Zoekresultaat: 299 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x
Jurisprudentie

Deutsche Bahn

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Deutsche Bahn, misbruik, artikel 102 VWEU, inspectiebesluit, misbruik
Auteurs Mr. drs. Hein Hobbelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht van de Europese Unie wees op 6 september 2013 arrest in de zaak Deutsche Bahn. In deze zaak had de Europese Commissie het vermoeden dat de Duitse vervoersgigant Deutsche Bahn handelde in strijd met artikel 102 VWEU door misbruik te maken van een volgens de Commissie dominante positie op de markt voor het leveren van tractiestroom voor vervoer per spoor. Zij voerde daarom van 29 tot 31 maart 2011 op basis van Verordening 2003/1/EG een eerste inspectie uit bij verschillende filialen van Deutsche Bahn. Daarna volgden nog twee inspectiebesluiten. Deutsche Bahn stelde beroep in tegen de drie inspectiebesluiten en voerde daarbij vijf middelen aan. Deze werden alle door het Gerecht verworpen zoals in deze annotatie nader wordt besproken.


Mr. drs. Hein Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

    Geen aanleiding om vanwege volksgezondheidsrisico’s door geurhinder af te wijken van de afstandsnormen die zijn opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij.

    Effecten windturbines op vleermuizenpopulatie. Relativiteitsbeginsel.

    Beroep supermarkt. Geluidhinder. Awb. Relativiteitsbeginsel.

    Nu significante gevolgen van de activiteit voor Belgische Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, heeft de provincie ten onrechte nagelaten om een passende beoordeling te maken in het kader van de milieuvergunningen.

    Toepassing relativiteitsvereiste is niet in strijd met het Unierecht. Aan vereisten van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid wordt voldaan.

    Artikel inzake ontheffingsbevoegdheid in provinciale verordening onverbindend. Vernietiging provinciale ontheffing.


Daniëlle Roelands-Fransen

    Uitbreiding bedrijventerrein. Provinciale verordening. Begrip stedelijke ontwikkeling. SER-ladder. Relativiteitsbeginsel.


Tycho Lam

    Cardioloog; succesvol beroep tegen waarschuwing in eerste aanleg; informed consent; art. 7:450 en 7:452 BW

    Bevel; artikelen 87a, 86 en 40 Wet BIG; geen preventief bevel

    Bij besluit inzake snelheidsverhoging op de A13 Overschie is wat betreft de aspecten geluid en luchtverontreiniging onvoldoende gewicht toegekend aan de belangen van omwonenden.

    Verlies rechtsgevolgen uitbreidingsplannen. Voorlopige voorzieningen inzake werking uitbreidingsplannen.

    Strijdig gebruik achterruimte. Artikel 5 bijlage II Bor. Instandlating rechtsgevolgen. Categorie vergunningplichtige inrichtingen.


Tonny Nijmeijer

    Volksgezondheid is aspect dat bij de beoordeling van de vergunningaanvraag moet worden betrokken. Geen nadere onderzoeksplicht bevoegd gezag nu er geen indicatie is dat de veehouderijactiviteiten risico’s meebrengen voor de volksgezondheid.

    Hoger beroep; IGZ; cardioloog; solistische cardiologische praktijk; gevaar continuïteit zorg; beroep gegrond; gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid

Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.

    Overgangsrecht. Strijdig gebruik. Onderdeel beheersverordening is onverbindend. Reikwijdte beheersverordening. Bestemmingsplan is belangrijkste instrument


Tycho Lam

    Kruimelgevallen. Oppervlakte bouwwerk. Bouwwerk als geheel

    Het afmeren schepen aan de kade kan niet met toepassing van artikel 2.14, vijfde lid, van de Wabo (voorheen melding ex artikel 8.19 WMB) worden vergund


Valérie van ’t Lam

    Bouwverordening. Relativiteitsbeginsel in Chw en Awb. Wet aanpassing bestuursprocesrecht


Tonny Nijmeijer
Toont 1 - 20 van 299 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.