Zoekresultaat: 49 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Een quasi-legaat aan een quasi-echtgenote

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden quasi-legaat, vereffenaar, uitkering levensverzekering, beneficiaire aanvaarding
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het arrest van HR 17 mei 2013, RvdW 2013, 689, ECLI:NL:HR:2013:BZ3643 besproken. In deze casus ging het om een begunstiging van de partner in een overeenkomst van levensverzekering die de latere erflater te haren behoeve had gesloten. Daarnaast had hij tevens in zijn laatste uiterste wil zijn partner tot enige erfgename en tot executeur benoemd, terwijl hij aan zijn kinderen geldlegaten had gemaakt. De nalatenschap bleek negatief te zijn. Deze combinatie leverde enkele rechtsvragen op die aan de Hoge Raad werden voorgelegd.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Prof. mr. W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Auteurs Mr. E.M. van Amersfoort

Mr. E.M. van Amersfoort
Jurisprudentie

Verhaalsimmuniteit artikel 7:962 lid 3 BW strekt zich ook uit tot uitzendkracht

Rb. Amsterdam 28 november 2012, LJN BY7234

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden subrogatie, verhaalsuitsluiting, collega-verweer, uitzendkracht
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2009 vond in Emmen een eenzijdig ongeval plaats. Een auto, bestuurd door A, botste tegen de betonnen pilaar van een brug. Inzittende B (tevens eigenaar van de auto) heeft bij het ongeval ernstig letsel opgelopen. B was ten tijde van het ongeval in dienst bij een bestratingsbedrijf. A was op dat moment als uitzendkracht werkzaam bij ditzelfde bestratingsbedrijf. Anderzorg heeft, als ziektekostenverzekeraar van B, uitkeringen aan B gedaan. In deze procedure tracht zij deze uitkeringen te verhalen op WAM-verzekeraar London. London heeft zich beroepen op het collega-verweer als opgenomen in artikel 7:962 lid 3 BW.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

2012/38 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 19 juni 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden Artikel 13 Zvw, de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag niet strijdig zijn met het recht op vrije artsenkeuze
Samenvatting

    Artikel 13 Zvw; de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mag niet strijdig zijn met het recht op vrije artsenkeuze

Jurisprudentie

Het beding van artikel 7:613 BW: toepassingsgebied, de relatieve zwaarte van de ‘613’-maatstaf en het vereiste van schriftelijkheid

HR 18 maart 2011, JAR 2011/108 m.nt. Zondag en JIN 2011/320 m.nt. Van der Voet (Monsieurs c.s./Wegener)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Wijzigingsbeding, artikel 7:613 BW, ‘613’-maatstaf en schriftelijkheid, Monsieurs/Wegener
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad markeert in het Monsieurs/Wegener-arrest het collectieve karakter van het ‘613’-beding en laat ruimte voor een (klankbord)functie van deze wetsbepaling in individuele situaties. De auteur gaat in op het doel en de strekking van artikel 7:613 BW en behandelt de relatieve zwaarte van de maatstaf van het ‘613’-beding ten opzichte van artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 7:611 BW. De auteur slaat in zijn annotatie een brug naar het leerstuk van Stoof/Mammoet. Ten aanzien van het vereiste van schriftelijkheid verdedigt de annotator dat het oordeel van de Hoge Raad in overeenstemming is met de aard van het ‘613’-beding. Gezien de ontwikkelingen in de manier van communiceren en gelet op het uitgangspunt dat aan het Burgerlijk Wetboek ten grondslag ligt dat nietigheden in beginsel niet verder reiken dan de strekking daarvan meebrengt, lijkt de tijd rijp voor vernieuwende gezichtspunten over het vereiste van schriftelijkheid.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel

Een bespreking van het arrest Engelmann (zaak C-64/08) en tien jaar transparantierechtspraak van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden arrest Engelmann, zaak C-64/08, transparantiebeginsel, dienstenconcessies, dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 september 2010 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landesgericht Linz over een Oostenrijkse kansspelconcessie, een belangrijk arrest gewezen over de toepasselijkheid van het transparantiebeginsel op nationale vergunningstelsels. Hiermee bevestigt het Hof de in het arrest Sporting Exchange ontwikkelde lijn dat overheden vergunningen en andere exclusieve rechten niet buiten enige vorm van mededinging kunnen opdragen, indien buitenlandse interesse bestaat in deze vergunningen of rechten.


Mr. H.M. Stergiou
Mr. H.M. Stergiou MA is PhD-fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

CRV/NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2011
Trefwoorden LJN BN9947, misbruik van machtspositie, getrouwheidskortingen, effect, economische benadering
Auteurs Dr. mr. M.M. Slotboom en Mr. S.G.H. ter Wee
SamenvattingAuteursinformatie

    Terwijl uit Europese rechtspraak lijkt te volgen dat een getrouwheidskortingsregeling van een dominante onderneming geacht wordt per definitie een mededingingsbeperkend gevolg te hebben of te kunnen hebben, biedt het CBb in zaak CRV Holding BV/Raad van Bestuur NMa de mogelijkheid aan een dominante onderneming om aan te tonen dat in de haar getrouwheidskorting geen beperking van de mededinging tot gevolg kan hebben gehad.


Dr. mr. M.M. Slotboom
Dr. mr. M.M. Slotboom is advocaat bij Simmons & Simmons LLP te Brussel.

Mr. S.G.H. ter Wee
Mr. S.G.H. ter Wee is advocaat bij Simmons & Simmons LLP te Brussel.
Jurisprudentie

Voordeelsverrekening bij letselschade

HR 1 oktober 2010, LJN BM7808

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2010
Trefwoorden sommenverzekering, schadeverzekering, voordeelsverrekening, arbeidsongeschiktheidsverzekering, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. E.J. Wervelman
SamenvattingAuteursinformatie

    Na veertig jaar heeft de Hoge Raad zich opnieuw uitgesproken over het antwoord op de vraag of een uitkering op grond van een sommenverzekering bij letselschade moet worden verrekend of niet. Het meest recente arrest daarover dateert uit 1969. Het arrest van 1 oktober 2010 verdient bespreking, omdat het (veel) meer richting geeft aan de discussie, of en zo ja, in hoeverre een uitkering uit hoofde van een sommenverzekering bij letselschade voor verrekening in aanmerking komt en wat dat voor invloed heeft op voor die verzekering in de loop der tijd betaalde premie.


Mr. dr. E.J. Wervelman
Mr. dr. E.J. Wervelman is advocaat bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.
Jurisprudentie

De kantonrechter kiest voor een ruime uitleg van artikel 4:35 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Som ineens, Art. 4:35, Minderjarige(n), Levensonderhoud, Kinderalimentatie, Wettelijke verdeling, Art. 4:13
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een beschikking van de kantonrechter te Amsterdam van 30 september 2010 (zaaknummer VB 138306). De casus betreft een erflater die krachtens versterferfrecht als zijn erfgenamen heeft achtergelaten een echtgenote en een dertienjarige dochter geboren uit een eerder huwelijk dat door echtscheiding is geëindigd. De wettelijke verdeling (art. 4:13) is van toepassing. De kantonrechter geeft aan de woorden “voor zover deze nodig is” in art. 4:35 een ruime uitleg. Ondanks het bestaan van een ouder en stiefouder die in staat zijn in het levensonderhoud van de dochter te voorzien, wordt de som ineens van art. 4:35 vastgesteld. De schrijver gaat in op verschillende aspecten van de beschikking.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. (Hans) ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

I. van der Steen
Jurisprudentie

Zelfstandig verblijfsrecht van schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers: ontbreken van bestaansmiddelen niet relevant

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrij verkeer van personen, voorwaarden verblijfsrecht, artikel 12 Verordening (EG) nr. 1612/68, voldoende bestaansmiddelen en ziektekostenverzekering, verzorger schoolgaand kind in gastlidstaat
Auteurs Dr. A. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Baumbast en R 1x HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091. heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) reeds bepaald dat kinderen van migrerende werknemers het recht hebben om in de gastlidstaat hun opleiding te voltooien en daarbij begeleid mogen worden door de persoon die daadwerkelijk voor hun verzorging instaat. In de zaken Ibrahim en Teixeira, die beide op 23 februari 2010 werden gewezen, bevestigt het Hof van Justitie dit recht expliciet en geeft het aan dat de financiële voorwaarden die de burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG stelt aan economisch niet actieve burgers niet gelden voor verzorgers van schoolgaande kinderen.2x Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77. Bovendien maakt het Hof van Justitie duidelijk dat het afgeleide verblijfsrecht voor verzorgers onder omstandigheden kan blijven voortbestaan indien het kind meerderjarig is. Het Hof van Justitie kent daarmee een bijzonder belang toe aan de rechtspositie van kinderen die onderwijs volgen en hun daadwerkelijke verzorgers, waardoor zij worden bevoorrecht ten opzichte van andere familieleden van voormalige werknemers en Unieburgers.

Noten

  • 1 HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091.

  • 2 Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77.


Dr. A. Schrauwen
Dr. A. Schrauwen is als universitair hoofddocent verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Kroniek rechtspraak EU

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2007
Auteurs M.T. de Gans

M.T. de Gans
Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Jurisprudentie

Beslag- en executierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden beslag- en executierecht, blokkerende werking, Vormerkung, verklaringsprocedure, beslag als pressiemiddel
Auteurs Mr. D.M. de Knijff
SamenvattingAuteursinformatie

    De kroniek bevat een overzicht van recente rechtspraak (vanaf ultimo 2008) m.b.t het beslag- en executierecht. Met name komen daarin aan de orde de blokkerende werking van het beslag en van de ‘Vormerkung’ ex art. 7:3 BW, eigenbeslag en verrekening en enkele aspecten van de verklaringsprocedure. Ook wordt ingegaan op het rapport Conservatoir beslag in Nederland, zekerheid en pressiemiddel van M. Meijsen en A.W. Jongbloed, dat onlangs onder auspiciën van de Raad voor de Rechtspraak is verschenen.


Mr. D.M. de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

2005/26 Baby Kelly; aansprakelijkheid hulpverlener, wrongful life-actie voor het eerst toegewezen naast wrongful birth-actie

Hoge Raad der Nederlanden (mrs. J.B. Fleers, vice-president/voorzitter, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, F.B. Bakels, raadsheren) d.d. 18 maart 2005 (m.nt. prof. mr. C.J.J.M. Stolker en mw. mr. drs. M.P. Sombroek-van Doorm).

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2005
Auteurs



A.C. Hendriks





A.C. de Die
Toont 1 - 20 van 49 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.