikwijdte van de bescherming van clementiestukken. Vervolgens wordt de door het Hof van Justitie voorgestane belangenafweging behandeld en wordt stilgestaan bij mogelijke gevolgen van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraktijk.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V. te Londen.
Jurisprudentie

Openbaarheid en fusiecontrole

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Eurowob en concentratietoezicht, toegang tot documenten uit het dossier Airtours/First Choice, reikwijdte excepties na afsluiting onderzoek, motiveringsplicht Commissie bij afwijzing verzoek tot openbaarmaking
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    De schokgolven van de vernietiging van de verbodsbeschikking in de Airtours/First Choice-zaak zijn bijna tien jaar later nog altijd voelbaar. Waar de poging van MyTravel (voorheen Airtours) om ter onderbouwing van haar schadevergoedingsactie met een beroep op de Eurowob documenten uit het fusiecontrole-dossier te bemachtigden nog spaak liep bij Commissie en Gerecht, oordeelt het Hof van Justitie thans dat MyTravel met een te magere motivering is afgescheept.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Linklaters LLP).

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.
Jurisprudentie

Sed melius est verba benignius interpretari

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking, uitleg, wettelijke verdeling, wilsrechten, ontzegging
Auteurs Mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt de vraag of een welwillender uitleg van de litigieuze uiterste wilsbeschikking, die een ontzegging van de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 4:19 e.v. BW behelsde, mogelijk zou zijn geweest dan die waarvan het hof – onuitgesproken – is uitgegaan. Hierbij komt ook de verhouding tussen het leerstuk van de uitleg en dat van de discrepantie tussen wil en verklaring aan de orde.


Mr. W. Breemhaar
Mr. W. Breemhaar is Mr. W. Breemhaar is vicepresident van het Gerechtshof Leeuwarden en gastdocent aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor (letsel)schade van een zzp’er

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 7:658 lid 4 BW, zzp’er, arbeidsovereenkomst, opdrachtovereenkomst, gezagsverhouding
Auteurs Mr. H. Lebbing en Mevrouw mr. A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot onder drie arresten van het Hof Amsterdam bespreken de auteurs de discussie omtrent de aansprakelijkheid van een opdrachtgever voor (letsel)schade van een zzp’er. In dat kader wordt – onder meer – ingegaan op de achterliggende (beschermings)gedachte van artikel 7:658 BW en de invoering van lid 4. Dit leidt tot de conclusie dat de wetgever met de invoering van lid 4 vooral heeft beoogd bescherming te bieden aan ‘werkenden’ met wie de inlener zelf geen arbeidsovereenkomst heeft gesloten, maar in feitelijke zin wel een arbeidsrelatie onderhoudt. Hierop wordt de vraag beantwoord of de zzp’er – gelet op zijn onafhankelijke status – een beroep op lid 4 toekomt.


Mr. H. Lebbing
Mr. H. Lebbing is partner bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mevrouw mr. A. van der Veen
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid dieren, bedrijfsmatige gebruiker en profijt trekken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 6:181 BW, paard Loretta, gebruik van een dier, aansprakelijkheid, functioneel verband
Auteurs Mr. F.E. Keijzer en Prof. mr. F.T. Oldenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 10-jarig meisje loopt in een manege letsel op door een trap van een paard. De eigenaar heeft het ter belering ondergebracht bij de manege om het zadelmak te maken. De gelaedeerde spreekt enkel de bezitter aan. Rechtbank, hof en Hoge Raad achtten niet artikel 6:179 BW, maar artikel 6:181 BW exclusief van toepassing.Hoge Raad: voor de toepassing van artikel 6:181 BW is vereist dat de bedrijfsmatige gebruiker profijt trekt. Niet van belang is of hij tevens bezitter is noch of hij het dier duurzaam gebruikt. Of het doel waarvoor het dier werd gebruikt bijna is bereikt, is evenmin van belang. Aansprakelijkheid ex artikel 6:181 BW berust niet op de wil van personen, maar op de wet.


Mr. F.E. Keijzer
Mr. F.E. Keijzer is advocaat ondernemingsrecht en gezondheidsrecht te Nijmegen.

Prof. mr. F.T. Oldenhuis
Prof. mr. F.T. Oldenhuis is universitair hoofddocent vakgroep privaatrecht en notarieel recht; tevens bijzonder hoogleraar religie en recht, Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Menzis – Apotheek Van Dalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden aanmerkelijke marktmacht, artikel 48 WMG, apotheek, proportionaliteit, samenloop bevoegdheden NMa en NZa
Auteurs Mr. M.Ph.M. Wiggers en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgverzekeraar Menzis heeft een klacht ingediend bij de NMa en de NZa, omdat Apotheek J.D. Van Dalen geen contract met Menzis wil sluiten als het preferentiebeleid van Menzis daar onderdeel vanuit maakt. Hierdoor wordt Menzis, die een zorgplicht heeft, geconfronteerd met prijzen die niet marktconform zijn. Apotheek Van Dalen kan, volgens Menzis, weigeren om een contract te sluiten omdat zij aanmerkelijke marktmacht heeft. De NZa neemt – in overleg met de NMa – op grond van de voorrangsregel uit artikel 18 Wet marktordening gezondheidszorg en het Samenwerkingsprotocol de klacht van Menzis in behandeling.


Mr. M.Ph.M. Wiggers
Mr. M.Ph.M. Wiggers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam en is verbonden als buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij Legaltree te Den Haag.
Jurisprudentie

Seksuele intimidatie: een geobjectiveerd begrip?

HR 10 juli 2009, JAR 2009, 202 (Olsthoorn/Nederlandse Leprastichting en Braber)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden seksuele intimidatie, rechtsbescherming, gelijke behandeling van mannen en vrouwen/seksediscriminatie, implementatie Richtlijn 2002/73/EG en Richtlijn 2006/54/EG, artikel 7:646 lid 8 BW
Auteurs J.P. Zeilstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2006 is het begrip ‘seksuele intimidatie’ – ter implementatie van Richtlijn 2002/73/EG – opgenomen in de Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving. De Nederlandse wetgever heeft bij de implementatie van het begrip ‘seksuele intimidatie’ getracht zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij Richtlijn 2002/73/EG, met dien verstande dat het woord ‘ongewenst’ – anders dan bijvoorbeeld in België – niet in de definitie van het begrip ‘seksuele intimidatie’ is opgenomen. De voornaamste reden hiervoor is dat het woord ‘ongewenst’ volgens de Nederlandse wetgever zou leiden tot een vermindering van de rechtsbescherming van de geïntimideerde. Seksuele intimidatie wordt thans gedefinieerd als een vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie, welk gedrag als doel of gevolg heeft dat een persoon in zijn waardigheid wordt aangetast. Onduidelijk is op welke wijze deze definitie dient te worden uitgelegd. In 2009 heeft de Hoge Raad, in het zogeheten ‘Billenknijper-arrest’, zich uitgesproken over de uitleg van het begrip ‘seksuele intimidatie’. In haar annotatie analyseert de auteur dit arrest van de Hoge Raad en stelt zij (de onjuistheid van) de implementatie van Richtlijn 2002/73/EG in de Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving aan de orde. Haar belangrijkste conclusie is dat de redactie van artikel 7:646 BW aanpassing behoeft, waarbij het woord ‘ongewenst’ in de definitie van het begrip ‘seksuele intimidatie’ dient te worden opgenomen.


J.P. Zeilstra
Mr. J.P. Zeilstra is als docent/onderzoeker verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Jurisprudentie

2011/23 Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 27 april 2011

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden Wob-verzoek, suïcideverslag, controle en toezicht, levenssfeer
Samenvatting

    Wob-verzoek; suïcideverslag; belang IGZ; controle en toezicht; bescherming persoonlijke levenssfeer na overlijden.

    Overschrijding van de redelijke proces­termijn als bedoeld in het EVRM. Ont­breken van omstandigheden die deze ­overschrijding rechtvaardigen. Betaling van schadevergoeding aan appellanten voor de geleden immateriële schade.


Hans Paul Nijhoff

    Tijdelijke ontheffing voor twee zeecontainers geweigerd. Geen Wabo-vergunningvrij bouwwerk.


Tonny Nijmeijer

    Omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bouwmarkt en tuincentrum tot een Plan-it bouwmarkt met drive-in. Toepassing van de kruimellijst. Drive-in is bijbehorend bijgebouw.

    Aanvulling beroepsgronden en toepassing Crisis- en herstelwet.

    Het verbinden van voorschriften aan een milieuvergunning naar aanleiding van Bibob-advies is een besluit op grond van de Wet milieubeheer. Bevoegd gezag mag uitgaan van gegevens Bibob-advies en mag gemotiveerd daarvan afwijken.

    Evenementen. Impact op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Regeling in plan gewenst aangezien een verwijzing naar APV en beleidsnota onvoldoende is.

Jurisprudentie

Oude koeien en nieuwe sommen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden som ineens, salaire différé, andere wettelijke rechten, overgangsrecht
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan talrijke vragen over het toepassingsgebied en de omvang van het salaire différé (de som ineens van art. 4:36 BW). In Hof Den Haag 16 maart 2011 wordt de som ineens, steunend op arbeid verricht in de periode 1971-1974, niet toegekend.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Jurisprudentie

Het begrip ziekte in het testamentaire erfrecht. Een vervolg

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden uiterste wilsbeschikking, verboden making, arts, ziekte
Auteurs Mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft recentelijk beslist dat onder het begrip ‘ziekte’ in artikel 4:953 lid 1 (oud) BW, thans artikel 4:59 lid 1 BW, enkel een medisch geclassificeerde somatische of psychische ziekte of aandoening is verstaan (HR 10 december 2010, LJN BN8534).


Mr. W. Breemhaar
Mr. W. Breemhaar is vice-president van het Gerechtshof Leeuwarden.
Jurisprudentie

US Supreme Court: American Needle

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Sherman Act, afgestemd gedrag, ondernemingsbegrip
Auteurs Mr. M.J. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Supreme Court of the United States 24 mei 2010, American Needle Inc./National Football league e.a. De Supreme Court heeft beoordeeld of afspraken tussen de 32 football clubs in de NFL over gezamenlijke exploitatie van IE-rechten en exclusieve licentieverlening onder Section 1 Sherman Act vallen. De Supreme Court oordeelt dat de football clubs geen economische eenheid vormen en op grond van het Amerikaanse kartelverbod hun gedrag onderling hebben afgestemd. De afspraken kunnen gerechtvaardigd zijn op grond van de ‘rule of reason’. Waar in het Europese mededingingsrecht het ondernemingsbegrip centraal staat draait het in het Amerikaanse mededingingsrecht om afgestemd gedrag. Ook onder het Amerikaanse kartelverbod wordt, evenals onder het Europese, aan het ondernemingsbegrip een functionele invulling gegeven.


Mr. M.J. Plomp
Mr. M.J. Plomp is werkzaam als advocaat bij BarentsKrans te Den Haag.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.