Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 710 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Jurisprudentie x

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan

    1. Klaagster verzocht opheffing van zowel het conservatoir als het klassiek beslag op een woning. Door klaagster was eerder aan de officier van justitie verzocht om het beslag op te heffen zodat de woning kon worden verkocht. Met de notaris zou kunnen worden overeen gekomen dat de volledige koopsom van de woning naar het BOOM dient te worden overgemaakt, zodat er voor het OM geen risico zou zijn. Het OM wees dit verzoek echter van de hand.


mr. J.L. Baar
Jurisprudentie

Microsoft/Skype: Gerecht oordeelt over concentratie op een innovatieve markt

Arrest Gerecht 11 december 2013, zaak T-79/12, Cisco Systems en Messagenet/Commissie, n.n.g.

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden concentratiecontrole, innovatieve markt, groot marktaandeel, conglomeraateffect
Auteurs Mr. Maarten de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 11 december 2013 in de zaak Microsoft/Skype laat het Gerecht de goedkeuring door de Europese Commissie van de overname van Skype door Microsoft in stand. De uitspraak is van belang omdat uitdrukkelijk wordt gesteld dat een hoog marktaandeel geen indicatie van marktmarkt hoeft te zijn in een dynamische, innovatieve markt. Daarbij wordt ook relevant geacht dat de diensten van Skype gratis worden aangeboden. Volgens het Gerecht zijn ondernemingen zeer beperkt in het uitoefenen van marktmacht als de gebruikers de verwachting hebben dat de dienst gratis beschikbaar blijft en zij eenvoudig kunnen overstappen naar andere aanbieders. Het arrest gaat ook in op de conglomeraateffecten van de overname. Het Gerecht bevestigt dat de bewijslast voor het aannemen van conglomeraateffecten hoog is, zeker in een dynamische markt waar de ontwikkelingen speculatief kunnen zijn.
    GvEA 11 december 2013, zaak T-79/12, Cisco Systems en Messagenet/Commissie, n.n.g.


Mr. Maarten de Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Gascogne-arresten

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Gascogne, redelijke termijn, schadevergoeding
Auteurs Mr. Marie Zuidema
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2013 heeft het Hof van Justitie een drietal arresten gewezen in hogere voorziening tegen de uitspraken van het Gerecht van Eerste Aanleg inzake het industriëlezakkenkartel. Het Hof van Justitie overweegt in deze arresten onder meer dat het enige rechtsmiddel tegen een schending van het beginsel van de redelijke termijn door het Gerecht een schadevergoedingsactie is, die bij het Gerecht dient te worden ingesteld ex artikel 268 en artikel 340 lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In deze annotatie zal de nadruk liggen op dit aspect van de arresten.


Mr. Marie Zuidema
Mr. M. Zuidema is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

    Aan een milieuneutrale omgevingsvergunning (voorheen melding) kunnen voorschriften worden verbonden die leiden tot een (verdere) beperking van de milieugevolgen die op grond van de bestaande vergunning zijn toegestaan.


Valérie van ’t Lam

    Ex-neuroloog; strafvervolging; hulpeloosheid; voorwaardelijke opzet; mishandeling

    Psycholoog; hoger beroep; curator als klager niet-ontvankelijk; art. 65 lid 1 sub a Wet BIG

    Spiegelinformatie; zorgverzekeraar; fraudeonderzoek; inzage in gegevens

    Letselschade; veelheid van geraadpleegde deskundigen; tuchtrecht; nader bewijs; beroep bekrachtigd

Jurisprudentie

Erfrechtelijke consequenties van een vaststelling van het vaderschap

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden niet-erkend biologisch kind, legitieme portie, schenking, artikel 1:207 lid 5 BW
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een niet-erkend biologisch kind van een erflater stelt na de dood van de laatste een vordering in tot betaling van zijn legitieme portie jegens erflaters erfgenaam en jegens een derde, van wie het kind aanneemt dat deze bevoordeeld is door een schenking van erflater. De rechtbank wijst de vordering op beide wederpartijen toe ex artikel 1:207 lid 5 BW; de hoogte van hetgeen het kind toekomt, dient nader te worden bepaald.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Prof. mr. W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.

    Klacht tegen voorzitter Raad van Bestuur; geen directe zorgrelatie; terughoudende toepassing tuchtrecht; klaagster niet ontvankelijk

    Affaire rond neuroloog die in ziekenhuis verkeerde diagnoses stelde; tuchtklacht tegen toenmalige bestuurder; tweede tuchtnorm; klacht ontvankelijk maar ongegrond

    Bestuurder; ex-neuroloog; ten onrechte melding van verantwoorde zorg; berisping

    Affaire rond neuroloog die verkeerde diagnoses stelde; tuchtklacht tegen bestuurder; voormalig inspecteur gezondheidszorg; tweede tuchtnorm; klacht ontvankelijk maar ongegrond

    Maatregelen ter voorkoming van volksgezondheidsrisico’s vanwege de verspreiding van ziektekiemen door veehouderijen dienen aan de omgevingsvergunning (milieu) te worden verbonden.

    Invoeringswet Wabo. Aanhouden aanvraag. Overgangsrecht.

Jurisprudentie

De zoektocht naar de juiste interpretatie van opvolgend werkgeverschap na Van Tuinen/Wolters

HR 11 mei 2012, JAR 2012, 150 (Van Tuinen/Wolters) en het voorstel Wet werk en zekerheid (Kamerstukken II 2013/14, 33818)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden opvolgend werkgever(schap), zodanige banden, voorgezette arbeidsovereenkomst, ketenregeling, proeftijd, transitievergoeding
Auteurs S. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beantwoordt de vraag waarom de Hoge Raad bij de uitleg van artikel 7:668a lid 2 Burgerlijk Wetboek heeft gekozen voor aansluiting bij zijn maatstaf uit de proeftijdjurisprudentie en daarnaast of de regering in het voorstel Wet werk en zekerheid op terechte gronden heeft besloten de koers van de Hoge Raad niet te volgen. De auteur stelt vast dat aansluiting bij de proeftijdjurisprudentie tot op zekere hoogte een compromis is en niet in alle gevallen goed toepasbaar is. De door de regering voorgestelde koerswijziging maakt de toepassing van het leerstuk opvolgend werkgeverschap echter nog complexer. Daarom volgt een suggestie voor een andere interpretatie van het leerstuk opvolgend werkgeverschap.


S. Palm
Steven Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Jurisprudentie

Annotatie

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Auteurs L.J.J. Rogier en J.C. de Wit

L.J.J. Rogier

J.C. de Wit

Dr. Jeff Sybesma
Dr. Jeff Sybesma is legal advisor CBCS, lid van de RvA en bijzondere rechter in ambtenaren- en sociale zaken. Dit artikel is echter geheel op eigen titel geschreven.
Toont 1 - 20 van 710 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 35 36
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.