Zoekresultaat: 13 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Access_open Tien jaar later: kritische beschouwingen bij de visie van het Europees Hof op de sharia

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden European Court of Human Rights, Sharia, Refah Partisi, human rights
Auteurs Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The article discusses the implications of the Refah Partisi vs. Turkey case. The Court has made onerous assumptions about the notion sharia by declaring it a ‘violation of [European Human Rights] Convention values’. The Court should not have ventured into an interpretation of a highly technical and controversial term like ‘sharia’, especially when done so in connection with the inciting use of that term by Refat Partisi members. Moreover, given the fact that sharia also encompasses religious rituals like prayer, fasting and burial, calling sharia a violation of human rights is a misnomer. The Court should not have allowed itself to get lured into a domain it is not knowledgeable about but should have stuck to strict legal reasoning.


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. M.S.Berger@religion.leidenuniv.nl.
Jurisprudentie

Of Crosses and Homophobia

The European Court of Human Rights on which Manifestations of Religion One May Bring to Work

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden freedom of religion, Christian cross, Eweida, equality, same-sex partnerships, European Court of Human Rights
Auteurs J.D. Temperman
SamenvattingAuteursinformatie

    To what extent must employers accommodate manifestations of religion within the workspace and what should be the role of the state in that respect? In the joint case of Eweida and others the European Court of Human Rights discusses this question from four different angles as urged on by four different complaints. Two complaints concern the banning of Christian crosses, either for reasons of protecting the corporate image of a private company, or for reasons of health and safety within a care institution. The remaining complaints concern employers that, through their equal rights policies, notably equality on grounds of sexual orientation, may effectively force employees to act contrary to the religious dictates of their conscience.


J.D. Temperman
Mr. dr. J.D. Temperman is assistant professor of public international law and EUR-Fellow, Erasmus University Rotterdam.
Jurisprudentie

Fernandez Martinez, een gehuwde priester die een schandaal moet vermijden

EHRM 15 mei 2012, 56030/07, EHRC 2012/168 (Martinez/Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden arbeidsverhouding, identiteit, tendensinstelling, grondrechten, belangenafweging
Auteurs Mr. dr. S. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reeks procedures heeft de rechtspositie van de identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht nader omlijnd. In de zaak van Martinez tegen Spanje oordeelt het EHRM over de vraag of de rooms-katholieke kerk het contract van een gehuwde priester als leraar katholieke godsdienst en zedenleer aan een openbare school al dan niet hoeft te verlengen. Het EHRM acht geen schending van de persoonlijke levenssfeer aanwezig (art. 8 EVRM). De auteur bespreekt vier deelvragen. Het gaat achtereenvolgens over identiteitseisen die op het imago zien, de toetsing van de belangenafweging, de betekenis van de status geestelijke en de collectieve dimensie van godsdienstvrijheid.


Mr. dr. S. de Jong
Mr. dr. S. de Jong is in 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd op het onderwerp ‘De identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht’. De auteur is momenteel wethouder in de gemeente Staphorst.
Jurisprudentie

Access_open Het verbod op gezichtsbedekkende kleding

Getoetst door het Grondwettelijk Hof van België

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2013
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    The Court recognizes the appeal to the freedom of religion, as laid down in Article 10 European Convention of Human Rights. This freedom is not illimitable, however. According to the Court, the prohibition of wearing face-covering clothes is legitimate and the aims of public security, equality of men and women, and the wish to express a specific viewpoint on ‘living together in society’, are in conformity with the limitation clause of Article 10 ECHR. The Court considers the law proportionate and ‘necessary in a democratic society’ with a view to the aims of the law, with the caveat that the law is not applicable in places of worship open to the public.
    In the annotation, the parliamentary debate leading to the adoption of the law is analyzed. The law is a clear expression of a specific stance towards society in general and the position of men and women in particular. As it is a choice by the democratic institutions, the Court takes an attitude of restraint in this matter. All the same, the question is raised whether the term ‘in publicly accessible places’ may prove to be too vague and with that, not proportional to the legitimate aims pursued.


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. C.M.Zoethout@uva.nl.
Jurisprudentie

Lautsi versus Italië: moeilijk evenwicht tussen neutraliteit en godsdienstvrijheid

EHRM 18 maart 2011, nr. 30814/06 (Lautsi/Italië)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Lautsi, EHRM, grondrechten, godsdienstvrijheid, appreciatiemarge
Auteurs Mr. F. Atto
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Lautsi/Italië heeft de Grote Kamer van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens de veel bekritiseerde eerdere uitspraak van de enkele Kamer vernietigd en geoordeeld dat de Italiaanse traditie van kruisbeelden op openbare scholen valt binnen de appreciatiemarge die Italië als lidstaat toekomt. De auteur zet het arrest uiteen en onderzoekt de vraag welke arbeidsrechtelijke betekenis het arrest voor Nederland zou kunnen hebben. De ruime appreciatiemarge die het Hof in Lautsi/Italië aan de lidstaten toekent, wordt geacht brede implicaties te hebben die ook voor Nederlandse publieke en private werkgevers van belang kunnen zijn.


Mr. F. Atto
Mr. F. Atto is jurist en schreef onderhavige annotatie in het kader van haar scriptie voor de master arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Verbod op religieuze hoofdbedekking heeft een grens

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden case law, Turkey, freedom of religion
Auteurs Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    Dispute about wearing hats and wearing religious clothes


Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam in het hedendaagse Westen aan de Universiteit Leiden en is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Jurisprudentie

Access_open Kruisbeelden op openbare scholen in Italië (II)

De uitspraak van de Grand Chamber van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden case law, religion, Italy
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the Grand Chamber of the European Court of Human Rights, the obligation to affix crucifixes to the wall of State schools in Italy cannot be considered an infringement of the right of parents to educate their children in conformity with their religious and philosophical convictions.


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Jurisprudentie

Access_open Trambestuurder en kruisbeeld

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden tramconducteur, ketting met kruis, AWGB, indirect onderscheid
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    Mister Aziz, orginally coming from Egypt, is a Coptic Christian who wears a long chain with a crucifix of about 5 centimeters high, in order to express his religion. He is chauffeur on an electric tram and has for some years been allowed to wear his chain at work. With the introduction of a new uniform however, Aziz is no longer allowed to do this. He claims this to be a discriminatory treatment, which he considers unjustified given the fact that Islamic women chauffeurs are allowed to wear headscarves, since (as his employer states) these have been incorporated into the uniform. According to the court of appeal, there is no unjustified discrimination of religion in this case. The regulation that chains may not be worn on top of the uniform is legitimate, appropriate and necessary. The headscarf has been incorporated into the uniform and is thus part of the ‘professional look’ of the employer. In the comment, some critical remarks about the case are being made. Are not different religions being treated differently, here?


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    Five applicants were enrolled in various state schools for the year 2004-2005. On the first day of school, the girls, who are Muslims, arrived wearing a headscarf or kerchief. The boys were wearing an under-turban worn by Sikhs. For failure to comply with the French ban on all conspicuous religious symbols in all classes of state schools, they were expelled from school. According to the Court, the ban is based on the constitutional principle of secularism, which is consistent with the values protected by the Convention. The complaints under Article had to rejected as manifestly ill-founded.


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Jurisprudentie

Access_open Het passief kiesrecht, de staat en de SGP

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2010
Trefwoorden godsdienstvrijheid, verenigingsvrijheid, SGP, passief kiesrecht
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    The SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij) is a Dutch political party based on a religious denomination, a particular form of Reformed Christianity. The party has been represented in Parliament since 1918. As a result of its religious views, which extends to issues of male – female roles in society, it does not allow women to be elected in a general representative body on its behalf. This was challenged in court by a number of special interest organizations. The organizations were not successful in their suit against the SGP for reasons of inadmissibility. However, they were successful in terms of admissibility and of substance in their suit against the Dutch State. In April 2010, the Dutch Supreme Court ruled that the Dutch State acted unlawfully by tolerating the fact that the SGP excludes women as candidates for elections on its behalf. The State was regarded as violating the Convention on the Elimination of all forms of Discrimination Against Women (the CEDAW), notably Article 7 under a and c. It ordered the State to take effective measures which, at the same time, restrict the SGP’s fundamental rights (freedom of religion and association)as least as possible. This contribution discusses the Supreme Court ruling.


Sophie van Bijsterveld
Dr. S.C. van Bijsterveld is hoofddocent aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de UvT en redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    In March 2009 the Dutch Supreme Court reconfirmed that insulting a religion is in itself not a criminal offense equal to discrimination of, or incitement of hatred vis-a-vis the adherents of that religion. Interestingly, two months earlier, the Amsterdam Court of Appeal in the case against the parliamentarian Geert Wilders, ruled that insulting a religion may very well constitute an insult of its believers. This article is an analysis of the Amsterdam ruling and a discussion of the argument in favor and against the equation of insulting religion with insulting believers, based on the case law of the European Court of Human Rights.


Maurits Berger
Jurisprudentie

Access_open Kruisbeelden op openbare scholen in Italië

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden kruisbeeld, godsdienstvrijheid
Auteurs Carla Zoethout
SamenvattingAuteursinformatie

    The compulsory display of the crucifix in the classrooms of State schools restricts the right of parents to educate their children in conformity with their convictions, and the right of children to believe or not to believe. The Court concludes, unanimously, that there has been a violation of Article 2, First Protocol European Convention of Human Rights (the right to education, taken jointly with Article 9 of the Convention (the freedom of religion).


Carla Zoethout
Dr. C.M. Zoethout is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en is redactielid van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Associatieve discriminatie, een nieuw begrip van Europees sociaal recht

Hof van Justitie EG 17 juli 2008, C-303/06, JAR 2008/208 NJ 2008, 501 (Coleman/Attridge Law)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Discriminatoir ontslag op grond van handicap;, toepassing Richtlijn 2000/78/EG niet beperkt tot personen die zelf gehandicapt zijn;, ongunstiger behandeling op grond van handicap van derde is directe discriminatie
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Coleman-zaak beslist het HvJ EG dat een werkneemster die niet zelf gehandicapt is, beroep mag doen op gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG wanneer zij gediscrimineerd wordt op grond van de handicap van haar zoon. De annotatie bespreekt hoe ver deze uitspraak in potentie kan strekken, of de richtlijn geacht wordt de werknemer te beschermen of de derde die over een suspect kenmerk beschikt, of het noodzakelijk is dat deze derde zelf onder de werkingssfeer van de richtlijn valt en, ten slotte, wat de aard van de ‘associatieve’ band tussen de werknemer en de derde zou moeten zijn. Naar aanleiding van de ervaringen in de Engelse rechtspraak wordt een aantal uiteenlopen vormen van discriminatie onderscheiden in het geval dat een werknemer niet zelf over het suspecte persoonkenmerk beschikt. De bijdrage concludeert dat het aanbeveling verdient het arrest zodanig te interpreteren dat associatieve discriminatie wordt onderscheiden van de situatie dat de derde zelf gediscrimineerd is, waarvan de eiser vanwege zijn band met deze derde (tevens) nadelige gevolgen ondervindt. Aangegeven wordt welke juridische verschillen hieruit voortvloeien en wat dit voor de uitleg van de Nederlandse WGBH/CZ betekent.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mr. dr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.